De internationale gemeenschap en het bedrijfsleven roepen op om de internetstop in de conflictgebieden van de staten Rakhine en Chin op te heffen. ‘Complete afsluiting van het internet zet levens op het spel en beperkt de rechten van miljoenen mensen.’
De informatiestop in Myanmar, die ruim een miljoen mensen treft, is eind juni zijn tweede jaar ingegaan. Steeds luider klinkt de roep om de ban te beëindigen.
De blokkering van mobiele internetdiensten, volgens burgerrechtenorganisaties de langste door de overheid opgelegde internetban ter wereld, heeft een directe impact op het dagelijks leven en belemmert de bestrijding van de covid-19-pandemie in de getroffen gebieden.
De beperkingen zijn door de regering van Daw (‘tante’) Aung San Suu Kyi op verzoek van het leger opgelegd om een groeiende opstand het hoofd te bieden. Sinds januari 2019 zijn er honderden burgers gedood en meer dan honderdduizend ontheemd geraakt door gevechten tussen het Myanmarese leger (Tatmadaw) en het Arakan Army van boeddhistische rebellen in het westen van het land. De overheid heeft ook ruim tweeduizend websites geblokkeerd, waaronder nieuwssites in de deelstaat Rakhine, en journalisten die verslag deden van het conflict vervolgd wegens schending van de antiterrorismewet.
Het verbod ging een jaar geleden in toen het ministerie van Transport en Communicatie op verzoek van het leger beperkingen oplegde aan mobiele internetdiensten in acht townships [bestuurlijke subdistricten] in Noord-Rakhine en in de stad Paletwa in de deelstaat Chin. In september 2019 hief het de beperkingen in vijf townships op, waarna ze in februari 2020 weer werden ingevoerd. Op 2 mei beëindigden de autoriteiten het verbod in de stad Maungdaw.
Deze maatregelen werden evenwel niet openbaar gemaakt. ‘Het gebrek aan transparantie is een van de ernstigste aspecten van de informatiestop en ondermijnt de rechtsstaat,’ aldus Yin Yadanar Thein, directeur van burgerrechtengroep Free Expression Myanmar.
Ondanks oproepen van lokale organisaties en westerse ambassades om het internetverbod op te heffen, liet het ministerie deze maand weten het in de resterende acht townships tot ten minste 1 augustus te zullen verlengen in verband met de problematische veiligheidssituatie. Volgens Soe Thein, topambtenaar van het ministerie, worden de internetdiensten hervat ‘als er geen bedreigingen meer zijn voor de bevolking, en geen schendingen van de telecommunicatiewet’.
Druk bedrijfsleven
Een groeiend aantal rechtskundigen, bedrijven en het maatschappelijk middenveld roepen op tot herziening van artikel 77, dat de juridische basis vormt voor de uitvaardiging van het verbod door de regering. Het langdurige internetverbod is schadelijk voor zowel het bedrijfsleven als de mensenrechten in Myanmar.
Het Myanmar Centre for Responsible Business (MCRB) tekent aan dat de wet een mensenrechtenrisico inhoudt voor bedrijven, en hun vermogen om verantwoord op te treden belemmert. Het MCRB had de tekortkomingen in artikel 77 en andere delen van het rechtskader vijf jaar geleden al benadrukt.
In sommige dorpen zijn mensen niet op de hoogte van het coronavirus
Topmanagers van Ooredoo, Telenor en internetservicebedrijf Frontiir hebben deelgenomen aan een eerste gesprek over hervorming van de telecommunicatiewet, aldus een bij dit overleg betrokken bron. Telenor heeft openlijk zijn bezorgdheid geuit over de internetafsluiting.
De stap kwam nadat vijf grote lobbygroepen in het bedrijfsleven publiekelijk hadden gewaarschuwd voor ‘mogelijke reputatieschade in de internationale gemeenschap en schade aan het beeld van Myanmar als verantwoorde bestemming voor investeringen’.
Het digitale initiatief van EuroCham Myanmar, dat bestaat uit bedrijven die in de digitale economie opereren, heeft de regering herhaaldelijk voorgehouden dat een gebrek aan eerlijke toegang tot internet een ernstig probleem is.
‘De toegenomen afhankelijkheid van internet brengt met zich mee dat de overheid behoort te zorgen voor gelijke en eerlijke toegang van burgers tot het internet,’ aldus EuroCham.
Het Global Network Initiative, een Amerikaans netwerk van ruim zestig maatschappelijke organisaties en bedrijven (waaronder Facebook en Telenor), onderzoekt de situatie in Myanmar. Directeur Judith Lichtenberg van het GNI zegt dat sommige bedrijven rechtstreeks met de autoriteiten in gesprek zijn gegaan om hen ervan te overtuigen dat zij de verstoringen beperkt moeten houden en zich moeten richten op bepaalde sites, in plaats van op het hele netwerk.
