het wilde westen van het internet


Op het Darknet, verborgen in het diepe internet dat voor de meesten van ons onzichtbaar blijft, kun je veilig en anoniem surfen. Dat maakt het tot een vrijhaven voor dissidenten en activisten, maar ook voor criminelen, wapenhandelaren, terroristen en pedofielen. Door die laatsten aan te pakken, dreigen overheden ook de eersten te treffen.  

Pittsburgh, 15 juli. Tegen de achtergrond van de Amerikaanse vlag deed de federale openbare aanklager David J. Hickton – grijs haar, strak donker pak – verslag van de recentste overwinning van de FBI op de internetcriminaliteit. ‘We hebben een digitaal wespennest van criminele hackers onschadelijk gemaakt dat door velen als onaantastbaar werd beschouwd,’ zei hij. De volgende ochtend werden er wereldwijd huiszoekingen gedaan en meer dan zeventig mensen aangeklaagd of gearresteerd, bij wat het Amerikaanse ministerie van Justitie ‘de grootste gecoördineerde internationale politieactie ooit tegen een onlineforum van cybercriminelen’ noemde.

Na een anderhalf jaar durend, door de FBI geleid onderzoek met de naam ‘Operatie Verborgen Horizon’ werden de hackers van de website Darkode beschuldigd van oplichterij, witwassen van geld en poging tot internetfraude. De lijst aan misdaden was indrukwekkend; zo had een van de leden bedrijven als Microsoft en Sony benadeeld, een ander had gegevens van meer dan 20 miljoen slachtoffers gestolen.

Twee weken later reageerde ‘Sp3cial1st’, de webmaster van Darkode, op een nieuwe website met een bericht dat nog eens illustreerde hoe moeilijk het voor de FBI was om echt grip te krijgen op het internet. ‘De leiding van de groep is grotendeels onaangetast, evenals de belangrijkste leden,’ schreef Sp3cial1st. ‘De acties lijken vooral mensen te hebben getroffen die nog maar kort lid van de groep zijn, of de groep al jaren geleden hebben verlaten. Het forum komt terug.’ Hij zwoer dat de organisatie zich zou hergroeperen op het diepste, meest ondoordringbare deel van internet, het Darknet – het gebied waar iedereen, crimineel of niet, vrijwel geheel anoniem is. En hij zei dat het Darknet nooit zou kunnen worden uitgeschakeld, dankzij de FBI, die het heeft opgericht en nog steeds financiert.

Veelkoppig monster

Het Darknet (ook wel het Dark Web genoemd) werkt met de browser Tor: gratis software die de locatie en de bewegingen van de gebruiker verbergt. Tor, dat oorspronkelijk werd ontworpen door het Naval Research Lab, wordt voor 60 procent financieel gesteund door het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken en het ministerie van Defensie, en is bedoeld als veilig netwerk voor overheidsinstanties en voor dissidenten die zich verzetten tegen onderdrukkende regimes. Het is een privacytool die voor zowel goede als kwade zaken wordt gebruikt. In het afgelopen decennium heeft Tor activisten in staat gesteld om berichten over de Arabische Lente te verspreiden, slachtoffers van huiselijk geweld afgeschermd voor onlinestalkers en gewone burgers de gelegenheid gegeven op internet te surfen zonder achtervolgd te worden door adverteerders. Tegelijkertijd is het Darknet, dat dankzij Tor kan bestaan, de belangrijkste schuilplaats geworden voor criminelen als Ross Ulbricht, de inmiddels veroordeelde oprichter van Silk Road, voor de hackers achter de recente aanvallen op [vreemdgangerssite] Ashley Madison en voor de internationale bende die in juli door de FBI werd gepakt. Tor is een instrument dat zowel door activisten als criminelen wordt gebruikt, en het vormt daardoor voor justitie een steeds lastiger op te lossen probleem – het is een soort veelkoppig monster geworden dat overal opduikt op het meest wetteloze deel van internet. En de strijd om de toekomst van het Darknet zou weleens het lot kunnen gaan bepalen van de onlineprivacy in Amerika en de rest van de wereld. Zoals Hickton het tegen Rolling Stone zei: ‘Dit is het Wilde Westen van het internet.’

