De afgelopen twintig jaar zijn in China min of meer fictieve oude dorpen als paddenstoelen uit de grond geschoten. Allemaal volgens hetzelfde model gebouwd om tegemoet te komen aan de wensen van het toegenomen toerisme. Nu stort de markt hiervoor echter in.
In China is de reconstructie van oude dorpen onderwerp van discussie. Zhangjiajie, een toeristische trekpleister in Centraal-China, waar de film Avatar werd opgenomen, is zo goed als verleden tijd. Op 16 december 2024 kondigde de Zhangjiajie Lüyou-groep, dat er de toeristische attracties beheert, het faillissement aan van het bedrijf, nadat het in vier jaar tijd een verlies van 700 miljoen yuan [meer dan 92 miljoen euro] had geleden, waarvan ruim 61 miljoen in de eerste helft van 2024.
De ‘nieuwe oude stad’ Dayong leed in deze periode verliezen van meer dan 64 miljoen yuan. De herbouw ervan, die 2,4 miljard yuan [314 miljoen euro] had gekost, ging gepaard met grote verwachtingen… Maar nu is het niet veel meer dan een spookstad, met een kolossaal exploitatietekort.
In China ondergaan veel ‘zogenaamd oude steden’ hetzelfde lot. Als je door het land reist, kom je ze bijna overal tegen. Ze worden allemaal gebouwd volgens hetzelfde model. In de steegjes hangt dezelfde geur van inktvis en gegrilde tofu; overal zijn dezelfde zilveren sieraden te verkrijgen en snuisterijen verleend aan oude culturen. Overal dezelfde borden die aangeven waar de toerist een foto kan maken.
Verbitterd
Het gelijkenispercentage bedraagt maar liefst 99 procent. De lokale bevolking is verbitterd en vaak defaitistisch: ‘Alleen buitenlanders willen hier nog heen.’ Het probleem is alleen dat zelfs buitenlanders deze oude steden niet meer bezoeken.
Neem Dayong. Dit toeristische en culturele project, waarvan de verbouwing van het stadscentrum in 2016 van start ging, is het duurste in Zhangjiajie. Zhangjiajie Lüyou verwachtte aanvankelijk een jaarlijkse nettowinst van 184 miljoen yuan, met een rendement op de investering dat pas na ongeveer tien jaar zou worden gerealiseerd.
Maar dat bleek wat rooskleurig te zijn ingeschat. De toeristische attractie leed verlies vanaf het moment dat deze in 2021 op proef opende. Na drieënhalf jaar exploitatie was er sprake van een tekort van 547 miljoen yuan – voornamelijk door een gebrek aan bezoekers.
Mensen parkeren er graag hun auto, maar hebben weinig behoefte om tijd te spenderen in deze nepoude stad
Volgens het financiële rapport van de groep werden in de eerste helft van 2024 slechts 2300 toegangskaarten verkocht, wat neerkomt op iets meer dan tien toeristen per dag. De oude stad heeft een oppervlakte van 185.000 vierkante meter, wat overeenkomt met een kwart van de Verboden Stad in Beijing. De lege steegjes ogen troosteloos.
De schamele jaarlijkse inkomsten komen hoofdzakelijk van de parkeerplaatsen; mensen parkeren er graag hun auto, maar hebben weinig behoefte om tijd te spenderen in deze nepoude stad.
Deze vorm van toerisme ontstond voor het eerst in de provincies Jiangsu en Zhejiang [die rond Shanghai liggen]. De stad Zhouzhuang, halverwege Shanghai en Suzhou, staat bekend als ‘de eerste waterstad van China’. Terwijl de omliggende plattelandsgemeenschappen in de jaren tachtig in hoog tempo industrialiseerden, kon deze regio vanwege het gebrek aan goede transportverbindingen en elektriciteitsvoorzieningen minder snel groeien. Maar elk nadeel heeft een voordeel: een groot aantal oude bruggen en gebouwen kon door middel van restauratie behouden blijven, zelfs in hun oorspronkelijke staat.
In de loop van de tijd trokken deze goed in tact gebleven oude steden en dorpen stadsbewoners aan die genoeg hadden van de ‘stadsjungle’ en de wolkenkrabbers en snelwegen inruilden voor de charme van kleine bruggetjes en rustige kanalen.
De kopie is het origineel
Geldt in het Westen het origineel als heilig en onvervangbaar, in Oost-Aziatische culturen is de kopie vaak net zo waardevol. Volgens de Duits-Koreaanse filosoof Byung-Chul Han, zoals uiteengezet in een artikel voor Aeon, weerspiegelt dit fundamentele verschil een dieper cultureel verschil: waar het Westen gefixeerd is op discontinuïteit, revolutie en geniecultus, koestert het Oosten juist continuïteit, cyclische vernieuwing en proces. Dit leidt regelmatig tot onbegrip. Westerse musea voelen zich bijvoorbeeld bedrogen als ze een kopie van een kunstwerk ontvangen, terwijl hun Chinese tegenhangers dit met volle overtuiging als ‘hetzelfde’ beschouwen.
