De animatieserie South Park ging onlangs zijn twintigste seizoen in. The New York Times liep een dagje mee met makers Trey Parker en Matt Stone.
Geen dag is hetzelfde in de South Park Studio’s. Al is deze maandag echt bijzonder, geeft Trey Parker toe. ‘Soms zeggen we bij onszelf: “Hoe kun je Comedy Central aan hun verstand peuteren dat we niks hebben om ze te sturen?”’ zegt hij met een sardonische glimlach. ‘Vandaag is dat zo.’ Al lijkt het nog zo rustig en vredig in de ruime burelen van de studio, de twee makers van South Park, Trey Parker en Matt Stone, staan wel degelijk onder druk: ze hebben nog minder dan 48 uur om de eerste aflevering van het twintigste seizoen in te leveren.
In dit stadium, de negende versie van een script getiteld ‘Member Berries’, zouden ze het liefst zestien minuten klaar hebben voor een aflevering van tweeëntwintig. Ze hebben nog maar twaalfenhalve minuut. ‘Dat wil niet zeggen dat die klaar zijn,’ verduidelijkt Parker. ‘Alleen dat we weten wat we erin stoppen.’
Al twintig jaar knopen ze hun afleveringen op deze manier aan elkaar, onder hoogspanning en instinctief
Aan de muur getuigt een wit bord van de afwezigheid van het derde bedrijf. Het team laat de verhaalelementen van de aflevering de revue passeren: een nieuw Amerikaans volkslied, herschreven door J.J. Abrams, een absurde xenofoob die zich kandidaat heeft gesteld voor het presidentschap; en een verslavende pratende bes die je vaag doet terugverlangen naar de popcultuur van je jeugd. Hoe dit in elkaar moet worden gepast is nog niet duidelijk. Al twintig jaar knopen ze hun afleveringen op deze manier aan elkaar, onder hoogspanning en instinctief. Stone en Parker zijn er betrekkelijk zeker van dat ze uiteindelijk iets zullen bedenken.
South Park, dat het licht zag in 1997, telt inmiddels meer dan 250 afleveringen waarin de avonturen worden verteld van een handjevol grofgebekte jongens in een stadje in Colorado dat onveranderlijk wordt opgezweept door de crisis waardoor het land die betreffende week is getroffen. Wat begon als een verhaal over buitenaardse wezens die een satelliet in de kont van een kind hadden gestopt, heeft zich – min of meer – ontwikkeld tot een serie waarin genadeloze maatschappijkritiek wordt geleverd. De animatietechnieken zijn verbeterd en het team is uitgebreid, maar de serie blijft het werk van Parker en Stone. Elke aflevering is voor de respectievelijk 46- en 45-jarige schrijvers weer een moeizame bevalling.
Al is de werkwijze bij het maken van de serie nauwelijks veranderd, Stone en Parker zijn dat wel. Het langharig tuig dat in 2000 stijf van de lsd bij de uitreiking van de Academy Awards verscheen, is volwassen geworden. Tegenwoordig woont Matt de helft van de week in New York om bij zijn vrouw en kinderen te kunnen zijn, en het bureau van Trey is overladen met speelgoed van zijn dochtertje van drie.
In de twintig jaar van zijn bestaan weet South Park telkens weer een scherpzinnige kijk op de maatschappij en de actualiteit te geven. Elke aflevering trekt gemiddeld twee miljoen kijkers van tussen de 18 en 49, een zeer gewilde leeftijdscategorie bij reclamemakers. Waar de eerste afleveringen van South Park vooral werden gekenmerkt door het jeugdige verlangen van de schrijvers om te zien hoe ver ze op tv konden gaan, hebben Stone en Parker in de loop van de tijd geleerd hun ergernis over een gepolariseerde wereld tot komedie om te buigen.
Deze maandag hebben de twee mannen al enkele uren vergaderd met coscenarist Vernon Chatman en producent Anne Garefino om enkele scènes van de aflevering ‘Member Berries’ te bespreken en op te nemen. ‘Als we nog maar drie scènes hoeven te schrijven, komt het goed,’ zegt Garefino. ‘Alleen als jullie nog dat hele laatste bedrijf…’ Haar stem sterft weg. De hele middag lopen Stone en Parker van kantoor naar kantoor om de rode draad voor hun nieuwe aflevering te zoeken.
Parker verdwijnt enkele minuten naar een studio om de stemmen op te nemen van de twee sportcommentatoren die de nieuwe versie van het volkslied aankondigen, terwijl Stone hem aanmoedigt om een meer geëxalteerde toon aan te slaan. Daarna lopen we naar de montagetafel, waar Parker naar een buitengewoon ordinaire figuur kijkt die gedetailleerd beschrijft hoe hij de vijanden van Amerika ter dood zal brengen.
