koning van het detail


De Amerikaanse fotograaf Irving Penn (1917-2009) werd beroemd door zijn werk voor het modetijdschrift Vogue. Zijn studiowerk is nog altijd ongeëvenaard, zo blijkt op een tentoonstelling in Parijs.

Het hoogtepunt van de expositie van Irving Penn in het Grand Palais in Parijs is geen foto, maar een oude, grijs geschilderde 
rol tapijt, versleten, beschadigd en vol vlekken, die onder aan de grote trap ligt. Dit simpele achterdoek, dat de fotograaf in 1950 in Parijs had opgeduikeld, vergezelde hem bijna vijftig jaar. Tegen deze neutrale achtergrond liet Penn (1917-2009) de miniemste details in het oog springen, van de rimpels van schrijfster Colette tot de weerspiegeling in de ruiten van een glazenwasser.

Het voorwerp toont de virtuositeit van deze legendarisch strenge perfectionist, die met niets adembenemende beelden wist te creëren, zonder rekwisieten of decor, alleen maar oog in oog met zijn onderwerp. En tegelijk geeft het ook de grens van zijn kunst aan: als ongeëvenaard studiokunstenaar heeft Penn ook de fotografie tot deze kunstgreep teruggebracht, hij heeft er een sublieme creatie van gemaakt die ver van de wereld af staat, altijd strak gespannen, voor eeuwig buiten de tijd en zijn oprispingen. Op het gevaar af haar op te sluiten in een wereldvreemde pracht.

De elegante overzichtstentoonstelling in het Grand Palais, met maar liefst 235 foto’s en een zeer fraaie catalogus, toont op een klassieke en ingetogen manier, in elf zalen die allemaal in verschillende 
tinten grijs zijn geschilderd, de series van de sterfotograaf van het blad Vogue: zijn beroemde modefoto’s, zijn kleine ambachtslieden, zijn portretten van bekende of anonieme Zuid-Amerikanen, zijn gebeeldhouwde naakten en zijn geraffineerde stillevens.

4 x © Condé Nast: After Dinner Games; Girl with Tobacco on Tongue (Mary Jane Russell); Ingmar Bergman (© The Irving Pen Foundation);  Marlene Dietrich (© The Irving Penn Foundation)
4 x © Condé Nast: After Dinner Games; Girl with Tobacco on Tongue (Mary Jane Russell); Ingmar Bergman (© The Irving Pen Foundation); Marlene Dietrich (© The Irving Penn Foundation)

Van zaal tot zaal bewijzen de zorgvuldige en fluwelige foto’s van Penn dat hij vooral bezig was met het onderzoek naar materie. Bij hem lijkt het kant van een kledingstuk, het poeder op een gezicht, gestreeld door het licht, tastbaar. Alle afdrukken zijn van zijn eigen hand. En in de jaren zestig nam Penn zijn hele oeuvre opnieuw onder handen met een oude en complexe techniek, platina en palladium, die zijn afbeeldingen oneindige grijsnuances verleende 
en van de fotografie een ambachtelijk en uniek medium maakte. Kwaliteiten die hem in staat 
stelden met zijn foto’s in musea en privécollecties door te dringen.

Penn begon zijn loopbaan in 1943 als grafisch vormgever bij Vogue, waar hij, aangemoedigd door Alexander Liberman, de almachtige artistiek directeur van het blad, al spoedig overstapte op portretten van beroemdheden en modefoto’s. Hij zou er bijna zestig jaar blijven werken.
Wat Penn aan Vogue bijdroeg, waren een soberheid en stilering die braken met de glamour en gekunsteldheid van die tijd. Voor de ‘existentialistische’ portretten waarmee hij zijn reputatie vestigde zette de jonge fotograaf zijn modellen tussen twee kroonlijsten, een invalshoek waar ze gedestabiliseerd, intens en getourmenteerd uit naar voren sprongen. Fotografie is een truc, en Penn aarzelde niet om 
dat te tonen: hij liet het kader zien, veegde de vloer niet aan, gebruikte een eenvoudige stoel om zijn onderwerp op te laten poseren. Resultaat: de jonge Truman Capote lijkt kwetsbaar, weggedoken in zijn jas, terwijl de grote Alfred Hitchcock wegzinkt in de zwarte afgrond van zijn pak. Later onthulde Penn op een magistrale manier de sombere kant van zijn onderwerpen: Picasso wil de clown uithangen, Penn brengt hem terug tot zijn doordringende blik. ‘Ik wil een kerf in de façade maken,’ zei Penn. ‘Dat vind ik niet wreed. Wat zich achter de façade verschuilt is heel vaak zeldzaam en veel mooier dan wat men over het onderwerp gelooft of durft 
te geloven.’

