Of je nu een vis, een kikker, een vogel, een chimpansee of een mens bent, je hormonen spelen een grote rol in alles wat je lichaam doet. Daarbij geldt als cliché dat vrouwen wispelturig en labiel zijn door hun schommelende hormoonspiegel. Maar de hormoonhuishouding van mannen blijkt veel minder voorspelbaar en schommelt veel meer door de dag heen, vertelt onderzoeker en psycholoog Sarah Hill in Je brein aan de Pil. Een voorpublicatie.
Hoewel het misschien vreemd lijkt om in een boek over de anticonceptiepil over vis te schrijven, is deze vis in élke context het bespreken waard. Als ik een boek zou schrijven over de grote drama’s tijdens het bewind van Elizabeth I van Engeland zou ik dit verhaal er nog ergens in persen. Maar het beest is juist vooral interessant in de context waar wij het hier over hebben, omdat deze vis echt drie geslachten heeft. En de reden waarom hij drie geslachten heeft, heeft alles te maken met geslachtshormonen.
De vis in kwestie is de bootsmanvis (Porichthys notatus), een ontzettend lelijke maar geweldig boeiende nachtvis, die oorspronkelijk in de Stille Oceaan rondzwemt. De reden waarom deze vis drie geslachten heeft, is dat er twee soorten mannetjes zijn, in plaats van één. En die twee soorten mannetjes verschillen zowel in hun uiterlijk als in hun doen en laten zo fundamenteel van elkaar dat biologen ze niet konden classificeren als dezelfde vissoort. Ze zijn gewoon te verschillend.
Het eerste type mannetje heet (o zo creatief) mannetje Type I. Dat zijn de stoere, sexy Don Juans van |de bootsmanwereld. Ze zijn acht keer zo groot als de vrouwtjes en brengen een diep gekreun voort dat vrouwelijke bootsmannetjes compleet onweerstaanbaar vinden. In het voorjaar en de zomer bivakkeren deze mannetjes vlak bij de kust, waar ze tussen de rotsen een lekker beschut nest bouwen. Vervolgens neuriën ze de hele nacht diep vanuit hun keel om vrouwtjes aan te trekken die hun eieren wel in dat nest willen leggen.
Mannetje Type II daarentegen is veel kleiner dan Type I. In zijn uiterlijk en zijn gedrag lijkt hij meer op een vrouwtje dan op een Type I-mannetje. De enige manier om Type II-mannetjes te onderscheiden van de vrouwtjes is door de aanwezigheid van voortplantingsorganen, die zeven keer groter zijn dan bij de mannetjes van Type I.
Ja, dat lees je goed: zeven keer zo groot. Voordat we nu al te opgewonden raken, moeten we even opmerken dat deze vissen zich voortplanten door de eitjes buiten het lichaam van het vrouwtje te bevruchten: het vrouwtje legt haar onbevruchte eieren in het nest van een Type I-mannetje en gaat ervandoor, waarbij ze de eieren vaak onbeheerd achterlaat in de wetenschap dat ze daar veilig kunnen uitkomen, omdat ze verdedigd worden door het grote, sexy mannetje Type I.
Boven aan de biologische to-dolijst staat seks vetgedrukt en onderstreept als prioriteit nummer één
Zo blijven er voor mannetjes van Type II weinig opties over. Ze zijn te klein om vrouwtjes te lokken met hun gezang of om een eigen territorium te verdedigen, dus nemen ze hun toevlucht tot een stiekeme strategie wanneer ze zich willen voortplanten. En daarbij komt hun kleine formaat goed van pas. Omdat ze even groot zijn als de vrouwtjes, kunnen ze het territorium van Type I-mannetjes binnensluipen door zich voor te doen als vrouwelijke bootsmannetjes (waarbij ze hun enorme geslachtsdelen vermoedelijk met een handig trucje verbergen voor het waakzame Type I) en eventueel onbeheerd achtergelaten eitjes te bevruchten. Daarom zijn hun voortplantingsorganen zo groot. Die ene heimelijke aanval is
misschien wel hun enige kans om zich ooit voort te planten, dus kunnen ze maar beter een heleboel sperma hebben zodat ze meer kans maken om ten minste een paar van die eitjes te bevruchten.
