Het West-Afrikaanse Senegal is dankzij het soefisme een baken van politieke en religieuze tolerantie. Maar dit model staat onder druk nu twee aartsvijanden uit de islamitische wereld er hun theologische geschillen komen uitvechten.
De schooldag begint vroeg voor de studenten op de plaatselijke campus van de Al-Mustafa-universiteit. Als ze hun klaslokalen binnenkomen worden ze begroet door hun docent, en door het alomtegenwoordige gelaat van Ayatollah Khamenei, opperste leider van Iran. Op het programma staan vandaag lessen in de Perzische taal, in sjiitische ideologie, islamitische wetenschap en Iraanse cultuur en geschiedenis. Aan het eind van de dag, als de studenten de klas uit slenteren, verandert hun conversatie. Hun onderlinge grappen en roddels klinken niet in het Perzisch, Koerdisch of Turks, maar in het Wolof – de meest gesproken taal in Senegal – en het Frans.
Deze afdeling van de Al-Mustafa-universiteit bevindt zich niet in Qom of in Teheran, maar in Dakar – de hoofdstad van het West-Afrikaanse land Senegal. De merkwaardige aanwezigheid van een dergelijk instituut staat niet op zichzelf; zo’n drie kilometer verderop is er nog een. Daar hangt echter niet het portret van Khamenei, maar dat van de Saoedische koning. Dit is de Islamic Preaching Association for Youth (APIJ), waar ook jongeren studeren en waar de docenten het Iraanse instituut verderop in een kwaad daglicht stellen. De APIJ ontvangt royale bijdragen van Golfstaten en beheert zo’n tweehonderd moskeeën in Senegal.
Dit is niet zomaar een kwestie van rivaliteit tussen scholen, maar een bloedserieus gevecht om de zielen van de gelovigen. ‘De salafisten kwamen naar Afrika om de islam te vernietigen…’ waarschuwt Abbas Motaghedi, directeur van Al-Mustafa. Soortgelijke uitspraken klinken ook verderop in de straat: ‘We kunnen de Iraanse invloed in Senegal niet accepteren en zullen alles doen om die te bestrijden,’ verkondigt APIJ-sjeik Ibrahima Niang. ‘We moeten de wereld laten zien dat sjiisme verkeerd is.’
Harmonieus land
De rivaliteit tussen Saoedi-Arabië en Iran tekent al tientallen jaren de geopolitieke ontwikkelingen in het Midden-Oosten. Kennelijk volstaat het niet langer om hun geschillen dicht bij huis uit te vechten, dus hebben Riad en Teheran besloten hun ideologische strijd uit te breiden naar West-Afrika. Landen als Nigeria en Mali hebben te maken met de dreiging van lokale groeperingen als Boko Haram, Senegal is er tot nu toe echter in geslaagd het soort geweld te vermijden dat veel landen in de regio heeft getroffen.
Juist vanwege Senegals unieke religieus-politieke samenstelling en geschiedenis van gematigdheid, is elke aantasting van tolerantie in het land zorgwekkend. Het land heeft een reputatie weten op te bouwen van een pluralistische, democratische staat met een islamitische meerderheid. Door hun eigen opvattingen over de islam naar een Afrikaans land te exporteren ondermijnen Saoedi-Arabië en Iran een van de zeldzame voorbeelden van een harmonieus land in de islamitische wereld.
De oppervlakkige beschouwer zal de Saoedisch-Iraanse theologische rivaliteit zien als twee monolithische sektes – de soennitische en de sjiitische islam – die vechten om de macht in de islamitische wereld. Dat er aan beide zijden sprake is van subsektes en canonieke geschillen wordt vaak over het hoofd gezien, terwijl juist dit feit van specifiek belang is in Senegal, waar de meerderheid van de bevolking de soefitak van de islam aanhangt. Soefisme
is (in hoofdzaak) een subsekte van de soennitische islam, diepgeworteld in mystiek en esthetiek.
