myanmars onopgeloste kwesties


Volgens historicus Thant Myint-U ligt de oorzaak van het huidige etnische conflict in Myanmar, de exodus van 120.000 Rohingya naar Bangladesh, in het koloniale en xenofobe verleden van het land. Een geschiedenisles.

In 1935 nam het Britse parlement de Government of Burma Act aan; halverwege 1937 veranderde Birma van een provincie van het Indiase rijk in een soort dominion: een autonoom onderdeel van de Gemenebest, met een deels gekozen regering, een parlement en een gouverneur die rechtstreeks verantwoording schuldig was aan Londen. Het was bedoeld als een eerste stap naar autonomie en een erkenning van Birma’s eigen identiteit.

De scheiding was het gevolg van jarenlange verhitte discussies. Maar de problemen met betrekking tot identiteitskwesties waren nog maar net begonnen en zouden in de rest van de twintigste eeuw leiden tot oorlog, isolatie en armoede. Tegenwoordig zijn het diezelfde kwesties die een bedreiging vormen voor het vredesproces tussen de overheid en op etniciteit gebaseerde gewapende organisaties, voor het lot van moslimgemeenschappen en zelfs voor de openstelling van het land voor de mondiale handel. Ze blijven grotendeels onopgelost en zijn van immens belang voor de toekomst van Myanmar.

De afscheiding van India was een overwinning voor het Birmese nationalisme. De Birmezen, ook wel Bamar genoemd, zijn de voornamelijk boeddhistische, Birmees sprekende meerderheid van de Irrawaddyvallei. Drie conflicten in de negentiende eeuw, de Engels-Birmese Oorlogen, hadden hun rijk ernstig verzwakt en vervolgens te gronde gericht, een rijk dat zich uitstrekte van Bhutan tot de buitenwijken van Bangkok. In 1885 hadden de Britten hun duizend jaar oude monarchie afgeschaft en de Irrawaddyvallei bij de nieuwe Indiase provincie ‘Brits-Birma’ gevoegd. Daar is het Birmese volk nooit helemaal overheen gekomen.

De koloniale overheersing bracht economische groei en daarmee ook een ongereguleerde immigratie van miljoenen mensen uit heel het Indiase subcontinent. Birma was destijds een welvarender land, het ‘eerste Amerika’ voor menig Indiaas gezin, een plek van kansen en een nieuwe start.

Zelfbewustzijn

Eind jaren twintig van de vorige eeuw concurreerde Rangoon, het huidige Yangon, met New York als ’s werelds grootste immigratiehaven; in de stad kwamen alleen al in 1927 428.300 mensen binnen (op een totale bevolking van tien miljoen). Rangoon werd een Indiase stad.

Voor de Birmezen betekende de moderniteit een maatschappij met Europeanen aan het hoofd en Indiërs die de zelfstandige beroepen en de handel domineerden en de nieuwe werkende klasse in de stad verder aanvulden. De Birmezen raakten verbitterd, ook jegens de veel kleinere maar belangrijke Chinese immigrantengemeenschap. Tijdens de Grote Depressie kwam het tot een uitbarsting: de eerste anti-Indiase rellen in Rangoon vonden plaats in 1930, de eerste anti-Chinese in 1931.

In deze periode stond een nieuwe generatie politici op die het zelfbewustzijn van haar volk wilde herstellen. Een van de radicalere groepen noemde zich Do Bama (‘Wij Birmezen’), vooral geïnspireerd door het Ierse nationalisme van Sinn Féin. In hun lied, dat tegenwoordig het volkslied is, luidt een regel: ‘Dit is ons land’. Met andere woorden: het is niet van jullie. Velen beschouwden buitenlandse bedrijven als uitbuiters en voelden zich zowel aangetrokken tot uiterst rechts als tot uiterst links in Europa. Volgens sommigen werd het boeddhisme bedreigd, en het volksoproer begon rond 1938 steeds meer een anti-islamkarakter te krijgen. Het Birmese nationalisme begon als wat we tegenwoordig een antiglobaliserings- en een anti-immigratiebeweging zouden noemen.

Zo is het echter niet altijd geweest. In de achttiende en negentiende eeuw claimden Birmese koningen dat ze afstamden van de Sakiyan-stam van Gautama Boeddha; ze beschouwden India als een heilig land en het centrum van de kennis. Tot de val van Mandalay in 1885 werd geprobeerd de Indiase leefwijze na te streven. In dat jaar werd Govinda, een brahmaan uit Benares, gevraagd om de koninklijke rituelen te beoordelen en zo nodig te verbeteren.

