Mexicanen zijn verwikkeld in een oud, onopgelost geschil met Spanje. Niet met het echte Spanje, maar met een grotendeels denkbeeldig Spanje, dat is geworteld in de geschiedenis en de behoefte aan een eigen nationaal fundament.
Terwijl de eenheid van Spanje zich eeuwen geleden consolideerde door alles wat niet katholiek was te weren, bestendigde de Mexicaanse nationaliteit zich in de negentiende eeuw door het Spaanse verleden te ontkennen. Nog geen driehonderd jaar na de komst van de Spanjaarden verketterde Mexico zijn Spaanse koloniale verleden en voelde het zich meer aangetrokken tot het voorbeeld van de nieuwe landen in de Angelsaksische wereld.
De grote paradox is dat het juist de afstammelingen van de Spanjaarden (de criollos) waren die in de koloniën het anti-Spanjegevoel propageerden. De verbolgen criollos hadden genoeg van hun positie als tweederangsburgers en beschouwden zichzelf trots als Amerikaans en niets anders dan Amerikaans.
Geen beter voorbeeld van deze doorgesneden familiebanden dan Miguel Hidalgo, de vader van de Mexicaanse onafhankelijkheidsstrijd, de priester die technische vernieuwing en een vrije moraal omarmde. Aan het begin van de negentiende eeuw wierp hij zich ineens vol vuur op als voorvechter van mestiezen, indianen en mulatten die hun sociale ongelijkheid niet langer pikten en wraak zochten. De heftigste kreet die hij uitte was toen hij op een lastig moment van zijn campagne verkondigde: ‘We zijn de klos. Laten we die Spanjolen eens een lesje leren!’
De paradox wordt compleet doordat de belangrijkste transitie naar wat nu Mexico is plaatsvond in de periode die nu onderuit wordt gehaald: die van la Nueva España (het onderkoninkrijk Nieuw-Spanje). Toen ontstond het volk dat we de Mexicanen noemen (naar het indiaanse precolumbiaanse volk de Mexica’s), maar dat in feite een smeltkroes van culturen en rassen is die gestalte kreeg in de Spaanse koloniale periode.
Huzarenstukje
De geschiedenis van de criollos is geplaveid met wrok en een nieuw nationaal sentiment dat tot stand is gekomen door een cultureel huzarenstukje. Om hun positie te versterken tegenover de peninsulares, de in Spanje geboren kolonisten, hebben de criollos in de loop van de eeuwen enkele van de meest hardnekkige symbolen van de Mexicaanse nationaliteit gecreëerd. De leus van de criollos was dat Amerika superieur was aan het verderfelijke moederland. In het collectieve historische bewustzijn van de Mexicaanse Republiek verankerde zich het idee dat de koloniale tijd een zwarte bladzijde was in de geschiedenis van Mexico. Als wortels van hun nieuwe Amerikaanse identiteit wezen de criollos precies datgene aan waarmee ze niets van doen hadden: het indiaanse verleden dat ze duidelijk onderscheidden van de indianen van vlees en bloed, die ze als vanzelfsprekend bleven discrimineren.
Dat in de negentiende eeuw het liberalisme triomfeerde, versterkte bij de criollos het idee dat de koloniale tijd niet de basis vormde van onze nationale identiteit, maar dat die periode van religieus obscurantisme en middeleeuwse privileges de vooruitgang belemmerde.
De liberale elite wilde ten koste van alles de economie en de politiek moderniseren en het feodale erfgoed van Spanje achter zich laten. Mexico keerde in de negentiende eeuw Spanje de rug toe, een logisch gevolg van het streven naar onafhankelijkheid dat in 1821 zijn beslag kreeg. De verse Mexicaanse natie keerde ook zijn eigen verleden – Nieuw-Spanje, waaruit de Mexicaanse staat was ontstaan en zich verder had ontwikkeld – de rug toe. Zo werd de lijn doorgetrokken van de criollos, die de Spaanse erfenis ontkenden, naar het anti-Spanjegevoel van de Mexicaanse liberalen. Dat laatste werd nog eens onderstreept doordat de liberalen het grootgrondbezit van de katholieke kerk, een van de grootste erfenissen van het koloniale verleden, sterk inperkte.