Parker schrijft in zijn eentje en komt alleen af en toe zijn kantoor uit om Stone om hulp te vragen. In de schrijverskamer denken de twee makers na over de motieven van Randy Marsh, het personage dat het morele kompas van de serie is. Zal Randy, terwijl de strijd om het presidentschap zich afspeelt tussen twee kandidaten van wie hij evenzeer walgt, bezwijken voor het zoete gif van de ‘member berries’, de narcotische bessen?
Waar zal hij deze onweerstaanbare spijs ontdekken, in een café of bij een vriend? In een doosje of aan een tros? Deze vragen spelen door het hoofd van Parker terwijl hij met grote passen om de vergadertafel heen loopt. Vervolgens improviseert het duo een scène waarin de jeugdherinneringen van de pratende bessen steeds sinisterder worden: ‘Weet je nog van Star Wars? Weet je nog dat je een kind was? Weet je nog dat je je veilig voelde? Weet je nog dat er geen immigranten waren?’
‘Misschien wordt dit het jaar dat we eindelijk ontslagen worden’
Enkele dagen eerder had Parker me uitgelegd waarom hij en Stone waren afgestapt van hun gewoonte het samen op een drinken te zetten en ideeën uit te wisselen voor het nieuwe seizoen. ‘Zodra we een grappig idee hebben proberen we er niet te veel over te praten omdat je het anders, als je twee maanden later de afleveringen maakt, niet meer grappig vindt,’ legde Parker uit. Door meer ruimte te laten voor improvisatie hebben de twee schrijvers meer mogelijkheden om te vernieuwen, zoals in seizoen 19, uitgezonden in 2015, waarin de tien afleveringen verbonden zijn door centrale thema’s als gentrificatie, nationale identiteit en de terugkeer van politieke correctheid.
South Park kon de hernieuwde correctheid en overdreven gevoeligheid voor bepaald taalgebruik niet langer uit de weg gaan. ‘Misschien wordt dit het jaar dat we eindelijk ontslagen worden,’ weet Parker nog dat hij toen dacht. ‘En als dat toch gebeurt, kunnen we maar beter grappen maken over het feit dat wij die twee oude mannetjes aan de tafel zijn. Tijdens alle afleveringen was er een deel van ons dat zich afvroeg: “Moeten we er niet mee stoppen?”’
Resultaat: seizoen 19 was een doorslaand succes, zodat de druk op de twee schrijvers om een nieuwe jaargang te maken toenam. Moesten ze er weer een vervolgverhaal van maken? Moesten ze aandacht besteden aan de Amerikaanse presidentsverkiezingen? Het enige wat we kunnen doen, zeiden ze, is vasthouden aan het principe dat ons van meet af aan heeft geleid.
Hoe ernstig het onderwerp ook is, legt Parker uit, ‘het feit dat je het door een humoristische bril bekijkt doet je niet alleen geestelijk goed, maar helpt je ook om de dingen helder te zien. Als je de spot drijft met alle standpunten, kom je onder het zwart-witdenken uit: Trump slecht, Clinton goed. Er is altijd een mogelijkheid om ze allebei even hard aan te pakken.’
Parker en Stone gaan dus door tot 2019. En als je Anne Garefino mag geloven, die al negentien jaar met hen samenwerkt, gaan ze misschien nog veel langer door. ‘Ze zeiden dat ze op hun veertigste geen South Park meer wilden maken,’ zegt ze. ‘Volgens mij doen ze het op hun vijftigste nog.’ Ze krijgen hun afleveringen altijd op tijd af, probeert ze zichzelf gerust te stellen.
10 uur ’s avonds
‘Member Berries’ is zoals gepland om 10 uur ’s avonds uitgezonden, maar niet zonder een incident op het allerlaatste moment. Die ochtend was er een systeemcrash in de South Park Studio’s en was het geluid van de aflevering anderhalf uur zoek. Daarna was er een synchronisatieprobleem, dat pas een uur voor de uitzending werd opgelost.
‘Trey zei tegen me: “Volgens mij moeten we proberen de afleveringen voortaan eerder af te hebben,”’ zegt Garefino. Zelfs South Park zou Garefino’s antwoord hebben moeten wegbliepen.
Auteur: Dave Itzkoff
Vertaler: Peter Bergsma
The New York Times
Verenigde Staten | dagblad | oplage 1.120.402
De krant der kranten, met als motto ‘All the news that’s fit to print’. Won meer journalistieke prijzen dan enig ander medium.

