is het recept van monsanto uitgewerkt


De overname van biotechbedrijf Monsanto door Bayer komt niet uit de lucht vallen, schrijft The Wall Street Journal. Het concern verdiende jarenlang goudgeld met genetisch gemodificeerde zaden, maar de laatste tijd staan de opbrengsten onder druk.

Achter de golf van multimiljardendeals in de agro-industrie gaat een verandering in de Amerikaanse landbouw schuil. De dominantie van genetisch gemanipuleerde gewassen komt ter discussie te staan. Sinds genetisch gemodificeerde zaden twintig jaar geleden hun intrede deden op Amerikaanse boerderijen, hebben ze dezelfde status gekregen als de mobiele telefoon: multifunctioneel en overal aanwezig. Wetenschappers voegden genen toe om gewassen weerbaar te maken tegen insecten, om ze te laten overleven op minder water en te midden van krachtige herbiciden, en om ze oliën te laten leveren met minder verzadigde vetzuren, waardoor de eigen brouwsels van de boeren niet meer nodig waren. Het Amerikaanse ministerie van Landbouw [USDA] schat dat dit jaar 94 procent van het soja-areaal en 92 procent van het maisareaal beplant is met biotechvariëteiten.

Maar de laatste tijd vinden boeren het moeilijker om de hoge en vaak nog stijgende prijzen voor gemodificeerde zaden te rechtvaardigen, gezien de armzalige winsten in de huidige landbouweconomie. De prijs van de zaden is verviervoudigd sinds 1994, toen Monsanto als eerste bedrijf gemodificeerde variëteiten op de markt bracht. Toch zijn de prijzen voor de belangrijkste gewassen de afgelopen drie jaar gedaald, en dit jaar zullen veel boeren waarschijnlijk verlies lijden. De biotechlandbouw laat ook zijn beperkingen zien, want bepaalde soorten onkruid zijn resistent geworden tegen de bestrijdingsmiddelen, waardoor boeren worden gedwongen een breder scala aan chemicaliën te gebruiken. Sommigen richten zich weer op ouderwets niet-gemodificeerd zaad, omdat al dat biotechgedoe steeds minder profijt oplevert.

Fusies

‘Met de prijs die we nu voor gemodificeerd zaad betalen, kunnen we geen winst maken,’ zegt Joe Logan, boer in Ohio. Dit voorjaar vulde Logan zijn zaaimachine met sojazaad van 85 dollar per zak, bijna vijf keer zoveel als hij twintig jaar geleden betaalde. Volgend voorjaar is hij van plan om uit kostenbesparing voor veel van zijn soja- en maisakkers gewoon zaad te gebruiken.

Deze problemen hebben geleid tot een ware hausse aan overnames onder de topleveranciers van zaden en pesticiden. Bayer AG heeft verklaard dat het overeenstemming heeft bereikt over de overname van Monsanto voor 57 miljard dollar, waardoor een van ’s werelds grootste agrochemische bedrijven ontstaat. DuPont en Dow Chemical sturen ook aan op een fusie die uiteindelijk zal leiden tot een gezamenlijke landbouwtak, naast twee andere onderdelen. Syngenta AG stemde in februari in met de overname door China National Chemical Corporation voor 43 miljard dollar, nadat het een bod van Monsanto had afgeslagen.

Agrochemische groepen streven naar kostenbesparing en schaalvergroting als reactie op de dalende gewasprijzen, die producenten van zaden, agrochemische stoffen, kunstmest en tractoren dwingen om hun prijzen te verlagen en personeel te ontslaan. ‘De stijging in de opbrengst van landbouwgewassen is voorbij’, meldden analytici bij Sanford C. Bernstein & Co vorig jaar in een onderzoeksrapport.

Maisvelden in Malden, Illinois. – © Daniel Acker / Bloomberg via Getty Images
Maisvelden in Malden, Illinois. – © Daniel Acker / Bloomberg via Getty Images

Na een reeks recordoogsten zijn de prijzen voor de twee belangrijkste Amerikaanse landbouwgewassen ingestort. Amerikaanse boeren verdienen volgens het USDA dit jaar 9,2 miljard dollar minder dan in 2015, en 42 procent minder dan in 2013. Het ministerie voorspelt dat de prijzen voor mais, soja en tarwe de komende tien jaar het huidige lage peil zullen vasthouden, en Bernstein voorspelt dat zaadbedrijven de komende drie tot vijf jaar moeilijk hun prijzen tot boven het inflatiepeil kunnen verhogen.