De eerste toenadering tussen Mexico en het Spanje van de twintigste eeuw vond pas plaats na de Spaanse Burger- oorlog, toen de Spaanse republikeinen, die de oorlog hadden verloren, in ballingschap gingen
In de negentiende eeuw hadden de liberalen het voor het zeggen. Zij waren fel gekant tegen het Spaanse conservatisme en tegen de katholieke nalatenschap uit Spanje, die, de excessen van de clerus daargelaten, wel degelijk het spirituele DNA van het overgrote deel van de bevolking vormt.
De Mexicaanse Revolutie (1910-1917) bracht een grote sociale, etnische en culturele diversiteit met zich mee, wat louterend werkte. De revolutionairen erkenden de pluriformiteit van Mexico en men stond open voor het volledige verleden van het land.
Maar in de decennia na de revolutie vond er een kentering plaats en werd het denkbeeldige verleden van Mexico uitvergroot. Wederom vond er een verzoening plaats met het inheemse verleden en werd de negentiende eeuw niet beschouwd als de chaotische periode die ze was, maar als de tijd waarin het revolutionaire gedachtegoed gevormd werd. Ook werd de noordgrens beschouwd als frontlinie nummer één van nationaal verzet, omdat de Verenigde Staten zich voortdurend bemoeide met de Mexicaanse Revolutie.
Dat de Verenigde Staten door het hele land als de grote vijand werd gezien, leidde niet tot een nationale verzoening met de koloniale tijd, waarvan de culturele erfenis een logisch tegenwicht zou zijn geweest tegen de invloed van onze noorderburen. De ontkenning van het Spaanse koloniale verleden beklijfde in het nieuwe nationalisme van de Mexicaanse Revolutie. De eerste toenadering tussen Mexico en het Spanje van de twintigste eeuw vond pas plaats na de Spaanse Burgeroorlog, toen de Spaanse republikeinen, die de oorlog hadden verloren, in ballingschap gingen.
Er ontstond een vruchtbare diaspora die van ongekende waarde was voor het intellectuele en culturele leven in Mexico. Maar die stimulerende ontmoeting met het Spanje in ballingschap veroorzaakte een kloof tussen Mexico en het Spanje van Franco, die de oorlog had gewonnen. Opnieuw werd het beeld van de criollos bevestigd. Het Spanje van Franco was voor de Mexicanen – en terecht – het intolerante land waar het obscurantisme regeerde en de vooruitgang werd tegengewerkt.
Door deze ongelukkige samenvloeiing van werkelijkheid en verbeelding bleef ons geschil met Spanje van kracht, meer dan ooit zelfs. De regeringen van na de Mexicaanse Revolutie veredelden het criollo-gedachtegoed met het rijke precolumbiaanse verleden en de indiaanse cultuur. Mexico was indiaanser dan ooit en ons nationalisme werd definitief verbonden met de trots op het precolumbiaanse verleden. Desalniettemin werd de bevolking van Mexico in het postrevolutionaire tijdperk niet indiaanser, maar eerder minder indiaans. Tussen 1920 en 1980 verstedelijkte en verspaanste Mexico. Anders dan het gedachtegoed van de Revolutie propageerde werd de bevolking van Mexico gemengder, minder indiaans en sprak men steeds meer Spaans.
Maar zelfs deze evidente werkelijkheid heeft ons er niet toe gebracht om ons Spaanse verleden te bezien met een moderne, genereuze en praktische blik. Historici en schrijvers van formaat zoals Lucas Alamán of José Vasconcelos, die ons Spaanse verleden als onderdeel van onze nationale constructie hebben beschouwd, werden conservatief genoemd. In het openbaar onderwijs, waar 85 procent van de Mexicaanse kinderen naartoe gaat, wordt het aloude nationalistische gedachtegoed onderwezen.
Maar het Spanje van Franco mocht ons inktzwarte beeld van het imaginaire Spanje dan voedden, het democratische Spanje werd een bron van inspiratie en (h)erkenning. Vanaf de jaren tachtig ontkrachtte Spanje onze beeldvorming. Zelfs het diepgewortelde idee dat onze Spaanse erfenis deels de oorzaak was van onze economische achterstand en van ons gebrek aan talent voor democratie werd overboord gegooid.