Hoewel beide typen mannetjes met dezelfde genen worden geboren, wordt bij Type I de ene set door hormonen aangedreven schakelaars aangezet, en bij Type II de andere. En het resultaat van al dat geschakel is dat beide types mannetjes er totaal anders uitzien, totaal anders handelen en de wereld totaal anders ervaren. Allemaal vanwege hun hormoonactiviteit.
Hoewel biologen nog aan het uitzoeken zijn wat die schakelingen regelt, heeft het waarschijnlijk te maken met aanwijzingen voor de beste manier om voortplanting te bevorderen, naar gelang de genetische en externe omgeving van het betreffende mannetje.De verschillende hormonen waaraan hun hersenen tijdens de groei werden blootgesteld, zorgden ervoor dat hun hersenen anders in elkaar kwamen te zitten. En de verschillende hoeveelheden hormonen waaraan hun lichaam op volwassen leeftijd wordt blootgesteld, zorgen ervoor dat ze anders reageren op hun omgeving.
Hun hormonen spelen dus een cruciale rol in wie ze zijn.
En dat geldt net zo goed voor jou.
Of je nu een vis, een kikker, een vogel, een chimpansee of een mens bent, je hormonen spelen een grote rol in alles wat je lichaam doet. Omdat er op vrijwel elke cel die je hebt – met inbegrip van de miljarden cellen in je hersenen – hormoonreceptoren aanwezig zijn, is de invloed van je hormonen op wat je denkt, hoe je je voelt en wat je doet niets minder dan alomtegenwoordig.
Maar je bent vooral je geslachtshormonen
Hoewel alle hormonen in je lichaam belangrijke dingen doen, is het moeilijk om je iets voor te stellen met een sterkere of doorslaggevendere invloed op de activiteiten van het brein (of op de rest van je lichaam) dan je geslachtshormonen. Dat is logisch wanneer we het proces beschouwen aan de hand waarvan we ontworpen zijn. We hebben van onze voorouders een brein geërfd dat alles wat te maken heeft met genenoverdracht boven aan de biologische to-dolijst zet, en daarop staat seks vetgedrukt en onderstreept als prioriteit nummer één.
Bij vrouwen zijn de belangrijkste geslachtshormonen oestrogeen en progesteron. En het hormoon dat de meeste aandacht krijgt, is oestrogeen. En daar is een goede reden voor: oestrogeen is het hormoon dat verantwoordelijk is voor de meeste dingen waar we aan denken als we bedenken wat vrouwen tot vrouwen maakt. Het is bijvoorbeeld verantwoordelijk voor de ontwikkeling en het onderhoud van dingen zoals borsten en een zandloperfiguur, en voor de ontwikkeling en regulering van ons voortplantingssysteem. Oestrogeen speelt ook een rol bij de maandelijkse voorbereiding van je lichaam op een eventuele zwangerschap, en bij het motiveren van gedrag dat zwangerschap mogelijk maakt (ja, ik heb het over seks). Vrouwen voelen zich over het algemeen flirteriger en stoerder in de door oestrogeen gedomineerde helft van hun menstruatiecyclus.
Hoewel er drie belangrijke soorten natuurlijk oestrogeen bij vrouwen voorkomen – oestron, 17-bèta-oestradiol en oestriol – beperk ik me hier
tot 17-bèta-oestradiol (ook bekend als oestradiol). Oestradiol is het belangrijkste oestrogeen voor vrouwen in de reproductieve leeftijd en het oestrogeen dat mensen gewoonlijk bedoelen als ze ‘oestrogeen…’ zeggen. Als ik het vanaf nu over oestrogeen heb, weet je dat ik 17-bèta-oestradiol bedoel. Dat doe ik liever, omdat het wel zo simpel is, en je minder risico loopt om het bij vergissing in het openbaar over 17-bèta-oestradiol te hebben (waarmee je meer gezucht en rollende ogen oproept dan zou moeten mogen). Het andere belangrijke geslachtshormoon van vrouwen is progesteron. Waar oestrogeen de flirterige seksbom van de vrouwenhormonen is, is progesteron meer het comfortabele Moeder Aarde-hormoon. Dit hormoon werkt mee aan het coördineren van alle nestelactiviteiten van het lichaam ter voorbereiding op de eventuele implantatie van een embryo, en aan het afsluiten van de baarmoederhals tegen bacteriën of spermatozoïden die willen binnendringen nadat de bevruchting heeft plaatsgevonden.
