johan simons je moet mensen in het hart raken


De Nederlandse theaterregisseur Johan Simons is de nieuwe intendant van de Ruhrtriënnale, een toonaangevend podiumfestival in Noordrijn-Westfalen. Welt am Sonntag sprak hem onder het genot van een broodje kaas.

Als er één onuitroeibaar cliché bestaat over Nederlanders, dan is het wel hun voorliefde voor Goudse kaas. Maar om hier nou aan herinnerd te worden bij een eerste ontmoeting met Johan Simons, de nieuwe artistiek leider van de Ruhrtriënnale, was nogal een verrassing. Wie denkt er nu aan vastgeroeste vooroordelen bij de internationaal gerenommeerde en veel gelauwerde acteur, regisseur en intendant?

Bij het binnengaan van zijn kantoor ging het oog echter direct naar het opvallende geel van kaas: op de grote vergadertafel lagen, mooi op een wit porseleinen bordje gedrapeerd, zorgvuldig gesneden driehoekjes roggebrood met jong belegen Goudse kaas en mini-augurkjes. Frau Antje had het niet beter kunnen presenteren.

Johan Simons is de vijfde intendant van de Ruhrtriënnale. Hiermee is hij artistiek leider van een festival dat de deelstaatregering van Noordrijn-Westfalen in het leven heeft geroepen om de kunsten in de deelstaat te bevorderen en de reputatie van Noordrijn-Westfalen als deelstaat van de avant-gardecultuur tot ver over de eigen grenzen heen uit te dragen. Een toonaangevend project, dat elke drie jaar de signatuur van een andere intendant draagt.

Nu is het de beurt aan Johan Simons uit Varik in Gelderland. Als leider van theatergezelschap ZT Hollandia maakte hij naam als voortrekker van een progressieve theaterkunst. In München was hij succesvol als intendant van de Münchner Kammerspiele. En nu heeft de 68-jarige Simons met zijn theatraal-melancholieke blik en warrige grijze haar voor het Ruhrgebied gekozen. Niet alleen omdat het dichter bij zijn woonplaats ligt dan de Beierse hoofdstad, maar ook omdat hij een groot bewonderaar is van Gerard Mortier, de grondlegger van de Ruhrtriënnale.

© AP
© AP

‘Laat je omarmen’ is het leidmotief van uw eerste Ruhrtriënnale-jaar. Dit citaat van Schiller, bekender als tekst van het Europees volkslied, is een gebaar van harmonie tussen mensen en naties. Is dat gelet op de huidige oorlogen en gruwelijke terroristische moorden niet een beetje naïef?

Het is idealistisch noch hopeloos. Laat je omarmen! Juist in tijden waarin de politieke situatie zeer netelig is, moet je proberen naast elkaar te staan. Vooral in Europa. Ik ben een groot aanhanger van het humanisme en de Europese waarden. Die moeten we verdedigen.

In een Europa van culturele tegenstellingen en veel talen is het heel lastig om tot een unanieme boodschap te komen. Dat zie je bij onderwerpen als de reddingsprogramma’s van de EU, de oorlog in Oekraïne en de schendingen van de persvrijheid in Hongarije.

Het is geen kwestie van dingen politiek en maatschappelijk helemaal aan elkaar aanpassen. We moeten de verschillende culturen als rijkdom van Europa zien. Er zijn geweldige componisten, schrijvers en filosofen. Daarvan moeten we ons weer bewust worden. Daar hoort ook bij dat we onze eigen talen waarderen. Van de week zag ik dat Angela Merkel in Amerika niet Engels, maar Duits sprak. Nu heb ik bedacht dat de correspondentie van de Ruhrtriënnale niet meer steevast in het Engels moet worden gevoerd, maar waar mogelijk in het Duits.

We mogen onze waarde, ons zelfbewustzijn niet afmeten aan ons werkvermogen

Dat klinkt conservatief.

Het gaat niet om de versterking van nationale opvattingen. Maar we moeten ons bewuster zijn van onze culturele verschillen, ze respecteren en uitwisselen om hun rijkdom te doorgronden. Daar horen ook de talen bij. Europa heeft vele harten. Alleen: hoe verenigen we die?

Houdt deze vraag u vooral bezig sinds de aanslag op het satirische blad Charlie Hebdo?

Ik denk al jarenlang na over de betekenis van de Europese cultuur en het humanisme. Het vormt een belangrijke pijler van mijn werk. Om die reden heb ik bijvoorbeeld als intendant van de Münchner Kammerspiele samengewerkt met mensen van veel nationaliteiten. Dat was in het begin heel moeilijk, dat kunt u zich voorstellen. Maar ik moet zeggen: het heeft gewerkt. De aanslag in Parijs heeft me in al zijn tragiek nog eens duidelijk gemaakt dat we nu meer dan ooit onze waarden moeten verdedigen – de mensenrechten zijn een onaantastbaar goed. De geschiedenis laat zien dat er altijd mensen zijn geweest die meenden andermans hoofd te moeten afsnijden. Daardoor mogen we ons niet laten imponeren.

Dat klinkt strijdvaardig.

We mogen niet bang zijn. Dat zou heel slecht zijn, want dat is juist wat de terroristen willen bereiken. Moedig zijn, dat is het devies van dit moment.

