munchen herontdekt de isar


Nadat München de Isar jarenlang de rug toekeerde, heeft de Beierse hoofdstad de rivier herontdekt. Ze is bevrijd uit haar cementen keurslijf, en stroomt weer vrijuit als vanouds. Het resultaat is groots, zo vindt vrijwel iedereen in deze zeldzaam ontspannen miljoenenstad.

In de vroege morgen staat een man eenzaam in de rivier. Het is zo stil dat je de kiezels onder zijn voeten kunt horen knerpen. Helder water omspoelt zijn enkels. Als de zon een schilder was, dan zou je hem dringend adviseren niet ook nog overal fonkelingen aan te brengen, vanwege het grote gevaar van kitsch dat op de loer ligt. Maar de zon neemt geen raadgevingen aan.

De man zwaait met zijn hengel, de lijn beschrijft precieze cirkels in de lucht. Dan landt het vederlichte, kleurige aas, door kenners ‘vlieg’ genoemd, zachtjes op het water in de buurt van een met mos begroeide boomstronk, waar – dat kun je zelfs van boven zien – drie barbelen vin aan vin de stroming trotseren. Je zou nu je mobieltje kunnen pakken om dit plaatje vast te leggen en later te vertellen hoe heerlijk het in de Alpen was, bij die eenzame vliegvisser in die fonkelende bergbeek. Maar dat zou natuurlijk een leugen zijn. Je hoeft je maar even om te draaien om het verkeer over de Wittelsbacherbrücke te zien razen, waarna de vraag zich opdringt hoe al dat stadslawaai in de afgelopen minuten aan je voorbij is gegaan. Surfer Wolfrik Fischer, die zich een paar kilometer stroomopwaarts gewoonlijk niet in maar op het water bevindt, zou zeggen: ‘Dat doet de Isar met haar ongehoorde kracht.’

De wereld beleeft momenteel een renaissance van de rivieren
Een barbecue aan de oever van de Isar. – © Jan Greune / HH
Een barbecue aan de oever van de Isar. – © Jan Greune / HH

Vroeger ontstonden en floreerden steden vanwege de rivieren. Het waren transportroutes, drinkwaterreservoirs, beschermende grachten, prachtige decors. Lange tijd werden rivieren de levensaders van de steden genoemd. Op veel plaatsen heeft het leven zich met de industrialisatie echter afgekeerd van zijn aders, en de oevers afgestaan aan krachtcentrales, fabrieken en machines. De rivier, een mythe van de Duitse romantiek: in beton gevangen, vervuild, verdroogd.

De Isar mag nu weer op net zo’n charmante manier een riviertje zijn als de miljoenenstad München een dorp
De Viktualienmarkt, de bekendste markt van München. – © HH
De Viktualienmarkt, de bekendste markt van München. – © HH

De snelstromende

Vroeger, dat mogen we rustig aannemen van de dichters, zei een rivier veel over haar stad. Maar tegenwoordig? Nu hebben veel rivieren alleen maar saaie verhalen in petto. Niettemin heb je op de Wittelsbacherbrücke aan het einde van een lange, warme zomer het gevoel dat de Isar toch iets te vertellen zou kunnen hebben over München, die Duitse prima donna.

Omdat in München schijn en werkelijkheid vaak niet van elkaar te onderscheiden zijn, is het goed om meteen maar vast te stellen dat de stad in elk geval bij de Isar heel duidelijk naar werkelijkheid neigt. Aan de rand van het water, op strandjes en op grasvelden bakenen ijverige mensen ’s ochtends al met klapstoeltjes een terrein af voor het barbecuefeest van die avond. Een paar jongens stapelen kratten bier in het water, de grootste koelkast van de stad. Een oudere dame negeert tijdens haar yogaoefeningen de typisch Münchense teckel die nauwgezet haar handtas inspecteert. Waarom heeft die snuiter in zijn ranzige zwembroek vier iPhones bij zich? Een heerschap met opgezette polokraag waadt met een luidsprekerbox op zijn schouder naar een eilandje; bijna laat hij de box in het water vallen omdat hij de zelfs in het ondiepe water krachtige stroming onderschat.