Het soefisme, dat vooral gericht is op zelfbeschouwing en een persoonlijke band van de gelovige met God, staat min of meer buiten de bredere rivaliteit tussen soennieten en sjiieten. Hierdoor heeft het soefisme een matigende invloed gehad op de Senegalese religieuze gemeenschap, waardoor het land het schrikbeeld van radicalisering en islamisme, die buurlanden hebben gedestabiliseerd, heeft weten af te wenden.
Van de bevolking van Senegal is 96 procent moslim, waarvan 90 procent is aangesloten bij een van de vier nationale (maraboetische) soefibroederschappen. Deze broederschappen bekleden een unieke positie in de Senegalese samenleving en spelen een belangrijke rol in het land op maatschappelijk, economisch en religieus vlak. Als gevolg van de tumultueuze geschiedenis van de Senegalese democratie, genieten deze broederschappen meer respect onder de bevolking dan de officiële instituten en leiders van het land.
Een vaak gehoorde opvatting onder Senegalezen is dat het eigenlijk de staat is die jonge mensen tot radicalisering aanzet (in plaats van de religieuze broederschappen) omdat de vertegenwoordigers van de staat er corrupte praktijken op na houden en geen doeltreffende maatregelen nemen om de werkloosheid en armoede te bestrijden.
Aangezien 60 procent van de bevolking onder de 20 jaar is, is Senegal een potentiële kweekvijver voor islamisten. Woede over handhaving van de status-quo en een gebrek aan sociale mobiliteit drijven de jeugd in de armen van radicalen. Het is opmerkelijk dat Senegal, ondanks deze demografische tijdbom, niet getroffen is door het explosieve geweld en de radicalisering die de kop hebben opgestoken in landen met een vergelijkbare bevolkingssamenstelling. Hierbij lijkt een sleutelrol te worden gespeeld door de soefibroederschappen. Ondanks hun belangrijke rol handhaaft de staat een strikte scheiding tussen kerk en staat, met een streng verbod op religieus getinte politieke partijen of campagnes. Deze religieuze neutraliteit is een erfenis van het Franse koloniale bewind. Ondertussen erkent de Senegalese politiek wel degelijk de macht van de broederschappen en hun belang voor de sociale stabiliteit. Kortom: hoewel de inperking van religieuze invloeden door het politieke proces wordt bewaakt, is het belang van de broederschappen onmiskenbaar.
Senegal wordt nog steeds beschouwd als baken van stabiliteit in West-Afrika
President Abdoulaye Wade (2000-2012), bijvoorbeeld, betuigde tijdens zijn ambtstermijn zijn respect voor de broederschappen door in traditionele kledij te verschijnen en in het openbaar zijn steun voor de broederschappen uit te spreken, ze belastingvrijstelling te verlenen, ze land te laten aankopen tegen gereduceerde prijzen, en aan hun leiders diplomatieke paspoorten te verstrekken. Zijn opvolger Macky Sall beloofde de relatie te heroverwegen, maar heeft sinds hij aan de macht is de eerbiedige houding van de regering gecontinueerd, inclusief financiële overheidssteun voor de renovatie van religieuze gebouwen.
In juni 2017 zei Sall dat de staat niet kan functioneren zonder religie, waarna hij in het openbaar knielde voor het hoofd (sinds december 2017) van de Broederschap der Mouriden – El Mokhtar Mbacke. Mbacke staat algemeen te boek als de invloedrijkste persoon van het land, en zijn beeltenis wordt alom verspreid door de staatsmedia.
Volgens Leonardo Villalon, prominent politicoloog aan de universiteit van Florida, is de unieke positie van Senegal vooral toe te schrijven aan de relatie tussen de broederschappen en de staat, die elkaar wederzijds versterken.
De bestendigheid van dit samenwerkingsverband is vanaf de koloniale tijd tot op heden de rode draad geweest. De relatie ontstond nadat gewelddadigheden onder leiding van plaatselijke geestelijken tegen de Franse overheersers de kop waren ingedrukt. De broederschappen – aan het eind van de negentiende eeuw ontstaan als antikoloniale groeperingen – kozen uiteindelijk min of meer voor samenwerking met het koloniale bewind om veiligheid en groei te bevorderen.
