moet palmyra gerestaureerd worden of niet


Omdat technologie het tegenwoordig mogelijk maakt om zelfs stof uit het verleden te reproduceren, kunnen alle door IS verwoeste gebouwen in Palmyra probleemloos worden hersteld. Maar moet je dat wel willen?

Simon Jenkins.
Simon Jenkins.

JA

De herovering van de Syrische woestijnstad Palmyra moet iedereen die de vroegere glorie van deze plek heeft gekend plezier doen. Maar nu het stof is neergedaald, arriveert er een nieuw leger: dat van de archeologen, met allerlei vragen, als: hoeveel moet er worden gerestaureerd, hoe en door wie? En van wie is Palmyra eigenlijk, van Syrië of van de hele wereld?

Voor de verandering wordt er eens niet gedraald. De directeur van de Syrische Dienst voor Oudheden, Maamun Abdelkarim, bezoekt Palmyra deze week om het puin van de gevierde stad te bekijken en voor de herbouw ervan te pleiten. De grootste weldoener en bondgenoot van Syrië, Rusland, heeft de restauratie van Palmyra al vergeleken met die van Leningrad na de Tweede Wereldoorlog. In Italië heeft de vroegere minister van Cultuur Francesco Rutelli ambitieuze plannen om de gevallen tempels van Palmyra met behulp van digitale printtechnieken te reconstrueren.

De fotografie is tenslotte ook niet ten onder gegaan aan een gebrek aan authenticiteit

De Amerikaanse jurist-archeoloog Roger Michel gebruikt momenteel soortgelijke technologie met behulp van Harvard en Dubai. Hij beweert dat zijn printers niet alleen de textuur en de oppervlaktecontouren van de steen kunnen reproduceren, maar ook de fysieke structuur ervan. Zij kunnen zelfs het oorspronkelijke stof van een ruïne reconstrueren. Na de verwoestingen van de Tweede Wereldoorlog heeft de Raad van Europa een nieuwe ideologie ten aanzien van het cultureel erfgoed ontwikkeld. Dat moet worden gestabiliseerd en ‘bewaard blijven zoals het is aangetroffen’. Deze ‘modernistische’ aanpak lag ten grondslag aan het onvermogen van Groot-Brittannië om de steden die tijdens de Blitz werden verwoest te restaureren. Wat in het grootste deel van Europa als hersteld erfgoed werd beschouwd, ging in Engeland door voor betekenisloze nostalgie.

Uiteraard gaat het over een ‘kopie’ en ontbeert het derhalve ‘authenticiteit’. Maar wat geeft dat? De fotografie is tenslotte ook niet ten onder gegaan aan een gebrek aan authenticiteit. Het Westen heeft het Midden-Oosten politieke en militaire rampen gebracht. De plicht om dat recht te zetten lijkt overweldigend. Zelfs nu nog verwoesten westerse (en Saoedi-Arabische) straaljagers de oude Arabische stad Sanaa in Jemen. Dit is een wereld die dateert van de vroegste tijdperken van de klassieke, christelijke en islamitische cultuur. Het is iedereens erfgoed. Misschien kunnen deze oorlogen de grootste historische revival sinds 1945 opleveren. Het obstakel is niet (een gebrek aan) wilskracht of middelen, maar het onvermogen van veel enthousiastelingen om adequaat samen te werken, of een stompzinnige academische afwijzing van een technologie die de wereld opnieuw kan laten genieten van de wonderen van het verleden.

Auteur: Simon Jenkins

Sir Simon Jenkins is een gerenommeerd journalist en commentator. Hij werkt (nu) voor The Guardian, 
de Evening Standard en de BBC, maar heeft bijdragen geleverd voor vrijwel elk Brits medium met enig aanzien. Tussen de bedrijven door schrijft hij lijvige politieke boeken.

Jonathan Jones.
Jonathan Jones.

NEE

Palmyra mag niet ‘herrijzen’, zoals de directeur van de Syrische Dienst voor Oudheden heeft beloofd. Palmyra mag niet veranderen in een replica van zijn vroegere glorie. Wat resteert van deze oude stad na de verwoesting ervan door IS – en dat is gelukkig méér dan vele mensen vreesden – moet op tactvolle, gevoelige en eerlijke wijze worden bewaard. De eerlijkheid moet beginnen bij de nieuwe roem van Palmyra. Voordat IS deze buitengewone Syrische plaats vorig jaar innam, was Palmyra een naam die vooral bekend was onder archeologen, historici en classici. Door het opblazen van een paar van de mooiste monumenten en het voltrekken van onmenselijke wreedheden tussen alle pracht en praal van Palmyra, heeft het terroristenleger de naam van de plek voorgoed in ieders geheugen gegrift.

Als de Syrische tragedie ooit ten einde komt, als er ergens in de toekomst een vreedzaam Syrië zal bestaan, zullen de toeristen naar een stad toe stromen die nu wordt gezien als een soort Pompeii in de woestijn. En wat zullen ze daar aantreffen? Ruïnes, uiteraard. Palmyra lag al in puin voordat Is de stad bezette en ligt vandaag nog steeds in puin. Mycene, Machu Picchu, het Forum Romanum – ze zijn allemaal niet meer intact of ongeschonden. De sfeer en de poëzie ervan zijn gelegen in hun aantasting door tijd, natuur en geschiedenis. Hoe kunnen deze vreselijke verliezen worden goedgemaakt? 


Het is altijd ontroerender om de echte dingen uit het verleden te zien – hoezeer ze ook beschadigd zijn – dan namaak

Dat is de vraag die archeologen zich stellen, en dat lijkt ook 
de hele wereld te verwachten, maar het zou wel eens de verkeerde benadering kunnen zijn. Restauratie is een delicate kunst, en het op een verantwoorde manier behouden van oudheden kan betekenen dat de onontkoombaarheid van het verlies moet worden aanvaard, waar herbouw allerlei valstrikken met zich meebrengt. In Palmyra moet nu eerst de schade zorgvuldig worden vastgesteld. Als er genoeg stukken metselwerk en beeldhouwwerk bewaard zijn gebleven, en in voldoende herkenbare vorm, kan het mogelijk zijn delen van gebouwen of zelfs hele structuren opnieuw overeind te zetten.

Aan de andere kant doen we de waarheid misschien meer recht als we die fragmenten in een speciaal geconstrueerd museum tentoonstellen. In ons tijdperk van digitale scanners, satellietfotografie en 3D-printers is het verleidelijk te bezwijken voor de zinsbegoocheling dat iedere ruïne gerestaureerd kan worden. Maar de harde les van drie eeuwen moderne archeologie is dat overrestauratie het verleden schade louter toebrengt. Het is altijd ontroerender om de echte dingen uit het verleden te zien – hoezeer ze ook beschadigd zijn – dan namaak. De verleiding om Palmyra te ‘repareren’ en het eruit te laten zien als aan het begin van 2015 is begrijpelijk. Maar zo is de geschiedenis niet. Ter wille van de waarheid, en als een waarschuwing richting de toekomst, moet de situatie nu grotendeels zo blijven als zij is.

Auteur: Jonathan Jones

Jonathan Jones is een Britse kunstcriticus. Sinds 1999 schrijft hij voor The Guardian. Hij trad op in de BBC-serie The Private Life of a Masterpiece en was juryvoorzitter van de Turner Prize. Hij staat bekend om zijn provocatieve stijl.

The Guardian (2x)
Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 332.000

Onafhankelijke kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten.


Deel dit artikel


Recent verschenen