Als progesteron aan zet is, zijn vrouwen vaak hongeriger, slaperiger en meer ontspannen dan op andere momenten in hun cyclus. Het zorgt ervoor dat vrouwen geneigd zijn dingen te doen die helpen om hun lichaam voor te bereiden op de kans dat er in de niet al te verre toekomst een ander mens in moet gaan groeien.
Zoals je zou verwachten van een brein dat helemaal op seks is ingericht, zitten er geslachtshormoon-receptoren op vrijwel alle belangrijke structuren van de hersenen. Denk even na over wat dat betekent, want dit gaat nogal diep. Als lichaamscellen voorzien zijn van hormoonreceptoren, wil dat zeggen dat ze geprogrammeerd zijn om verschillende dingen te doen naar gelang dat hormoon al dan niet aanwezig is. Dat betekent dat je brein – de oppermachtige CEO van je zenuwstelsel, die de leiding heeft over alles dat jou tot jou maakt – geprogrammeerd is om anders te handelen, naar gelang de geslachtshormonen die er vrijkomen in je lichaam.
Dat is behoorlijk diep.
De versie van jezelf die je hersenen nu aan het maken zijn, is anders dan de versie van jezelf die er gemaakt zou worden met een andere set geslachtshormonen. Kijk eens naar dit stukje uit een interview met iemand wiens lichaam vanwege een medische aandoening ophield met het produceren van testosteron, het voornaamste mannelijke geslachtshormoon. Hij leefde vier maanden zonder testosteron voordat de artsen de oorzaak van het probleem achterhaalden.
‘Alles wat ik als mijzelf herken – mijn ambities, mijn interesses, mijn gevoel voor humor, mijn stembuigingen, zelfs mijn manier van praten, veranderde in de tijd dat ik te weinig van dat hormoon produceerde. Er waren ook dingen die ik minder waardeer in mezelf die in die periode afwezig waren. Het was fijn om die niet te hebben – de afgunst, de neiging om mezelf te bekritiseren. Ik benaderde mensen met een nederigheid die ik eerder niet had.
(…) Ja, met het testosteron kwam dat allemaal weer terug.
(…) Zonder testosteron ken je geen verlangen. En zonder verlangen heb je geen inhoud in je hoofd.
Je denkt nergens aan. Mensen die verstoken zijn van testosteron worden niet net als Mr. Spock uit Star Trek onvoorstelbaar rationeel. Ze worden onzinnig, omdat ze geen onderscheid meer maken tussen wat wel en niet interessant is, tussen wat er de moeite waard is om op te merken en wat niet.
(…) Net als vele anderen ben ik opgegroeid in een cultuur die ziel en lichaam van elkaar onderscheidt, en daarin ligt je uniciteit. Dat is waar je uniek in bent. En dat is onaantastbaar. Maar toen gebeurde dit, dat er een chemische lichaamseigen stof verdween en weer opnieuw werd ingebracht, en dat veranderde alles wat ik herken als mezelf. En dat schendt de heiligheid van dat besef, dat idee dat wie jij bent onafhankelijk is van andere krachten in het universum. Daar word je heel nederig van. En het is ook doodeng.’
