Niet alleen in het Westen wordt geprobeerd om jihadisten te deradicaliseren. In een gevangenis in Nigeria is met geld van de EU een programma opgezet om strijders van Boko Haram weer op het rechte pad te brengen. Grote vraag is natuurlijk: werkt het?
Gevangenisbewaarder Mala Tata heeft een roeping. Hij ziet het als zijn religieuze plicht om mensen te helpen de staat van verlossing te bereiken. Daarnaast gelooft hij ook dat niet veel mensen zo ernstig hebben gezondigd als de 43 strijders van Boko Haram die hij onder zijn hoede heeft in de Kuje-gevangenis,
aan de rand van Abuja, de Nigeriaanse hoofdstad. Tata werkt al zesentwintig jaar in de gevangenis. Hij leidt een team van imams in een unieke deradicaliseringstherapie gericht op de rehabilitatie van de Boko Haram-gevangenen.
Zijn team, bestaande uit gevangenismedewerkers, heeft een zeer intensief contact met de groep en houdt dagelijks spirituele sessies met ze waarin
de basis van hun geweldsideologie ter discussie wordt gesteld.
‘Sommigen zijn analfabeet. Zij kunnen zelf niet uit de Koran citeren, toch beweren ze dat ze de jihad nastreven,’ aldus Tata, een vrolijke, verzorgd uitziende man. ‘Anderen hebben wel op school gezeten. Ze hebben de Koran en de Hadith gelezen, maar ze begrijpen de islam niet echt. Satan heeft ze dingen in het oor gefluisterd.’
Kuje, een extra beveiligd detentiecentrum, is Nigeria’s proeftuin voor een programma dat bedoeld is om gewelddadig extremisme aan te pakken (‘countering violent extremism’, CVE) en in maart is gestart. In de kern komt de ‘behandeling’ van mannen
die vastzitten vanwege aan terrorisme gerelateerde misdrijven erop neer
dat hun gedrag via activiteiten zoals therapie, sport, scholing en vakonderwijs kan worden aangepast. Als ze vastzitten worden ze bovendien minder gauw gerekruteerd door Boko Haram, en uiteindelijk kunnen ze worden geïntegreerd in de maatschappij.
Open universiteit
Het opbouwen van een band tussen het ‘behandelingsteam’ en de Boko Haram-gevangenen, die officieel
cliënten worden genoemd, wordt gezien als de basis van het succes van de CVE-strategie. Tata heeft zich uit patriottische motieven bij het team aangesloten en ook vanuit het geloof dat hij door het verrichten van Gods werk een spirituele beloning zal krijgen.
Dat biedt enige troost. ‘Het zijn uiterst gevaarlijke mensen. Er kan van alles gebeuren. We weten dat ze contact hebben met hun mensen buiten de gevangenis,’ vertelt hij. Tata heeft die risico’s persoonlijk ervaren: hij is gewond geraakt toen Boko Haram een aanval uitvoerde op de gevangenis, maar hij wil er niet over praten. Hij is ervan overtuigd dat het tij op militair terrein is gekeerd en dat nu de rebellen op de vlucht zijn geslagen. ‘De “cliënten” in Kuje weten dat ze aan de verliezende hand zijn,’ zegt hij. ‘Zij kijken ook tv.’
Op de dag dat ik de gevangenis bezoek, speelt ‘Arsenal’ tegen ‘Chelsea’ in Kujes versie van de Champions League: beide gevangenisteams worden driftig aangemoedigd, het gejuich schalt over de muur.
Maar het doel van mijn bezoek is de ‘derad’-vleugel, een rustiger, meer afgeschermd gedeelte met moderne klaslokalen, die oorspronkelijk bedoeld waren voor een open universiteit. In tegenstelling tot de rest van de sobere gevangenis is hier zelfs airco.
