ANP 407699062 3


De burgeroorlog in Libië, die tussen 2014 en 2020 op z’n hevigst was, lijkt voorbij nu het wapengekletter is weggeëbd. Toch verkeren ontheemde slachtoffers nog steeds in deplorabele omstandigheden. En de overheid is in geen velden of wegen te bekennen.

In Libië leven op het moment duizenden mensen die hun huis zijn kwijtgeraakt door oorlogshandelingen of om andere redenen niet kunnen terugkeren naar hun woning.

‘Ondanks het einde van de burgeroorlog in Libië en het begin van een stroef politiek proces, zijn de gevolgen van dit langdurige conflict voor de lokale bevolking nog steeds even pijnlijk’, schrijft de pan-Arabische krant Al-Araby Al-Jadeed.

‘Ze wonen nog steeds in onhoudbare tijdelijke onderkomens en hebben te maken met zware omstandigheden, zoals de koude winter die rond deze tijd elk jaar terugkeert. Er zijn geen officiële statistieken beschikbaar over het precieze aantal mensen,‘ aldus Al-Araby.

De overheid beweert dat ze geen goed inzicht in het aantal ontheemden en hun omstandigheden kan krijgen door politieke verdeeldheid en door andere vormen van overmacht.

ICRC, het Internationale Comité van het Rode Kruis, kan wel enige indicatie bieden. De organisatie meldde onlangs dat het eind januari directe hulp heeft geboden aan 7200 gezinnen. Volgens het ICRC gaat het om families die door de burgeroorlog gedwongen werden hun verwoeste steden of huizen te verlaten.

Overheid laat het afweten

Bij gebrek aan financiële steun van de staat proberen de meeste slachtoffers hun huis op eigen kracht te herstellen, maar ter plaatse ontbreekt het aan zo’n beetje alles wat daarvoor nodig is.

‘In de zomer weten we niet waar we moeten overnachten vanwege de hitte. In de winter moeten we urenlang hout stoken om warm te blijven. Maar hoe moet ik ondertussen het probleem oplossen van regenwater dat door de kieren in de oude muren sijpelt en naar binnen komt door de ramen die provisorisch met plastic zijn gedicht?’ vraagt Nasr Haddar, een vluchteling uit de noordelijke stad Tawergha.

In de stad Tarhuna, ten zuidoosten van Tripoli, bevindt zich een vluchtelingenkamp dat in 2011 werd geopend. De vervallen staat van het kamp laat zien hoe hoog de nood van de bewoners is.

‘Vluchtelingen missen de meest elementaire middelen van bestaan’

‘Het kamp is opgetrokken uit lichte, gammele constructies. Vluchtelingen missen de meest elementaire middelen van bestaan. Ondanks talloze oproepen heeft geen enkele overheidsinstantie de bevolking een oplossing of humanitaire hulp weten te bieden, vertelt Fradj Mohamed, een van de bewoners van het kamp.

Allerlei ngo’s doen hun best om de oorlogsslachtoffers te helpen, maar hun inspanningen zijn een druppel op de gloeiende plaat. ‘Ondanks de burgerinitiatieven en de inspanningen van liefdadigheidsinstellingen die proberen zoveel mogelijk kleding en dekens voor de ontheemden te verstrekken, blijft het allemaal onvoldoende,‘ aldus Hassen Bourkane.

Bourkane is lid van de Al-Taysir Charity Association, een humanitaire organisatie en vertelt aan Al-Araby Al-Jadeed dat een van de moeilijkheden waarmee liefdadigheids- en andere maatschappelijke organisaties te kampen hebben, de verspreiding van de ontheemden is.

‘Deze crisis heeft zo’n grote omvang aangenomen, dat de inzet van ngo’s niet voldoende is’

Voorheen bevonden de vluchtelingen zich allemaal in kampen en dat betekende dat ze op specifieke, bekende plekken te vinden waren waar hun omstandigheden gemonitord konden worden. Maar de slechte omstandigheden in de kampen hebben ertoe geleid dat ze zijn vertrokken op zoek naar een betere plek. Zo zijn ze verspreid geraakt over een groot gebied en zijn hun omstandigheden moeilijker in kaart te brengen.

Op hun beurt hebben de vluchtelingen, doordat ze zich hebben verspreid over het land, grote moeite om de weg te vinden naar beschikbare hulp. Hulp overigens die, ook al zouden ze er toegang toe vinden, bij lange na niet voldoende is.

‘Deze crisis heeft zo’n grote omvang aangenomen, dat de inzet van ngo’s niet voldoende is, zegt Hassen Bourkane. ‘Het is hoog tijd dat de overheid zich gaat inspannen.’


Deel dit artikel


Recent verschenen