Deze coöperatieve opstelling zette zich voort na de onafhankelijkheid, grotendeels dankzij het vermogen van de broederschappen te reageren op hervormingsgezinde oplevingen en zodoende mogelijke bedreigingen van de status-quo tijdig te neutraliseren. Het internationale islamitische reveil in de jaren tachtig trof vele landen wereldwijd. Hervormingsgezinde bewegingen wonnen aan kracht, deels als gevolg van het succes van de Iraanse revolutie in 1979. In deze periode groeiden in Senegal de religieuze sentimenten terwijl het land een tijd van politieke en economische instabiliteit doormaakte, waardoor het gemakkelijk aan chaos ten prooi had kunnen vallen. De broederschappen slaagden erin deze stormachtige periode het hoofd bieden door een aantal reformistische ideeën en eisen over te nemen, zonder hun gematigde houding te laten varen, die kenmerkend was geworden voor de islam in Senegal. De Tijaniyyah-broederschap sprak zich bijvoorbeeld uit tegen het bezoek van paus Johannes Paulus II in 1985, en steunde de fatwa tegen Salman Rushdie. Door deze (en andere) standpunten in te nemen en een overkoepelende identiteit te creëren, met ruimte voor discussie over een scala aan onderwerpen en zienswijzen, konden de broederschappen eventuele opkomende islamistengroepen voorblijven.
De broederschappen onderkennen dat de hervormingsbewegingen hun eigen belangen en de stabiliteit van de Senegalese staat bedreigen. Ze zijn dan ook alle vier lid geworden van de Islamic-African Forum for the Fight Against Terrorism, opgericht in maart 2017. Sinds 2014 treedt Senegal ook op als gastland voor het Dakar International Forum on Peace and Security in Africa.
Senegal wordt nog steeds beschouwd als baken van stabiliteit in West-Afrika. De regering heeft steun toegezegd aan de vreedzame soefibroederschappen, waarmee de band met de traditioneel invloedrijke broederschappen werd onderstreept.
Tele-imams
Een nieuwe uitdaging (en kans) voor het maraboetische systeem is Senegals veranderende medialandschap, met name het groeiende aantal islamitische mediapersoonlijkheden. Een soepeler mediabeleid heeft geleid tot een toename van het aantal onafhankelijke kanalen, met meer en meer ‘tele-imams’, die over van alles orakelen, van dating tot waterschaarste en verkiezingen. De helft van de bevolking van Senegal is analfabeet, dus hebben vooraanstaande tele-imams veel invloed en bepalen zij de opinievorming ver buiten hun plaatselijke moskeeën.
Heden ten dage zijn de media een platform voor concurrerende moslimorganisaties. Hoewel de diversificatie van mediastemmen een positieve ontwikkeling is, bestaat zorg over het feit dat kwantiteit het wint van kwaliteit. ‘De stemmen op de radio zijn niet de krachtigste, ze zijn niet de beste,’ klaagt Bocar Daff, een functionaris van het Senegalese ministerie van Volksgezondheid. ‘Ze zijn politiek.’
Deze politisering werd duidelijk tijdens de verkiezingen van 2017, met het hoogste aantal maraboeten (plaatselijke religieuze leiders) op de kiezerslijsten sinds de onafhankelijkheid van Senegal in 1960. Bij die verkiezingen werd de ‘Parti de l’unité et du rassemblement’ (Partij van Eenheid en Integratie, PUR) vierde. Hoewel deze partij niet uitgesproken religieus van aard is, verkondigt ze wel in het openbaar haar steun aan de beweging Moustarchidine, die in Iran na de revolutie van 1979 werd opgericht. PUR is momenteel nog een kleine speler, maar verwacht goede resultaten in 2019. Het is de vraag of de partij zich zal manifesteren in de aanstaande verkiezingen, maar de opkomst ervan geeft een idee van de verschuivingen in de Senegalese politiek en in de maatschappij.