In mei van dit jaar deed Facebook het woord Kala in de ban, omdat het racistisch zou zijn en zou aanzetten tot haat. Nog niet zo lang geleden bezat je als Kala een hoge status. Maar zelfs in de prekoloniale periode groeide de angst voor de Kala. Voor de Birmese rechtbank was dit woord een etnoniem waaronder alle (in de ogen van de plaatselijke bevolking) op elkaar lijkende mensen uit het Westen vielen: vooral Indiërs, maar ook Perzen, Arabieren en Europeanen, zoals de Kala van Bilat (Engeland, van het Urdu-woord Wilayat). Maar in de loop van de negentiende eeuw vatte de gedachte post bij de Birmezen dat ze afstammelingen van Boeddha waren en dat de christelijke en islamitische Kala indringers waren in het heilige land.

Onder het kolonialisme werd respect gemengd met angst, wat resulteerde in raciale vijandigheid. Met de afscheiding kwam de rem op de immigratie. Toen de Japanners in 1942 Birma binnenvielen, sloegen honderdduizenden Indiërs uit angst voor Birmees nationalistisch geweld op de vlucht en kwamen niet meer terug. Nog vele anderen verlieten het land bij de onafhankelijkheid [in 1948] en in 1960, toen zowel Indiase als Chinese bedrijven werden genationaliseerd als onderdeel van de ‘Birmese weg naar het socialisme’. Tegen die tijd was xenofobie officieel beleid geworden.

schermafbeelding 2017 09 20 om 12 00 49 pm

De Burma Act uit 1935 versterkte de interne verdeeldheid. Het Birma van voor het kolonialisme was altijd een plek geweest voor verschillende volkeren en koninkrijken, die bloeiden en dan weer in verval raakten, zoals overal elders. De kaart van het moderne Birma is nieuw. Maar in de nadagen van de koloniale overheersing werd niets gedaan om dit land tot één geheel te maken, etnische en politieke scheidslijnen werden alleen maar verscherpt.

Via de volkstellingen, die van 1861 tot 1931 iedere tien jaar werden gehouden, probeerden de Britten een beeld te krijgen van de etnische mix. In India waren de mensen verdeeld naar kaste. Een tijdlang werden Birmezen, Arakanezen en enkele andere groeperingen in kastetabellen vermeld als ‘semi-gehindoeïseerde inlanders’. Rond 1900 begonnen de Engelsen de inwoners van Birma te categoriseren naar taal, waarbij ze putten uit destijds populaire ideeën in de vergelijkende taalwetenschap. Dat sloot nauw aan bij prekoloniale opvattingen waarin ook onderscheid werd gemaakt tussen Birmezen, Shan, Mon en andere ‘rassen’ (lu-myo of ‘soorten mensen’). Maar in de twintigste eeuw werd etniciteit gezien als iets onveranderlijks en maakte het onderdeel uit van de staatspolitiek. Sommige ‘rassen’ werden gezien als inheems, andere niet. Sommige groeperingen werden gerekruteerd voor het leger, terwijl andere daar grotendeels van werden gevrijwaard.

Demonstratie in 1939 tegen de door Engeland voorgetrokken mohammedanen en hindoes. – © Ullstein BildFotograaf / Getty
Demonstratie in 1939 tegen de door Engeland voorgetrokken mohammedanen en hindoes. – © Ullstein BildFotograaf / Getty

Er was ook een geografische scheidslijn. De lage landen van Birma werden rechtstreeks onder koloniaal bestuur geplaatst en kregen daarna geleidelijk steeds meer zelfbestuur. Dat was het Birma van de globalisering, de immigratie, de antikoloniale politiek en het opkomende Birmese nationalisme. De grootste ‘inheemse’ minderheid werd gevormd door de Karen, met hun christelijke leiders en hun eigen opkomende nationalistische aspiraties; samen met Indiërs en ‘Anglo-Indiërs’ verkregen ze in 1937 enkele zetels in het parlement.

In de aanloop naar onafhankelijkheid vroegen Karen-leiders Londen om een eigen etnisch thuisland binnen de Gemenebest. Ze hadden tijdens de oorlog loyaal meegevochten aan de zijde van de Engelsen en voelden zich verraden toen hun dit beleefd werd geweigerd.

Maar er was ook nog een geheel ander Birma: de ‘Grensgebieden’, die ongeveer de helft van het land besloegen, indirect werden bestuurd, onder overerfbaar leiderschap, en geheel werden uitgesloten van de economische modernisering en van de politieke hervormingen in de jaren dertig. Toen in 1947 de Engelsen hals over kop het land verlieten, kozen de Shan en andere leiders er met enige aarzeling voor om zich bij de rest aan te sluiten in een nieuwe republiek. Er werd hun autonomie beloofd, en zo begonnen begrippen als etniciteit en territorium samen te vallen.

