ik schrijf je niet als een gek maar als de broer die je kent


‘Het is misschien een soort van quarantaine die ik moet ondergaan,’ schreef Vincent van Gogh vanuit het ziekenhuis aan zijn broer Theo.

Nadat Vincent van Gogh zijn oor had afgesneden – waarmee hij nog steeds wordt herinnerd bij het grote publiek – werd hij op verzoek van de buren door de politie in een ziekenhuis opgeborgen. Daar schreef hij een paar weken later, op 19 maart 1889, het volgende aan zijn broer Theo op de achterkant van een envelop, al zijn briefpapier had hij al verbruikt: ‘In ieder geval, hier zit ik dan voor lange dagen opgesloten achter slot en grendel en met bewakers in de isoleercel, zonder dat mijn verwijtbaarheid bewezen of zelfs maar aantoonbaar is.’ Hij verzekerde zijn broer: ‘Ik schrijf je in het volle bezit van mijn tegenwoordigheid van geest en niet als een gek, maar als de broer die je kent.’ Hij eindigde de brief met: ‘Het is misschien een soort van quarantaine die ik moet ondergaan.’ Een toevallige parallel met het heden.

‘Van Goghs brieven zijn de interessantste ooit geschreven door een kunstenaar,’ schrijft Van Gogh-deskundige Martin Bailey in The Art Newspaper. Het Van Gogh Museum heeft meer dan achthonderd brieven in bezit (naar schatting heeft de schilder er zo’n tweeduizend geschreven), maar door hun kwetsbaarheid worden de brieven zelden getoond. Nu biedt de tentoonstelling Je liefhebbende Vincent de kans om meer dan veertig brieven in levenden lijve te zien. De vroegste brieven komen uit 1872, toen Van Gogh nog jongste bediende was bij een Haagse kunsthandel, en zijn laatste is slechts vier dagen voordat hij overleed, na zichzelf in 1890 in Auvers-sur-Oise in de buik te hebben geschoten, geschreven.

b0517v1962v gb

_1. Brief van Vincent van Gogh aan Theo van Gogh met schets van Bloeiend perenboompje, Arles,
c. 13 april 1888. – ©  Van Gogh Museum, Amsterdam (Vincent van Gogh Stichting)_

2. Vincent van Gogh (1853-1890), Bloeiend perenboompje, 1888, olieverf op doek. – © Van Gogh Museum, Amsterdam (Vincent van Gogh Stichting)

3. Brief van Vincent van Gogh aan Theo van Gogh met schets van mensen in het atelier, Den Haag, c. 2 maart 1883. – ©  Van Gogh Museum, Amsterdam (Vincent van Gogh Stichting)

Pas na zijn dood krijgt zijn omvangrijke werk brede waardering en werd Van Gogh internationaal erkend om zijn uitzonderlijke kleurgebruik en innovatieve stijl. Zijn brieven speelden daarbij een belangrijke rol, aldus samenstellers Nienke Bakker, Leo Jansen en Hans Luijten in de bloemlezing van Van Goghs brieven die gelijktijdig met de tentoonstelling is uitgekomen, Troost voor bedroefde harten (Uitgeverij Prometheus). De schetsen en beschrijvingen van zijn werk geven een intiem beeld van de totstandkoming van zijn schilderijen en van zijn ontwikkeling als kunstenaar.

Bailey wijst erop dat twee brieven bijzondere aandacht verdienen, beide recente aankopen van het museum. In juni betaalde het Van Gogh Museum 210.600 euro voor de enige gezamenlijke brief die Van Gogh en Gauguin schreven, gedateerd op 1-2 november 1888. In de brief vertellen ze aan hun vriend de kunstenaar Émile Bernard – met wie Van Gogh een innige briefwisseling onderhield – over hun bezoeken aan verschillende bordelen en hun plannen om daar te gaan schilderen. In die tijd woonden Van Gogh en Gauguin in ‘Het Gele Huis’ in het plaatsje Arles in de Franse Provence, dat Van Gogh vastlegde in het gelijknamige schilderij.