Linda Lakhdhir, juridisch adviseur voor Human Rights Watch in Azië, vindt dat de telecommunicatiewet op zijn minst een procedure moet bieden waarmee de telecombedrijven besluiten kunnen aanvechten als die mogelijk in strijd zijn met hun verplichtingen aangaande mensenrechten.
Herziening
Hoe waarschijnlijk is het dat de wet wordt gewijzigd? Volgens James Rodehaver, een hoge mensenrechtenfunctionaris van de VN, moet elke wettelijke maatregel die het recht op toegang tot informatie of enig ander mensenrecht beperkt, voldoen aan de beginselen van evenredigheid en noodzaak.
Dergelijke restricties mogen dus alleen in uitzonderlijke omstandigheden worden opgelegd, en dienen tot een minimum beperkt te blijven en zo kort mogelijk te duren. Én ze moeten worden onderworpen aan volledige en regelmatige rechterlijke toetsing. ‘Een totale onderbreking, voor meer dan een jaar, van de mobiele internetdiensten lijkt niet bepaald een terughoudende maatregel,’ aldus Rodehaver.
Volgens Linda Lakhdhir zijn artikel 77 en de huidige toepassing ervan aan grondige herziening toe omdat de regering ‘misbruik maakt van een vaag omschreven wet, waardoor de mensenrechten op de tocht komen te staan’.
Zo staat artikel 77 de overheid toe om het internet te onderbreken, websites te blokkeren en communicatie te onderscheppen als er sprake is van een ‘noodsituatie’ of van een ‘publieke noodsituatie’. Maar de wet zegt niet wat een noodsituatie precies is. Deze onduidelijkheid maakt brede toepassing mogelijk. ‘De regering heeft het lopende conflict met het Arakan Army gebruikt om een onderbreking van het internet te rechtvaardigen, maar dat is een primitief middel, dat moeilijk als een evenredige reactie op een veiligheidsdreiging kan worden opgevat,’ zegt Lakhdhir.
Covid-19
‘Hoe kunnen burgers zichzelf beschermen tegen slepende gewapende conflicten als ze niet op internet kunnen zien waar het veilig is? Hoe kunnen mensen zichzelf beschermen tegen covid-19 als informatie hierover zich buiten hun bereik bevindt? Complete afsluiting van het internet in acht townships zet levens op het spel en beperkt de rechten van miljoenen mensen.’ Jenny Domino, juridisch adviseur van de International Commission of Jurists, merkt daarnaast op dat de maatregelen op basis van artikel 77 niet zijn onderworpen aan onafhankelijk toezicht door civiele rechtbanken, waardoor ze vatbaar zijn voor misbruik door de autoriteiten.
Bovendien, zo voegt ze eraan toe, zijn de meeste bepalingen krachtens artikel 77 niet openbaar. Dit gebrek aan transparantie maakt het moeilijk om overheidsfunctionarissen ter verantwoording te roepen.
Het ministerie van Buitenlandse Zaken heeft de onderbreking van het internet verdedigd. Die zou nodig zijn om misbruik van internet door het Arakan Army ‘voor zijn eigen politieke en militaire agenda’ te voorkomen. Volgens het departement kunnen lokale gemeenschappen communiceren via luidsprekers en sms-berichten en vormt het verbod geen belemmering voor de campagne tegen covid of voor humanitair werk van de overheid.
Mensenrechtenactivisten zijn het daar niet mee eens. Human Rights Watch haalt humanitaire hulpverleners aan die zeggen dat het internetverbod, én de beperkingen op de toegang tot internet voor hulporganisaties, tot gevolg hebben gehad dat mensen in sommige dorpen niet op de hoogte zijn van de uitbraak van het coronavirus.
De International Crisis Group (ICG), een onafhankelijke denktank, zegt in een recent rapport dat de datastop ‘zowel de effectieve verspreiding van informatie over de volksgezondheid als het monitoren van ziekteverloop belemmert.’
En wat ook van belang is: de internetstop heeft, aan de vooravond van de algemene verkiezingen in november, kiezersvoorlichting en onlinecampagnes onmogelijk gemaakt.
Thompson Chau en John Liu
Myanmar Times
Myanmar | dagblad | oplage 25.000
Opgericht in 2000 en het grootste Engelstalige dagblad van het land, gemaakt door binnen- en buitenlandse journalisten. De Myanmar Times kent sinds 2015 een dagelijkse editie.
Abonneer!
Maak gebruik van onze tijdelijke aanbieding

