iedere caleno heeft de salsa in het bloed scaled


Het Colombiaanse Cali staat niet langer alleen bekend om drugs en geweld. Het is de nieuwe wereldhoofdstad van de salsa. ‘Als ik niet zou dansen, zou ik al dood zijn.’

De tocht begint zoals gebruikelijk in Colombia. Dat zegt althans de Spaanse cineaste Chus Gutiérrez (El calentito, Retorno a Hansala) vanaf de achterbank van de taxi. Mobieltje in de hand, kwaaie kop: ‘Ze zijn de afspraak met ons vergeten.’ Reusachtige bomen met onbekende namen werpen langgerekte schaduwen in Santiago de Cali.

Het is vroeg in de ochtend. We waren op weg naar een van de bekendste dansscholen, maar zullen daar nooit aankomen. Een van de dansers van de school speelt mee in de film Ciudad delirio, die Gutiérrez hier een jaar geleden draaide. Over haar ervaringen bij het maken van de film kan ze kort zijn: ‘Van begin af aan waren we met alles te laat.’ In deze stad raken taxichauffeurs de weg kwijt, reageren mensen ineens niet meer als je hen belt. Maar altijd dient zich een alternatief aan en komen de dingen toch voor elkaar. Deze zomerdagen, bijvoorbeeld, vindt het Festival Mundial de Salsa plaats. Overal in de stad wordt gedanst. Dus rijdt de taxi naar een andere dansschool. Want daar komen we voor, om de wortels van de salsa in het hart van de Caucavallei op te sporen. En om de stappen te volgen die de regisseuse zette toen ze hier een film maakte over de salsagekte in deze tropische stad. Een romantische komedie met de dans als rode draad. Gutiérrez bezocht scholen, voorstellingen en viejotecas, discotheken waar je de ruigste salsa hoort. Ze leerde leraren en leerlingen kennen, oude pioniers, kinderen die vanaf hun prilste jeugd al dansten, gepassioneerde liefhebbers en onderzoekers van het fenomeen. Honderden dansers. Iedereen in haar film is danser, behalve de hoofdrolspelers. En allemaal komen ze uit Cali. Hier brengt de dans iedereen in beweging.

El Mulato

De taxi stopt in het centrum als de zon de stad rood begint te kleuren. We gaan een trap af, een gemeentelijk cultureel centrum in. In de aula komt ons een wolk van menselijk zweet tegemoet. Er is amper licht. Zo’n 250 lichamen bewegen heen en weer als onderwaterplanten. Ritmisch en syncopisch. Op dit moment zonder muziek. In de stilte het geluid van voetzolen op de vloertegels. Bijna hypnotiserend. ‘Een, twee, drie…’ geeft de leraar aan vanaf het podium, ‘vijf, zes, zeven…’

El Mulato, een van de beroemdste dansers van Cali, is bezig aan een megaworkshop salsa. Het is een van de evenementen van het mondiale festival. De zaal is bomvol en uit de speakers klinkt nu op volle sterkte: ‘Una pajarita de verde limón ¡Ay! De verde limón’ [‘Een vogeltje zo groen, ja, zo groen…’] In een duivels tempo. Met een polsbeweging laat de Mulat zijn partner om zich heen wervelen, hij tikt met zijn laarzen op de grond en schokt met zijn knieën. Zij lijkt de grond amper te raken. Het publiek doet het zo goed mogelijk na en moet op adem komen als de muziek eindelijk stopt. Onder applaus pakt de danspartner van de Mulat de microfoon. Ze heeft een wijduitstaand afrokapsel en draagt strakke kleding in de kleuren van Colombia. Dan roept ze door de microfoon: ‘Europeanen denken bij Colombia alleen maar aan cocaïne! Maar ik draag dit T-shirt vol trots!’ Op haar bezwete lichaam staat de Colombiaanse vlag op barsten.

Dans houdt kinderen van de straat. Dans biedt een alternatief in deprimerende wijken

Hoewel een van de beruchtste drugskartels nog steeds de naam van de stad draagt, heeft Cali zich de afgelopen tien jaar ontwikkeld tot veel meer dan een centrum van drugshandel. In dat proces heeft de dans een belangrijke rol gespeeld. Die houdt kinderen van de straat. Die biedt een alternatief in deprimerende wijken. Die verschaft werk aan wie dat nooit had. En die bezorgde de stad het etiket van toeristische bestemming. Het epicentrum van de salsa, met toestemming van Cuba en Puerto Rico. Een stad waar iedereen danst, en waar de scholen hoop geven aan kinderen die uitgesloten dreigen te worden.

