made in germany wordt made in russia


Het protectionisme is weer helemaal terug in de wereldeconomie. Duitse bedrijven die voor een groot deel afhankelijk zijn van de export, reageren door hun productie te verplaatsen naar het buitenland.

In 1834 vond Sebastian Staedtler in Neurenberg het moderne kleurpotlood uit. Hij was erin geslaagd, zo verkondigde hij trots, ‘roodkrijtpotloden te maken die wat kwaliteit betreft alle andere potloden ver achter zich laten’. Staedtler presenteerde zijn nouveauté op de wereldtentoonstelling in New York, en al snel leverde zijn bedrijf potloden tot in het Verre Oosten toe; een global player in de late biedermeierperiode.

Vandaag de dag is Staedtler in meer dan honderdvijftig landen vertegenwoordigd, rond de 80 procent van de productie is bestemd voor de export. ‘Wij zijn in grote mate aangewezen op vrije toegang tot buitenlandse markten,’ zegt de directeur van het bedrijf, Axel Marx. En die positie vindt hij zorgelijk, want sinds een tijdje stuiten Marx en zijn collega’s bij het zakendoen over de grens op muren, barrières en belemmeringen.

Hij ziet op veel plekken in de wereld dat regeringen hun nationale industrie beschermen tegen buitenlandse concurrentie: ‘In de laatste vier, vijf jaar is het klimaat erg verslechterd.’ En het zijn niet alleen invoerrechten − die de laatste tijd ook weer omhoog gaan − of leveringsbeperkingen door contingentering die problemen veroorzaken; aan zulke handelsbelemmeringen is Marx allang gewend. Landen doen het tegenwoordig steeds subtieler.

‘Het voelt alsof we aan het einde van een economisch tijdperk zijn aangeland’

Staedtler levert bijvoorbeeld passers aan Zuid-Korea. Dat was nooit een probleem. Maar van de ene dag op de andere werden passers door de instantie die over de invoer gaat op een andere manier geklasseerd. Voorheen werden ze door de ambtenaren als tekenmateriaal beschouwd, maar nu vallen ze opeens in de categorie ‘speelgoed’. Met verstrekkende gevolgen, want in Zuid-Korea mag in speelgoed praktisch geen lood zitten. Maar omdat in de messinglegering van de passers sporen van lood werden aangetroffen, staat de nieuwe classificering gelijk aan een importverbod. ‘Alsof kinderen op passers sabbelen,’ schampert Marx.

Door dergelijke grillige ingrepen in de internationale handel wordt veel Duitse exporteurs het leven zuur gemaakt. Tegenwoordig schrijven de autoriteiten tot in detail voor aan welke eisen ingevoerde goederen moeten voldoen: hoe ze verpakt moeten zijn, aan welke veiligheidsvoorschriften ze moeten voldoen. Ze bepalen bijvoorbeeld dat de brandbaarheid in een binnenlands laboratorium moet worden getest, ook als dat in Duitsland al is gebeurd. Dergelijke verplichtingen zijn irritant, vaak is het gewoon pesterij. Het zijn de nieuwe varianten van het protectionisme. En ze passen in een patroon.

De vrije invoer van goederen en diensten is al jaren op zijn retour. De wereldhandel verliest aan dynamiek en groeit intussen langzamer dan de economie zelf. De Wereldhandelsorganisatie (WTO) heeft de groeiprognose voor 2017 bijgesteld van 2,8 procent naar 1,7 procent. ‘De vooruitzichten zijn aan zienlijk verslechterd’, zegt WTO-directeur Roberto Azevêdo.

Het politieke tumult van de afgelopen tijd heeft de neergaande trend versterkt. De presidentsverkiezingen in de VS, de Brexit in Engeland, het Italiaanse referendum, de coup in Turkije en, bijna vergeten, de Russische oorlog in Oekraïne: alles wijst op afscherming van markten.