De tientallen jaren die daarop volgden, waren een tijd van mislukte pogingen om een staat op te bouwen, van onmacht om af te rekenen met de koloniale erfenis, van oorlogen tussen verschillende etnische groeperingen en van de zelfopgelegde isolatie ten opzichte van de buitenwereld.

De kern van het probleem is hoe het Birmese nationalisme zich verhoudt tot een inclusieve nationale identiteit. Het Birmese nationalisme stelde zich tot doel om het land te verenigen en te beschermen tegen wat werd gezien als een existentiële bedreiging van buiten, vooral van de grote buurvolkeren. De integratie van minderheden die worden geaccepteerd als ‘inheems’, is iets waar veel Birmezen naar streven. Maar voor andere ‘inheemse’ volken vormt het Birmese nationalisme een probleem: ongelijkheid, uitsluiting van economische mogelijkheden en de angst dat hun eigen identiteit zal opgaan in een door Birmezen gedomineerd proces van modernisering.

De militaire leiders van Myanmar publiceerden rond 1990 een lijst van 135 inheemse “nationaliteiten”

En wie is inheems? Deels puttend uit gegevens afkomstig uit een volkstelling die in 1921 door de Britten was gehouden, publiceerden de militaire leiders van Myanmar rond 1990 een lijst van 135 inheemse ‘nationaliteiten’. Daar hoorden de Kaman (een islamitisch volk dat afstamt van de lijfwacht van een in de zeventiende eeuw gevluchte Mogolprins) en de Chinees sprekende Kokang (van wie de voorvaderen in de zeventiende eeuw waren gevlucht voor de Mantsjoes) nog net bij. Het oude etnoniem Myanmar werd uit de kast gehaald als naam waaronder al die als inheems beschouwde volken zouden vallen.

Erbuiten vielen de afstammelingen van Indiase en Chinese immigranten uit de negentiende eeuw. Ook werd de islamitische bevolking van de staat Rakhine buitengesloten, waar moslims ongeveer een derde van de totale bevolking van ruim 3,1 miljoen mensen uitmaken. Birmese nationalisten beschouwen hen als het product van Bengaalse immigranten uit de koloniale tijd, of van recentere illegale immigranten. Zelf nemen ze steeds vaker de naam ‘Rohingya’ aan, waarmee ze te kennen willen geven dat ook zij inheems zijn. Dat wordt echter vurig bestreden; alleen al het woord ‘Rohingya’ vormt een belangrijk strijdpunt in heftige debatten.

Het sinds 2012 toenemende geweld is deels een lokaal etnisch conflict dat teruggaat tot de Tweede Wereldoorlog, maar de felle discriminatie is nauw verbonden met de anti-immigratiegeschiedenis van de moderne politiek. Aan beide kanten wordt etniciteit als iets vaststaands beschouwd en ziet men etnische groeperingen als groeperingen die wel of niet tot de opkomende natie behoren.

Hoe ziet de toekomst eruit? Myanmar is een land dat snel verandert. Mensen reizen rond als nooit tevoren, zowel naar het buitenland als binnenslands, ze mengen zich, sluiten gemengde huwelijken. De urbanisatie versnelt en binnenkort wonen de meeste mensen in een klein aantal grote steden. Myanmars leiders zeggen dat ze streven naar democratie, vrede en economische integratie in de rest van de wereld. Maar het land sleept de last van de koloniale etnografie en de postkoloniale anti-immigrantenpolitiek met zich mee, die het etnische conflict en de xenofobie verder kunnen doen oplaaien.

In dat opzicht schuilt het grootste gevaar voor Myanmar niet in een terugkeer naar de dictatuur, maar in een onverdraagzame democratie in combinatie met een negatief nationalisme. Het is tijd voor een eerlijke en kritische herbeoordeling van de geschiedenis en een nieuw streven naar een inclusievere eenentwintigste-eeuwse identiteit voor Myanmar.

Auteur: Thant Myint-U

Openingsbeeld: Rohingya steken de rivier de Naf over op weg naar Bangladesh. – © Getty

Nikkei Asian Review
Tokio | weekblad | oplage onbekend

Nikkei voert zijn berichtgeving over Azië op door wekelijks een publicatie aan deze regio te wijden. Dankzij zijn reportages, analyses en onderzoeksjournalistiek, met name op economisch gebied, is het blad een waardevolle bron voor het volgen van de actualiteit.


Deel dit artikel


Recent verschenen