Benjamin Netanyahu is begonnen aan zijn vijfde mandaat als premier van Israël. Ondanks de verschillende corruptieonderzoeken die tegen hem lopen is het de rechts-nationalistische partij Likoed gelukt de aandacht af te leiden. Ha’aretz kijkt terug op de erfenis van de 34ste regering.
Het grootste succes van de regering-Netanyahu op wetgevend gebied is ook een van de grootste mislukkingen geweest. De zogenaamde natiestaat-wet, die Israël beschrijft als de natiestaat van het Joodse volk, werd oorspronkelijk voorgesteld als een manier om democratische waarden ondergeschikt te maken aan de Joods-nationale waarden van de staat. De woorden ‘gelijkheid’ en ‘democratie’ komen niet in de wet voor en de Arabische taal is zijn officiële status kwijtgeraakt. Maar de clausule waarmee rechters in hun uitspraken de nadruk hadden kunnen leggen op het Joodse karakter van de staat werd geschrapt en een andere clausule die bedoeld was om gemeenschappen toe te staan waar alleen Joden mogen wonen, werd erg afgezwakt. Andere aspecten zijn alleen symbolisch en komen al voor in bestaande wetten, zoals onder meer bepalingen over de vlag, het symbool van de staat, het volkslied en de aanwijzing van Jeruzalem als hoofdstad van Israël. Onder dat soort wetten valt ook de vlagwet, die drie jaar gevangenisstraf plus een fikse boete oplegt aan iedereen die de Israëlische vlag bekladt. In een onlangs goedgekeurde wet wordt het groepen die ‘tegen het leger’ ageren verboden om op scholen te spreken. Een andere controversiële wet vereist dat organisaties die gefinancierd worden vanuit het buitenland dit in hun publicaties moeten vermelden; dit zou vooral linkse groeperingen treffen. ‘Deze wet symboliseert het ontluikende fascisme dat in Israël opbloeit,’ zei de toenmalige oppositieleider Isaac Herzog.
Dat Trump aan de macht kwam, heeft niet alleen invloed gehad op de Palestijnse kwestie, maar ook op het aanhalen van Israëls relaties met de Arabische wereld, voornamelijk met Saoedi-Arabië
Wat buitenlandse betrekkingen betreft verschilde de aftredende regering niet veel van Netanyahu’s vorige team, al had de premier ook de rol van minister van Buitenlandse Zaken op zich genomen. Maar met de komst van Donald Trump in het Witte Huis veranderde de traditionele dynamiek tussen Washington en Jeruzalem. Het hoogtepunt voor Netanyahu was natuurlijk de verplaatsing van de Amerikaanse ambassade naar Jeruzalem, een zet die in de komende verkiezingscampagne vast vaak ter sprake zal komen. Netanyahu had die stap, die zwaar beïnvloed was door de evangelisch christelijke lobby, bestempeld tot het belangrijkste doel van Buitenlandse Zaken, samen met de gebruikelijke hoop op veranderende stempatronen in de VN. Guatemala heeft sindsdien ook zijn ambassade verplaatst, maar een derde land, Paraguay, veranderde na een regeringswisseling van gedachten, wat leidde tot een crisis in de relaties met Israël. Netanyahu hoopte dat Australië’s evangelisch christelijke premier Washington zou volgen, maar dat land erkende uiteindelijk alleen West-Jeruzalem als de hoofdstad van Israël. Andere landen als Brazilië, de Filippijnen, Roemenië, Oostenrijk en Hongarije flirtten met het idee, maar hebben de stap nog niet gezet.
De gemeenschappelijke factor in de relaties van die drie Europese landen met de vertrekkende regering is hun steun aan het blokkeren van pro-Palestijnse resoluties in de Europese Unie.
Intussen heeft Netanyahu de crisis rondom het lot van liberale normen en waarden in Europa uitgebuit. De afgelopen jaren heeft extreemrechts terrein gewonnen in Europa en Netanyahu heeft die partijen consequent gesteund, wat hem soms harde kritiek opleverde op de morele implicaties ervan. De leiders van die partijen zijn beschuldigd van antisemitisme of pogingen om de geschiedenis van de Holocaust te herschrijven. Eenzelfde probleem heeft zich met Polen voorgedaan, en de Filippijnse president Rodrigo Duterte, de Italiaanse vicepremier Matteo Salvini en de Braziliaanse president Jair Bolsonaro vallen ook in die categorie. Dat Trump aan de macht kwam, heeft niet alleen invloed gehad op de Palestijnse kwestie, maar ook op het aanhalen van Israëls relaties met de Arabische wereld, voornamelijk met Saoedi-Arabië. Ruslands toenemende macht in die regio is eveneens een drijvende kracht achter Israëls buitenlandse betrekkingen; Netanyahu wacht nog steeds op een ontmoeting met Poetin om te praten over het Russische verkenningsvliegtuig dat in september per vergissing door Syrië is neergeschoten.