Je geslachtshormonen spelen een rol bij het creëren van de versie van jezelf die jij als jezelf hebt leren kennen. En dat is natuurlijk van gigantisch belang in de context van de pil. De meeste vrouwen die de pil gebruiken, doen dat met een zeer gericht doel (ter voorkoming van zwangerschap) of vanwege een handjevol andere doelgerichte effecten (zoals een gavere huid, of precies weten op welke dag je ongesteld wordt). Maar gerichte effecten zijn eigenlijk onmogelijk bij het innemen van een hormoon. Vooral een geslachtshormoon. Dus je bereikt het gewenste effect wel, maar die effecten zijn niet doelgericht. De hormonen in de anticonceptiepil worden opgepikt door alle cellen in het lichaam die geslachtshormoonreceptoren hebben. Dat betekent dat ze de activiteit van miljarden cellen in je lichaam tegelijkertijd beïnvloeden en in je hele lichaam doorklinken, van top tot teen. Met name in je brein. In de volgende hoofdstukken zul je zien dat je geslachtshormonen beïnvloeden hoe je denkt, hoe je je voelt, hoe je de wereld ziet, hoe je je gedraagt, hoe je eruitziet, hoe je ruikt, hoe prikkelbaar je hersencellen zijn, wat je immuunsysteem doet, hoeveel je eet, en zo ongeveer alles wat je je ook maar kunt voorstellen.
‘Mannen en vrouwen hebben allebei hormonen die veranderen. En als ze veranderen, veranderen ze wat wij denken, doen en voelen. En eigenlijk is dat een goede zaak. Het zorgt ervoor dat we slimmer, wijzer en beter te werk gaan bij alles wat er van ons wordt verlangd om te overleven en ons voort te planten.’
© Links en rechts: Solstice Hannan / Unsplash. Midden: Getty Images
Waarom dit ook weer oké is voor feministen
Ik weet dat een aantal van jullie akelig worden van het idee dat de hormonen van vrouwen – die in de loop van de cyclus veranderen – een essentiële rol spelen in wat ze denken, voelen en doen. Ik kan me goed voorstellen dat het klinkt als een simpele als-danredenering waarom vrouwen geen belangrijke banen, eigen grond of stemrecht zouden moeten hebben, omdat ze door hun veranderlijke hormoonhuishouding onbetrouwbaar en wispelturig worden.
Maar zo zit het niet.
Om te beginnen variëren onze hormonen weliswaar gedurende onze cyclus, maar ze zijn niet wispelturig. Ze zijn zelfs behoorlijk voorspelbaar. Als jij me de leeftijd van een vrouw vertelt en wanneer de eerste dag van haar laatste menstruatie was, weet ik zo ongeveer wat haar primaire geslachtshormonen op dat moment doen. Je kunt de effecten van die ritmiek zelf waarnemen door een dagboek bij te houden over hoe je denkt en hoe je je voelt gedurende je cyclus. Dan zul je ook merken dat er een duidelijk verband bestaat tussen hoe je je voelt als het ene geslachtshormoon dominant is, en hoe je je voelt als het andere geslachtshormoon dominant is. Vrouwenhormonen zijn cyclisch, maar niet wispelturig of grillig.
Interessant genoeg kan dat niet worden beweerd van het primaire geslachtshormoon van mannen, testosteron. Testosteron is wél een beetje wispelturig en grillig. Zo verandert testosteron in reactie op leeftijd, het uur van de dag, huwelijk, het krijgen van kinderen, de aanwezigheid van aantrekkelijke vrouwen, het winnen of verliezen van een favoriete politicus, het winnen of verliezen van zijn favoriete team en (ik verzin dit niet) de aanwezigheid van wapens. En die lijst is verre van compleet. Mannelijk testosteron verandert voortdurend. Als ik een redelijk vermoeden zou willen uitspreken over wat de primaire geslachtshormonen van een man op zeker moment doen, zou ik op zijn minst zijn leeftijd moeten kennen, zijn burgerlijke staat, of hij kinderen heeft, het uur van de dag waarop hij zijn proefmonster inleverde, plus een beschrijving van al zijn recente activiteiten, en ook of hij aantrekkelijke vrouwen had gezien, naar sport had gekeken, of onderweg naar de test wapens had gezien.
De hersenen van mannen zijn ingesteld op kinderverzorging
Mannen en vrouwen hebben allebei hormonen die veranderen. En als ze veranderen, veranderen ze wat wij denken, doen en voelen. En eigenlijk is dat een goede zaak. Het zorgt ervoor dat we slimmer, wijzer en beter te werk gaan bij alles wat er van ons wordt verlangd om te overleven en ons voort te planten.