Het principe van genetisch gemanipuleerde zaden was simpel: planten zijn zo gemodificeerd dat ze zelfs groeien als de boer maar één herbicide gebruikt om het onkruid op zijn akkers te bestrijden, waardoor hij minder chemicaliën hoeft te kopen. Gewassen die hun eigen insecten dodende gifstoffen afscheiden zouden de afhankelijkheid van insecticiden verkleinen. Mais, soja en katoen waren natuurlijke markten, die in de VS tientallen miljoenen hectares besloegen. Monsanto en andere zaadbedrijven konden voor die gewassen een toeslag berekenen bij gemodificeerde zaden die bestand waren tegen het populaire herbicide Roundup van Monsanto. Ze deelden de winst met boeren die in theorie geld zouden besparen op chemicaliën en arbeid. Uiteindelijk stelde het bedrijf een ruwe formule vast die de standaard binnen de bedrijfstak zou worden: voor iedere dollar die boeren bespaarden op pesticiden en arbeid bij het gebruik van gemodificeerde zaden zou 33 cent naar Monsanto gaan, in de vorm van een ‘technologietoeslag’ die op elke zak zaad werd geheven.

“Met de prijs die we nu voor gemodificeerd zaad betalen, kunnen we geen winst maken”

Monsanto begon vervolgens sojazaad te produceren dat bestand was tegen glyfosaat, het herbicide in Roundup, en katoenzaad dat bestand was tegen wormen die het gewas bedreigden. Die strategie was een goudmijntje voor Monsanto, dat zich in 2000 langzaam begon los te maken van het moederbedrijf Pharmacia Corp. om er een op landbouw gericht zelfstandig bedrijf van te maken. Monsanto verdiende goed aan de verkoop van zaden en ook aan het in licentie geven van genen van gewassen aan andere zaadbedrijven, zoals DuPont en Syngenta. Omdat veel gemodificeerde gewassen bestand zijn gemaakt tegen glyfosaat, dat Monsanto in de jaren zeventig op de markt had gebracht, kweekte het in St. Louis gevestigde bedrijf zo een steeds grotere klantenkring voor zijn belangrijkste herbicide.

Rond de eeuwwisseling groeiden op meer dan de helft van het soja-areaal en op een kwart van het maisareaal gemodificeerde variëteiten. Die variëteiten werden ook steeds duurder. In 2006 was de prijs van sojazaad gemiddeld meer dan verdubbeld ten opzichte van tien jaar daarvoor, terwijl de maisprijs 63 procent was gestegen, zo blijkt uit gegevens van het USDA.

In dezelfde periode kwamen er verontrustende geluiden uit het boerenbedrijf. Wetenschappers bevestigden dat bepaalde soorten onkruid, zoals kleefkruid en raaigras, resistent waren geworden tegen glyfosaat en weer opdoken tussen het ontkiemende gewas, terwijl het herbicide ze het jaar daarvoor nog zou hebben verdelgd.

Lastiger onkruid, zoals oeveramarant en tweehuizige amarant, werden ook resistent tegen glyfosaat en begonnen gewassen te verstikken. Dit ‘superonkruid’ noodzaakte boeren hun sproeitanken te vullen met oudere, sterkere herbiciden, zoals dicamba en 2,4-D, en in sommige gevallen het onkruid met de schoffel te lijf te gaan.

De maisoogst wordt op een truck geladen op een boerderij in Tiskilwa, Illinois. – © Daniel Acker / Bloomberg via Getty Images
De maisoogst wordt op een truck geladen op een boerderij in Tiskilwa, Illinois. – © Daniel Acker / Bloomberg via Getty Images

De gewasopbrengst liep vaak niet langer in de pas met de stijgende prijs van de zaden. Volgens cijfers van het USDA zag de gemiddelde sojaboer in de afgelopen tien jaar de hoeveelheid sojabonen die hij per hectare oogstte met maar 4 procent stijgen, terwijl de zaadprijs veel sneller steeg. De maisoogst nam met 21 procent toe.

