Volgens de Franse schrijver Yann Moix maakt het weinig uit of Islamitische Staat zijn grondgebied in Irak en Syrië verliest. In een wereld waarin de grens tussen virtueel en reëel is afgeschaft, is IS een gemoedstoestand geworden.
In de kranten treffen we een stortvloed van analyses aan op het gebied van terroristische aanslagen. Dat is legitiem: iedereen wil zijn standpunt kwijt over de oorzaken en de gevolgen van wat er in Frankrijk gebeurt. Niemand heeft gelijk, niemand heeft ongelijk. Het gaat er in de eerste plaats om vorm te geven aan iets wat eigenlijk geen vorm kent. Iedereen in dit land van cultuur, deze natie van intellectuelen, probeert elke keer als er een aanslag plaatsvindt op zijn grondgebied wanhopig zijn scherpzinnige, goed geïnformeerde, intelligente kijk op de chaos te leveren. Dat is ontroerend, dat is achtenswaardig, dat is wat Frankrijk zo’n mooi land maakt.
Bij zo’n groot aanbod weet je niet meer wie je moet lezen, wie je moet geloven: sociologen, historici, theologen, filosofen en schrijvers verdringen zich om te ontginnen wat onontginbaar is. Want wat in de eerste plaats opvalt, als je de bladen van de afgelopen dagen leest, is de duizelingwekkende kloof tussen de kwaliteit van de auteurs en de middelmatigheid van de daders, tussen de intelligentie van de artikelen en de stuitende stompzinnigheid van de daden, tussen de diepzinnigheid van de commentatoren en de geestelijke armoede van de terroristen. De lezer heeft vaak het gevoel dat er op een wanhopige en overdreven manier duiding wordt gegeven aan iets wat uiteindelijk niet te duiden valt. Dat het vertoon van zo veel scherpzinnigheid ons onvermogen verloochent om een werkelijkheid te beschrijven die ons, van welke kant we haar ook benaderen, ontgaat. Alle subtiliteit van de wereld, afkomstig uit de beste pennen en de spitsvondigste hersenen, lijkt boter aan de galg gesmeerd en haast lachwekkend in het licht van wat er gebeurd is. Alsof de ideeën continu afketsen tegen het brok graniet dat de gebeurtenis is. Een gebeurtenis met haar eigen zuivere chemie, haar eigen ondoorgrondelijke oorspronkelijkheid en haar eigen onherstelbare realiteit. Het bijzondere van een aanslag is dat hij ons twee dingen leert: dat het onmogelijke nooit onmogelijk kan blijven, en dat het onbegrijpelijke altijd onbegrijpelijk kan blijven. Het onmogelijke is niet het tegengestelde van het mogelijke, het is het welslagen daarvan. Het onbegrijpelijke is niet het tegengestelde van het begrijpelijke, het is het mislukken daarvan.
Islamitische Staat zal het land worden voor al diegenen die geen andere geestelijke behoefte hebben dan er deel van uit te maken
Terwijl ik deze regels schrijf, ontkom ik niet aan wat ik nu juist aan de kaak wil stellen: de inflatie van het discours over feiten die er van nature op gericht zijn de geldige redenen voor dat discours, de scherpte van de hypotheses en de gegrondheid van de conclusies, te bespotten en te neutraliseren. Maar als barbarij haar probeert te vergiftigen, heeft een beschaafde samenleving eerder tot taak haar gedachten daarover zo veel mogelijk de vrije loop te laten dan ze te beperken. Het is daarom niet meer dan logisch dat ook ik me enkele opmerkingen permitteer over de situatie waarin Frankrijk zich sinds enkele maanden bevindt.
1. De organisatie Islamitische Staat is bezig een gemoedstoestand te worden. Dat IS zijn veroverde gebied momenteel langzaam maar zeker ziet verschrompelen, is daarbij van weinig belang; het mikt inmiddels op een geografie van de geesten, op een strikt mentale geografie. Dit territoriumverlies is een vorm van dematerialisatie. Hoe meer grondgebied Islamitische Staat kwijtraakt, hoe meer zieltjes het wint. Een land dat in werkelijkheid steeds onvoorstelbaarder wordt, wordt in de verbeelding steeds reëler. Elke verloren kavel metamorfoseert tot een intentie. De aanslagen in naam van IS zullen niet ophouden bij IS: het verloren kalifaat zal zich, als het beloofde paradijs, in de hoofden realiseren. Islamitische Staat zal het land worden voor al diegenen die geen andere geestelijke behoefte hebben dan er deel van uit te maken. Het zal de staat worden voor al diegenen die zich in een bepaalde gemoedstoestand bevinden.