Ik ga met een van de cliënten in een kamertje zitten. De forse kerel aan de andere kant van de tafel draagt een spijkerbroek en een strak T-shirt. Hij heeft een afrokapsel, een onverzorgde baard en een grote ring aan een vinger. Hij noemt zichzelf een commandant, maar ziet er meer uit als een man die
je ook in een club kunt tegenkomen. Hij spreekt Hausa, de lingua franca
van het noorden, in korte zinnetjes, en eindigt iedere gedachte met een ‘Zeg dat tegen hem’ tegen de imam die tolkt – erop gebrand dat zijn verhaal wordt gehoord.
Hij ziet zichzelf als een veranderd man, wat hij toeschrijft aan Tata en zijn team. Wanneer we hem tijdens het interview vragen waar in de Koran het doden van burgers wordt gerechtvaardigd, zegt de commandant herhaaldelijk dat hij zich dat niet meer kan herinneren. Kennelijk wil hij niet ingaan op zijn vroegere ideeën. ‘Ik ben veranderd, ik wil het niet hebben over rechtvaardiging.’ De imam stelt voor dat we verder gaan.
Vrijwillige deelname
Ferdinand Ikwang staat aan het hoofd van het nationale derad-programma, dat valt onder het Office of the National Security Adviser (ONSA). Hij heeft de leiding over een netwerk van projecten die de economische en sociale omstandigheden aanpakken die aanzetten tot radicalisme, maar zorgt er ook voor dat de basis wordt gelegd voor de ontwapening, demobilisatie en reïntegratie van Boko Haram als dat leger is verslagen en er een vredesovereenkomst is gesloten.
Hij neemt een ferm standpunt in ten opzichte van mannen die de wapens opnemen. Degenen die wreedheden hebben begaan, komen in een derad-programma in de gevangenis. Maar het lagere voetvolk dat het programma heeft doorlopen komt in aanmerking voor vrijlating en mogen ‘hun gewone leven voortzetten’, zij het onder toezicht.
De maatstaf is niet of ze hun overtuiging hebben laten vallen, maar of het gevaar bestaat dat ze ‘een wapen zullen oppakken’, legt Ikwang uit.
Kuje is niet de enige gevangenis met Boko Haram-gedetineerden. Agwata, in de buurt van Onitsha, een stad in het oosten van Nigeria, heeft er ongeveer honderd, die zich eerder dit jaar hebben overgegeven. Daar begint binnenkort ook een derad-programma, onder leiding van personeel dat is opgeleid in Kuje. En nu steeds meer rebellen de wapens neerleggen komen er nog meer ONSA-centra die Boko Haramleden opnemen.
Deelname aan het derad-programma is vrijwillig. In Kuje hebben vier gevangenen ervoor gekozen om niet mee te doen aan het programma, maar dat deden ze meer om een praktische dan om een ideologische reden: ze vechten de beschuldiging van het OM aan dat
ze lid van de groep zijn.
Sommigen zijn analfabeet. Zij kunnen niet uit de Koran citeren, toch beweren ze dat ze de jihad nastreven
De meesten van de overige 39 cliënten – allemaal in voorarrest – worden al vier jaar vastgehouden, hoewel niet altijd in Kuje – en als ze in handen zijn van de veiligheidsdienst, is dat niet altijd onder de meest humane omstandigheden.
De voordelen van deelnemen aan het derad-programma zijn duidelijk: ten eerste krijgen de meesten een afgeschermde cel met een stapelbed, totaal anders dan de omstandigheden in de rest van de gevangenis, die in 1989 werd geopend als een detentiecentrum met plaats voor tachtig mensen. Nu zitten er 910 gevangenen in.
Ze hebben een gerenoveerde vleugel voor henzelf, gefinancierd door de Europese Unie, waar de gestructureerde dagelijkse activiteiten plaatsvinden. Ze hebben dingen als toiletpapier en zeep en dat is een voorzieningenniveau dat ongekend is in de met geldtekorten kampende gevangenissen van Nigeria, waar het woord rehabilitatie zelden valt.