Als je onder de waterspiegel duikt, zie je het enorm uitgestrekte Deep Web, het verborgen deel dat vele malen groter is

Stel je voor dat het internet een ijsberg is. De meeste mensen zien alleen het zogenaamde Surface Web, het zichtbare deel van het internet dat zich boven het oppervlak bevindt, met het nieuws, de roddels en de porno die met maar één Google-klik bereikbaar is. Maar als je onder de waterspiegel duikt, zie je het enorm uitgestrekte Deep Web, het verborgen deel van het internet dat vele malen groter is dan het zichtbare deel en alles bevat wat met zoekmachines niet te vinden is. Het Deep Web bevat betaalsites (zoals Netflix), sites die met een wachtwoord zijn afgeschermd (zoals e-mailproviders) en webpagina’s waar informatie alleen op de pagina zelf kan worden doorzocht (zoals rechterlijke uitspraken).

Het Darknet zit verscholen in het Deep Web, en de sites daar kunnen ook niet gevonden worden met zoekmachines. Maar er is een groot verschil: de mensen en de sites op het Darknet willen anoniem blijven en zijn vrijwel onmogelijk te vinden, tenzij je de Tor-browser gebruikt. Met Tor kun je het Surface Web bezoeken, net zoals met Firefox of Safari, maar je kunt er ook mee op Amazon en Silk Road.

De meeste mensen gebruiken Tor om geheel legale privacyredenen. Volgens het Tor Project – een door de overheid gefinancierde non-profitorganisatie die de browser onderhoudt – wordt Tor maar voor 3 procent gebruikt om op het Darknet te surfen (en het criminele gebruik is daar nog maar een fractie van). Maar omdat het Darknet zo duister en mysterieus lijkt, heeft het de onheilspellende reputatie gekregen van een griezelige vergaarbak van alle ellende die zich op internet schuilhoudt: terroristen, pedofielen, drugsdealers en in te huren hackers.

In het afgelopen jaar zijn enkele van die griezelige elementen aan het licht gekomen. In mei werd Ulbricht, de oprichter van Silk Road – de onlinezwartemarkt met een omzet van naar schatting 200 miljoen dollar – veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf. In augustus dumpten hackers de persoonlijke gegevens van 36 miljoen gebruikers van de vreemdgangerssite Ashley Madison op het Darknet. Nadat IS de verantwoordelijkheid had opgeëist voor de schietpartij bij de Mohammedcartoonwedstrijd in Texas in mei, de FBI dat deze met behulp van Darknet was gecoördineerd.

© Studio Odilo Girod
© Studio Odilo Girod

Ondanks de arrestaties en de publiciteit rond Darkode en Silk Road gedijt het Darknet volop. Volgens een in augustus uitgevoerd onderzoek van Carnegie Mellon University verdienen criminelen naar schatting 100 miljoen dollar per jaar met de verkoop van drugs en andere contrabande op verborgen websites waarop gebruik wordt gemaakt van het virtuele betaalmiddel bitcoin, het digitale geld waarmee zonder creditcard of bank kan worden betaald. De FBI voert niet alleen strijd tegen criminelen die zich online verborgen weten te houden, maar wordt ook geconfronteerd met massa’s gewone burgers die anoniem drugs proberen te scoren.

Hoewel veel mensen in de veronderstelling verkeren dat je wel een soort hacker moet zijn om je op het Darknet te begeven, is het verrassend simpel om daar illegale goederen en diensten te kopen of verkopen. Tor lijkt op een gewone browser, maar is trager omdat de data op een ingewikkelde manier worden verstuurd. Darknetsites eindigen niet op .com of .org, maar op .onion [Tor is een afkorting van The Onion Router], en worden daarom vaak onionsites genoemd. Omdat Google geen onionsites doorzoekt, moet je rudimentaire Darknet-zoekmachines en -portaalpagina’s gebruiken zoals Hidden Wiki en Onion Link. De Darknetsites waarop zwarte handel wordt bedreven lijken veel op de sites van gewone webwinkels, behalve dan dat er zaken worden aangeboden als psychedelische drugs en tweedehands kalasjnikovs, in plaats van wokpannen en tuinornamenten.

Veilig communiceren

Paul Syverson, een 57-jarige wiskundige van het Amerikaanse Naval Research Lab (NRL), heeft Tor ontwikkeld als middel om mensen veilig online met elkaar te laten communiceren. ‘We waren ons er zeker wel van bewust dat Tor ook door mensen met minder goede bedoelingen kon worden gebruikt,’ zegt Syverson – gekleed in een M.C. Escher-T-shirt – in zijn rommelige kantoor in Washington, ‘maar we wilden iets maken waarmee mensen van goede wil zich konden beschermen.’