Stijl en Smaak

Na de les neemt Chus Gutiérrez ons mee naar een van de meest gerenommeerde academies: Stilo y Sabor [Stijl en Smaak]. Ditmaal zijn er geen problemen met de afspraak. Er gaat een hek open en we gaan een trap op. Aan de muren oude foto’s van legendarische dansers met buitenissige bijnamen als Jimmy Boogaloo, de uitvinder van de pasito cañandonga. Op de eerste verdieping is het heel licht. Op de vloer glanzende tegels. Door de geopende ramen dringt een ondraaglijke hitte naar binnen, beneden ligt een snelweg. Een ingelijst krantenknipsel draagt de kop: ‘Viviana Vargas en Ricardo Murillo, wereldkampioenen salsa 2005’. Vanaf de bovenverdieping klinkt de melodie van ‘Stand by me’, in een latinritme.

Er is een stel aan het dansen. Als ze Chus Gutiérrez zien, houdt de man op met dansen, komt naar de cineaste toe en omhelst haar. Hij heet Camilo Arias, is twintig jaar en heeft het postuur van een atleet. Hij is dansinstructeur op de school en heeft de Spaanse actrice Ingrid Rubio voor de film getraind. Hijzelf komt er ook vluchtig in voor. Kortgeleden was hij hier op het witte doek te zien, toen Ciudad delirio in Colombia draaide. Hij vertelt daarover: ‘De film veroorzaakte hier een revolutie. Vanaf het middaguur stonden de mensen in de rij om een kaartje voor ’s avonds te kopen.’ En hij voegt eraan toe dat het zo goed is geweest voor het imago van de stad, dat het witte poeder ervan af is geschud.

Arias werd tot danser geschoold aan een academie in de deelgemeente Comuna 20. Hiertoe behoort ook de wijk Siloé, een labyrint van willekeurig tegen de helling gebouwde krotten, waar een paar van de beruchtste bendes zijn geconcentreerd. Colombia is nog steeds een van de gevaarlijkste landen ter wereld. In 2013 vonden er meer dan 14.000 moorden plaats. Cali, de op twee na dichtstbevolkte stad van het land, staat meestal op een van de bovenste plaatsen van deze verschrikkelijke index. Vorig jaar werden hier tweeduizend mensen vermoord. In 2011 waren de aantallen vergelijkbaar; rond de 90 procent van de slachtoffers werd om het leven gebracht met een vuurwapen.

Eclectisch en energiek

‘Het was te gek om Cali en onszelf in een speelfilm te zien,’ gaat Arias verder in de kleedkamer van de school, omringd door glittergewaden waarmee een groep leerlingen zal deelnemen aan de finale van het wereldkampioenschap. Tussen de kledingstukken valt een gouden broekje met franje op. Dat zal Viviana Vargas, de oprichtster van de school, dragen.


‘Vivi’, zoals iedereen deze kleine, stralende vrouw noemt, is 28 jaar oud. Voor de film van Gutiérrez heeft ze de hoofdrolspeelster, de Colombiaanse actrice Carolina Ramírez, begeleid, wier rol in Ciudad delirio sterk lijkt op het leven van Vargas zelf: ze geeft les aan kinderen op een academie en bereidt met hen een choreografie voor om als dansers te worden aangenomen voor een show genaamd Delirio, een soort Cirque du Soleil van de dans. De show bestaat echt en voor Vargas is dit verhaal waar gebeurd. Haar school Stilo y Sabor levert 49 dansers (zijzelf incluis) aan Delirio; 29 van hen zijn kinderen; de jongste is vijf en heet Alejandra Arcos, en in de choreografie wordt ze rondgedraaid en opgetild door Juan Felipe Orozco, haar partner van acht, jeugdkampioen bij de World Latin Dance Cup 2013 in Miami. ‘Het is een grote kweekvijver geworden,’ zegt Vargas over haar school, die nu tachtig leerlingen telt.

Ze is een legende in de stad. Op haar zestiende ging ze van school af omdat haar moeder, zo vertelt ze, ‘geen poen had’ om die te bekostigen. Ze schreef zich in bij een dansschool om niet de hele dag ‘soaps te kijken’. Daar koos de danser Ricardo Murillo haar als partner. Drie jaar lang trainde Vargas, totdat haar voeten bijna ‘explodeerden’, zoals ze het zelf uitdrukt. In 2005 kochten ze een ticket naar de Verenigde Staten en deden ze mee aan de wereldkampioenschappen salsa in Las Vegas (later omgedoopt tot World Latin Dance Cup).