Die hormonen zorgen ervoor dat alles in ons lichaam onophoudelijk kan samenwerken om elk van onze evolutionaire doelen te behalen (zoals een partner vinden, kinderen krijgen, kinderen grootbrengen, een band scheppen met dierbaren, omgaan met stress, en ga zo maar door).
Als voorbeeld wil ik iets bijzonders vertellen over het testosterongehalte van mannen als ze trouwen en kinderen krijgen. Zoals je waarschijnlijk weet, is een van de kenmerkende eigenschappen van testosteron dat het een krachtige motivator is van seksueel gedrag en alle bijbehorende zaken (zoals streven naar status en investeren in het aantrekken van een partner). Het relatief hoge gehalte testosteron bij mannen is de reden waarom mannen eerder dan vrouwen achterstevoren van de Mount Everest zullen snowboarden om indruk te maken op een potentiële seksuele partner, en waarom ze zo vaak aan seks denken dat het een soort mentaal behang wordt. Evolutionair gezien is dat mooi, want zoals we weten kunnen genen zichzelf niet doorgeven. Mannen met veel seksuele motivatie hebben dan harder gewerkt om meer vrouwen te imponeren en, indien succesvol, meer exemplaren van hun genen doorgegeven dan mannen met minder seksuele motivatie.
Maar met een voorbehoud. Want in tegenstelling tot wat de meeste mannen graag zouden geloven, is het niet altijd in hun belang om hun testosteronproductie te maximaliseren. Dat komt omdat er meer is in het leven dan alleen seks. Zelfs voor mannen. Hoewel mannen evolutionair gezien baat hebben gehad bij het feit dat ze seksueel opportunistischer zijn dan vrouwen, zijn mannen ook geprogrammeerd voor paarvorming en kinderverzorging. Onze uiterst behoeftige, uiterst afhankelijke nakomelingen vereisten dat. Mannen speelden een cruciale rol bij het bevorderen van het succesvolle overleven en het uiteindelijke voort-planten van hun sterk afhankelijke kinderen (en de moeder van hun kinderen), en daarmee werd het onverstandig om hun voet constant op het testosteronpedaal te houden. Een hoog testosterongehalte en alles wat dat met zich meebrengt (sterk afgestemd zijn op seksuele signalen van andere vrouwen en onophoudelijk fantaseren over de buurvrouw) is weliswaar goed voor sommige dingen, maar kan ronduit contraproductief zijn waar het duurzame paarvorming en kinderverzorging betreft. Gelukkig heeft natuurlijke selectie daar een oplossing voor verzonnen.
De hersenen van mannen dragen hun testikels op om de testosteronproductie te verlagen wanneer ze langdurige relaties aangaan. En als er jonge kinderen zijn die verzorgd moeten worden, geven ze het bevel om die productie nog sterker terug te brengen. Niet zo ver dat mannen ineens lammetjes worden – dat zou niet goed zijn wanneer ze een gezin te beschermen en monden te voeden hebben. De testosteronproductie wordt net genoeg teruggedraaid om de belangstelling van mannen voor nieuwe seksuele kansen voldoende te verminderen zodat er ruimte ontstaat voor huishoudelijke activiteiten, zoals luiers verschonen en voorlezen over een mol met poep op zijn hoofd.
Zo heeft men voor een onderzoek bij meer dan zeshonderd mannen twee keer hun testosterongehalte gemeten. De eerste keer toen de meesten alleenstaand en kinderloos waren (meting 1), en de tweede keer vierenhalf jaar later, toen de meeste mannen inmiddels wat bedaard waren en kinderen hadden (meting 2). Om te beginnen ontdekten ze dat mannen met een hoger testosterongehalte bij meting 1 meer kans maakten om getrouwd te zijn en kinderen te hebben ten tijde van meting 2.