De Romeinen noemden de Isar al Isara rapidus, de snelstromende. Vanuit het Karwendelgebergte stort de rivier zich naar de vlakte. In München liet ze steeds weer bruggen instorten en sleurde ze mensen mee de dood in. In de negentiende eeuw werd begonnen de rivier te beteugelen. Ze moest molens en zagerijen aandrijven, en werd daarom in kaarsrechte kanalen met hoge kademuren geperst, in een graf van cement. Uiteindelijk ontnamen krachtcentrales aan de voet van de Alpen de rivier een groot deel van het water, waardoor in München slechts een treurig stroompje resteerde.

Een surfer op het snelstromende water van de Eisbach, een zijrivier van de Isar. © Herman Wouters/ HH
Een surfer op het snelstromende water van de Eisbach, een zijrivier van de Isar. © Herman Wouters/ HH

Renaissance

De wereld beleeft momenteel een renaissance van de rivieren. In de VS wordt de verlevendiging van het river front als wondermiddel voor verkommerende centra beschouwd. In Parijs stort men een beetje zand op een paar voetpaden aan de Seine, noemt het Paris-Plages en doet alsof er een tweede Eiffeltoren is gebouwd. Londen eert de Theems elk jaar met een festival en een vuurwerk. In Duitsland worden overal promenades aangelegd bij rivieren, waar chique bars en soms zelfs een bioscoop met twaalf zalen verrijzen. Ook München, dat de Isar lange tijd de rug had toegekeerd, heeft zich eindelijk weer op zijn rivier gericht. Maar op een heel andere manier dan de overige steden.

In München zijn de kademuren gesloopt en zijn er vlakke kiezelstranden aangelegd, met veel groen ervoor. Er zijn eilandjes gecreëerd, vistrappen, knusse plekjes voor witoogeenden en bevers. En vervolgens heeft men de Isar gewoon laten begaan: de rivier heeft zijarmen gevormd, is aangezwollen tot een nieuwe, oude breedte, heeft eilandjes afgezet en weer verlegd. Helemaal klaar is de Isar nooit met haar werk. Wat het betekent om een landschap weer terug te brengen in de oorspronkelijke staat, is te zien op de plek waar de geschiedenis van München begon: op de Ludwigsbrücke.

Daar verheft zich op een eiland het Deutsches Museum. Vanuit de koepels van het observatorium kan met telescopen naar ver weg gelegen melkwegstelsels worden gekeken. Maar de laatste tijd, vertelt museumdirecteur Wolfgang Heckl, werpen steeds meer bezoekers als eerste een blik op de Isar in plaats van op de sterren. Vanuit het observatorium is te zien hoe een bergrivier, van haar betonnen korset bevrijd, vrolijk door de stad stroomt, over een lengte van 14 kilometer. Waarschijnlijk is er geen andere miljoenenstad ter wereld die haar rivier zo veel ruimte geeft – en waar het rivierwater veelal ook nog drinkbaar is.

Grootse dingen

München is eraan gewend te worden bewonderd, om het Oktoberfest en FC Bayern, om Siemens en BMW, om de meren en de bergen, die praktisch zijn ingelijfd. Momenteel vindt de stad veel inspiratie in het feit dat men het hart van de wereld heeft veroverd door meer aan vluchtelingen te geven dan men ooit kan opmaken aan eten of kleding. Waarschijnlijk moet je zeggen dat de Münchenaars verwend zijn door alle genegenheid, die soms ook de vorm van jaloezie aanneemt.

Tot echt grootse dingen heeft München zich al lange tijd niet meer kunnen zetten. Veel stedelingen vinden dat de Olympische Spelen ook eens door Zuid- of desnoods Noord-Korea georganiseerd moeten worden, dat de plaatselijke orkesten van wereldniveau ook wel zonder concertgebouw van wereldniveau kunnen en dat gedurfde moderne architectuur heel goed ergens anders kan staan. Grootse dingen zijn inmiddels verdacht voor de Münchenaars, want daarin herkennen ze de vijand van hun geborgenheid. Met de nieuwe Isar heeft München eindelijk weer iets groots bewerkstelligd. Iets groots dat de stad niet killer maakt, maar warmer. Iets groots dat zo voorspoedig en geruisloos tot stand is gekomen dat velen het helemaal niet hebben gemerkt.