Twee gebieden waar de inspanningen positieve resultaten hebben gehad, zijn de relaties met Afrikaanse en Aziatische staten. De vriendschap met Trump speelt hierin ook een rol, maar soms heeft die een negatieve invloed op Israëls diplomatieke pogingen, zoals het geval is met China.
Israëls 34ste regering kan herinnerd worden als een periode waarin de premier geprobeerd heeft om de media in zijn greep te krijgen. Hij zou gunsten hebben aangeboden voor positieve berichtgeving (de politiezaken 2000 en 4000), en vergeet ook de gulle gaven aan rijke zakenlieden (zaak 1000) niet. Alle drie de zaken, waarvoor hij in staat van beschuldiging is gesteld, tonen aan dat Netanyahu invloed heeft willen uitoefenen op de media; hieronder vallen ook pogingen om journalisten het zwijgen op te leggen of te laten ontslaan.
Netanyahu wilde eigenlijk niet het punt bereiken waarop hij zich op 7 februari 2017 bevond, nadat de wet die onteigening van privéland van Palestijnen toestaat, was aangenomen door de Knesset. Maar de coalitie die hij had samengesteld liet hem geen keus – een goed voorbeeld van de etiquette die de vertrekkende Knesset hanteert.
Zelfs de procureur-generaal Avichai Mandelblit, een voormalige kabinetssecretaris van Netanyahu, was niet bereid de wet te verdedigen. Hoewel het Hooggerechtshof zich nog moet uitspreken over de wet, toont hij aan dat veel leden van de regerende coalitie bereid zijn om heimelijk annexaties op de Westelijke Jordaanoever na te streven.
Dit was een regering die samenwerking met de divisie-Nederzettingen van de World Zionist Organization heeft geïntensiveerd, ondanks een vernietigend rapport van het ministerie van Justitie over de modus operandi van de divisie. Die regering heeft ook naar manieren gezocht om duizenden illegaal gebouwde huizen op de Westelijke Jordaanoever te legaliseren. Voor het eerst in jaren zijn er ook nieuwe huizen in Hebron gebouwd en is er een nieuwe nederzetting opgezet in het hart van de Westelijke Jordaanoever, Amichai, voor evacués uit Amona, een illegale buitenpost die in 2017 na een uitspraak van het Hooggerechtshof vernietigd is. Intussen omzeilde de regering gerechtelijke bevelen om andere illegale buitenposten te ontruimen en heeft ze pogingen om het conflict met de Palestijnen op te lossen totaal stilgelegd.
De meest saillante ‘prestatie’ van minister van Cultuur Miri Regev is de creatie van een cultuur van angst en zelfcensuur, met kunstenaars en officiële culturele instituties die aarzelen om protestkunst te maken dan wel te accepteren. De minister, die het voor elkaar kreeg om het budget van haar ministerie te verhogen van 569 miljoen sjekel in 2015 tot 946 miljoen sjekel (250 miljoen dollar) in 2018, heeft haar uiterste best gedaan om kunst die niet overeenkwam met haar politieke agenda uit te roeien. Met de slogan ‘vrijheid van financiering’ eiste Regev dat er geen overheidsgeld meer zou gaan naar werken die volgens haar schadelijk waren voor Israël. Ze schortte de subsidie op aan het Al-Midantheater in Haïfa, waar het toneelstuk A Parallel Time werd opgevoerd, gebaseerd op het werk van de veroordeelde terrorist Walid Daka. Ze eiste dat de financiering van veel instituten waar werk werd getoond dat haar niet zinde, werd stopgezet. Toen haar eisen niet ingewilligd werden door het ministerie van Financiën probeerde ze de culturele loyaliteitswet erdoor te krijgen, die haar die bevoegdheid wel zou hebben toegekend.
Joden
De relaties tussen Israël en Amerikaanse Joden hebben de afgelopen vier jaar in negatieve zin records gebroken.