Exemplaren van de New Beetle staan klaar voor een laatste inspectie in de fabriek in Puebla, Mexico. – © Photothek via Getty Images
Exemplaren van de New Beetle staan klaar voor een laatste inspectie in de fabriek in Puebla, Mexico. – © Photothek via Getty Images

‘Het voelt alsof we aan het einde van een economisch tijdperk zijn aangeland,’ zo beschrijven topstrategen van Deutsche Bank in een studie de naderende kentering. Dat tijdperk begon in de jaren zeventig, toen door de komst van China de globalisering op gang kwam. Deze turbofase loopt nu op zijn eind en zal worden afgelost door een soort mercantilisme.

In het mercantilisme, uitgevonden ten tijde van het absolutisme in de zeventiende eeuw, doet de nationale staat er alles aan om de binnenlandse economie te versterken: de staat bevordert de export van eindproducten en brengt de import terug met behulp van beschermende maatregelen. En deze bekrompenheid zal naar het zich laat aanzien kenmerkend zijn voor het presidentschap van Donald Trump.

Trump wil alles bestrijden wat met de binnenlandse economie zou kunnen concurreren. Hij kondigt hogere invoerrechten aan en is van plan een aantal handelsakkoorden op te zeggen, want ‘die zuigen onze economie leeg’. Deze even xenofobe als arrogante houding maakt veel mensen die in de VS actief zijn of daar actief willen worden zeer onzeker.

Maren Handwerk uit Bremen had eigenlijk gepland om een dependance van haar bedrijf te openen in Atlanta. Maar sinds de verkiezing van Trump aarzelt ze. ‘We denken nu drie keer na of we die stap wel moeten zetten,’ zegt ze.

Haar ingenieursbureau CE-Con is gespecialiseerd in onderzoek naar de bedrijfszekerheid van machines. Met deze dienst doet ze goede zaken, vertelt ze, vooral in de VS. Maar nu vreest Handwerk dat daar allerlei problemen kunnen gaan ontstaan: het aantrekken van personeel bijvoorbeeld, of het verkrijgen van werkvisa. Daarom heeft ze het idee van een Amerikaanse vestiging voorlopig opgegeven. ‘Het veroveren van een buitenlandse markt is toch al niet eenvoudig,’ zegt ze.

Pure pesterij

De Verenigde Staten waren in 2015 Duitslands belangrijkste handelspartner, nog vóór Frankrijk. Duitsland exporteerde goederen ter waarde van 114 miljard euro naar Amerika, vijf keer zo veel als in 1980, vooral auto’s, machines, elektrotechnische producten en farmaceutica. Voor de Duitse economie is er dus een heleboel te verliezen.

‘Wat we bereikt hebben, mogen we niet lichtvaardig op het spel zetten door het speelveld aan de populisten over te laten,’ waarschuwt Carl Martin Welcker, de nieuwe voorzitter van de federatie van Duitse machine- en installatiebouwers. De machinebouwers verkopen driekwart van hun producten in het buitenland. ‘Om een geglobaliseerde wereld weer vol te zetten met handelsbarrières is de verkeerde weg, waarbij uiteindelijk iedereen verliest,’ zegt Welcker. Zijn appèl klinkt bijna als een smeekbede.

Duitse autofabrikanten en hun toeleveranciers hebben grote vestigingen in de VS, maar ook in Mexico. De onderdelen worden in het ene land gemaakt, en de auto’s worden in het andere land in elkaar gezet. Deze uitwisseling verliep dankzij het Noord-Amerikaanse vrijhandelsverdrag Nafta tot nog toe zonder problemen en zonder invoerrechten.

Maar nu komt deze winstgevende werkverdeling in gevaar. Vóór de verkiezingen noemde Trump Nafta ‘het slechtste handelsverdrag dat de VS ooit hebben ondertekend’. Als de nieuwe president het lidmaatschap zou opzeggen, dan zou het Mexicaanse rekensommetje voor de Duitse bedrijven in Mexico niet meer opgaan. Volgens een enquête onder de leden van de buitenlandse Kamer van Koophandel aldaar verwacht 83 procent van de ondernemers dat de keuze voor Trump negatieve gevolgen voor henzelf zal hebben.