Maar zijn mooiste series zijn degene 
die achter de schermen van Vogue zijn gemaakt. Zoals de magistrale serie die hij, op bestelling, in Lima in Peru schoot, de enige modeserie die hij buiten heeft gemaakt. Hij reisde door naar Cuzco, een precolumbiaanse stad waar hij zijn intrek nam in een eenvoudig appartementje dat baadde in het daglicht en waar hij de eenvoudig geklede voorbijgangers fotografeerde: bijna tweeduizend foto’s, waarop hij de trotse blikken wist vast te leggen, de directe eenvoud van de poses, maar ook het vallen van de rokken van dikke stof, de welving van de hoeden. 
Zijn icoon, twee ernstig kijkende kleine kinderen 
op blote voeten, tussen een wazig gordijn en een 
terracottavloer, vat de directe en naakte stijl samen die de zijne zou worden. De serie werd in kleur in 
het blad gepubliceerd, maar in zwart-wit afgedrukt door de fotograaf.

Naomi Sims in Scarf. – The Irving Penn Foundation
Naomi Sims in Scarf. – The Irving Penn Foundation

Gevulde modellen

De serie van Penn over kleine ambachten werd 
ook in de marge van zijn modefoto’s gerealiseerd: in Parijs fotografeerde hij, in de voetsporen van Eugène Atget, tussen twee jurken door de kleine man op straat, van kelner tot banketbakker. Ook daar haalde Penn zijn onderwerpen uit de buitenwereld en nam hij ze mee naar zijn studio, waar hij vervolgens zijn eigen geschiedenis fabriceerde, die op een wat nostalgische manier van de verloren trots van de werkende mens getuigt, omringd door het gereedschap waaruit zijn vak blijkt.

De tweede verdieping van de expositie, die wisselender van kwaliteit is, toont de pogingen van Penn om een oeuvre te creëren. Het verrassendst is de grote zaal die aan zijn naakten is gewijd: omdat hij genoeg had van de ‘anorectische’ mannequins die hij in de jaren vijftig voor Vogue moest fotograferen, wierf Penn rijkelijk gevulde modellen. De borsten en billen vormen golven, het schaamhaar piekt tussen de duinen door. De afdruk en het papier accentueren de blankheid en de onwerkelijkheid van de lichamen. ‘Hier had hij Matisse in gedachten,’ legt curator Jeff Rosenheim uit.

Anders dan Richard Avedon, de andere sterfotograaf van de jaren vijftig en zestig, liet Penn zijn privéleven en schokkende maatschappelijke ontwikkelingen buiten zijn werk. Zijn reportage in Dahomey na de dekolonisatie levert een serie studioportretten op 
die ons vandaag de dag vooral exotisch voorkomt. Irving Penn plaatste zijn beelden liever in de vormgeschiedenis dan in de echte geschiedenis. Het is 
de vorm van de vergankelijkheid die hij telkens weer opzoekt door sigarettenpeuken te fotograferen en 
die tot ambigue monumenten om te toveren. Op 
diezelfde manier aarzelen zijn verwelkte bloemen met felle kleuren tussen pracht en verval. Alsof ze willen zeggen dat de wereld van Penn, hoe perfect 
en elegant ook, eveneens haar einde nadert.

Auteur: Claire Guillot

De tentoonstelling ‘Irving Penn’ is nog t/m 29 januari te zien in het Grand Palais in Parijs.

Le Monde
Frankrijk | dagblad | oplage 345.000

In 1944 opgericht op initiatief van De Gaulle. Iconische krant, gehecht aan zijn onafhankelijkheid (maar sinds 2010 wel eigendom van drie private investeerders). Om recht te doen aan de titel ‘De wereld’ houdt Le Monde een groot netwerk van correspondenten in stand.


Deel dit artikel


Recent verschenen