Een stadsstrand langs de Isar in München. – © Jan Greune / HH
Een stadsstrand langs de Isar in München. – © Jan Greune / HH

Isarplan

Hoe heeft München, die zeldzaam schuchtere diva, dat voor elkaar gekregen? Op de Ludwigsbrücke bij het Deutsches Museum staat een man met een buitengewoon gehoorzame Münsterländer te wachten die dat misschien wel beter kan uitleggen dan wie ook. Hij heeft een doorzichtige map bij zich, met daarin een verbleekte stapel papieren die dicht beschreven zijn met een schrijfmachine. De stapel is voorstel 636 van de Münchense gemeenteraad van 3 mei 1985: het ‘Isarplan’. Op deze A4’tjes heeft SPD-gemeenteraadslid Wolfgang Czisch dertig jaar geleden geschetst wat hij als gepensioneerde nu trots kan laten zien.

‘Laat die Isar toch met rust, Czisch,’ zeiden veel mensen destijds, maar het was nu eenmaal zo dat de Isar Czisch niet met rust liet. De betere bescherming tegen hoogwater was het argument dat het balletje uiteindelijk aan het rollen bracht. In 2000 kwamen de werklui, in 2011 vertrokken ze weer. En nu bloeit hun werk eindelijk in volle pracht.

De Ludwigsbrücke, zegt Czisch, is de tolbrug van Hendrik de Leeuw [hertog van Beieren van 1154 tot 1190, en in 1156 stichter van München] geweest, de bakermat van München. ‘Als dit hier het hart van de stad is,’ zegt Czisch, de hondenriem over zijn schouder geslagen, ‘dan is de Isar de ziel.’ Czisch heeft behalve politiek ook geologie gestudeerd. Hij haalt een lichtrood, vlekkerig steentje uit zijn zak: ‘Het ijs uit de ijstijd heeft de Alpentoppen geschaafd en alle graniet en kalk zitten hier in de kiezels van de Isar.’ Uit de hele wereld zijn delegaties naar München gereisd om te zien hoe je het lijk van een rivier tot leven wekt. Ook werd een afvaardiging uit München in Los Angeles uitgenodigd om advies te geven over de foeilelijke Los Angeles River. LA doet navraag in München: mooier hadden de Münchenaars de wereld zelfs in hun stoutste dromen niet kunnen voorstellen.

Wolfgang Czisch heeft ook nog enkele pragmatische ideeën voor München. Hij wil graag meer uitkijkpunten op de rivier in de stad, een autoluwe boulevard aan de kant van de binnenstad, een zwembad in de rivier en een uitbreiding van het project naar het noorden. ‘De ziel moet je koesteren,’ zegt hij.


‘Hier kan ik gewoon vrij zijn’

Voor de Münchenaars

Aan de Isar koesteren de mensen in de eerste plaats zichzelf, hun spieren, hun teint. Hier presenteert de maatschappij zich in alle kleuren van de regenboog: mensen die bier verkopen vanuit kinderwagens, mensen die lege flessen verzamelen in kinderwagens, managers die zich van hun pak ontdoen en de rivier in springen, kinderen, oma’s. In de bloedhete zomer van 2015 heeft heel München een plekje gevonden aan de Isar, met een fles wijn of met een boek – maar vaak met allebei.

In München zijn er twee groepen mensen. De grootste groep is van mening dat ze in de mooiste stad ter wereld woont, de rest vindt deze Münchense zelfbewustheid belachelijk en mag een zakenreis naar Berlijn graag tot in het weekend verlengen. Maar over de Isar kunnen ze het eens worden, over de Isar kan iedereen het eens worden.

Wie ’s avonds door de Maximilian- of de Theatinerstraβe loopt, komt veel toeristen tegen, onder wie Russen en Arabieren. Het is zelfs niet zeker dat de ober bij Zum Augustiner uit München komt. Als er in München iets ontstaat, ontstaat er meestal luxe: luxueuze appartementen, luxueuze boetieks, luxueuze dokterspraktijken, elke vierkante meter is betwist en obsceen duur. Er ontstaan plekken die niet zozeer voor Münchenaars zijn, als wel voor Arabieren en Russen. Bij de nieuwe Isar is dat anders. Natuurlijk, inmiddels staat in elke reisgids dat je er eens in moet springen (en moet opletten dat je kleding niet wordt gestolen), maar de rivier is vooral voor de Münchenaars.