‘Een belangrijk uitgangspunt van het programma is dat niemand gedwongen wordt eraan deel te nemen, het is op vrijwillige basis,’ vertelt Kasali Yusuf, coördinator van het gezamenlijke team van ONSA en de penitentiaire inrichting in Kuje. ‘Aanvankelijk melden ze zich waarschijnlijk alleen aan vanwege de privileges, die vervolgens toch ook maken dat ze milder gestemd worden.’
Maar omdat de gedetineerden van Boko Haram onder de overige gevangenen toch al buitengewoon weinig geliefd zijn, ‘leiden die privileges tot veel rancune, wat voor ons weer een uitdaging is. We hebben de andere gevangenen moeten uitleggen dat
het speciale programma wordt gefinancierd door de EU,’ legt Yusuf uit.
Yusufs baas, de manager van het behandelingsteam, is de psycholoog dr. Wahaab Akorede. Na bestudering van de casestudy’s van de 43 cliënten komt hij tot de conclusie dat wat hen onderscheidt van de doorsneecrimineel, hun intense woede is, hun verlangen om ‘alles kort en klein te slaan’. Dat suggereert dat ze zelf een trauma hebben opgelopen: ze zijn zo wanhopig, hebben zo weinig toekomstmogelijkheden, dat ze bereid zijn om te geloven dat
het paradijs de beloning voor hun
martelaarschap zal zijn.’
In alle steden nemen ze mensen gevangen, vermoorden ze mensen. Wie blijven er dan nog over als je onderdanen?
Geen diepe religiositeit
Noch Akorede noch Yusuf – allebei moslim en ervaren gevangenismedewerker – zien veel tekenen die wijzen op een diepe religiositeit onder de mannen in het derad-programma. Akorede noemt andere potentiële
factoren: polygame gezinnen waar vrouwen concurreren om de liefde
van de man ten koste van de kinderen; de traditionele wijze waarop de islam wordt onderwezen in het noorden, die de jongemannen onvoldoende voorbereidt op de moderne arbeidsmarkt; de harteloosheid van achtereenvolgende regeringen waaronder zovelen hebben geleden en een vroege dood zijn gestorven, ‘tot zelfs God er wel even genoeg van kreeg om die Nigerianen steeds weer te zien langskomen’.
‘Vervreemding’ is volgens hem de meest voor de hand liggende verklaring voor de aantrekkingskracht van Boko Haram. De aanhangers zijn voornamelijk mannen met weinig opleiding en alleen af en toe wat los werk aan de randen van de stad, ‘die ook door
moslims in hun eigen gemeenschap als uitschot worden beschouwd’. Ze zijn boos, ‘en religie is het platform om die woede te ventileren’.
Akorede verdeelt de mannen in Kuje in twee groepen: de grote jongens en de volgers. ‘De grote jongens zijn de slimmeriken. Zij weten hoe ze mensen moeten manipuleren. Ze zeggen: “Jouw religie is bijzonder en die wordt bedreigd.”’ In wezen creëren ze een sekte voor wie iedereen de vijand is, inclusief de traditionele religieuze leiders.
En wanneer een beroep op de religie en het martelaarschap niet voldoende is, biedt Boko Haram aan om je familie
te helpen. ‘Bijvoorbeeld: een man is niet gelukkig. Hij heeft niet de kans gekregen om een opleiding te volgen. Hij heeft geen toekomst. Als je hem 10.000 naira [$ 50] geeft, draagt hij die bom,’ zegt Akorede.
Slechte indicatoren
De commandant lacht wanneer hem wordt gevraagd naar de datum waarop hij zich aansloot bij Boko Haram.
De sekte werd gesticht in 2002 door een jonge geestelijke, Mohammed Yusuf, in de noordoostelijke stad
Maiduguri. Die stad ligt midden in
een regio die eeuwenlang een centrum was van islamitisch onderwijs.