Ze wonnen. De trofee prijkt op een plank hoog aan de muur, naast de prijzen van de school. De beelden van die competitie, uitgezonden door de zender ESPN, bereikten Cali en dat leverde de stad een hernieuwd dansbewustzijn. Jarenlang werd er gebroed op een geheel eigen ritme, en dat mondde uit in een razendsnelle, elektriserende salsa. Anders dan de rest. Eclectisch en energiek. Kenmerkend voor Cali, zeggen de kenners. Zeer elementaire passen worden erin gecombineerd met die van Fred Astaire en Michael Jackson (er hangen foto’s van hen aan de muur in de school van Vargas).

Door die overwinning begonnen de caleños [de inwoners van Cali] anders naar hun voeten te kijken. Een jaar later werd voor het eerst het Festival Mundial de Salsa in de stad georganiseerd; het spektakel Delirio, dat nog steeds publiek uit de hele wereld trekt, beleefde zijn première; bij de Winterfeesten werd voor het eerst een massale optocht georganiseerd, waar 1300 dansers aan deelnamen en die de salsódromo werd genoemd, naar de sambódromo, de sambaparade in Rio de Janeiro.

Ineens was de salsa overal. Maar de caleños proberen er nog steeds achter te komen hoe het zover heeft kunnen komen. Die danskoorts bestaat in geen enkele andere stad in Colombia. En waarschijnlijk ook niet meer in die mate in Cuba en Puerto Rico. Terwijl Cali niet eens in de Cariben ligt, de bakermat van de latinritmes. De stad is gesitueerd in het zuidoosten van het land, nabij de Stille Oceaan. De salsageschiedenis moet er nog worden geschreven. Voorlopig wordt ze mondeling overgeleverd, en een groot deel ervan leeft voort.

Dansers van de Swing Latino-school bereiden zich voor op het 7e World Salsa Festival in Cali. Foto: Jaime Saldarriaga/Reuters
Dansers van de Swing Latino-school bereiden zich voor op het 7e World Salsa Festival in Cali. Foto: Jaime Saldarriaga/Reuters

45 toeren

Tegen het vallen van de avond, in de openlucht op een plein, loopt een man tussen de plastic stoelen door om zakjes pinda te verkopen. Vanaf het podium kondigt de presentator de titel van het ‘gesprek’ van die avond aan: waarom danst Cali zo? Het is een van de onderdelen van het Festival Mundial. Een tiental genodigden van tegen de zeventig, met gerimpelde halfbloedgezichten, zullen de microfoon pakken om te praten over de jaren dertig, toen de eerste radiozenders verschenen en het wemelde van de zalen ‘met een rode lamp’ waar ‘de guaracha en de mambo ineens te horen waren, en al die muziek die sommigen Antilliaans en anderen Cubaans noemden’. En ze zullen praten over de rosse buurt en over de stroom immigranten uit Ecuador, uit het oerwoud en uit het kustgebied, die met de industrialisatie kwamen en zich in de arbeiderswijk vestigden. Daar ontstonden nachtclubs als Rayo X en Mickey Mouse, waar ze luisterden naar ‘vinylplaten’ die uit New York kwamen, want daar waren de Cubaanse muzikanten na de revolutie naartoe getrokken. En het waren die muzikanten, en de Puerto Ricanen, die in de jaren zestig een nieuw ritme vormgaven, genaamd boogaloo.

Toen dat Cali bereikte, ‘veranderde het systeem’, want men weet nog dat iemand in de stad – maar niemand weet wie – besloot om die platen in de discotheken versneld af te draaien (op 45 toeren in plaats van op 33). Zo leerde ‘de oude school’ op een versnelde manier te dansen en begonnen ze een eigen stijl te creëren, toen de salsa nog werd gezien als muziek van ‘negers en marihuanarokers’.

De Colombiaanse dansers Leydi Rivas en Juan Preciado op het 8e World Salsa Festival in Cali. Foto: Jaime Saldarriaga/Reuters
De Colombiaanse dansers Leydi Rivas en Juan Preciado op het 8e World Salsa Festival in Cali. Foto: Jaime Saldarriaga/Reuters

Voor alle soorten

‘Het meest glorieuze moment viel samen met het hoogtepunt van de drugseconomie,’ vertelt Umberto Valverde de volgende dag. Hij doet als journalist onderzoek naar de salsa en is tevens medeoprichter van het Festival Mundial. ‘De drugsbaronnen waren afkomstig uit het volk. Ze gaven geld bij bakken uit en de discotheken contracteerden de beste orkesten. Ineens konden we alles wat we op platen en via de radio hadden gehoord in het echt zien. In de jaren negentig begon men in New York zijn belangstelling voor het latinritme te verliezen. In Puerto Rico gaven ze zich over aan de reggaeton. Cali werd de culturele hoofdstad, en waakt nu over de kennis.’

