is het terecht dat google een boete krijgt


De Europese mededingingscommissaris Margrethe Vestager legde Google onlangs een megaboete op van 2,4 miljard euro. Was die straf gerechtvaardigd?

NEE

Ik leef ‘la vida Google’. Ik heb een boek geschreven over de site en ben mede-presentator van een podcast over Google. Ik maak gebruik van talloze Google-diensten: Chrome, Chromebooks (mijn enige laptops), Android-telefoons en -tablets, Search, Gmail, Docs, YouTube, Translate, Play Music en Books, Assistant, Waze.

Maar ik kan me niet herinneren ooit gebruik te hebben gemaakt van Googles shopping-vergelijkingssite. Jij wel? Natuurlijk ga ik in plaats daarvan naar Amazon.

En toch heeft de Europese Commissie zojuist Googles promotie van de service aangegrepen als basis voor een recordbedrag van 2,4 miljard euro als antitrust-boete. Ik betwijfel of Googles shoppingssite op zich wel 2,4 miljard euro waard is, omdat hij zo onbeduidend en niet-concurrerend is.

Waarom heeft Margrethe Vestager, de Europese mededingingscommissaris, haar naam op het spel gezet om Google aan te vallen? Het verhaal begint met Europese en in het bijzonder Duitse uitgevers – aangevoerd door Axel Springer (mede-eigenaar van de Europese editie van Politico) en Rupert Murdochs News Corp – die hun aanzienlijke politieke kapitaal aanwendden om druk uit te oefenen op regeringen om het bedrijf van hun concurrent schade te berokkenen.

Die uitgevers concurreren niet met Google wat shoppen betreft, maar wel op advertentiegebied – of liever gezegd, dat proberen ze. Het probleem van de uitgevers is dat Google zich op hun markt heeft begeven met een betere deal voor hun klanten. Ze namen risico’s met betaal-per-klik-advertenties en boden betere prestaties en efficiëntie via Googles geïndividualiseerde benadering.

Als Google ergens een bijna-monopolie heeft, dan is het in het advertentiewezen. Waarom viel de EU Google niet op dat terrein aan?

Die uitgevers concurreren niet met Google wat shoppen betreft, maar wel op advertentiegebied – of liever gezegd, dat proberen ze. Het probleem van de uitgevers is dat Google zich op hun markt heeft begeven met een betere deal voor hun klanten. Ze namen risico’s met betaal-per-klik-advertenties en boden betere prestaties en efficiëntie via Googles geïndividualiseerde benadering.

De uitgevers zitten nog steeds in de massamedia-branche terwijl Google – net als Facebook, Amazon en andere Silicon Valley-bedrijven – persoonlijke diensten bieden. In deze nieuwe realiteit kunnen uitgevers niet concurreren. Dus proberen ze te reguleren.

Als Google ergens een bijna-monopolie heeft, dan is het in het advertentiewezen. Waarom viel de EU Google niet op dat terrein aan? Misschien omdat Google te maken heeft met grote concurrentie in de advertentiemarkt van zijn beginnende, en succesvolle, buurman Facebook.

Het besluit van de EU om Google aan te vallen kan niet alleen gaan om hulp aan de uitgevers. Is het anti-Amerikaans? Anti-Silicon Valley? Anti-technologie? Of is het iets diepers, gaat het om de Europese benadering van het web?

Het internet legt vaak het karakter en de angsten van een natie en een cultuur bloot. In Amerika brengt de openheid ervan free-speech trolls voort, onder wie onze president. In China, Iran, Rusland en andere autoritaire naties wekt het een instinct op om alles te controleren. In Europa wakkert het een reflex om te reguleren aan.

Auteur: Jeff Jarvis

Jeff Jarvis (rechts) is een Amerikaanse journalist, professor, spreker en voormalige tv-criticus. Hij verdedigt het open internet en beweert dat de digitale eeuw ons sociale en professionele leven aanzienlijk heeft verbeterd.

