niet bang voor de tijd


Terwijl de Venezolaanse machthebbers proberen de oppositionele pers te muilkorven, strijdt een van de moedigste hoofdredacteuren onvermoeibaar voor een links-liberaal midden dat zich niet laat tiranniseren.

Teodoro Petkoff is niet het soort hoofdredacteur dat reorganiseert en gratuite veranderingen in de lay-out doorvoert. Hij zorgde ervoor dat een generatie van jonge onderzoeksjournalisten nu op eigen kracht schittert in het verzet van de onafhankelijke pers tegen de aanslagen van het Maduro-bewind.

Toen Petkoff begin 2000 zijn eerste hoofdartikel voor het ochtendblad Tal Cual schreef, aarzelde hij niet om er als kop ‘Dag Hugo!’ boven te zetten. Dat was niet de groet van een sympathisant, een meeloper of een strooplikker, maar de schalkse aankondiging dat een van de meest gezaghebbende en moedige figuren uit de Venezolaanse oppositie weer terug was op de barricaden.

Een paar maanden eerder had Hugo Chávez, die destijds aan het begin van zijn lange en luidruchtige mandaat stond, zich nog op de borst kunnen kloppen dat hij een van de gezaghebbendste stemmen van de oppositie tot zwijgen had gebracht. Teodoro Petkoff was krap een jaar eerder directeur van El Mundo geworden, een uitgave van Cadena Capriles, de machtigste perscombinatie van Venezuela, die tegenwoordig in handen is van regeringsgezinde investeerders.

Petkoff, die toen al over de zestig was en in de jaren zestig lid was geweest van de guerrillabeweging, is een rasecht politicus en een polemist van internationale allure. Maar hij was nog nooit hoofdredacteur van een krant geweest. ‘Ik ben erachter gekomen dat ik hiervoor, en voor niks anders, in de wieg ben gelegd’, zei hij een keer trots lachend tegen me.

Het was waar: de oplage van de krant, destijds een traditioneel avondblad, was op een dieptepunt gekomen toen de directie van Cadena Capriles bedacht dat de krant misschien nieuw leven zou kunnen worden ingeblazen als ze iemand van de politieke oppositie tot hoofdredacteur benoemden die zowel controversieel als gerenommeerd was. Maar ze hadden nooit kunnen vermoeden welk een vlucht El Mundo onder leiding van de catire, zoals ze iemand met blond haar in Venezuela noemen, zou nemen.

Petkoff was evenwel niet het soort hoofdredacteur dat met mannetjes gaat schuiven en gratuite veranderingen in de lay-out doorvoert. Met zijn onverwoestbaar provocerende, vernieuwende geest kreeg hij niet alleen voor elkaar dat de oplage van de zieltogende krant als een speer omhoog schoot, maar ook nog dat ze de kweekvijver werd voor een generatie van jonge onderzoeksjournalisten, die nu op eigen kracht schittert in het verzet van de onafhankelijke pers tegen de aanslagen van het Maduro-bewind.

Hugo Chavez
Hugo Chavez

Reclame

De beste reclame voor El Mundo was Hugo Chávez zelf. Meermalen toonde hij, woedend en donderend, de vlammende koppen boven de artikelen van Petkoff, of hij las een paar voor hem bijtende fragmenten uit zijn hoofdartikelen voor. Het was maar een kwestie van tijd eer Cadena Capriles onder de druk van Chávez zou bezwijken en Petkoff geen andere keus had dan het veld te ruimen. Maar de catire liet het er niet bij zitten.
Samen met zijn vele vrienden bewoog hij hemel en aarde, en na korte tijd verscheen Tal Cual [‘Zo is het’], het invloedrijke opiniërende ochtendblad dat nu getuige is van de meest gewelddadige aanvallen op de vrijheid van meningsuiting in Venezuela in de afgelopen vijftig jaar.

Vijftien jaar lang is er geen dag voorbijgegaan zonder dat de krant zich ferm heeft gekeerd tegen het streven van Chávez en zijn politieke erfgenamen om de vrijheid van meningsuiting in Venezuela rücksichtslos en met alle ter beschikking staande middelen de nek om te draaien.

Dat streven begon al toen Chávez nog leefde, met de onteigening en het willekeurig sluiten van televisiestations, het vrijwel volledig monddood maken van de radio en het invoeren van draconische wetten die, tezamen met absurde gerechtelijke vonnissen, de zelfcensuur in de media aanwakkerden. Daar is recentelijk nog de financiële intimidatie bijgekomen van de afgeknepen papierleverantie en de censuur die ‘gekocht’ werd doordat met hulp van regeringsgezinde investeerders publiciteitsmedia en toeleveringsbedrijven werden opgekocht. Daarnaast ontbrak het niet aan direct lijfelijk geweld tegen individuele journalisten, van wie er enkele de gevangenis in gingen.

Sinds het begin van de demonstraties, ruim twee maanden geleden, waarbij al meer dan veertig doden zijn gevallen, hebben verschillende Venezolaanse organisaties, zoals de vakbond van journalisten en de nationale ombudsman, 111 journalisten geteld die tijdens onlusten gewond raakten of werden beroofd van hun apparatuur, die vervolgens in veel gevallen door de oproerpolitie werd vernietigd. Het kon niet uitblijven dat ook Tal Cual schade opliep van een dergelijke aanslag op de vrijheid van meningsuiting.