Door de opneming van hervormingselementen in het maraboetische systeem, de veranderende media en de toename van religieus activisme vanuit het buitenland bestaat er twijfel over de huidige situatie in Senegal. De ontspannen houding ten aanzien van gemengde huwelijken, vasten tijdens de ramadan, polygamie en religieuze kleding is recentelijk onder druk van conservatieve krachten komen te staan. President Sall heeft zelfs een boerkaverbod voorgesteld, omdat het dragen van een boerka niet zou stroken met de cultuur van Senegal.
Hieruit blijkt de sluipende invloed van de conservatieve normen van het Midden-Oosten. De autoriteiten zien een toenemend aantal Senegalese rekruten bij extremistische organisaties als Boko Haram, IS en Al-Qaeda in de islamitische Maghreb: ook zijn vijftien predikers gearresteerd op beschuldiging
van het promoten van islamistische thema’s.
Daarbij is in Senegal, ondanks een
achtergrond van zorgvuldig in stand gehouden betrekkingen met Iran, Saoedi-Arabië en Israël, de houding tegenover Iran de laatste jaren negatiever geworden. In 2010 onderschepte Nigeria een Iraanse wapenleverantie, waarvan werd vermoed dat die bestemd was voor de Senegalese rebellen in de zuidelijke regio Casamance (het toneel van een van de langstlopende conflicten in Afrika). In reactie daarop verbrak Senegal in 2011 de betrekkingen met Iran. Hoewel die in 2013 werden hersteld tegen de achtergrond van de twaalfde islamitische
top in Cairo, is Senegal steeds sterker onder invloed van Saoedi-Arabië komen te staan.
Waarnemers wijzen op het toenemende gebruik van het Arabisch in Senegal, in samenhang met de groei van het aantal Senegalese studenten van Koranscholen gefinancierd door Golfstaten, en van Frans-Arabische scholen gerund door de regering zelf. Dit zou een toe-eigening van zowel religieuze als seculiere normen van het Midden-Oosten kunnen bespoedigen. In het bijzonder menen veel waarnemers dat over een paar jaar een Arabisch sprekende elite in Senegal de belangrijkste functies zal bekleden in de politiek, het bedrijfsleven en de academische wereld.
Een directer bewijs van Senegals groeiende affiniteit met Saoedi-Arabië is de neiging om de afgelopen jaren Riads standpunten in internationale kwesties over te nemen. In 2017 sloot Senegal zich aan bij de door Saoedi-Arabië geïnitieerde pogingen om Qatar te isoleren. Het riep zijn ambassadeur in het Golfstaatje terug – al werden de betrekkingen drie maanden later weer hersteld. Senegal is ook het enige niet-Arabische land dat zich heeft aangesloten bij de door Saoedi-Arabië geleide coalitie in Jemen. Ten behoeve van dit conflict, alom beschouwd als een oorlog op afstand tussen door Iran en Saoedi-Arabië gesteunde groeperingen, heeft Senegal 2.100 soldaten geleverd aan de Saoedische coalitie.
Critici van president Sall hebben op hun beurt betoogd dat de echte reden van de regering om naar Jemen te gaan geen religieuze solidariteit is, maar te maken heeft met door Saoedi-Arabië beloofde financiële steun. Ze wijzen op het feit dat de Islamitische Ontwikkelingsbank, die sterk onder invloed van Saoedi-Arabië staat, tot 2016 200 miljard dollar heeft geïnvesteerd in Senegal.
Auteur: Jeremy Luedi
Jeremy Luedi is hoofdredacteur van Asia by Africa.
Asia by Africa
Canada | asiabyafrica.com
Het blog Asia by Africa, in 2017 opgericht door freelancejournalist Jeremy Luedi, onderzoekt ‘de verbazingwekkende interactie tussen de twee grootste regio’s van de wereld’. Het platform publiceert artikelen over de meest uiteenlopende onderwerpen.