Sinds de oprichting in 1923 is het NRL het meest gewaardeerde militaire research & development-lab, waar allerlei zaken van radar tot GPS zijn uitgevonden. In 1995 bedachten Syverson en zijn collega’s een manier om onlinecommunicatie zo veilig mogelijk te maken. Het idee was dat mensen allerlei informatie zouden kunnen delen zonder hun identiteit of locatie te hoeven prijsgeven. Met financiële steun van het ministerie van Defensie stelde Syverson twee sjofele jongens aan die waren afgestudeerd aan het Massachusetts Institute of Technology, Roger Dingledine en Nick Mathewson, om hem te helpen dit idee werkelijkheid te laten worden.

Stel dat een spion met de trein van Parijs naar Berlijn gaat. Als hij rechtstreeks reist, kan hij gemakkelijk worden gevolgd. Maar als hij via allerlei plaatsen gaat – van Parijs naar Amsterdam, van Amsterdam naar Madrid, en van Madrid naar Berlijn – wordt dat al moeilijker. Dat was de kern van de oplossing van Syverson en zijn team. De spion in Parijs maakt niet rechtstreeks contact met een computer in Berlijn, maar wordt via een willekeurige serie computers omgeleid, waardoor niet duidelijk wordt waar hij zich feitelijk bevindt. Ze noemden het netwerk de Onion Routing, als beeldspraak voor de verschillende lagen van internetcommunicatie.

Maar als Tor alleen door militairen zou worden gebruikt, zou het duidelijk zijn dat al het dataverkeer van de overheid was. ‘We wilden een netwerk voor verschillende soorten gebruikers,’ zegt Syverson, ‘zodat je niet weet of een bezoeker een kankerpatiënt is die informatie opzoekt, of iemand van de marine.’ Om dat te bereiken namen Syverson en zijn team 
een beslissing die hij ‘essentieel voor de veiligheid van het systeem’ noemt: ze maakten Tor vrij toegankelijk en open-sourced, dat wil zeggen dat het systeem wereldwijd door iedereen kan worden beoordeeld en verbeterd.

In 2003 kwam de Tor-software uit. Het nieuws over de browser verspreidde zich via fora onder voorstanders van privacy en onderzoekers, en werd al snel de krachtigste en belangrijkste tool voor iedereen die op internet anoniem wilde blijven.

‘Gelukkig leef je nog, maar ik ben alleen maar de programmeur. Ik hoop dat ik niks verknal!’

De Tor-gebruikers van het eerste uur waren geen criminelen, maar dissidenten. Een van hen is Nima Fatemi, een 27-jarige, in het zwart geklede Iraniër, die een belangrijke voorstander is van Tor en wereldwijd mensen helpt om deze software te gebruiken in de strijd tegen onderdrukkende regimes. ‘We hadden iets nieuws nodig waarmee we ons veilig op internet konden begeven,’ vertelt hij me. ‘Toen ik Tor vond, wist ik dat dat de ultieme tool was. Dat gaf ons gemoedsrust.’

In de zomer van 2009 moest Fatemi in Teheran rennen voor zijn leven, toen hij foto’s van een demonstratie had gemaakt en door de oproerpolitie werd achtervolgd. Hij zette de foto’s op Facebook en Twitter om de wereld te laten zien dat de Iraanse overheid met harde hand optrad tegen de dissidenten. Omdat hij steeds strenger in de gaten werd gehouden, nam hij zijn toevlucht tot Tor om zichzelf en zijn medeactivisten uit de cel te houden. Fatemi gaf besloten workshops in Iran, leerde vrienden en familieleden hoe ze de software konden gebruiken en verstevigde daarmee het netwerk, want meer gebruikers betekende meer netwerkknooppunten waarmee het internetverkeer kon worden doorgegeven en afgeschermd. ‘We zorgen dat de tool overal wordt verspreid,’ zegt hij.

Inmiddels is Tor ruim tien jaar beschikbaar; in die tijd heeft de browser zich vanuit de Amerikaanse overheid viraal verspreid onder activisten. Dat is ten dele te danken aan het werk van de Electronic Frontier Foundation, de groep die strijdt voor digitale rechten en die Tor financierde, en die de browser nog steeds steunt als krachtige tool bij democratiseringsprocessen.