Deze keer kwam de aanslag in de gedaante van een juridische aanklacht die vaak gebruikt wordt door autoritaire Latijns-Amerikaanse neopopulisten, van Rafael Correa in Ecuador tot Cristina Kirchner in Argentinië: belediging van een hoge ambtenaar in functie.

Teodoro Petkoff
Teodoro Petkoff

Rolmodel

El País deed op 18 maart jl. verslag van een rechtszaak tegen de tabloid, die was aangespannen door Diosdado Cabello, voorzitter van de Nationale Assemblee, die wordt beschouwd als de tweede sterke man van het regime. ‘Een rechtbank in Caracas nam twee weken geleden een aanklacht in behandeling van Cabello, die de krant beschuldigde van “grove smaad” jegens zijn persoon. Naast financiële genoegdoening eist de hoogwaardigheidsbekleder gevangenisstraf voor Petkoff, voor de directie van de krant en voor de auteur van het stuk waarin Cabello in diskrediet zou zijn gebracht, te weten Carlos Genatios, een ex-minister van Chávez en dissident van het bolivarionisme.’

Petkoff aarzelde niet om de tegenaanval in te zetten en diende een aanklacht in bij het OM, waarin hij stelde dat Cabello 23 dagen vóór de publicatie van het gewraakte artikel in Tal Cual zijn juridisch vertegenwoordiger een volmacht had gegeven; dit rechtvaardigt het vermoeden dat de messen al van tevoren geslepen waren om van elke aanleiding, hoe klein ook, gebruik te maken. In 2007 had Tal Cual al een boete moeten betalen van 20.000 dollar voor een satirisch stukje waarin de naam van de dochter van wijlen Chávez werd genoemd.

Petkoff, die van Bulgaarse afkomst is, werd algauw een icoon en een rolmodel voor het Latijns-Amerikaans marxistisch revisionisme toen hij in 1971, samen met een groepje vooraanstaande oud-kameraden, uit de Communistische Partij stapte en een nieuwe, gematigder partij oprichtte. Gabriel García Márquez doneerde destijds al het geld van de literaire prijs Rómulo Gallego, die hij voor Honderd jaar eenzaamheid had gekregen, aan de jonge partij, voor de aankoop van een rotatiepers. Petkoff kreeg het volle pond van de banvloek van het internationaal stalinisme over zich heen, onder anderen van premier Leonid Brezjnev en de Franse filosoof Jean-Paul Sartre.

Dertig jaar later zegde hij het lidmaatschap van zijn eigen partij op, toen het bestuur besloot Hugo Chávez in de presidentsverkiezingen van 1998 te steunen. Als verklaard bewonderaar van Clint Eastwood en zijn vermogen om zichzelf steeds weer opnieuw uit te vinden begon Petkoff vervolgens aan een tweede carrière als hoofdredacteur. Inmiddels heeft hij, geconfronteerd met de papierschaarste die met opzet door de regering is veroorzaakt, besloten _Tal Cual _volledig naar het internet te verhuizen. ‘Ze zullen ons niet de mond snoeren’, zei hij bits in een hoofdartikel.

In de tijd dat wij van mijn generatie jong waren, was Teodoro Petkoff voor ons een rolmodel en een mentor, die onze aandacht niet vestigde op ‘mei ’68’ maar op de ‘Praagse lente’, waarmee hij de stoot gaf tot een links-liberaal platform dat we sindsdien niet meer hebben verlaten.

©  Gabriel S. Delgado C.
© Gabriel S. Delgado C.

Tirannie van de 21e eeuw

‘Hij is een van die mensen die samenvallen met hun legende’, schreef onlangs de Venezolaan Jean Maninat, een vooraanstaand ex-functionaris van de Internationale Arbeidsorganisatie. ‘Iemand die vecht voor zijn overtuigingen en die het vermogen en de moed bezit om te erkennen dat hij zich vergist heeft. Zijn eenvoudige levensstijl staat in schril contrast met de schandalige protserigheid van de machthebbers die hem de mond proberen te snoeren uit naam van een “socialisme van de eenentwintigste eeuw”, dat niet meer is dan een hersenloze vogelverschrikker vol oliedollars.’

In het tv-programma dat hij voor de nieuwszender Globovisión maakte – tot ook die werd aangekocht door regeringsgezinde financiers – zei Petkoff onlangs: ‘Elke keer als een buitenlandse journalist me vraagt naar het socialisme van de eenentwintigste eeuw, antwoord ik dat ik niet heb gebroken met het totalitarisme van de twintigste eeuw om vervolgens vrede te hebben met welke vorm van tirannie dan ook in deze eeuw.’

Gabriel García Márquez, met wie hij bevriend was, zei in 1983 naar aanleiding van zijn kandidatuur voor het presidentschap: ‘Teodoro is niet bang voor de tijd, en dat is misschien wel het meest karakteristieke van zijn leven: hij heeft tijd te over om alles te doen wat hij wil.’

Tal cual: zo is het.

Auteur: Ibsen Martínez
Vertaler: Jos den Bekker

El País
Spanje, dagblad, oplage 397.000
Zes maanden na de dood van Franco opgericht. Prachtige tabloidkrant met exquise journalisten en bijdragen van grote Spaanse schrijvers.


Deel dit artikel


Recent verschenen