Niet iedereen is even gecharmeerd van de door vicepresident Mike Pence geopperde nieuwe legertak, de U.S. Space Force, om nieuwe bedreigingen uit de ruimte het hoofd te bieden.
JA
Er valt veel te zeggen voor het opzetten van een U.S. Space Force. Amerika is in de oorlog steeds afhankelijker van satellieten. Net als andere landen leunt het voor zowel navigatie, herkenning en communicatie zwaar op ruimtetechnologie. De wereldeconomie is al even afhankelijk geworden van satellieten. Het internet bestaat uit wereldwijd via satellieten met elkaar verbonden servers. Schakel je een van deze satellieten uit, dan bedreig je daar direct het functioneren van een groot aantal bedrijven mee. Een Pearl Harbour in de ruimte zou Amerika in één klap reduceren van grootmacht tot derdewereldland.
China en Rusland, Amerika’s belangrijkste potentiële tegen-standers, zijn druk bezig om wapensystemen te ontwikkelen waarmee ze Amerikaanse infrastructuur in de ruimte kunnen vernietigen. Het op afstand verstoren van de communicatie kan afdoende zijn en maakt fysieke vernietiging overbodig. Om die reden sprak Pence in zijn redevoering over resistente satellieten. Pence stelde voor om in de komende vijf jaar 8 miljard dollar uit te trekken voor nieuwe ruimtetechnologie. Dit bedrag zou waarschijnlijk een eerste investering worden in een geheel nieuwe ruimtelegertak, die Trumps droom van Amerikaans overwicht in de ruimte zou verwezenlijken.
Technisch is het nog niet haalbaar om Amerikaanse militairen in de ruimte te laten patrouilleren of vechten, en bovendien bestaat er het mandaat niet voor. Op de korte en middellange termijn zullen ruimtewapens dus vanaf de grond worden bediend.
Degenen die volhouden dat die nieuwe legertak de “militarisering van de ruimte” met zich meebrengt, hebben zitten slapen
Maar op een dag komen de dromen uit van mijnbouw op de maan en op asteroïden, en van kolonies op Mars. Als het zover is, dan zullen mannen en vrouwen in het Space Force-uniform daar de verdediging, reddingsmissies en zelfs arbitrage van conflicten op zich gaan nemen.
Eerst is de vraag nog of het Congres achter de plannen staat.
De vicepresident gaf weliswaar aan dat de regering-Trump nauw met beide partijen in het Congres samenwerkt, maar politieke steun over de hele linie is er niet. Als de Democraten, traditioneel huiverig voor grote militaire uitgaven, het Huis van Afgevaardigden terugwinnen, wordt het lastig om per 2020 een Space Force te creëren.
Toch zal, net als toen men het luchtruim voor oorlogsvoering ontdekte en er een luchtmacht moest komen, ook het openen van de ruimte als toneel van militaire conflicten het onvermijdelijk maken dat de Space Force er komt.
Degenen die volhouden dat die nieuwe legertak de ‘militarisering van de ruimte’ met zich meebrengt, hebben zitten slapen. De ruimte is al decennialang militair interessant en wordt dat meer en meer. Een machtige Amerikaanse Space Force kan helpen de vrede te bewaren en zo Star Wars-achtige toestanden te vermijden.
USA Today | MacLean (Virginia)
NEE
Het idee van een U.S. Space Force (Amerikaans ruimteleger) lijkt iets uit een film. Geen wonder dat president Trump en zijn aanhangers op verkiezingsbijeenkomsten er verliefd op zijn. De Space Force zou waarschijnlijk zijn eigen blitse uniformen krijgen, een eigen logo en strijdlied. Misschien zelfs wel een eigen academie en een footballteam!
Vicepresident Mike Pence opperde onlangs in een speech in het Pentagon het idee om een zesde legertak te creëren, de eerste nieuwe tak sinds in 1947 de Air Force [de luchtmacht] werd opgericht. Maar is dat echt de beste manier om nieuwe bedreigingen uit de ruimte te pareren? Het is zeker nodig om de Amerikaanse ruimtedefensie te versterken. Trumps expansieplannen hebben de merite een ernstige zwakte bloot te leggen. Rusland noch China kunnen tippen aan het Amerikaanse overwicht ter zee, op het land en in de lucht. Een goedkoop alternatief voor hen is om de vloot satellieten waar het Pentagon en mobiele telefoongebruikers afhankelijk van zijn, te verstoren of zelfs te vernietigen. De Chinezen toonden in 2007 aan dat ze een (eigen) satelliet met een vanaf de grond afgevuurde raket konden raken.
Er zouden in het Pentagon misschien wel tienduizend tot vijftienduizend man extra bijgeperst moeten worden, of in een dependance worden ondergebracht
De Russen werken naar eigen zeggen ook hard aan methodes om satellieten dwars te zitten. Toch vormen op dit moment cyberaanvallen een acutere bedreiging dan de militarisering van de final frontier. Het is vooralsnog dus niet nodig om een hele nieuwe tak van het leger op te tuigen. Minister van Defensie James Mattis pleitte dan ook vorig jaar tegen het plan. Hij wees erop dat de inspanningen er nu vooral op gericht zijn om de bestaande takken van het leger beter te integreren en zo de overhead en dubbel werk te verminderen.
Het opzetten van een nieuwe tak gaat lijnrecht in tegen die gedachtegang. Er zouden in het Pentagon misschien wel tienduizend tot vijftienduizend man extra bijgeperst moeten worden, of in een dependance worden ondergebracht. Er zou, naast de bureaucratie van de vijf bestaande takken (luchtmacht, landmacht, kustwacht, marinekorps en marine), een geheel nieuw ambtenarenapparaat opgezet moeten worden. Een veel realistischer benadering zou zijn om een gezamenlijk Amerikaans ruimtecommando op te zetten, dat mensen betrekt uit alle vijf de takken, met name de luchtmacht. Pence pleitte er in zijn redevoering voor om alvast zo’n commando op te zetten terwijl het Congres zich beraadt over het creëren van een nieuwe legertak. Zo’n nieuw commando zou eigen financiering krijgen en geleid worden door een viersterrengeneraal. Net als de regionale commandocentra voor specifieke delen van de wereld, zou het de bescherming van Amerika in één bepaald gebied tot taak hebben. Het zou helderder zijn om de Air Force om te dopen tot Air & Space Force dan om een geheel nieuwe legertak te creëren. Maar op de lange termijn is het nog veel belangrijker om technologie te ontwikkelen waarmee Amerikaans eigendom in de ruimte beter kan worden beschermd.
Auteur: Mark R. Whittington
Vertaler: Valentijn van Dijk
The Hill | Washington D.C.