Lees het artikel van Byung-Chul Han in magazine #141.
Sinds half jaren negentig hebben veel oude dorpen in Jiangsu en Zhejiang zich ontwikkeld naar het voorbeeld van Zhouzhuang. Een succesverhaal is Wuzhen. Hoewel de geschiedenis van de stad duizend jaar teruggaat, zijn de meeste gebouwen pas enkele decennia oud. Toen het in 2001 een toeristische trekpleister werd, werden veel bewoners gedwongen te vertrekken. Dankzij het renovatieprogramma is dit kleine, voorheen onbekende dorp uitgegroeid tot een toonaangevende toeristische bestemming, zowel nationaal als internationaal. Tussen 2016 en 2019 verwelkomde de plaats gemiddeld bijna 10 miljoen bezoekers per jaar, wat een omzet van 2,2 miljard yuan [285 miljoen euro] genereerde en in het beste jaar een nettowinst van 807 miljoen yuan [meer dan 105 miljoen euro].
Het project werd uitgevoerd door het bedrijf CYTS, dat naar hetzelfde model als Wuzhen de rivierstad Gubeikou bouwde in de buitenwijken van Beijing, die vanaf het eerste jaar van exploitatie, in 2014, winstgevend was.
Politieke koers
Het bedrijfsmodel, waarbij oude, vervallen dorpen een opknapbeurt krijgen, werkte aanstekelijk. De voordelen zijn evident: niet alleen krijgen verlaten plekken een nieuw leven, doordat de grondprijzen en de prijzen voor omliggend onroerend omhooggaan, ook stijgt het bbp en wordt er werkgelegenheid gecreëerd. Bovendien past het model perfect binnen de politieke koers van het land, die gericht is op revitalisering en culturele vernieuwing van plattelandsgebieden.
Bij oude binnensteden gaat het om restauratie- en ontwikkelingswerkzaamheden. Op andere plaatsen, waar oorspronkelijk geen interessante historische of culturele bronnen te vinden waren, werden bouwwerken geheel in gewapend beton opgetrokken in een pseudoantieke stijl.
Volgens gegevens van het Nationaal Directoraat voor Cultureel Erfgoed staan slechts 312 steden op de lijst van Chinees historisch en cultureel erfgoed. Deze bevinden zich vooral in de provincies Jiangsu, Zhejiang en Sichuan. Maar Lin Peng, directeur van het China Research Institute of Ancient Towns and Culture, schat dat er in China al meer dan 2800 oude steden zijn ontwikkeld of in ontwikkeling zijn. Gezien het feit dat het land minder dan 1500 hoofdsteden van plattelandsdistricten heeft, betekent dit dat er veel meer dan één ‘oude stad’ per district is.
Figuranten worden ingehuurd om de rol van ‘locals’ te spelen, alsof het een slechte realityshow betreft
Toen het ministerie van Volkshuisvesting en Bouw in 2016 opriep tot meer aandacht voor karakteristieke dorpen, groeide het aantal oude stadskernen gestaag door. Maar volgens het Tianyancha-platform, waarop een overzicht van bedrijven te vinden is, zijn er vandaag de dag nog maar zo’n drieduizend bedrijven actief in China die gespecialiseerd zijn in de toeristische ontwikkeling van oude steden en dorpen. Vijftienhonderd vergelijkbare ondernemingen hebben inmiddels faillissement aangevraagd.
Zoals te verwachten viel leidde de wildgroei van al deze oude steden tot een verzadiging van de toeristenmarkt. Helemaal doordat al deze oude stadjes en dorpen, ongeacht de regio, op elkaar lijken, of het nu gaat om de gebouwen of om de diensten die worden geboden. Volgens een onderzoek van het China Tourism Research Institute vertonen ze overeenkomsten die door 51 procent van de ondervraagden als ‘vrij opvallend’ worden beschouwd, door 39 procent zelfs als ‘zeer significant’.
Hun karakter is dus verloren gegaan. Oorspronkelijke bewoners worden in sommige gevallen onteigend en elders ondergebracht. Hun oude huizen worden gesloopt om plaats te maken voor nieuwe huizen, in de gewenste architectonische stijl, en er worden figuranten ingehuurd om de rol van ‘locals’ te spelen, alsof het een slechte realityshow betreft.
Oude steden en dorpen zouden er goed aan doen om terug te keren naar hun oorsprong, om zo hun eenvoudige, lokale karakter te benadrukken en weer een toevluchtsoord te vormen voor stadsbewoners. Mensen zijn nou eenmaal niet bereid om grote bedragen uit te geven om ‘typische’ gehuchten te bezoeken die alle vrijwel identiek zijn, en om ‘lokale specialiteiten’ te proeven die men door het hele land heen tegenkomt.