Op het moment dat realiteit en virtualiteit zich verenigen en vaak met elkaar verward raken, zou het een verouderde reflex zijn te stellen dat een land dat in werkelijkheid niet bestaat dus simpelweg niet bestaat. Kijk maar naar Pokémon Go. De werkelijkheid beperkt zich momenteel niet meer tot wat reëel is; ook het virtuele speelt een rol. De Islamitische Staat van de aarde en de Islamitische Staat van het web zijn één pot nat. Knappe jongen die kan zeggen welke de metamorfose van de ander is. In een tijd waarin de computer de rekenmeester vervangt, en het toetsenbord de moskee, zou het naïef zijn te denken dat de territoriale versie van IS legitiemer en reëler is dan de draagbare versie. De internationale dimensie is als een Siamese tweeling: het ene lichaam is geopolitiek, het andere is binnenlands. Ze zijn van elkaar te onderscheiden, maar equivalent. Het ene is op elk moment klaar om het andere af te lossen. En als zijn geodetische broertje is gestorven, zal het numerieke broertje terreur blijven zaaien.
2. IS is de uitvinder van het voortdurend en a priori opeisen van verantwoordelijkheid. De daad gaat niet langer aan het opeisen vooraf, maar andersom. Er ontwikkelt zich een geheel nieuwe realiteit: het opeisen is niet langer een kwalificatie van een daad uit het verleden, maar van willekeurig welke toekomstige daad. Het opeisen gaat niet langer om de inhoud, maar om de verpakking. IS tekent de godganse dag blanco cheques: Célines geliefde uitdrukking ‘dood op krediet’ is hier alleszins van toepassing. Elke gepleegde aanslag past op de een of andere manier in de toekomst die IS met zijn ogen dicht voor zich ziet. Terwijl wij na elke slachtpartij onze doden gedenken, oftewel het verleden, gedenken de terroristen de toekomst. In plaats van eer te bewijzen aan de nagedachtenis van zijn ‘helden’ die omgekomen zijn, bewijst IS eer aan degenen die zich opmaken om te sterven. Deze oorlog is ook een oorlog van verschillende tijdsbelevingen. Aan de ene kant de tijd van de slachtoffers, die in het verleden ligt; aan de andere kant de tijd van de moordenaars, die zich telkens hernieuwt en in de toekomst ligt. Aan de ene kant een tijd die afremt; aan de andere kant een tijd die versnelt.
3. De terroristen behoren inmiddels tot twee families die zich met elkaar vermengen: degenen die hun leven ter beschikking stellen en degenen die hun dood ter beschikking stellen. Tot zeer onlangs beantwoordden de jihadisten aan het profiel van kamikazes, die vastbesloten waren zichzelf op te offeren. Wat zij aanboden, naast toewijding aan hun god en aan de organisatie waartoe ze behoorden (Al-Qaida, IS etc.), was hun leven, waarvan ze langzaam maar zeker bereid waren afstand te doen, op voorwaarde dat ze in ruil daarvoor enkele garanties of compensaties kregen, variërend van hun ontvangst in de hemelse eeuwigheid door vurige, aanminnige en begerige hoeri’s tot bekendheid hier op aarde en een financiële tegemoetkoming voor hun familie. Je kunt je makkelijk voorstellen dat het idee om hun leven te geven (zelfs voor zo’n zaak) een langzame gewenning vergde.
Maar nu verschijnt er een andere categorie terroristen ten tonele: degenen voor wie het nog moeilijker is om in leven te blijven dan om te sterven
Maar nu verschijnt er een andere categorie terroristen ten tonele: degenen voor wie het nog moeilijker is om in leven te blijven dan om te sterven; degenen die, IS of niet, sowieso een eind aan hun leven zouden hebben gemaakt. Ze kunnen hun leven niet geven omdat ze in zeker zin al dood zijn. Hun biologische dood is slechts de technische verwezenlijking van een dood die al heel wat eerder begonnen is. Deze terroristen, die we zombievrijwilligers zouden kunnen noemen, hebben IS geen enkel stukje leven meer te bieden, dus doen ze hun dood cadeau. Het is hun zelfmoord die ze Islamitische Staat cadeau doen, en niet hun bestaan. We weten dat bij het schaken zwart vanaf een bepaalde fase gedoemd is te verliezen, terwijl wit vrijwel zeker is van de overwinning. Wij worden nu tegelijkertijd met zwart en wit geconfronteerd: degenen die stervend sterven, en degenen die al dood zijn lang voordat ze sterven; degenen die tegelijkertijd sterven met hun slachtoffers en degenen die al lang voor hun sterfdag dood waren.