Vrijwel nergens anders is de Isar zo typisch Münchens als bij de kiosk van Christa Fingerle, pal onder de Braunauer spoorbrug waarover de treinen naar de populairste voorsteden van München, Innsbruck, Bolzano en Verona denderen. Een jonge vader duwt zijn kinderwagen naar het raampje en zegt tegen zijn baby: ‘Gaat papa een Radler kopen? Is papa nu een Radler aan het kopen? Papa is nu een Radler aan het kopen!’ Aan de statafeltjes ben je niet lang alleen. Uitbaatster Christa Fingerle zegt: ‘Bij ons drink je niet in je eentje zoals in Noord-Duitsland.’ Prompt komt een oudere heer aanlopen, een zonnebril in het schaarse haar en een imposante mobiele telefoon in het borstzakje van zijn overhemd. Hij komt meteen ter zake: ‘Weet jij een goede advocaat?’ Christa Fingerle is juist een jonge vrouw aan het helpen, die een broodje leverkaas op haar arm heeft laten tatoeëren. Je zou zó in haar arm willen bijten. De oudere heer heeft andere prioriteiten: ‘Weet jij een goede advocaat?’

Christa Fingerle heeft haar hele leven aan de Isar doorgebracht, rond de kiosk die haar vader overnam toen hij uit Russische krijgsgevangenschap was teruggekeerd. Bij de kiosk heeft haar vader, de ‘limonadeoom’ van de spoorbrug, zijn vrouw leren kennen. Toen haar ouders waren overleden, kon Christa het niet over haar hart verkrijgen om de kiosk van de hand te doen. ‘Een eigen kiosk,’ zegt ze, ‘niemand die zich ermee bemoeit,’ en bovendien de rivier, die altijd ook een venster op de wijde wereld is: ‘Hier kan ik gewoon vrij zijn.’

De Allianz Arena, het stadion waar de lokale clubs TSV 1860 München en Bayern München spelen. – © HH
De Allianz Arena, het stadion waar de lokale clubs TSV 1860 München en Bayern München spelen. – © HH

Münchner Freiheit

In het stadsdeel Schwabing ligt een plein dat niet bijzonder mooi is, maar wel een heel mooie naam heeft: Münchner Freiheit. München, dat is een stad waar stress inhoudt dat je ’s ochtends vroeg in een café in Schwabing zit na te denken over de wereld en ’s middags voor verdieping van de inzichten naar de Hirschgarten moet verkassen. In München rijden de jongens die zich naar de Eisbach, een zijarm van de Isar, hebben laten drijven, kletsnat en zonder kaartje met de tram weer terug. En wie nog een beeld nodig heeft voor het aangename Münchense leven hoeft alleen maar ergens op een kruising te wachten tot iemand met een surfplank onder de arm voorbijfietst. Toeristen die hun reisgids alleen maar diagonaal hebben doorgenomen, vragen zich dan af of ze ergens een oceaan hebben gemist. Op een bankje zit Wolfrik Fischer, het neopreenpak tot de navel afgestroopt, de blonde kuif bijna loodrecht omhoog, een man bij wie zelfs een elektronische sigaret er cool uitziet. Hij kijkt naar het bruggetje bij de Floβlände, waar vijftig andere surfers op hun beurt staan te wachten. Fischer, een pionier van het riviersurfen, zegt: ‘Ongelooflijk dat we dit hier allemaal hebben.’

Hier, waar een tiener zich nu al een halve minuut staande houdt op de golf, werd het riviersurfen in 1972 uitgevonden. Twee surflocaties zijn er in München, bij de Floβlände en in de Eisbach. ‘Surfen hoort al helemaal bij München,’ zegt Fischer, die 52 is, maar er op het bankje uitziet als 42 en op de plank als 32. ‘Al surfend vergeet ik de wereld om me heen. Dat doet de Isar met haar ongehoorde kracht.’ Na de voltooiing van het Isarproject onderscheidt de rivier zich door ‘de extreme openheid, de toegankelijkheid voor iedereen, maar dat maakt de situatie ook kwetsbaar.’

Münchner Freiheit, dat wil zeggen dat men niet overdrijft met de regels. In de zomer van 2015 zaten er regelmatig vier knapen bier te drinken en te kaarten aan een tafeltje in de Isar, tot hun borst in het water. München heeft met de Isar een nieuwe plek voor zijn ongedwongenheid gevonden.