Ook in China, die andere essentiële markt buiten de EU, voelt het Duitse bedrijfsleven zich niet meer zo welkom. Ondernemingen klagen dat ze niet op wet en recht kunnen vertrouwen en voelen zich benadeeld. Aan de nieuwe quota’s voor elektrische auto’s, die al in 2018 van kracht worden, kunnen de Duitse fabrikanten zo snel nauwelijks voldoen. En buitenlandse bedrijven mogen de winst die ze in hun Chinese vestigingen behalen nog maar beperkt meenemen naar huis. Ook dat is pure pesterij. Geen wonder dat de investeringsbereidheid afneemt.

Sinds de financiële crisis zijn ondernemingen terughoudend met het uitbreiden van hun internationale betrekkingen. Het wereldhandelsklimaat is ruwer geworden, de toon scherper, soms zelfs vijandig. En de regeringen bevorderen die nieuwe hardheid behoorlijk.

‘We zullen de historische fout van het protectionisme niet herhalen.’ Deze belofte van de G20-landen op hun bijeenkomst in Londen in 2009 is al lang vergeten. De ideeën van destijds om een economische wereldraad te installeren als controlegremium en om een ‘Handvest van het gezamenlijk ondernemen’ te formuleren zijn nooit gerealiseerd. Voorstellen die van bondskanselier Angela Merkel kwamen.

In plaats daarvan zijn de protectionistische tendensen sterk toegenomen. Een team economen uit Sankt Gallen en Londen registreert in de Global Trade Alert (GTA) nauwgezet alle acties waarmee regeringen de binnenlandse economie proberen te beschermen: met invoerrechten of quota’s, subsidies, premies of uitzonderingsmaatregelen. In de eerste acht maanden van 2016 telden de GTA-statistici in de G20-landen al 350 van dergelijke maatregelen; twee jaar geleden was dat nog maar de helft. En landen worden steeds inventiever bij de keuze van hun instrumenten.

Mexicaanse Volkswagen-medewerkers rijden een chassis door de fabriekshal in Puebla; Een fabriek van Siemens in Berlijn; Het farmaceutische bedrijf B. Brau Melsungen plant een productiefaciliteit in Rusland. – © Bloomberg (1&2) en Photothek via Getty
Mexicaanse Volkswagen-medewerkers rijden een chassis door de fabriekshal in Puebla; Een fabriek van Siemens in Berlijn; Het farmaceutische bedrijf B. Brau Melsungen plant een productiefaciliteit in Rusland. – © Bloomberg (1&2) en Photothek via Getty

Wie bijvoorbeeld textiel invoert in de VS, moet rekening houden met invoerrechten die heel verschillend uitpakken al naargelang het materiaal, de toepassing ervan en het gewicht. Voor een anorak geldt een invoerrecht van 9,4 procent voor het deel dat uit katoen bestaat. Als hetzelfde model van kunstvezel is vervaardigd, is het invoerrecht 27,7 procent, dus bijna drie keer zo hoog. Daarom moeten textielhandelaren de polyester anorak eigenlijk voor een veel hogere prijs verkopen, maar leg dat de klanten maar eens uit. Aan de andere kant belasten de Amerikanen katoenen producten onder andere met een extra cotton fee, een ander invoerrecht. En uitgerekend met de opbrengst daarvan betaalt de Amerikaanse katoenindustrie haar reclamecampagnes.

Het Amerikaanse systeem van invoerrechten is ‘in hoge mate gefragmenteerd en complex’, zegt Felix Ebner, de Brusselse chef van de algemene bond van de Duitse textiel- en mode-industrie. Omdat andere landen in hun regelgeving − bij certificering of technische standaards − bovendien eigen richtlijnen gebruiken, ter bescherming van consumenten, is er tot verdriet van Ebner internationaal ‘een grote lappendeken’ ontstaan.

Maar degelijke bureaucratische belemmeringen zijn altijd nog makkelijker te overkomen dan de moeilijkheden waarmee de Duitse textielindustrie in Rusland te kampen heeft. Die markt is, vergeleken met het topjaar, ingestort: de omvang is nu 40 procent lager. De EU-sancties sinds maart 2014 en de Russische reacties daarop hebben een bijzonder nadelige invloed op de export van beide landen. Rusland streeft in veel branches naar autarkie, bijvoorbeeld bij de productie van medicinale hulpmiddelen als injectiespuiten, canules en infusen.

