Een nieuwe wet in Hongarije verbiedt daklozen op straat te slapen, op straffe van een taakstraf of opsluiting. De VN is tegen en ook in Hongarije zelf is de wet niet onomstreden.
JA
Op zondag 14 oktober, de dag voordat de wet in werking trad die daklozen verbiedt om op straat te slapen, demonstreerde de liberale linkse intelligentsia er nog eenmaal tegen. Enkele honderden personen verzamelden zich voor het parlement in Boedapest om het Hongaarse volk hun grootmoedigheid te tonen. Maar bovenal verdedigden de demonstranten het onvervreemdbare recht van daklozen om op straat dood te vriezen. Oppositiemedia liepen te hoop tegen de criminalisering van een permanent verblijf in de publieke ruimte en de schaamteloze ‘jacht’ op daklozen.
De realiteit is echter anders. De regering wil in de eerste plaats proberen om mensen die geen permanent woonadres hebben weer te integreren in de maatschappij. Nu al bestaan er opvangcentra voor daklozen, waar zij medisch onderzocht kunnen worden, in een goed bed slapen en een douche nemen. Sommigen vinden zelfs werk en hebben op den duur de opvang niet meer nodig. Uiteraard gelden er in deze centra elementaire regels die de bewoners moeten respecteren. Dronkaards wordt de toegang geweigerd en consumptie van alcohol is strikt verboden.
Er zijn zo’n driehonderd individuen die de regels van de opvangcentra niet respecteren en dagelijks onze pleinen, straten en metrostations bevuilen. Ze urineren tegen de muren. We moeten met een boog om hen heen lopen en soms zelfs over hen heen stappen, wanneer ze weer eens dronken en agressief aanspraak maken op onze generositeit in plaats van zelf hun brood te verdienen. Onze kinderen moeten hen zien vechten, ze aarzelen niet om een van hun miserabele kameraden een knal te verkopen om hun territorium op het Jászai Mariplein bij de Donau te verdedigen.
De zevenduizend personen voor wie nu al wordt gezorgd, bewijzen dat de overheid hen niet vervolgt
Zij weigeren geschreven en ongeschreven wetten te respecteren die het maatschappelijk verkeer in goede banen leiden. De boze kunstenaars op het Kossuthplein demonstreren voor zwervers die het schamele inkomen dat zij met bedelarij weten te bemachtigen, onmiddellijk spenderen aan drank. De regering wil deze mensen vooral tegen zichzelf beschermen door hun weer een plek binnen het ‘systeem’ te geven. Ja, zelfs hun leven redden, door hun een warm onderdak te geven en ervoor te zorgen dat ze niet doodvriezen.
De zevenduizend personen voor wie nu al wordt gezorgd, bewijzen dat de overheid hen niet vervolgt. Integendeel, daklozen worden juist zo goed en humaan als maar mogelijk is beschermd tegen de funeste consequenties van het verlies van hun woning. Deze zevenduizend personen bewijzen de driehonderd die nog in de marge verblijven, dat er een andere oplossing mogelijk is dan in de kou op straat te creperen of aan alcoholisme te bezwijken. De linkse intelligentsia mogen zoveel protesteren als ze willen voor het recht van daklozen om dood te vriezen op het trottoir. Van nu af aan zal de regering deze ongelukkigen echter behoeden voor een zekere dood.
Auteur: Bence Apáti
Bence Apáti is een Hongaarse balletdanser, die sinds 2000 als solist is verbonden aan de Hongaarse Staatsopera. Sinds kort is hij ook verslaggever, onder andere in een Hongaars tv-programma over politici en sterren.
Magyar Idök | Hongarije | magyaridok.hu
Opgericht in 2015, pro-Orbán en zelfbenoemde stem van conservatief Hongarije.
NEE
15 oktober zal altijd herinnerd worden als de dag waarop Hongarije besloot om dakloosheid te verbieden in naam van een grondwetswijziging die van bedelarij een misdaad maakt. De nieuwe wet verbiedt het om op straat te verblijven, zonder verder de vraag te stellen of een dakloze anderen in de openbare ruimte tot last is of normoverschrijdend gedrag vertoont.
De praktische gevolgen van dit nationale verbod zijn nog onduidelijk. We kunnen ervan uitgaan dat veel politiemensen het met deze criminalisering oneens zijn en een oogje zullen dichtknijpen. Ook zij zullen begrijpen dat we beter ernstige en lang genegeerde sociale problemen kunnen oplossen dan ongelukkige slachtoffers van asociaal beleid straffen.
De Hongaarse staat zou zich moeten schamen voor de manier waarop hij sinds 2010 met deze problematiek is omgegaan. De laatste acht jaar heeft de regering onophoudelijk wetten, decreten en amendementen uitgevaardigd die onevenredig streng zijn voor daklozen. De staat was zeer fanatiek in de vervolging van bedelarij. Wat zou er gebeurd zijn als de machthebbers zich even serieus van de taak hadden gekwijt dit fenomeen te voorkomen als het te bestraffen?
Deze criminalisering van overheidswege is niet alleen onverantwoordelijk, maar ook diep immoreel en mensonwaardig. Bovendien vergt de handhaving van zo’n verbod enorm veel van de toch al overvraagde overheidsdiensten.
Als de Hongaarse staat de afgelopen acht jaar een werkelijk sociaal beleid had gevoerd dat er vooral op was gericht mensen onderdak te bieden, was het aantal mensen dat op straat moet leven veel lager geweest
Als de Hongaarse staat de afgelopen acht jaar een werkelijk sociaal beleid had gevoerd dat er vooral op was gericht mensen onderdak te bieden, in plaats van naar believen het strafrecht en de grondwet te wijzigen, zou het aantal mensen dat vandaag de dag in Hongarije op straat moet leven zonder twijfel veel lager zijn geweest. Alle partijen zouden tevreden zijn gesteld, in de eerste plaats de daklozen zelf. Veel van hen hadden zich in dat geval niet hoeven te verlagen tot bedelarij.
Ook alle mensen die simpelweg medelijden hebben met dak-lozen, zich onwillekeurig afvragen of de bedelaar die zij op hun weg naar huis tegenkwamen morgenochtend nog wel in leven is, zouden dolblij zijn geweest met deze geste tegenover hulp-behoevende mensen. Hetzelfde geldt voor ouders die geen goed antwoord klaar hebben op de simpele vraag van hun kind: ‘Waarom heeft die mevrouw die daar op straat ligt geen huis?’ Idem voor al diegenen die zich niet thuis kunnen voelen in een stad waar niet iedereen een thuis heeft. En zelfs zij die niets anders willen dan dat ‘die luie zwervers eindelijk eens oprotten’, waren op hun wenken bediend.
Auteur: Bálint Misetics
Bálint Misetics studeerde sociologie aan Bard College (New York) en Berkeley (Californië) en behaalde zijn master aan Oxford. Momenteel promoveert hij in Hongarije op politieke wetenschappen en de welvaartstaat.
Heti Világgazdaság | Hongarije | weekblad | oplage 110.000
Economisch weekblad dat wordt gezien als de Hongaarse The Economist.