Vruchtbaar dilemma
Wat er in het Spanje na de dood van Franco gebeurde liet het tegendeel zien. In een land dat ons zogenaamd had opgescheept met een erfenis die onze moderniteit afremde, waren democratie en economische vooruitgang mogelijk.
De recente geschiedenis heeft ons op de drempel gebracht van wat wel eens een vruchtbaar dilemma kan zijn. Aan de ene kant is daar het syndroom van onze koloniale tijd, die staat voor ongelijkheid, improductiviteit en gebrek aan democratie. Aan de andere kant is daar het nieuwe Spanje, dat staat voor welvaart en democratie. En misschien is er niet eens sprake van een dilemma. Er is veel wat we kunnen leren van de koloniale tijd en net zoveel van het Spanje van nu.
Om te beginnen moeten wij Mexicanen en Spaans-Amerikanen ons verzoenen met onze Spaanse wortels. Want die hebben we nodig om in deze tijd van diversiteit te leven. Wij moeten ons niet isoleren maar met een open blik naar de toekomst en naar het verleden kijken. Naar de toekomst door creatief om te gaan met de huidige globalisering. En naar het verleden door onze geschiedenis te beschouwen als een deel van
de geschiedenis van de Spaanstalige wereld, die op zijn beurt alleen maar kan worden beschouwd als een deel
van de geschiedenis van het Westen.
We vergissen ons als we de geschiedenis van Mexico vereenzelvigen met wat er op ons grondgebied, het huidige Mexico, is gebeurd. Een deel van de Mexicaanse geschiedenis heeft zich niet in ons land voltrokken, maar daarbuiten, in Spanje om precies te zijn. Alleen vanwege deze laten we zeggen territoriale verwarring zou je kunnen denken dat de Mexicanen meer hebben van indianen dan van Moren of Andalusiërs. Alleen daarom hebben we onze geschiedenis absurd genoeg niet gezien als de mengeling van culturen die ze is en hebben we aan de Spaanse beschaving niet evenveel aandacht besteed
als aan de indiaanse beschavingen. We hebben ons hiermee de mogelijkheid ontzegd om de deuren open te zetten en meer te zijn dan wat ons historiografisch provincialisme dicteert.
Nu de wereld steeds meer globaliseert, komen we niet meer weg met een provinciaals exclusivisme van welke aard dan ook – Azteeks, Guaraní, Chicano, Catalaans – maar moeten we de grootse diversiteit van Latijns-Amerika in ere herstellen, die begint met de Griekse en Romeinse overheersing van het Iberisch Schiereiland en, vooralsnog, eindigt bij de Spaans-Amerikaan zonder papieren die een plekje zoekt in de Noord-Amerikaanse economie. Hij vestigt zich in de VS en maakt er deel van uit, maar hij houdt ook stand, zoals al sinds eeuwen de culturele grens tussen Latijns-Amerika en de Verenigde Staten standhoudt, alsof er langs die grens een nog altijd onbesliste strijd wordt geleverd tussen de wortels van een dood imperium en de deuren die openstaan naar het heden van een levend imperium. Onze moderniteit vraagt erom ons koloniale verleden niet langer te ontkennen, maar onze krachtige Spaanse wortels te omarmen, niet vanwege het koloniale racisme maar vanwege de koloniale diversiteit. Het is een eervolle taak om ons uiterste best te doen ons hele verleden te erkennen, zodat we voldoende gewapend zijn om het heden en de toekomst het hoofd te bieden. En dat kan het beste door te kijken naar wat onze geschiedenis aan contact, vermenging en assimilatie laat zien. Dat is de mestiezenidentiteit en de culturele kracht van de Spaanse baarmoeder, een van de sterkste van het Westen.
Auteur: Héctor Aguilar Carmín
Nexos | Mexico | maandblad | oplage 17.500
Een van de belangrijke tijdschriften in Mexico. Houdt de vinger aan de politieke pols. Referentie in het maatschappelijke debat.