Maar het radicalisme van de commandant dateert al van voor de beweging. ‘Ik was al Boko Haram voordat Boko Haram bestond,’ pocht hij, en hij gebruikt de officiële naam van de groep, Jama’atu Ahlis Sunna Lidda’awati wal-Jihad (‘een beweging gewijd aan de verbreiding van de leer van de Profeet en de Jihad’).
De commandant komt uit ‘een familie waar onderwijs belangrijk werd gevonden’. Maar hij was opstandig, maakte zijn school niet af, en ging werken in een graanmolen in zijn geboorteplaats Biu. Toen zijn vader daarachter kwam, gooide hij hem het huis uit. Vanaf dat moment werd de commandant steeds meer aangetrokken tot de islam en belandde ten slotte in een koranschool in de naburige staat Adamawa, geleid door een Pakistaanse sjeik.
De maatstaf is niet of ze hun overtuiging hebben laten vallen, maar of het gevaar bestaat dat ze een wapen zullen oppakken
In Nigeria was destijds veel beroering over de sharia. In 2000 was de sharia
in twaalf overheersend islamitische staten in het noorden ingevoerd na de roep van de gewone islamiet om een tegengif tegen de corruptie waar de gewone Nigeriaan dagelijks mee werd geconfronteerd. Maar in plaats daarvan werden werkelijke hervormingen tegengehouden door een ‘politieke sharia’, die de belangen van de elite beschermde, waardoor de noordelijke religieuze en politieke leiders nu door sommige radicalen als doelwit werden gezien.
‘Het was niet moeilijk om jongeren
aan te trekken. Ze waren nieuwsgierig naar verhalen over de jihad,’ zegt de commandant. Deels kwam dat door de traditionele Almajirai-scholen, waar miljoenen jongens in het noorden nog steeds naartoe worden gestuurd.
Ze komen bij een koranleraar (die
niet noodzakelijkerwijs over een goed begrip van de tekst beschikt) om teksten uit hun hoofd te leren, en voorzien met bedelen in hun eigen onderhoud en dat van hun leraar. Dat heeft het noorden qua opleiding op een achterstand gezet, waardoor op straat het verzet sluimert.
Het noordoosten van Nigeria heeft de slechtst denkbare sociale indicatoren. Tot de jaren tachtig bestond in het noorden een traditie van progressieve bewegingen. Die streden voor de rechten van de ‘talakawa’ (de gewone burgers) tegen het feodale conservatieve establishment, dat als de oorzaak van hun armoede werd gezien, maar tegenwoordig is het volksverzet tegen onrecht meer religieus georiënteerd.
De confrontatie tussen Boko Haram en de overheid explodeerde in juli 2009. Yusuf had ruzie gekregen met de autoriteiten van de staat Borno en na de moord op een groep van zijn volgelingen beloofde hij wraak te zullen nemen. Zijn mannen vielen politiebureaus
en overheidsgebouwen aan in vier noordelijke staten. Tijdens die gevechten vielen zevenhonderd doden, onder wie ook Yusuf, vermoord terwijl hij in Maiduguri in voorarrest zat.
De commandant, die naar de noordelijke stad Kano vluchtte en daar tot zijn gevangenneming ondergedoken zat, brengt een onderscheid aan tussen de begindagen van Boko Haram en het extreme geweld van de groep onder Yusufs opvolger, Abubakar Shekau,
een krijgsheer die als meer gewelddadig dan geschoold wordt beschouwd, en die gemene zaak maakt het de mondiale jihadistenbeweging.
‘Ik weet niet hoe het is gebeurd. In alle steden nemen ze mensen gevangen, vermoorden ze mensen. Wie blijven er dan nog over als je onderdanen? Dat begrijp ik niet,’ zegt de commandant. Meer dan 25.000 mensen zijn omgekomen bij aan Boko Haram gerelateerd geweld, zowel in Nigeria als over de grens – voor het overgrote deel medemoslims.