We moeten korte metten maken met die foute dubbele maatstaven die ons vertellen dat vrouwen ‘hormonaal’ zijn, maar mannen niet
Dat komt overeen met het verhaal dat ‘testosteron de paringsdrang motiveert’ – de mannen die het hardst werkten om de vrouw te krijgen, kregen haar ook. Ook bleek dat testosteron met de jaren bij iedereen in dit onderzoek op natuurlijke wijze afnam. Dat is niet verwonderlijk, aangezien dit ook een van die dingen is die we weten van testosteron. Het interessantste resultaat van deze studie was dat bij de mannen die vader waren geworden, testosteron meer dan twee keer zo sterk was afgenomen als bij hun kinderloze tegenhangers. Meer dan het dubbele! En bij mannen die meer dan drie uur per dag voor de kinderen zorgden – en dingen deden zoals fruithapjes voeren, wassen en talloze uren lang de volledige sprookjes van Grimm voorlezen – daalde het niveau het sterkst van allemaal.
De hersenen van mannen zijn ingesteld op kinderverzorging. En hun wisselende testosterongehalte speelt een rol bij het verschuiven van paringsmodus naar ouderschapsmodus. Als het tijd is om Don Juan naar zolder te verbannen en vader te worden, bestellen de hersenen van
mannen minder testosteron om het lichaam te laten weten dat het tijd is om de vadersoftware af te draaien.
Zowel mannen als vrouwen hebben dus veranderende hormonen, en daar worden we allemaal beter van. Die veranderingen zijn onderdeel van de biologische wijsheid die we hebben geërfd van onze succesvolle voorouders. Er schuilt zelfs geen spoor van waarheid in het idee dat vrouwen irrationeel worden omdat hun hormonen veranderen, maar mannen niet. Dat is wetenschappelijk bewezen, en het hele idee is niets anders dan een gemakzuchtig standpunt van seksistische sukkels die vrouwen willen beletten zich te laten gelden in de strijd om de middelen en de functies die mannen zo lang voor zichzelf hebben gehouden.
Als vrouwen moeten we korte metten maken met die foute dubbele maatstaven die ons vertellen dat vrouwen ‘hormonaal’ zijn, maar mannen niet, en vrijmoedig en openhartig over onze hormonen praten. Het minimaliseren van de impact van onze biologische samenstelling op wie wij zijn is voor iedereen slecht, maar bovenal voor vrouwen. We zijn in onze cultuur op een punt beland waar onze hormonen zo veronachtzaamd worden, dat vrouwen de pil voorgeschreven krijgen – waardoor hun hormonale profiel fundamenteel verandert – als eerste maatregel bij de geringste lichamelijke ergernissen, zoals huidirritaties en onregelmatige menstruatie. Ik wil niet bagatelliseren hoe vervelend zulke dingen kunnen zijn, en ik wil je ook niet aanraden om te stoppen met de pil als je hem daarvoor gebruikt (ik zal nooit beweren dat ik beter weet wat goed voor je is dan jijzelf!). Maar ik vertel je dit omdat je het verdient om welbewust beslissingen te nemen over je gezondheid. Wij hebben als vrouwen allemaal een enorme blinde vlek gehad wat onze anticonceptiepillen betreft. Je geslachtshormonen beïnvloeden welke versie van jezelf jij bent, en dat betekent dat je moet weten wie je bent wanneer je de pil slikt en wanneer je die niet slikt. Die informatie kan je helpen om te kiezen welke versie van jezelf je wilt zijn, en om de versie die je al bent beter te begrijpen.
Die ideeën gaan we nu behandelen.
Dr. Sarah E. Hill
Sarah Hill leidt haar eigen onderzoekslaboratorium, Hill Lab, aan de Texas Christian University, waar ze multidisciplinair onderzoek uitvoert naar menselijk gedrag en gezondheid.
Op 18 januari treedt Sarah Hill op in De Balie tijdens het programma Your Brain on Birth Control met ook o.a. Lilianne Ploumen.
Je brein aan de pil
De anticonceptiepil heeft vrouwenlevens radicaal veranderd. Mede dankzij deze controle over hun vruchtbaarheid konden vrouwen studeren en in groten getale de arbeidsmarkt betreden. Maar er is na al die jaren nog altijd erg weinig bekend over de reikwijdte van de effecten ervan. In dit boek laat Sarah Hill zien hoe ingrijpend die kunnen zijn. Je brein aan de pil verschijnt op 14 januari bij Nijgh & van Ditmar in een vertaling van Marga Blankestijn.

