Demissionair premier Netanyahu heeft er alles aan gedaan om niet als ‘doodgewone aangeklaagde’ voor de rechter te hoeven verschijnen. Zondag moest hij er toch aan geloven.
Vorige week vroeg ik Uri Korb, een van de aanklagers in het proces tegen voormalig premier Ehud Olmert, wat de bedoeling was van de openingssessie in het proces tegen premier Benjamin Netanyahu afgelopen zondag. We zitten tenslotte pas in het technische stadium van het proces.
‘Op de openingssessie ziet de beklaagde de openbaar aanklager voor het eerst’, legde Korb uit. ‘Het is een ontnuchterend moment voor een demissionair premier. Opeens staat hij oog in oog met hoofdofficier van justitie Liat Ben-Ari, die al maandenlang een zaak tegen hem voorbereidt, en er vanaf nu alles aan zal doen om hem achter de tralies te krijgen.’
Lessenaar
Vlak voordat hij de rechtszaal betrad, legde Netanyahu op de gang een verklaring af van wel een kwartier. Geflankeerd door Likud-ministers haalde hij uit naar de politie en de aanklagers. Iemand had zelfs een houten lessenaar met daarop het officiële insigne van de staat Israël naar de rechtbank meegenomen, speciaal voor dit moment.
De media mochten vrijelijk over de zaak berichten, maar alleen vanaf de verdieping onder de rechtszaal, waar ze de zitting op een televisiescherm konden volgen. Het was een symbolisch beeld van Netanyahu’s Israël – een offensieve en ongeïntimideerde pers die precies zegt en opschrijft wat ze wil, terwijl Netanyahu erboven zweeft. Netanyahu beheerste het moment volkomen en toonde de volle macht van zijn premierschap. In deze gang was hij nog altijd in zijn Israël, waar hij almachtig is.
Aan de andere kant van de muur daarentegen waren we in een parallel Israël, waar Netanyahu terechtstaat en maar één advocaat mee mag nemen. Een parallel Israël waar Netanyahu vijftig minuten lang rechter Rivka Friedman-Feldman en haar collega’s Moshe Bar-am en Oded Shaham moest aanhoren. Toen de fotografen nog in de rechtszaal waren voordat de rechters waren verschenen, bleef Netanyahu staan, om ze het plaatje maar niet te gunnen van een premier in de beklaagdenbank. En toen ze waren vertrokken en hij wel moest plaatsnemen, bleef hij rechtop zitten en keek Friedman-Feldman de hele tijd recht aan.
Te zien was hoe Netanyahu soms zijdelings naar officier Bin-Ari keek, die slechts drie meter van hem af aan de tafel van de aanklagers zat. Hij werd zichtbaar steeds ongemakkelijker, ingeklemd tussen twee in zwarte toga geklede vrouwen die nu zijn lot in handen hielden. Ik heb al eens eerder een premier tot aftreden gedwongen, leek Bin-Ari Netanyahu te willen zeggen, en zou dat zo nog eens kunnen doen.
Fettman en Netanyahu’s tweede advocaat, Amit Hadad, bleven de hele zitting aan hem refereren als ‘premier’, met een sterke nadruk op dat woord. Friedman-Feldman noemde hem juist nadrukkelijk ‘meneer Netanyahu’ en wees zelfs een van de advocaten terecht door hem toe te voegen ‘U staat in meneer Netanyahu’s blikveld’, alsof die het Israëlische gerecht majesteitelijk boven zich moest zien tronen. Het was een veelzeggend moment.
Ongeacht hoelang het proces nog duurt en wat het oordeel zal zijn, deze vijftig minuten, waarin Netanyahu een doodgewone aangeklaagde was, waren wekenlang ondenkbaar geweest. Hij probeerde met alle legale en illegale middelen deze dag in de rechtszaal te voorkomen. Maar daar zat hij, verplicht om Friedman-Feldmans vragen te beantwoorden. Het was een zeldzame gebeurtenis, niet alleen voor Israël, een land dat al eerder een premier en een president in de gevangenis zag belanden.
Overal ter wereld zou het een zeldzaam moment zijn geweest, want vrijwel nergens worden leiders in de rechtszaal voor hun vermeende mis-daden ter verantwoording geroepen. Vijftig minuten lang was het Netanyahu’s Israël niet meer.
Auteur: Anshel Pfeffer
Haaretz
Israël | dagblad | oplage 80.000
De eerste Hebreeuwse krant die in 1919 onder Engels mandaat uitkwam. ‘Het land’ is dé krant voor Israëlische politici en intellectuelen.