Is dat ook terug te vinden in het programma van de Ruhrtriënnale?

Absoluut. Natuurlijk niet één op één, maar in verschillende thema’s. Eén aspect is de geschiedenis van de arbeid, want het Ruhrgebied is niet denkbaar zonder de enorme bloei van de industrie, maar ook niet zonder haar verval. Bij een hoog werkloosheidscijfer van meer dan tien procent rijst de vraag naar de identiteit van de mens zonder werk. Als het werk afneemt, moeten we anders gaan denken. We mogen onze waarde, ons zelfbewustzijn niet afmeten naar ons werkvermogen.

Hoe brengt u deze benadering in de praktijk? Ontwikkelt u tegenmodellen?

Ik doe geen voorstellen, maar probeer de mensen tot nadenken te bewegen. Dat doe ik als kunstenaar met een bepaalde levenservaring en een bepaald esthetisch gevoel. Als opening van de Ruhrtriënnale heb ik Pier Paolo Pasolini’s Accattone gekozen, over een aan lagerwal geraakte pooier die in een armoedige buurt in Rome woont. Het verhaal dat ik vertel is niet bepaald simpel, maar toch hoop ik er veel mensen mee te bereiken.

Theater is deel van onze maatschappij. Deel van ons zijn
Repetitie voor het stuk Deutschstunde van Siegfried Lenz in het Thalia Theater in Hamburg. – © Christian Charisius / AP
Repetitie voor het stuk Deutschstunde van Siegfried Lenz in het Thalia Theater in Hamburg. – © Christian Charisius / AP

Waarom denkt u dat een complex verhaal een breed publiek kan bereiken?

Vanaf de eerste voorstelling met mijn toenmalige gezelschap Hollandia maak ik theater voor mensen die anders niet naar het theater zouden gaan. We verlieten bewust de grote theaters in de steden, trokken de provincie in en speelden overal waar je maar kon spelen: van leegstaande fabrieken en kassen tot vliegvelden. Je moet de mensen in het hart raken en ze moeten weten dat je probeert ze in het hart te raken.

Bent u een succesvolle hartveroveraar?

Zeker, maar we hebben nog lang niet genoeg bereikt. Ik stel steeds een breed programma samen, weliswaar altijd vanuit mijn eigen esthetisch gevoel. Zo wordt Accattone begeleid door muziek van Johann Sebastian Bach. En Bach is bekend.

Zoals ook Wagner, wiens opera Das Rheingold u ensceneert?

Ik mag me graag verbeelden dat Wagner die opera voor het Ruhrgebied heeft geschreven. Als dat het geval zou zijn geweest, dan ging het over de industriële revolutie. Het woord ‘Rheingold’ kun je splitsen in ‘Rhein’ en ‘Gold’. Dan heb je de horizontale lijn van de Rijn en de verticale van het zwarte goud, zoals kolen ook wel worden genoemd. Veel in mijn programma heeft te maken met deze regio, die ik ook heel goed ken. Meteen toen hij intendant werd, heeft Gerard Mortier me gevraagd een enscenering voor de Ruhrtriënnale te maken. Al in 2001 ben ik hier voor het eerst geweest om de industriecomplexen te bekijken. Al in het eerste jaar van Mortier heb ik samen met Paul Koek Bacchanten van Euripides en Visconti’s De val van de goden in de Gebläsehalle in het Landschaftspark Duisburg-Nord geënsceneerd.

Als u me een wereldverbeteraar wilt noemen, graag

U hebt besloten om in de Kohlenmischhalle van de Lohbergmijn in Dinslaken te gaan spelen, een nieuwe locatie, die niet op de lijst van Mortier stond. Waarom?

De Ruhrtriënnale moet een speellocatie hebben die rudimentair is. Die was er nog in de tijd van Mortier. Met Hollandia heb ik de idee nagejaagd om van het gebouw zelf een decor te maken. Geen gordijnen, geen verduistering, geen klatergoud. De werkelijkheid moet worden opgevoerd. Ook geluiden van buiten, zoals sirenes, vliegtuigen en regen, kunnen deel uitmaken van de enscenering. Theater is deel van onze maatschappij. Deel van ons zijn. En de geschiedenis van de Ruhrtriënnale en haar industriehallen is onscheidbaar van de mensen die er hebben gewerkt. Mortier zag dat ook zo. Ik zou graag aansluiting willen zoeken bij zijn beginjaren. Zijn periode als intendant was het gouden tijdperk van de Ruhrtriënnale.

Als kind wilde u dominee worden. Schuilt er nog altijd een zendeling in u?

Als u me een wereldverbeteraar wilt noemen, graag. Maar het draait natuurlijk altijd om kunst, niet om zending. We bieden de mensen een gevoels- en gedachtenreis aan.

Auteur: Christiane Hoffmans
Vertaler: Pieter Streutker

Welt am Sonntag
Duitsland, weekblad, oplage 250.000
Zondagseditie van het liberaal-conservatieve dagblad uit Duitsland, dat vlak na de Tweede Wereldoorlog door de Britten in Hamburg werd opgericht.


Deel dit artikel


Recent verschenen