Politico
Verenigde Staten | dagblad | oplage 34.000

Twee journalisten van The Washington Post begonnen deze onlinekrant met politieke actualiteiten. Een papieren versie wordt gratis verspreid in de Amerikaanse hoofdstad.

schermafbeelding 2017 07 12 om 10 08 43 am

JA

Laten we eerst één onwaarheid van tafel vegen. Door Google een boete op te leggen van 2,4 miljard euro voert de Europese Commissie geen slinkse handelsoorlog tegen Amerikaanse technologiebedrijven. Margrethe Vestager, de EU-mededingingscommissaris, stelt een essentieel commercieel vraagstuk van het digitale tijdperk aan de orde: in hoeverre mogen bedrijven zoals Google in staat worden gesteld hun dominerende positie op één gebied uit te buiten om voordelen te behalen op een ander?
Beschuldigingen van anti-Amerikaanse vooringenomenheid overtuigen niet als je alle pro-mededingings-controles van de Commissie bij elkaar bekijkt. In andere industrieën met verschillende klachten over mededinging heeft Brussel vaak boetes aan Europese bedrijven uitgedeeld. Vraag maar aan de vrachtautofabrikanten – allemaal Europees – die vorig jaar een collectieve boete van bijna drie miljard euro kregen wegens prijsafspraken. Dat de meeste technologie-titanen Amerikaans zijn, is te danken aan het feit dat Silicon Valley met succes bedrijven heeft opgezet die de markt zijn gaan domineren. Je zou wensen dat de Commissie meer Europese techno-vernieuwers kon natrekken. En bedenk ook dat veel bedrijven die Vestagers inspanningen toejuichen zelf Amerikaans zijn – zoals Oracle en Yelp.

Wat de beslissing zelf betreft betreedt Vestager een nieuw terrein op het gebied van regelgeving, maar haar argument lijkt oprecht. Als Google de zoekresultaten van Google Shopping bovenaan plaatst en de prijsvergelijkingssites van rivalen kunstmatig omlaag duwt, moet dat een effect op de concurrentie hebben. De schade voor de consument mag moeilijk te meten zijn, maar die is er wel.

Google bevoordeelde niet alleen zijn eigen dienst; het bedrijf manipuleerde ook op grote schaal zoekresultaten

Het is waar dat, zoals Google heeft aangevoerd, veel online shopping-rivalen toch succesvol zijn geworden – kijk maar naar Amazon. Maar dat is geen doorslaggevend argument. 
Dit onderzoek moest vaststellen wanneer dominantie op het ene terrein (zoeken) gebruikt kan worden om voordeel te behalen op een aangrenzend terrein (winkelen). De conclusie dat Google op een ‘illegaal voordeel’ uit was, is dus terecht. Google bevoordeelde niet alleen zijn eigen dienst; het bedrijf manipuleerde ook op grote schaal zoekresultaten.

Deze conclusie zal verreikende consequenties hebben als Google of andere bedrijven hun producten ook privileges geven op terreinen als reizen en hotels. Als dat het geval is, moet consumentvriendelijke actie door toezichthouders toegejuicht worden: de Commissie zegt dat dominantie op nieuwe terreinen gestoeld moet zijn op eigen verdiensten, niet door concurrenten de nek om te draaien. Zo’n strikte pro-mededinging-kijk op de wereld komt consumenten overal ter wereld ten goede, inclusief die in de VS. Het is een wonder dat Amerikaanse toezichthouders, die ooit zo’n eerbiedwaardige staat van dienst hadden wat betreft het optreden tegen machtige monopolisten, zo passief zijn geweest in de aanpak van technologiereuzen.

Auteur: Nils Pratley

Nils Pratley (links) 
is financieel redacteur bij de Guardian. Zijn analyses en meningen over de winnaars en verliezers op de financiële markten zijn te lezen op zijn blog Nils Pratley on Finance.

The Guardian
Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 332.000

Onafhankelijke kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten.


Deel dit artikel


Recent verschenen