Volgens Jim Zimmerman, een boer die mais, soja en tarwe verbouwt in de buurt van Rosendale, Wisconsin, heeft de biotechnologie de landbouw ten goede veranderd, ondanks enkele problemen. Roundup-resistente mais en soja hebben hem in staat gesteld tienduizenden dollars te besparen op benzine voor de tractor en op arbeid die hij nodig zou hebben gehad bij de bestrijding van onkruid, omdat hij anders zijn akkers had moeten bewerken en meer had moeten spuiten. Ook hebben de gemodificeerde gewassen de erosie van zijn grond helpen voorkomen. Dankzij die kostenbesparing heeft Zimmerman zijn kinderen kunnen laten studeren. Hij is van plan om volgend voorjaar weer gemodificeerde gewassen te zaaien.

Robert Fraley, hoofd technologie bij Monsanto, hielp in de jaren tachtig bij de eerste ontwikkeling van genetisch gemanipuleerde gewassen. Volgens hem zullen boeren trouw blijven aan gemodificeerde gewassen. ‘Zelfs in economisch barre omstandigheden zoals we die de afgelopen jaren hebben meegemaakt, kopen boeren gemodificeerde zaden, omdat ze daarmee geld besparen op insecticiden en andere middelen.’

Monsanto is van plan hogere prijzen te vragen voor zijn nieuwste en beste zaden

Kyle Stackhouse, die in de buurt van Plymouth, Indiana, 650 hectare bouwland met mais en soja bezit, twijfelt aan de waarde van de dure zaden. Nadat hij op al zijn sojavelden en op driekwart van zijn maisvelden was overgestapt op gemodificeerde gewassen, besloot Stackhouse zo’n tien jaar geleden dat die gemanipuleerde zaden te weinig opbrachten om de hoge prijs te rechtvaardigen. ‘De genetische eigenschappen leverden geen dollars op.’ Stackhouse schat dat hij gemiddeld 53 dollar per halve hectare uitgeeft aan sojazaad en 40 dollar aan pesticiden, tegen 83 dollar die hij zou hebben uitgegeven aan gemodificeerde sojazaden en 24 dollar aan chemicaliën. Dat scheelt 14 dollar per halve hectare. Stackhouse heeft nu drie jaar geen gemodificeerd gewas gezaaid.

Sinds 2013 heeft de wereld miljoenen tonnen mais, soja en tarwe meer geproduceerd dan er is geconsumeerd, aldus het USDA. Sinds het record van 8 dollar per bushel in 2012 [1 bushel = ca. 0,035 m3] is de prijs rond juli 2014 gehalveerd; sindsdien is de mais verhandeld voor prijzen tussen de 3,50 en 4 dollar per bushel, en eind augustus is de prijs nog eens gezakt tot 3,015 dollar. De prijs voor soja is sinds 2012 met 46 procent gezakt.

Monsanto is van plan hogere prijzen te vragen voor zijn nieuwste en beste zaden, en zal waarschijnlijk de prijzen voor oudere versies verlagen. Volgens Robert Fraley zullen Monsanto’s prijzen in totaal ‘ietsje’ stijgen.

Boeren kopen gewiekster hun gemodificeerde zaden in, volgens onderzoeksdirecteur Kevin Cavanaugh van Beck’s Hybrids, een particulier zaadbedrijf uit Atlanta, Indiana. Volgens hem kopen boeren minder gemodificeerd zaad dat bestand is tegen de maiswortelboorder, omdat die in de delen van de maisregio waar Beck’s zaden verkoopt geen probleem vormt. Hoewel gemodificeerde variëteiten 86 procent uitmaken van de totale maiszaadverkoop van Beck’s, is het aandeel niet-gemodificeerde zaden sinds 2014 gestegen met 17 procent. ‘Boeren zeggen dat ze de waarde ervan niet zien, of hebben te weinig last van onkruid of schadelijke organismen om het gebruik van genetisch gemanipuleerd zaad te rechtvaardigen,’ aldus Cavanaugh.

Het in Adel, Iowa, gevestigde Stine Seed Co. heeft zijn productie van niet-gemodificeerd maiszaad sterk opgevoerd in reactie op de krappere beurs van de boeren, zo vertelt Myron Stine, de directeur van het bedrijf. ‘We zien een trend waarbij boeren afstand nemen van gemodificeerd zaaigoed, want dat is duur.’

Auteur: Jacob Bunge
Vertaler: Paul Bruijn

The Wall Street Journal
Verenigde Staten | dagblad | oplage 2.000.000

De bijbel voor zakenmensen. Eigendom van Dow Jones & Company. Lezerspubliek bestaat voor 60 procent uit topmanagement, met een gemiddeld inkomen van 191.000 dollar en een leeftijd van 55 jaar.


Deel dit artikel


Recent verschenen