Veel Japanse vrouwen stoppen met werken omdat er te weinig crèches zijn. Een van hen schreef een woedende blog.
‘Mijn zoon is op geen enkele crèche geaccepteerd. Dood aan Japan!!!’ Onder deze titel verscheen onlangs een bericht op een anonieme blog. De tekst, een aanklacht tegen het tekort aan plaatsen op crèches en het gebrek aan bereidwilligheid bij de autoriteiten om hier iets aan te doen, is sindsdien het gesprek van de dag. De moeder die het bericht schreef, laat haar woede de vrije loop: ‘Leven we soms niet in een samenleving waarin “elke burger mee mag doen” [een verwijzing naar een verkiezingsleuze van de conservatieve premier Shinzo Abe]? Ik heb geen andere keus dan mijn baan op te zeggen.’
Toen onlangs een vrouwelijk lid van de oppositie Abe in het parlement vragen stelde over deze kwestie, antwoordde de premier dat hij niet kon nagaan of het verhaal waar was, omdat de schrijfster van de blog ervoor had gekozen anoniem te blijven. De parlementariër werd uitgejouwd door haar collega’s van de regeringspartijen, en een van hen daagde haar uit met de woorden: ‘Wie is die schrijfster dan? Laat ze haar gezicht maar eens zien!’
Deze woordenwisseling ontlokte heftige reacties bij ouders [vooral moeders] die met dezelfde problemen rondom de kinderopvang te kampen hebben. Voor het parlementsgebouw werd gedemonstreerd en er werd een petitie aangeboden met 28.000 handtekeningen, waarin geëist werd dat de kinderopvang in het land structureel wordt verbeterd. De liberaal-democratische regering en de coalitiepartijen, door dit alles overvallen, lijken nu eindelijk te zijn begonnen na te denken over nieuwe maatregelen om de wachtlijsten van kinderdagverblijven te verkorten.
Toch is hun antwoord volstrekt onvoldoende. Een woordvoerder van de liberaal-democratische partij gaf toe dat de ‘aanvankelijke reactie (van de fractieleden) ongepast was’, maar er is meer aan de hand. De affaire toont aan hoe weinig benul de autoriteiten hebben van de omvang van het probleem. De ellenlange wachtlijsten voor een plekje op de crèche brengen veel huishoudens ernstig in de problemen. Moeders die graag willen blijven werken, en gezinnen die om de eindjes aan elkaar te knopen afhankelijk zijn van twee inkomens, kunnen geen kant op. De storm aan bijval die de blog opwekte en het massale protest dat erop volgde, duiden erop dat er over de laksheid van de regering op dit punt een diepe onvrede bestaat. Het valt te hopen dat de regering dit ter harte neemt.
De inkomensongelijkheid tussen de seksen wordt nog steeds alsmaar groter. Dit ligt deels aan het feit dat veel vrouwen geen vast contract hebben
Premier Abe is dol op leuzen als ‘vrouwen kunnen actief deelnemen’ of ‘we leven in een maatschappij waarin alle vrouwen zich kunnen ontplooien’. Maar hebben zij in het huidige systeem die mogelijkheid echt? Het gebrek aan kinderopvangplaatsen is niet de enige factor die vrouwen belet om ‘actief deel te nemen’ aan het arbeidsproces.
Eerder deze maand deed het comité van de VN voor de Bestrijding van Vrouwendiscriminatie de Japanse regering een aanbeveling. Het stuk stelt dat ‘de vorige aanbevelingen (uit 2009) onvoldoende zijn toegepast’. Opnieuw maant het comité Tokio om juridische maatregelen te nemen om vrouwendiscriminatie op de werkvloer te verbieden en te voorkomen. Een andere aanbeveling is om het aantal vrouwen in leidinggevende posities, zoals in het parlement of in de directie van bedrijven, te vergroten.
Japan heeft in 1985 het verdrag over de uitbanning van alle vormen van vrouwendiscriminatie geratificeerd (het verdrag werd al in 1980 opgesteld). In 1999 werd een wet aangenomen die stelt dat onze samenleving gebaseerd is op gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Weliswaar is het aantal werkende vrouwen sindsdien sterk toegenomen, maar de inkomensongelijkheid tussen de seksen wordt nog steeds alsmaar groter [een verschil van 28 procent, oftewel het op twee na hoogste van alle OESO-landen]. Dit ligt deels aan het feit dat veel vrouwen geen vast contract hebben.
Ook doen mannen onvoldoende mee bij de opvoeding van de kinderen en bij de zorg voor ouderen die niet meer voor zichzelf kunnen zorgen. Het idee dat mannen en vrouwen andere taken te vervullen hebben, blijft de norm in onze samenleving. In het laatste rapport van het World Economic Forum over sekseongelijkheid bungelt Japan nog altijd onder aan de lijst, op de 101e plaats. Als politici leuzen debiteren zoals dat ‘vrouwen actief mee kunnen doen’, moeten ze om te beginnen de realiteit onder ogen gaan zien.
CONTEXT: De bevolking krimpt snel
Japan heeft te maken met een sterke demografische terugloop. Dat komt door de toenemende vergrijzing van de bevolking, in combinatie met een erg laag geboortecijfer (gemiddeld 1,42 kinderen per vrouw). Als deze tendens zich voortzet, ‘is de Japanse bevolking aan het eind van deze eeuw nog maar half zo groot’, schrijft de Nihon Keiz ai Shimbun. Het lage geboortecijfer is een van de meest urgente sociale kwesties van het land. In 2007 is er een ministerie opgezet dat zich speciaal met dit probleem moest gaan bezighouden. Doel is om het geboortecijfer op te krikken tot minstens 1,8, en ervoor te zorgen dat de bevolking zich over vijftig jaar stabiliseert rond de 100 miljoen mensen (momenteel zijn het er 127 miljoen). De laatste regeringen hebben echter nauwelijks vergaande maatregelen genomen.
In 2013 was de regering-Abe van plan om aan alle Japanse vrouwen in de vruchtbare leeftijd een ‘levensloopplan’ uit te delen, om ze bewust te maken van hun afnemende vruchtbaarheid in de loop van hun leven. Dit idee kreeg zo veel kritiek dat er snel weer van af werd gezien. Sinds het parlementaire debat over de blog ‘Dood aan Japan!!!’ (zie artikel hierboven) heeft de regering snel een aanbevelingscommissie in het leven geroepen die binnen enkele weken met een rapport over het gezin moet komen. De ambitie is om het aantal kinderen dat geen plek op een crèche kan vinden terug te brengen tot nul: een enorme uitdaging, aangezien het naar schatting om 850.000 kinderen gaat.
Vertaler: Valentijn van Dijk
Asahi Shimbun
Japan | dagblad | oplage 11.720.000
De ‘Krant van de Rijzende Zon’, pleitbezorger van het Japanse pacifisme na de Tweede Wereldoorlog. 3000 journalisten, verdeeld over 300 nationale kantoren en 30 in het buitenland.