Het Tor-project wordt nog steeds voor het grootste deel gefinancierd door het ministerie van Defensie, en Mathewson en Dingledine blijven werken aan de ontwikkeling van de software en de community. Dat Tor zich wereldwijd verder blijft verspreiden onder activisten, overtrof de stoutste verwachtingen van Mathewson, een 38-jarige sciencefictionliefhebber met een stoppelbaard. ‘Ik kreeg mailtjes van mensen die zeiden dat onze software hun leven had gered,’ vertelt hij. ‘Dan zei ik: “Gelukkig leef je nog, maar ik ben alleen maar de programmeur, ik hoop dat ik niks verknal!”’

© Studio Odilo Girod
© Studio Odilo Girod

Ross Ulbricht, die opereerde onder de schuilnaam Altoid, kondigde op 27 januari 2011 de start aan van de eerste zwartemarktwebsite die gebruikmaakte van de dekmantel van het Darknet. Ulbricht, die de site Dread Pirate Roberts doopte, was de eerste die
de mogelijkheden van Tor volledig benutte om een nieuw soort criminele onderneming op te richten. Dat was meer een nieuw idee dan een nieuwe technische prestatie, want Ulbricht kon dat, net als ieder ander die een illegale website wilde beginnen, heel eenvoudig op het verborgen Tor-netwerk doen. Het maakte het niet alleen erg lastig om uit te zoeken wie de host was, maar ook door wie de website werd bezocht. Bovendien gebruikte Ulbricht bitcoins, waardoor de transacties die werden gedaan al net 
zo lastig te traceren waren.

In de zomer van 2011 kregen de pers en de politiek lucht van het Darknet. Time noemde het Darknet ‘een vrijhaven voor criminelen … waar drugs, porno en moord online bereikbaar zijn.’ In oktober 2013 bleek uit een lek van Edward Snowden dat de NSA, volgens een geheime presentatie in 2012, Tor als een bedreiging beschouwde. ‘Tor deugt niet’, was de titel van een van de NSA-dia’s. ‘We zullen nooit alle Tor-gebruikers kunnen deanonimiseren, dat kan alleen met een zeer klein deel.’ (De NSA wilde tegenover Rolling Stone geen commentaar geven.) Volgens een andere onthulling van Snowden wees de Britse inlichtingendienst, de Government Communications Headquarters, het democratische potentieel van Tor af als ‘pseudolegitiem gebruik’ dat in het niet viel bij de hoeveelheid ‘slechte mensen’ die het Darknet overheersten.

Ordehandhavers

Het gevolg daarvan was dat allerlei ordehandhavers nieuwe manieren probeerden te vinden om het Darknet te infiltreren. In juli gaf Interpol de eerste training over ‘het identificeren van de methoden en strategieën die door georganiseerde criminele netwerken en individuen worden gebruikt om ontdekking op het Darknet tegen te gaan’. Diezelfde maand verklaarde de directeur van de FBI, James Comey, tegenover een juridische commissie van de Amerikaanse Senaat hoe moeilijk het was om versleutelde informatie te ontcijferen. ‘De middelen die wij daarvoor geacht worden te gebruiken worden steeds ontoereikender,’ zei hij.

Maar volgens het mailverkeer dat onlangs uitlekte, was er minstens één bedrijf dat een oplossing in het vooruitzicht stelde: Hacking Team, een softwarebeveiligingsbedrijf uit Milaan dat overheden helpt met de strijd tegen criminelen, activisten en andersdenkenden op het Darknet. Zoals de CEO van Hacking Team, David Vincenzetti, na de opmerkingen van Comey aan zijn privémailinglist schreef: ‘Het Darknet kan volledig worden geneutraliseerd/ontsleuteld. De juiste technologie om dat te doen is al beschikbaar… Vertrouw maar op ons.’ Die e-mails kwamen aan het licht na een aanval in juli door een onbekende hacker op de interne database van Hacking Team. Daaruit bleek dat de FBI bijna 775.000 dollar had betaald voor de software en diensten van Hacking Team, inclusief tools die, zoals Vincenzetti suggereerde, specifiek gericht waren tegen criminelen op het Darknet. In een mail van september vroeg een FBI-werknemer of de nieuwste versie van de spyware van Hacking Team nog steeds ‘de juiste IP-adressen konden onthullen van iemand die Tor gebruikt… Zo niet, kunnen jullie dan een manier leveren om Tor te verslaan…? Bedankt!’ (Desgevraagd verklaarde de FBI dat ze geen commentaar geven over specifieke tools en technieken.)