Tegenwoordig is de salsa een bruisende industrie, die op één avond een menigte van drieduizend juichende mensen met spandoeken in de arena bijeen weet te brengen voor de halve finales van het wereldkampioenschap, terwijl er in een andere hoek van de stad nog eens duizend mensen gaan kijken naar het spektakel Delirio, dat wat chiquer en exclusiever is. Salsa voor alle soorten publiek, maar vooralsnog in strikt gescheiden afdelingen.

María Helena Quiñónez Salcedo, gemeentesecretaris van Toerisme en Cultuur, zegt daarover, terwijl ze op de viptribune van het festival haar schouders op de maat van de muziek beweegt: ‘Zelfs de hoogste klassen gaan nu dansen in de tent van Delirio; daar komen klasse 5 en 6. Hier,’ zegt ze doelend op de arena, ‘komen klasse 3, 2, 1, en 0.’ In weinig landen bestaat zo’n sterk klassenbewustzijn als in Colombia. Daar draagt de genoemde sociale indeling in zes inkomensklassen toe bij. In theorie dient de indeling om de hoogte van eventuele staatssteun te bepalen. Maar er zijn ook kritische geluiden, want die indeling houdt de segregatie in stand. Op de luchthaven van Cali staat bijvoorbeeld een gigantisch reclamebord voor luxeappartementen, met in een opvallend kader ‘Klasse 6’.


‘Iedere caleño, rijk of arm, heeft de salsa in het bloed,’ meent Andrea Buenaventura, artistiek leider van Delirio. ‘Dit is een explosieve, vrolijke stad, met een bonte mengeling van mensen van verschillende achtergrond en ras; 60 procent is oorspronkelijk van Afrikaanse afkomst.’ Buenaventura vertelt dat dankzij de show het zelfrespect enorm is toegenomen in een stad die ‘erg heeft geleden onder de verstrengeling van de drugshandel en de volkscultuur’.

Al acht jaar uitverkocht

Delirio ontstond in 2006. De show zou vijf keer worden opgevoerd. ‘Maar Cali stond te popelen om zoiets te zien. De geest was uit de fles en dat bleef zo.’ Het corps de ballet van 180 dansers bedient zich van vier scholen. Buenaventura schat dat de stad er wel vijftig rijk is. Rond de 1250 professionele dansers, en dan nog 2500 in opleiding. De show is het topje van de piramide, het podium dat de jeugd uit de volksbuurten wil betreden om met hun voeten aan de kost te komen. Types als Orlando Urreste: dik, rastahaar, 29 jaar oud. Hij zegt herhaaldelijk: ‘Als ik niet zou dansen, zou ik al dood zijn.’ En voegt er dan aan toe: ‘In mijn jeugd moest je altijd op je hoede zijn. Van mijn vrienden leven er al een paar niet meer. Ik noem dat de maatschappelijke zuivering. De goeden worden het slachtoffer van de kwaden.’ En dan tot slot: ‘Voor mij biedt de salsa een kans op verandering.’

‘In mijn jeugd moest je altijd op je hoede zijn. Van mijn vrienden leven er al een paar niet meer’

De show van Deliro duurt drie uur. Er is één voorstelling per maand. Er kunnen duizend mensen in de tent. Al acht jaar lang zijn alle kaarten in de voorverkoop al uitverkocht. En die kaarten zijn niet goedkoop: 150.000 peso, ongeveer 75 euro (het bbp ligt rond de 6000 euro, minder dan eenderde van dat van Spanje). Over de rode loper naar de tent, waar twaalf jaar oude whisky wordt geschonken, gaat een stoet van beautiful people. De show verandert om de zoveel tijd. Wij zijn aanwezig bij een voorstelling getiteld Mulier, waarin een plaatselijke geschiedenis wordt verteld: hoe een stad verandert dankzij de dans.

Gezeten op een van de voorste rijen buigt Chus Gutiérrez zich af en toe naar ons over om te zeggen: ‘Moet je Camilo zien, wat een stuk!’ en ‘Dat is Viviana!’ Veel van de dansers komen voor in haar film. De show begint in de jaren dertig, met een radio midden op het podium. Vanaf dat punt gaan de choreografen alle stijlen langs, van de foxtrot tot de chachacha. Totdat ze hun eigen stijl vinden. Die van Cali. Dan versnelt het orkest het ritme en vliegen de vonken ervan af. En de dansers daar op de planken heffen trots het hoofd voor een kapitaalkrachtig publiek.

Auteur: Guillermo Abril
Vertaler: Harriët Peteri

El País
Spanje, dagblad, oplage 397.000
Zes maanden na de dood van Franco opgericht. Prachtige tabloidkrant met exquise journalisten en bijdragen van grote Spaanse schrijvers.


Deel dit artikel


Recent verschenen