Een van de ergste dingen aan de terreur in Europa is dat je er steeds minder van schrikt. Na de aanslagen in Brussel waren de angst, het verdriet en de woede even groot als na Parijs, maar verrast waren we niet meer. Ook terrorisme kan blijkbaar wennen, zoals ze in grote delen van de wereld al wisten.
Tegelijk leiden de aanhoudende aanslagen ook tot nieuwe inzichten, zo kunt u lezen in de internationale commentaren die we verzamelden in dit nummer. Het belangrijkste daarvan is dat Europa gezamenlijk dient te reageren. Niet alleen omdat de inlichtingendiensten beter moeten samenwerken, maar ook omdat het idee van Europa zelf wordt aangevallen.
Die ‘Europese’ waarden – vrijheid, gelijkheid, respect voor andersdenkenden – staan ook elders ter wereld onder druk. In Tunesië bijvoorbeeld, dat gold als het enige lichtpuntje van de Arabische lente. Ook daar wordt het liberaliseringsproces bedreigd door terreur, aangewakkerd door de islamistische partij Ennahda en buitenlandse haatpredikers.
In Iran houden plaatselijke gameontwikkelaars zich verre van overheidspropaganda, en staan ze te popelen om na het opheffen van de sancties de wereldmarkt te veroveren met hun spellen
Om dat soort krachten het hoofd te bieden heb je een sterke staat nodig, betoogde de Britse filosoof John Gray meteen na de aanslagen in Parijs in een veelbesproken essay, dat u terugvindt in ons Brussel-dossier. Niet alleen in het Midden-Oosten, maar ook hier. We hebben nu even geen protectie tégen de staat nodig, gooit Gray de knuppel in het hoenderhok, maar protectie ván de staat. En dat betekent volgens hem dat we een aantal vrijheden moeten opofferen. Een tijd waarin je buurman in drie maanden kan radicaliseren tot zelfmoordterrorist vraagt om realpolitik.
Voor de broodnodige optimistische toets kunt u terecht op de cultuurpagina’s, waar u een reportage vindt over de bloeiende Iraanse gamingscene. De plaatselijke gameontwikkelaars houden zich verre van overheidspropaganda, en staan te popelen om na het opheffen van de sancties de wereldmarkt te veroveren met hun spellen, die geïnspireerd zijn op de rijke Perzische cultuur en geschiedenis.
In Duitsland trekt men zich al sinds mensenheugenis terug in de wouden als de buitenwereld te bedreigend wordt. Geen wonder dus dat voormalig boswachter Peter Wohlleben 400.000 exemplaren verkocht van zijn nu in het Nederlands vertaalde boek Het verborgen leven van bomen. Wohlleben (schitterend geportretteerd door Die Zeit) beschrijft hoe bomen met elkaar praten, hun zwakkere soortgenoten helpen en zelfs beschikken over sociale netwerken. Een ideaal verhaal kortom voor de murw gebeukte nieuwsconsument. Wedden dat het bij ons ook een bestseller wordt?

