ANP 423992498 kopie


Khaled Drareni, zelf meermaals gevangengezet om zijn journalistieke werk, beantwoordt vragen over de situatie van andere journalisten en de persvrijheid in Algerije.

Waarom is Rabah Karèche gevangengezet en waarom is hij nu weer vrij? Kwam zijn vrijlating plotseling of werd die al verwacht?

‘Rabah Karèche was gevangengezet vanwege artikelen in Liberté Algérie, de krant waarvoor hij correspondent is in Tamanrasset, een stad in het uiterste zuiden van Algerije. In die artikelen schreef hij over de nieuwe bestuurlijke indeling, die door een deel van de zuidelijke bevolking is verworpen.

Hij werd aangeklaagd wegens “verspreiding van onjuist nieuws op sociale netwerken”, alleen omdat hij had meegewerkt aan een artikel over de nieuwe indeling dat in Liberté verscheen. Maar ook wegens “schending van de nationale eenheid”. Berichten over het volksprotest in dat deel van het land zijn pijnlijk voor de Algerijnse autoriteiten. Daarom is hij gevangengezet, ook al erkent de Algerijnse grondwet in theorie geen persdelicten meer. Hij is op 19 oktober vrijgelaten omdat hij de straf van zes maanden had uitgezeten waartoe hij veroordeeld was.’

Waarom ligt het onderwerp waaraan hij werkte zo gevoelig bij de Algerijnse autoriteiten?

‘Het ligt gevoelig omdat het volgens de autoriteiten om een schending van de nationale eenheid gaat. De meeste zuidelijke inwoners zijn Toearegs en het gebied ligt dicht bij Libië en Mali. Het is een regio die met eigen problemen kampt, vandaar het verzet tegen de nieuwe bestuurlijke indeling.’

Hoe is de huidige situatie voor journalisten in Algerije?

‘De situatie voor Algerijnse journalisten is slecht en ik denk dat ze nog nooit zo zorgelijk is geweest. Op ditzelfde moment zitten er drie journalisten gevangen en bijna vijftien van hen worden momenteel vervolgd door justitie. Velen zijn al eens gevangengezet en anderen worden continu door justitie op de huid gezeten, zoals Mustapha Benjamaa, de hoofdredacteur van het regionale dagblad Le Provincial in de stad Annaba. Journalisten zijn vogelvrij, ook al worden ze in theorie beschermd door de grondwet en bestaan persdelicten officieel niet meer in Algerije. Toch blijven de autoriteiten hen arresteren, hun het werken onmogelijk maken, hen aan een ware justitiële kwelling onderwerpen. Ze zijn met velen want we leven in een land dat nog steeds niet begrepen heeft dat je zonder persvrijheid geen echte rechtsstaat kunt opbouwen.’

Heeft men het alleen op de persvrijheid gemunt, of ook op journalisten die berichten over de in het noorden van Marokko actieve mensenrechtenbeweging Hirak Al-Hoceima?

‘Allebei een beetje. Over Hirak berichten is inderdaad moeilijk. Websites als Casbah Tribune en TSA zijn nog altijd uit de lucht in Algerije. Journalisten die ervoor kozen Hirak te volgen en erover te berichten zijn van het begin af aan gerechtelijk vervolgd en gearresteerd maar ze zijn er nooit mee opgehouden. Maar ook journalisten die de corruptie aan de kaak stellen, worden aangeklaagd, zoals de eerder genoemde Mustapha Benjamaa. Mensen van wie men vindt dat ze de binnenlandse belangen van het land schaden worden systematisch vervolgd.’

Ziet u een verharding bij de Algerijnse autoriteiten wat het buitenlands (Marokko) en het binnenlands (de kwestie-Kabylië) beleid betreft?

‘Ja, er wordt harder opgetreden tegen journalisten, maar meer in het algemeen. Het spitst zich niet toe op een bepaalde kwestie maar bestond al voordat de crisis met Marokko uitbrak. Wat de Kabylische kwestie betreft, Kabylië is een integraal onderdeel van Algerije. Maar de regering plakt elke militant systematisch het etiket van de autonomistische beweging MAK (Beweging voor Kabylisch zelfbestuur) op. Dat heeft Amnesty International ook al veroordeeld. Nu is het tijd om de persvrijheid in Algerije te waarborgen, zodat journalisten vrij zijn in hun doen en laten zonder dat ze een willekeurig etiket opgeplakt krijgen. Er zitten er momenteel al heel wat in de gevangenis op arbitraire gronden, zoals lidmaatschap van een terroristische beweging.’

Hoe ervaart u dit alles persoonlijk? Zelf bent u in augustus 2020 ook gevangengezet wegens ‘het oproepen tot ongewapende samenscholing en het schenden van de integriteit van het nationaal grondgebied’.

‘Ik heb het niet moeilijker dan mijn collega’s. Ik ben in februari 2021 voorwaardelijk in vrijheid gesteld. Ik blijf mijn journalistieke werk doen, op een onafhankelijke en onpartijdige manier, en ik zal mijn collega’s blijven verdedigen die slachtoffer zijn van vervolging door justitie.’


Deel dit artikel


Recent verschenen