Bij die ongedwongenheid horen sinds de jaren zeventig natuurlijk ook de liefhebbers van de naaktrecreatie, die nu op de Flauchersteg [een voetgangersbrug] tot ontzetting leiden bij een Indiase familie; paniekerig duwt de moeder haar kinderen voort. In die beginjaren riep de jonge Edmund Stoiber [voormalig minister-president van Beieren] nog op tot een opstand tegen de naaktlopers in de Pupplinger Au. Nu bevestigt een poedelnaakte man na het uitrollen van zijn ligmatje eerst een Bayernvlaggetje aan zijn parasol, wat Stoiber ongetwijfeld zou kunnen waarderen. Wie zich grotendeels gekleed in de buurt van de naaktlopers waagt, wordt aangestaard, iets wat ze onderling nooit zullen doen. Op een gegeven moment zegt de Bayernfan: ‘Wij waren er al voordat al die eikels kwamen.’ Hij doelt op de mensen in zwemkleding op de andere oever. Natuurlijk werd er hier vroeger ook wel wat gedronken en beslist ook wel eens gezongen, maar zo ongebreideld feesten als die lui daar? ‘Misschien zou er eens wat harder moeten worden opgetreden.’ Zo gaat dat in München: de naaktlopers spelen voor politieagent.

De oevers van de Isar – ©  Metro Centric
De oevers van de Isar – © Metro Centric

Feestbeesten en surfers

Eigenlijk is de Isar een plek waar de Münchenaars hun legendarische basisontspannenheid vinden. Maar soms raken ze die daar ook kwijt. In het weekend doen delen van de Flaucher [een zijarm van de Isar] denken aan de Ballermann, de beruchte strandtent op Mallorca: bij het invallen van de duisternis bekogelen volwassen mannen elkaar met worsten of cevapcici. En wie hier aan het eind van de middag een van de dixi’s opzoekt, komt erachter waar precies de Münchense gezelligheid ophoudt. Feestbeesten en surfers, naaktlopers en kanoërs, vogelaars en hondenbezitters, iedereen wil delen in het leven aan de rivier, en dan kom je ook wel eens van een koude kermis thuis. Afval en scherven verstoren het paradijs, de rook van de vele barbecues hindert de omwonenden – en de dieren in de dierentuin. Fritz Leuthner zegt dat er onderscheid moet worden gemaakt tussen de mensen die alleen maar gebruikmaken van de rivier, en de anderen, ‘die er ook respect voor hebben.’

Leuthner, politieagent met oorring, houdt zich ook als vrijwilliger bezig met het thema respect. Hij zit in het bestuur van de plaatselijke hengelsportvereniging. Toen hij acht jaar oud was nam zijn vader hem voor het eerst mee, en sindsdien gooit hij zijn hengel uit in de rivier. ‘Tegenwoordig is dat nog leuker,’ zegt Leuthner, ‘omdat je niet meer op de kademuur staat, maar op knerpende kiezels.’ Vanaf de Wittelsbacherbrücke kijkt hij de rivier af: ‘Andere mensen moeten honderd kilometer rijden voor zo’n viswatertje, wij hebben dat midden in de stad.’

Een Münchense zomer loopt ten einde, een zomer van wekenlange bloedhitte. Misschien wordt dit seizoen later herinnerd als het moment waarop de Münchenaars hun rivier definitief herontdekten. Als het lange moment waarop dit karakteristieke Münchense levensgevoel, dat boosaardige Berlijners als een mythe bestempelen, tastbaar was. Leuthner en de andere sportvissers kunnen er niet mee zitten dat de zomer nu bijna voorbij is. ‘In het zwemseizoen is het steeds zo druk dat we alleen bij slecht weer of ’s morgens vroeg de rivier in kunnen,’ zegt Leuthner. ‘Tegen de herfst wordt het rustiger.’ Hij wijst vanaf de brug naar beneden, naar twee barbelen en een forel, en zegt: ‘Ik zou de Isar voor geen andere rivier willen ruilen.’

De Isar is geen Rijn, geen machtige rivier, er varen geen schepen, alleen van boomstammen gemaakte vlotten. De Isar staat niet op de lijst van langste rivieren, ook niet van Duitsland. Ze komt zo’n 295 kilometer tekort; de Eems is langer, de Saale eveneens en tot overmaat van ramp ook de Spree. Maar Leuthner zou niet willen ruilen, geen surfer zou willen ruilen, en dat geldt ook voor Christa Fingerle van de kiosk en Wolfgang Czisch van de gemeenteraad.
Omdat de Isar nu weer iets zegt over München. Omdat ze nu weer op net zo’n charmante manier een riviertje mag zijn als de miljoenenstad München een dorp.

Roman Denininger

(Foto boven: Een stadsstrand langs de Isar in München. – © Jan Greune / HH)


Deel dit artikel


Recent verschenen