Tata heeft nog een cliënt voor me om mee te praten, een tengere man met een bril, een keurig verzorgde baard
en een schone witte dashiki, een tuniek. Hij spreekt vol respect over wat hij beschouwt als Yusufs integriteit en waarachtigheid. Zijn verklaring voor
de opkomst van Boko Haram is dat de Nigeriaans maatschappij bevrijd moest worden van corruptie, onrecht en homoseksualiteit.
Hij had deel uitgemaakt van Yusufs kabinet, of ‘shura’, en zegt dat hij
voordat hij werd opgepakt in 2011,
de leider van Boko Haram was in drie staten: Bauchi, Gombe en Plateau. Hij beschuldigt de autoriteiten van ongerechtvaardigde agressie en geeft als voorbeelden het platgooien van de grote Markaz-moskee van de groep
na de opstand in Maiduguri en de
buitengerechtelijke moord op Yusuf, waarvoor geen politieman is veroordeeld. Als iemand het levende bewijs is van Akoredes stelling over de gevaren van gefrustreerde, boze individuen, dan is het wel deze gedreven man.
Hij had ‘38 of 40’ broertjes en zusjes en hoewel hij de basisschool had afgemaakt, ging hij op zijn twaalfde van de middelbare school af. Hij werd monteur van elektrische auto’s in Maiduguri, maar de armoede in het noorden en de onverschilligheid van de rijken wekten woede in hem op. ‘Ik geloofde dat als je bereid was om geweld te gebruiken, je je doel kon bereiken.’
Hij praat niet over waar hij heeft gevochten of wat hij heeft gedaan,
hij zegt alleen: ‘Voor ik dit programma had gevolgd zou ik geen tijd voor je hebben gehad. Er zouden geen grapjes worden gemaakt. Ik was hard. Nu besef ik dat het belangrijk is om te luisteren en meningen uit te wisselen.’
Weinig mensen in Maiduguri geven toe dat familieleden van hen zich bij Boko Haram hebben aangesloten, maar Mohammed Garima wil zijn verhaal wel vertellen. Zijn 25-jarige neef sloot zich aan bij de groep en hij probeert nog steeds te begrijpen waarom.
‘Armoede zou een reden kunnen zijn,’ zegt hij. De jonge man was bandenreparateur, oftewel een vulkaniseerder, en verdiende waarschijnlijk zo’n vijf dollar per dag. ‘Maar er was nog iets. Hij zonderde zich altijd af van mensen, meende dat hij religieuzer was dan alle andere mensen.’
Garima had zelf Yusuf horen preken en was er niet van onder de indruk. ‘Hij veroordeelde alles: de wegen, de sociale voorzieningen, het onderwijs, de ziekenhuizen, dingen waar we gebruik van maken – dingen waar hij gebruik van maakte – en weinig van wat hij zei had iets spiritueels.’ In 2009 verdween zijn neef en de familie wist toen meteen dat hij zich had aangesloten bij Boko Haram. Af en toe zocht hij contact, en toen zijn oma overleed, eiste zijn vader dat hij langskwam. Toen hij in de stad was, werd hij herkend en gearresteerd. Garima heeft later gehoord dat hij
in detentie is gestorven op de luchtmachtbasis Kainji bij Maiduguri.
Harde kern
Alle mensen met wie ik in Maiduguri sprak, deelden een overtuiging die
de moeilijke positie van het derad-
programma weergeeft: voor de harde kern van Boko Haram is re-integratie onmogelijk. ‘Ze verschijnen in de gedaante van een mens, maar eigenlijk zijn het duivels,’ zegt een man die anoniem wil blijven. ‘Zo iemand heeft je moeder of je vader vermoord, je huis in brand gestoken; hoe kan je met zo iemand samenleven? Dat is onmogelijk,’ voegt Garima eraan toe. Hij is iets verzoenender ten opzichte van hen die gedwongen werden zich aan te sluiten. In sommige gevallen kan er amnestie worden verleend, ‘maar ze zullen naar een andere staat moeten worden gebracht, anders gaan mensen wraak nemen,’ zeg hij.