Het lijkt natuurlijk krankzinnig, geniepig en een verspilling van geld dat de ene hand van de Amerikaanse overheid de geheime code probeert te kraken die door de andere hand wordt gefinancierd. Toen ik Syverson vroeg wat hij ervan vond dat de overheid Tor probeert te dwarsbomen, weigerde hij daarop in te gaan, omdat dat volgens hem buiten zijn werkterrein ligt.

Mathewson echter haalt zijn schouders op over dit bizarre scenario. ‘Het is nu ook weer niet zo dat 
mensen door duistere agenten worden geschaduwd,’ grapt hij. ‘We hebben, denk ik, altijd al aangenomen dat de NSA elke interessante nieuwe versleuteling probeert te kraken.’

Maar de meeste activisten zien de strijd van de overheid tegen het Darknet als een misplaatste aanval op iets wat steeds meer bedreigd wordt: onlineprivacy en anonimiteit. ‘Er zijn wereldwijd veel overheden die proberen te voorkomen dat mensen deze sites bezoeken,’ vertelde Dingledine me, toen ik hem op een middag in een café in Philadelphia sprak. Toen ik hem vroeg welke andere overheidsinstanties Tor proberen te kraken, haalde hij zijn schouders op. ‘Ik heb werkelijk geen idee,’ zei hij. ‘En dat is echt verontrustend.’

© Studio Odilo Giro
© Studio Odilo Giro

Dan Kaufman, de opgewekte, grijzende directeur 
van het Defense Advanced Research Projects Agency (DARPA) – de research & development-tak van het ministerie van Defensie – was ooit computergameontwerper, maar nam ontslag om tegen echte criminelen te gaan vechten. In een donkere vergaderruimte in het onopvallende hoofdkwartier in Arlington, Virginia, zet hij een enorme HD-monitor aan om me te laten zien hoe DARPA de ultieme onlinegame probeert te winnen: agent-en-diefje in het digitale tijdperk.

Als voorbeeld toont hij een advertentie van een prostituee die Cherry heet: een slanke, Aziatische vrouw die er op de foto uitziet als negentien, maar ook in de dertig zou kunnen zijn. Volgens de beschrijving is ze 1,64 m lang, heeft ze schouderlang bruin haar en geen tatoeages of piercings. Cherry is slachtoffer van vrouwenhandel, een van de 600.000 tot 800.000 vrouwen die volgens het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken elk jaar over de grens worden gesmokkeld. Het is de snelstgroeiende criminele onderneming ter wereld, waarmee jaarlijks bijna 100 miljard dollar wordt verdiend. En net als andere criminele activiteiten – zoals drugs- en wapenhandel – is ook de vrouwenhandel verplaatst van de straat naar de krochten van het internet: anonieme fora, versleutelde chatrooms, betaaldiensten en andere sites die onvindbaar zijn voor zoekmachines. Dat probleem bracht DARPA op het idee om actie te gaan ondernemen. Ze ontwikkelden Memex, een zoekmachine die op het Deep Web en het Darknet werkt. Memex kan het verborgen web doorzoeken, sites opsporen en gegevens opslaan die naderhand kunnen worden uitgekamd, net zoals het gewone internet kan worden doorzocht met Google. Het is het nieuwste en belangrijkste wapen van internetonderzoekers, een wapen waarmee het verborgen internet voor het eerst kan worden blootgelegd. 
Zoals Kaufman me laat zien, kan Memex met alleen maar Cherry’s mailadres via één muisklik een uitgebreide lijst tevoorschijn toveren van gerelateerde aanknopingspunten: telefoonnummers, adressen van massagesalons en foto’s die gelinkt zijn aan haar internetadvertenties.

Memex is het geesteskind van dr. Christopher White, een voormalige program manager van DARPA. White, nog maar 33 jaar oud, heeft zijn sporen verdiend als leidinggevende functionaris van DARPA in Afghanistan en richt zich de laatste jaren op het Darknet. Hij raakte daartoe geïnspireerd toen hij zag hoe allerlei overheidsinstanties volstrekt onvoorbereid waren op het uitroeien van internetcriminaliteit. ‘Ze gebruikten daar Google en Bing voor,’ zegt hij. ‘Maar wat zij zochten kan daar niet mee aan het licht worden gebracht: dat bevindt zich in het diepere Darknet.’


Overheidsinstanties en wetshandhavers werken tegenwoordig nauw samen met DARPA om Memex aan hun behoeften aan te passen, en ook om IS-ronselaars op te sporen die zich op internet verbergen. 
De techniek maakt deel uit van de booming business die het internet probeert te temmen. De zogenaamde ‘threat intelligence’-bedrijven – zoals iSight Partners, dat door The New York Times werd vergeleken met ‘militaire scouts’ – brengen klanten zoals banken en overheidsinstellingen rustig een half miljoen dollar in rekening om het Darknet uit te kammen op potentiële hackers. Volgens Gartner, een technisch researchbedrijf, zou deze markt in 2017 een omvang van een miljard dollar kunnen hebben.

