Sinds zijn hatelijke tirades tegen Mexicaanse immigranten, heeft el señor Trump voor de jeugd uit de latinogemeenschap het imago van een schurk uit een superheldenstrip.
Latinokinderen hebben een hele hoop monsters en spoken om van te griezelen. Neem La Llorona, die haar dode kinderen beweent [er bestaan vele versies van het verhaal, maar het gaat altijd om een moeder die haar kinderen heeft vermoord, waarna ze ‘s nachts huilend naar hen op zoek gaat]. Of de iets jongere legende van de Chupacabra, die zich voedt met het bloed van geiten, maar desnoods ook met stoute, kleine kinderen. En nu kunnen we een nieuwe boeman toevoegen aan het Latijns-Amerikaanse arsenaal van enge verhalen voor het slapengaan. Die boeman heet ‘de Donald’.
Sinds Donald Trump zijn campagne voor het Republikeinse kandidaatschap begon met een hatelijke tirade tegen Mexicaanse immigranten heeft hij in de latinogemeenschap een imago als van een schurk in superheldenstrips. De boeman met het fletse pompadoerkapsel die met dreigementen en beledigingen strooit is inmiddels in ieder latinogezin een begrip. Kinderen zien hem op tv of horen aan tafel hun ouders over hem praten.
In Lynwood, een overwegend door latino’s bevolkte arbeiderswijk in Los Angeles, is het niet moeilijk om kinderen te vinden die van el señor Trump hebben gehoord. Hugo, zeven jaar en klein van stuk, is de zoon van Mexicaanse immigranten. Hij is nog te jong om te snappen wat Trump bedoelt als hij Mexicaanse immigranten voor ‘verkrachters’ uitmaakt, en vat diens boodschap kernachtig samen als ‘Mexicanen zijn lelijk’.
‘Zijn woorden raken ons latino’s in de ziel’
Als Trump Mexicanen weer eens publieke- lijk voor moordenaars uitmaakt, raken zijn woorden ons latino’s in de ziel. We zijn beledigd, we zijn gekwetst en we zijn boos. ‘Ik ben bang dat iemand hem iets zal aandoen,’ zei mijn dochter van tien laatst. En je kunt Trump nu al een symbolisch pak slaag geven: aan de andere kant van de grens, in Tijuana, gaan Trump-piñata’s als warme broodjes over de toonbank.
Grootste angst
Trumps campagne speelt in op de grootste angst van gezinnen zoals dat van Hugo: de kans dat Hugo van zijn ouders gescheiden wordt. Hugo is in de VS geboren [en daarmee automatisch Amerikaans staatsburger], maar zijn vader en moeder zijn tien jaar geleden uit Mexico gekomen.
‘We hebben hem verteld dat wij niet over dezelfde papieren beschikken als hij,’ zegt Hugo’s vader. ‘En we hebben hem moeten uitleggen dat er mensen zijn die ons hier niet willen, zoals Donald Trump en Arpaio.’ Hij doelt op sheriff Joe Arpaio van Maricopa County in Arizona. Die was in juli aanwezig op Trumps verkiezingsbijeenkomst in Arizona en staat bekend om zijn harde beleid tegen illegale immigranten. In gedachten noem ik hem altijd onze Cucuy (naar de boeman uit volks- verhalen, ook wel El Cuco genoemd, die kinderen ontvoert). Presentator Bill O’Reilly van Fox News is voor mij El Cadejo (een boze geest met scherpe tanden) en de conservatieve commentator Ann Coulter een Llorona die ¡Adiós, América! krijst – de titel van haar laatste anti-immigratieboek, waarin ze Mexico een ‘derdewereld-hel’ noemt.
Maar het is vooral ‘de Donald’ die tegenwoordig in de belangstelling staat. Met zijn ongegeneerde vreemdelingenhaat ligt hij in het versnipperde Republikeinse kamp ineens op kop. Net als sommige politici destijds in de Weimarrepubliek heeft hij een ideale zondebok gevonden in een groep die zich moeilijk kan verdedigen en waar een flinke minderheid van het electoraat graag op afgeeft.
‘Wij latino’s worden sterker en dat zint hem niet’
En zijn schimpscheuten spoken ook de allerkleinsten door het hoofd. ‘Hij zei dat Mexicanen slecht zijn, dat ze drugs willen verkopen,’ zegt de negen jaar oude Alexandra Rubalcava. ‘Hij wil de Mexicanen het land uit schoppen en hier alleen met Amerikanen wonen. Dat vind ik niet netjes. Iedereen moet eerlijk zijn, we moeten allemaal netjes behandeld worden.’ Alexandra is met haar vader en haar twee zusjes in Plaza México, een winkelcentrum in Lynwood dat de Mexicaanse identiteit uitdraagt met replica’s van Olmeekse beelden, een standbeeld van Pancho Villa en de gevel van een koloniale kerk. Ik vraag waarom ze trots is op Mexicanen. ‘Omdat ze heel hard werken voor geen geld,’ zegt ze.
Anderen zien in Trumps agressie een teken van zwakte. ‘Wij latino’s worden sterker en dat zint hem niet,’ zegt Irene Huerta, een studente van 24. ‘Hij kan ons wel uitschelden, maar steeds meer latino’s gaan studeren en willen daarin uitblinken. Ik in ieder geval wel.’ En Trump is dus alleen maar een extra aansporing. Dat krijg je als je een hele bevolkingsgroep aanvalt: je wordt een hoofdstuk in hun verhaal over de obstakels die ze hebben moeten overwinnen.
Fabeltje
‘Mijn broer heeft me een filmpje laten zien,’ zegt Damaris, op de draaimolen in Plaza México. ‘Hij zegt heel verkeerde dingen over Mexicanen.’ Een meisje van tien zoals Damaris ziet ‘de Donald’ op de roltrap in zijn Trump Tower. Of ze ziet hem in Texas bij de grens, een wit petje op zijn hoofd met de tekst ‘Make America Great Again’. En ze begrijpt niet precies wat hij zegt, maar ze voelt dat haar ouders en haar grote broer boos en bezorgd zijn. En zo leert ze van ‘de Donald’ onbedoeld diezelfde waardevolle les die de essentie is van alle griezelverhalen: pas op, want er zijn mensen in de wereld die je kwaad kunnen doen.
Maar wees niet bang, niños. Monsters zijn uiteindelijk maar een fabeltje. En je kunt er altijd een piñata van maken en daar net zo hard op slaan tot het papier scheurt en er snoep uit valt.
Héctor Tobar