Volgens Ikwang, de leider van het derad-programma, maar ook een
deskundige op het gebied van ontwapening, demobilisatie en re-integratie, mogen ze in de maatschappij terugkeren via zogenaamde ‘halfway houses’ en komen dan onder toezicht te staan. Ze worden op basis van hun beroep ingedeeld in coöperaties, waar therapie verplicht is.
De acceptatie door de gemeenschap is essentieel. ‘Als je vierhonderd ex-krijgers laat terugkeren in de gemeenschap, moet je de gemeenschap erbij betrekken. Als er vierhonderd van die ex-rebellen bij komen, moet je ook voor vierhonderd lokale jongeren een plek bieden in een werkgelegenheidsprogramma van de overheid, anders gaat de ontvangende gemeenschap luidkeels protesteren en dreigen hen
te zullen vermoorden,’ aldus Ikwang.
Maar gezien de slechte reputatie van de Nigeriaanse overheid als het aankomt op het uitrollen van wat langer durende programma’s, het oormerken van de fondsen en de efficiënte besteding ervan, rijst de vraag hoe voorkomen kan worden dat het derad-programma ten onder gaat in schandalen en verspilling. Akoredes antwoord is een koppig ‘We hebben geen andere keuze dan stug door te zetten’.
Acceptatie door de gemeenschap is essentieel
Resultaten
Er is een nog fundamentelere vraag: werkt zo’n deradicaliseringsprogramma nu echt? Natuurlijk is het in de Kuje-vleugel volkomen veilig, dat is zowel in het belang van het personeel als van de gedetineerden. De leden van het behandelingsteam dragen burgerkleding en bewegen zich vrijelijk onder de cliënten en praten gewoon met ze, een noviteit voor sommigen die gewend zijn aan gevangenissen waar een gedetineerde op zijn hurken moet gaan zitten voor hij een bewaarder mag aanspreken.
‘De uitdaging is om het hart en de ziel van de extremisten te bereiken,’ vertelt Ekpedeme Udom, het hoofd van alle derad-programma’s. ‘Dit is nieuw in Afrika en we hebben buitengewoon goede resultaten.’ Maar als ervaren gevangenismanager is ze heel goed
op de hoogte van de discussies die er dagelijks in Kuje worden gevoerd
tussen cliënten en de staf, waarbij beide partijen opkomen voor hun eigen belangen.
Udom behoort tot een nieuwe generatie hervormingsgezinde gevangenismanagers. Ze kreeg carte blanche om namens ONSA het programma in Kuje te ontwikkelen, voortbordurend op de CVE-programma’s die in Azië en het Midden-Oosten worden toegepast.
Deradicalisering vereist een reusachtige investering, van het opleiden van personeel tot het opschalen van voorzieningen en het financieren van programma’s die de ex-rebellen na hun vrijlating moeten volgen. De literatuur geeft geen duidelijke recidivismecijfers en biedt dus geen juist beeld van de resultaten. Een deel van het probleem is ‘dat het gewoon nog te vroeg is om er iets over te zeggen,’ legt Udom uit. ‘CVE wordt nog maar zo’n tien jaar in de wereld toegepast.’
Ikwang maakt zich wel zorgen over een meer structureel probleem, dat voorkomt uit Nigeria’s slechte bestuurlijke staat van dienst, waardoor Boko Haram –
en andere sluimerende conflicten verspreid over het hele land – konden
ontstaan. ‘Extremisme is een ideologie die bij de kern moet worden aangepakt, te beginnen op de kleuterschool, met een overheid die zich veel ontvankelijker en verantwoordelijker opstelt ten opzichte van haar burgers,’ waarschuwt hij. En peinzend verzucht hij: ‘Hoe hebben wij deze generatie kinderen
zo in de steek kunnen laten?’
Obi Anyadike