Telkens als het onmogelijk leek nog meer schade aan te richten, maakte een lid van het kabinet weer een opmerking over die ‘hervormde Joden’. Intussen kwam Netanyahu terug op de afspraak om een voor iedereen toegankelijke gebedsruimte bij de Klaagmuur toe te staan. Dat was een vernederende herinnering aan het feit dat de banden van de premier met de ultraorthodoxe partijen in Israël belangrijker zijn dan de gedeelde waarden met Amerikaanse Joden. En vanwege de romance tussen de rechtse regering en Trump hebben veel Amerikaanse Joden zich nog verder gedistantieerd van Israël. Voor het Joods-Amerikaanse establishment, waartoe de oudere generatie behoort, blijft steun aan Israël een morele, bijna religieuze verplichting. Maar zelfs leiders van pro-Israëlgroeperingen geven off the record toe dat de Joodse gemeenschap niet meer achter hen staat. Israël wordt door veel jonge Joden gezien als een ultrarechts land dat geregeerd wordt door middeleeuwse, orthodoxe geestelijken. De volgende regering staat voor de uitdaging om die trend te keren voor het te laat is.
De situatie van asielzoekers uit Eritrea en Soedan is tijdens de vorige regeringsperiode alleen maar verslechterd.
Mensen die op opvang en medelijden rekenden in het land van Joodse vluchtelingen stuitten op een regering die niets gemeen had met het bewind dat mede het initiatief nam tot de VN-conventie betreffende de status van statenloze personen. Kabinetsleden schilderden de migranten af als de wortel van alle maatschappelijke kwaad en deden hun uiterste best om Israël te onttrekken aan zijn verplichtingen krachtens de VN-conventie en het leven van die mensen in Israël tot een hel te maken. De regering kondigde hun deportatie aan, zette ze gevangen en voerde een hetze tegen hen. Er werd een wet aangenomen die hen beroofde van twintig procent van hun loon, terwijl men tegelijkertijd weigerde beslissingen te nemen over asielverzoeken die al jaren lagen te wachten. Het gevolg was dat migranten in angst en armoede leefden, zonder status of toegang tot sociale voorzieningen. De enorme druk die op hen werd uitgeoefend had succes: tussen 2015 en 2018 vertrokken meer dan 10.400 asielzoekers ‘vrijwillig’ uit Israël. Een van de dieptepunten van deze grievende behandeling vond plaats in april 2018. Binnen vierentwintig uur zigzagde Netanyahu op een dramatische manier tussen een feestelijke aankondiging van een deal met de vluchtelingenorganisatie van de VN om 16.000 migranten te laten doorreizen naar westerse landen en een totale annulering van het initiatief.
Israëls 34ste regering kan herinnerd worden als een periode waarin de premier geprobeerd heeft om de media in zijn greep te krijgen
Door de flinke groei van Israëls economie in de afgelopen jaren, het lage werkloosheidscijfer en de relatieve rust op het veiligheidsfront kon minister van Financiën Moshe Kahlon extraatjes uitdelen aan het publiek. Terwijl zijn voorganger Yair Lapid de ‘arbeider’ prees, verklaarde Kahlon dat hij de zwakkere segmenten van de maatschappij wilde helpen. Er kwam inderdaad een aantal verbeteringen, zoals hogere uitkeringen aan gehandicapten, een verlaging van de openbaarvervoerskosten en een maandelijkse verhoging van het minimumloon van 4650 sjekel (1230 dollar) naar 5300 sjekel (1400 dollar). Kahlon nam ook nog andere stappen, soms op verzoek van zijn coalitiepartners. Maar het initiatief om meer betaalbare huizen te bouwen, Kahlons speerpuntproject, is bepaald niet gericht op zwakkere segmenten. Hoe groter het gekochte appartement is, hoe hoger de voordelen zijn. Voor de verkiezingen wil Kahlon trots zijn prestaties tonen, terwijl zijn lasteraars op de proppen komen met de compromissen die hij gesloten heeft en de kosten van die compromissen. Aan een compromis met de ultraorthodoxe partijen ligt bijvoorbeeld een spaarplan voor kinderen ten grondslag. Kahlons uitstekende relaties met de vakbond Histadrut hebben stakingen vermeden, maar heeft de premier ook gedwongen om zijn fantasieën over de hervorming van regeringsmonopolies te laten varen, waardoor het publiek via de elektriciteitsrekening moet betalen voor het merendeel van de hervormingen in de energiemarkt. In andere gevallen koos Kahlon voor snelle, gemakkelijke stappen, zoals de verlaging van de btw van 18 naar 17 procent, terwijl hij lang getalmd heeft wat betreft uitdagender kwesties zoals de verhoging van de pensioenleeftijd.
Auteur: Marc Saghie
Ha’aretz | Israël | dagblad | oplage 80.000
Het links georiënteerde dagblad staat bekend om zijn kritische kijk op de kolonisatie van de Palestijnse gebieden. Vanwege de scherpe analyses wordt de krant beschouwd als een van de meest invloedrijke nieuwsbronnen van Israël.