4. Ons voorstellingsvermogen loopt in het geval van het terrorisme altijd achter. Als er een aanslag plaatsvindt in de Thalys, raken we geobsedeerd door treinen; daarna verruilen we de treinen voor luchthavens vanwege een aanslag in Brussel, en daarna stappen we van luchthavens over op vrachtwagens. We zijn door dat te doen omgekeerde waarzeggers, die alleen het onherroepelijke en het voorbije kunnen voorzien. We bevinden ons daarmee in de belachelijke positie dat we niet kunnen voorkomen wat al heeft plaatsgevonden, alsof toekomstige aanslagen fotokopieën zouden zijn van al gepleegde aanslagen. We vergeten wat het wezenskenmerk is van aanslagen, namelijk dat ze de werkelijkheid verrassen en in zekere zin geweld aandoen. Een voorspelbare aanslag is geen aanslag meer. De terroristen zijn elke dag fanatieke deelnemers aan een soort uitvinderswedstrijd, waarbij creativiteit en inventiviteit, gecombineerd met virtuositeit en doeltreffendheid – oftewel kwaliteit en kwantiteit – bepalend zijn voor de winst.
5. Want de terroristen willen elkaar versteld doen staan. Ze gaan ook onderling de strijd aan, als in een levensecht spel, door zich indirect op uitdagingen te storten waarvan wij allemaal de gijzelaars en de grondstof zijn. Het gaat erom wie het grootste spoor nalaat op de zwarte bladzijden van de geschiedenis; wie het snelst beroemd zal worden. Ja, deze pubers spelen een spel. Ze spelen waarschijnlijk eerder oorlogje dan dat ze werkelijk oorlog voeren, en dat maakt hun oorlog paradoxaal genoeg gevaarlijker dan een niet-gespeelde oorlog. Het leven is voor hen alleen maar een ludiek proces waarin vermaak en doodsdrift zich vermengen. De oorlog die IS tegen ons voert is de eerste onvolwassen oorlog van de mensheid; een oorlog die wordt gevoerd door oude kinderen, een infantiele oorlog van asociale, grillige, karaktergestoorde, opvliegende, marginale geesten, kwalificaties die over het algemeen evenzeer van toepassing zijn op kinderen en pubers. Lieden die het leven dat zich aandient afwijzen, met de toekomst die daarin besloten ligt, namelijk zowel onzekerheden als verantwoordelijkheden.
De oorlog tegen IS is een oorlog tegen ‘pubers’. Je hoeft maar naar de ‘dialogen’ tussen kleine kaïds in Marseille te kijken op de sociale netwerken, en naar de jonge Franse jihadisten die naar Syrië zijn vertrokken, om tot de schrikwekkende conclusie te komen dat we in een conflict zijn beland waarvoor de theoretische basis het niveau van het basisschoolplein niet overstijgt. Een oorlog zonder ideologie, een oorlog waarbij alle middelen worden aangewend omdat het simpelweg een oorlog is van mensen die slecht in hun vel zitten. Een oorlog van mensen die ons zoeken omdat ze zelf niet gevonden zijn. Een oorlog van mensen die zich niet op hun plek voelen waar ze wonen omdat zich innerlijk niet op hun plek voelen. Een oorlog tegen Frankrijk, gevoerd door Fransen die niet van Frankrijk houden omdat het in Frankrijk slecht met hen gaat – alsof het overal elders niet slecht met hen zou gaan.
In een wereld waar mensen die normaal in elkaar zitten, of daar althans voor doorgaan, soms met gevaar voor eigen leven hele uren kunnen besteden aan het vangen van Pikachu’s in de natuur, en daarmee bevestigen dat de tot nu toe natuurlijke grens tussen virtualiteit en realiteit, tussen onecht en echt, niet langer bestaat, kun je je er moeilijk over verbazen dat sluipschutters, keelafsnijders, opblazers, verbranders en onthoofders niet precies weten waar de grens ligt tussen het leven en de ontkenning daarvan.
Auteur: Yann Moix
Yann Moix (Nevers, 1968) is schrijver, filmmaker en tv-recensent. Voor zijn debuut Jubilations vers le ciel ontving hij in 1996 de Prix Goncourt voor het beste debuut. Voor Naissance uit 2013 kreeg hij dat jaar de Prix Renaudot. Zijn debuutfilm Podium uit 2004 was een Frans-Belgische coproductie met de bekende acteur Benoît Poelvoorde. Het door Olivier Dazat geschreven scenario was een bewerking van een roman van Moix zelf.
Le Monde
Frankrijk, dagblad, oplage 345.000
In 1944 opgericht op initiatief van De Gaulle. Iconische krant, gehecht aan zijn onafhankelijkheid (maar sinds 2010 wel eigendom van drie private investeerders). Om recht te doen aan de titel ‘De wereld’ houdt Le Monde een groot netwerk van correspondenten in stand.