Over dat huis schrijft hij aan zijn zus Willemien (16-20 juni 1888): ‘Ik woon in een klein geel huis met groene deur en blinden, van binnen gewit – op de witte muren – zeer sterk gekleurde Japanse tekeningen – rode plavuizen op de vloer.’

Vincent van Gogh (1853-1890), De zaaier, 1888, olieverf op doek. – © Van Gogh Museum, Amsterdam (Vincent van Gogh Stichting)
Vincent van Gogh (1853-1890), De zaaier, 1888, olieverf op doek. – © Van Gogh Museum, Amsterdam (Vincent van Gogh Stichting)

Gauguin en Van Gogh hadden een intense vriendschap. Van Gogh leerde de beloftevolle kunstenaar kennen in 1886 in Parijs en hij droomde ervan om met Gauguin samen te werken in het Gele Huis in Arles. Met financiële steun van zijn broer Theo kleedde hij het aan met schilderijen en toverde hij het om tot een waar kunstenaarshuis. Op 3 oktober 1888 vertrouwt hij zijn vriend toe: ‘Ik moet zeggen dat ik zelfs tijdens het werk onophoudelijk denk aan dat plan om een atelier te stichten met uzelf en mij als vaste bewoners, maar waarvan wij allebei een schuilplaats en toevluchtsoord voor de vrienden willen maken, voor de momenten dat zij geen uitweg meer zien in hun strijd.’

In de recent aangekochte brief aan Bernard schrijft Van Gogh over zijn huisgenoot: ‘Gauguin interesseert me zeer veel als mens – zeer veel. […] Maar hier bevinden we ons, zonder enige twijfel, in de aan-wezigheid van een onbedorven wezen met de instincten van een wild beest. Bij Gauguin hebben bloed en seks de overhand op ambitie.’ Zijn bescheiden vriend schreef op zijn beurt: ‘Luister niet naar Vincent; zoals je weet, is hij makkelijk onder de indruk en dito met overdrijvingen.’

b0244v1962v vs b

1. Brief van Vincent van Gogh aan Theo van Gogh met schetsen van palet en strand van Scheveningen met perspectiefraam, Den Haag, 5 augustus 1882. © Van Gogh Museum, Amsterdam (Vincent van Gogh Stichting)

2. Vincent van Gogh (1853-1890), Zeegezicht bij Scheveningen, 1882, olieverf op papier op doek.  © Van Gogh Museum, Amsterdam (Staat der Nederlanden, legaat A.E. Ribbius Peletier)

Gauguin bleef uiteindelijk twee maanden in het Gele Huis, tot het voorval met het afgesneden oor. Ze zouden elkaar nooit meer zien. De tweede brief werd in mei 2019 aangekocht door het Van Gogh Museum, voor 107.900 euro. Deze schreef Van Gogh aan kunstcriticus Albert Aurier op 9-10 februari 1890. Aurier was de eerste die een gedetailleerde recensie schreef van het werk van Van Gogh in het tijdschrift Mercure de France, waarvoor Van Gogh hem zeer dankbaar was. Ook in deze brief spreekt hij vol bewondering over Gauguin, ook al waren hun brieven het enige contact dat ze in meer dan een jaar hadden gehad.

‘Vervolgens heb ik veel te danken aan Paul Gauguin, met wie ik een paar maanden in Arles heb gewerkt en die ik al in Parijs kende. Gauguin, die nieuwsgierige kunstenaar, die vreemdeling wiens voor-komen en blik vaag herinneren aan Rembrandts Portret van een man in de galerie Lacaze, die vriend die je graag het gevoel geeft dat een goed schilderij het equivalent van een goede daad moet zijn, niet dat hij dat zegt, maar hoe dan ook is het moeilijk om tijd met hem door te brengen zonder aan een bepaalde morele verantwoordelijkheid te denken.’

In de Provence beleefde Van Gogh een van zijn meest productieve én tumultueuze periodes van zijn leven, die zou eindigen met zijn zelfverkozen dood.

Auteur: Joep Harmsen

360  | Amsterdam 

De tentoonstelling Je liefhebbende Vincent is van 9 oktober 2020 tot en met 10 januari 2021 te zien in het Van Gogh Museum, Amsterdam.


Deel dit artikel


Recent verschenen