Maar zou het blootleggen van het Darknet uiteindelijk niet betekenen dat er geen enkele vorm van privacy meer mogelijk is op internet? Mensen die zich inzetten voor de vrijheid op internet hopen dat Memex niet zal worden ingezet tegen mensen die het Darknet vanwege legitieme redenen gebruiken. ‘Memex mag dan een fascinerend en krachtig wapen zijn: het kan net als ieder ander wapen voor goede 
en kwade zaken worden gebruikt,’ postte iemand onlangs op een blog over cybersecurity.

Raif Badawi

Voorlopig hebben agenten die strijden tegen het Darknet reden tot feestvieren. Ondanks de opschepperij van de alumni van het Darkode-forum, die beloofden dat ze wel weer zouden opduiken op het Darknet, zijn ze daar nog niet gesignaleerd (wat niet wil zeggen dat ze er niet zijn), en de eerste veroordelingen van de gebruikers van het forum zijn een feit. Maar terwijl de FBI zijn zegeningen telt, vechten mensen die afhankelijk zijn van hun anonimiteit voor hun leven. In augustus besloot het Hooggerechtshof van Saoedi-Arabië om de controversiële zaak te herzien van Raif Badawi, een 31-jarige blogger die was veroordeeld tot tien jaar cel en duizend stokslagen, nadat hij in juni 2012 was gearresteerd omdat hij de geestelijken van het koninkrijk zou hebben bekritiseerd. Badawi, die sindsdien de PEN Pinter Prize heeft gewonnen, is de personificatie van het belang van onlinevrijheid en anonimiteit – dat mogelijk wordt gemaakt door dezelfde software van het Darknet. 
Het Californische congreslid Zoe Lofgren komt op voor Tor, en is een van de weinige wetgevers die gelooft dat de FBI het oorspronkelijke doel niet uit het oog mag verliezen. ‘Tor is met steun van de Amerikaanse overheid ontwikkeld ter bevordering van de vrijheid,’ zegt ze. ‘Dat blijft de belangrijkste bestaansreden, en daarom blijven we de ontwikkeling van Tor steunen.’

Terwijl de strijd over het Darknet doorwoedt, wordt Tor langzamerhand in bredere lagen populair. Facebook heeft al een .onion-versie op Tor, voor mensen die zich minder bekeken willen voelen. Afgelopen juni ging de CEO van Apple, Tim Cook, op een bijeenkomst van EPIC – een non-profitorganisatie voor privacy en burgerrechten – tekeer tegen de pogingen van de overheid om consumentenapparaten te kraken. ‘Het verwijderen van alle versleutelingstools uit onze producten, wat sommige mensen in Washington ons graag zouden willen laten doen, zou alleen maar de brave burgers treffen die erop rekenen dat wij hun gegevens goed beschermen,’ zei hij.

Mathewson voorspelt dat andere internetbrowsers als Firefox Tor als functionaliteit zullen opnemen, en hij hoopt dat privacy binnen vijf jaar ‘een standaardmodus van de communicatie op internet’ zal worden. Maar de ingewikkelde jacht zal beslist niet worden afgeblazen. Want naast de activisten die dergelijke tools gebruiken om de wereld te verbeteren, zullen er altijd mensen zijn die diezelfde tools voor hun criminele activiteiten gebruiken – en wetshandhavers die ze proberen op te sporen. ‘Ik ben net als ieder ander een voorstander van het recht op privacy,’ zei de federale openbare aanklager Hickton, ‘maar jullie zouden toch ook weer niet willen dat we helemaal niets doen?’

Auteur: David Kushner
Vertaler: Lidwien Biekmann

David Kushner schrijft o.a. voor Wired, The New York Times, Rolling Stone en Salon. Zijn boek Jacked: The Outlaw Story of Grand Theft Auto (2012) vormde de basis voor de film The Gamechangers (2015).

Rolling Stone
VS | oplage 1.500.000

Meest gelezen muziektijdschrift van de VS, sinds 1967. Ook cultuur en politiek. Door The Guardian omschreven als de ‘bijbel van de sixties en de tegencultuur’.


Deel dit artikel


Recent verschenen