Het ministerie van Handel en Industrie in Moskou publiceerde eind maart 2015 een lijst van 111 artikelen die Russische ziekenhuizen, indien enigszins mogelijk, dienen te kopen bij lokale producenten, in plaats van ze te importeren uit het buitenland. Voor katheters is de eis dat in 2020 nog maar 25 procent wordt geïmporteerd, in plaats van de huidige 90 procent. En als dat niet lukt moeten ze in elk geval uit landen afkomstig zijn die zich niet bij de sancties hebben aangesloten, zoals China of Turkije.

‘Als er lokale producenten zijn, vis je als global player altijd achter het net’

Ook aanbieders van Duitse medische technologie, zoals B. Braun Melsungen, hebben het moeilijk. Het concern, dat al meer dan twintig jaar in Rusland actief is met verkoop- en productieactiviteiten, constateerde dat buitenlandse bedrijven bij het verlenen van opdrachten inmiddels vaak worden uitgesloten. ‘Als er lokale producenten zijn, vis je als global player altijd achter het net,’ zegt Jörg Griesel, regionaal directeur voor Noordoost-Europa van Sparte Hospital Care. Het Hessische concern heeft daar de volgende consequentie uit getrokken: het brengt zijn activiteiten in Rusland niet terug, integendeel, juist uitbreiding van de productiefaciliteiten in Rusland staat op de planning. Als waardecreatie lokaal gebeurt, gelden de producten als ‘made in Russia’, zo beredeneren ze, en dan is er uit handelspolitiek oogpunt geen probleem.

Deze pacificerende strategie wordt door economen ‘lokalisering’ genoemd. ‘Op het ogenblik is dit de beste manier om met protectionistische tendensen om te gaan,’ zegt Christian Rödl, directeur van het Neurenbergse adviesbureau Rödl & Partner. ‘Met een eigen productiebedrijf heb je meestal de minste problemen.’

Dat goedlopende ondernemingen wereldwijd fabrieken neerzetten, is natuurlijk al tientallen jaren gangbare praktijk. Ze gaan onder buitenlandse vlag varen om te kunnen profiteren van de lagere personeels- en energiekosten, om valutarisico’s te vermijden en vooral omdat ze in de buurt van de markt en de klant willen zitten. Dat ze het doen uit handelspolitiek oogpunt is een nieuw aspect.

Ook potloodfabrikant Staedtler volgt deze strategie. Staedtler-chef Marx was recent in Ecuador. ‘Daar groeit uitstekend hout voor de potloodfabricage,’ zegt hij. In plaats van afhankelijk te zijn van toeleveranciers, zoals tot nu toe het geval was, wil Marx binnenkort hout gebruiken van zijn eigen plantage en het ruwe materiaal verwerken in een eigen zagerij waar er plankjes van worden gemaakt.

Op het moment laat Marx doorrekenen of het zinvol is een productiebedrijf in de Verenigde Staten op te zetten: Amerika is voor Staedtler de belangrijkste afzetmarkt. Hij loopt al jaren met dat idee rond, en door recente uitspraken van Trump is hij gesterkt om dat plan ook ten uitvoer te brengen. ‘Dan zijn we op alle omstandigheden voorbereid.’

Duidelijk is dat Duitse exportbedrijven ook op deze manier proberen aan protectionisme te ontkomen. De vraag is alleen of dit op een of andere manier ten koste gaat van de werknemers in Duitsland. Dat zou het oude vestigingsplaatsendebat uit de jaren negentig opnieuw doen opvlammen.

Auteur: Alexander Jung
Vertaler: Izaak Hilhorst

Der Spiegel
Duitsland | weekblad | oplage 976.000

Een belangrijk onderzoekstijdschrift, opgericht in 1947 en uiterst onafhankelijk, dat verscheidene politieke schandalen aan het licht heeft gebracht.


Deel dit artikel


Recent verschenen