oh you pretty things scaled


Over de jeugd van tegenwoordig raakt men nooit uitgepraat. Volgens de huidige verwijten is het een stel hedonistische, comazuipende, niet-stemmende tieners dat het liefst naaktfilmpjes van zichzelf op internet verspreidt, dan wel juist een brave, overijverige, saaie en oppervlakkige generatie die zich maar niet bundelt om een betere wereld na te streven. Duidelijk is dat we de jeugd – nog altijd – niet goed kunnen (be)grijpen. Maar opgeven is geen optie. Daarom drie pogingen.

Geen substituut voor Morrissey-adepten

The Guardian – Londen

Was het schoolplein ‘vroeger’ verdeeld in allerlei kleine groepjes, tegenwoordig is het moeilijk om een duidelijke subcultuur aan te wijzen. En als er al een opduikt, is het niet duidelijk of er al dan niet sprake is van ironie, en bestaat hij niet lang. Rock- en popcriticus Alex Petridis probeert te achterhalen hoe dit komt.

Door de telefoon legt Helina me uit wat een haul girl is. ‘Het komt erop neer dat je gaat shoppen en kleren of make-up koopt,’ zegt ze, ‘en daarvan maak je dan een filmpje dat je op YouTube zet. Je laat de kleren stuk voor stuk zien. Ik denk niet dat het op de mensen overkomt als opschepperij, hoeveel geld je hebt en zo, maar meer als lifestyle: je krijgt te zien hoe iemand leeft, wat zijn of haar smaak is.’

Mocht u laatdunkend staan tegenover een jeugdcultuur die bestaat uit het filmen van wat je bij het shoppen allemaal hebt gekocht, dan heeft Helina een nogal intrigerend tegenargument. ‘Het gaat er niet alleen om te showen wat je hebt,’ zegt ze. ‘Het is ook het hele creatieve proces achter de filmpjes dat ik leuk vind. De juiste muziek kiezen, alles van filmen tot monteren. Soms zet ik zelfs dingen op een storyboard, omdat ik er bepaalde shots in wil, hoe ik verschillende items kan presenteren en zo.’

Trouwens, zegt ze, het is een echte community. Veel haul girls, denkt ze, ‘zetten de camera aan omdat je zo met mensen kunt praten zonder daarbij naar buiten te hoeven en met je angsten te worden geconfronteerd. Ik weet dat dat bij mij zo is: ik zette mijn camera aan omdat ik ziek thuis zat en me rot verveelde. En het gaf me op de een of andere manier zelfvertrouwen. Het is een community waarin je met gelijkgestemde mensen kunt praten.’

Ingrijpend veranderd

Ik raakte met Helina in gesprek omdat haul girls en hun filmpjes momenteel een behoorlijke opgang maken – het wemelt ervan op YouTube – en ik probeer te onderzoeken hoe het met de subculturen van de jeugd anno 2014 is gesteld. Dat lijkt de moeite waard. Je hoeft geen socioloog te zijn om te beseffen dat de jeugd de afgelopen decennia nogal ingrijpend is veranderd; je hebt alleen een stel goede ogen nodig.

Toen ik halverwege de jaren tachtig op de middelbare school kwam, zagen de leerlingen van de hogere klassen, voor wie de regels rondom het schooluniform minder streng waren, eruit als een verzameling verschillende stammen die zich van elkaar onderscheidden door de muziek die ze goed vonden en de bijbehorende kleding die ze droegen. Je had gothics. Je had hardrockers. Je had punks. Je had soulboys, van wie er minstens één de rampzalige beslissing had genomen zijn looks te completeren met een snorretje, een uiterst pathetisch pluizig geval. Je had Morrissey-adepten en zelfs een stel wannabe-hippies, van wie er een zijn Adidas-tas had versierd met de ingewikkelde hoesillustratie van het album Camembert Electrique van Gong uit 1971: een nogal gedurfde stap, als je bedenkt hoe de hippies belachelijk werden gemaakt door de punks en de scenarioschrijvers van The Young Ones.


Ook meen ik me te herinneren dat er tientallen psychobillies waren, de nogal in vergetelheid geraakte jeugdcultus uit de jaren tachtig die koos voor een cartoonachtig huwelijk van punk en rockabilly. Misschien dat ze in mijn herinnering talrijker waren dan in werkelijkheid, gewoon omdat ze er zo opvallend uitzagen: ze hadden het uiterlijk van de gewone rockabilly veranderd op een manier die zowel volstrekt lachwekkend als verontrustend hard en bedreigend was. Ik herinner me nog goed dat een van hen op een uniformvrije dag verscheen in een gigantisch bananenkostuum en op Doc Martens, waarschijnlijk als eerbetoon aan de toen populaire single Banana Banana van de psychobillyhelden King Kurt.

Halverwege de jaren tachtig liepen leerlingen erbij als een verzameling verschillende stammen

Je hoefde geen expert te zijn in de verfijnde semiotiek van de tienerdresscodes om te constateren dat de jongen met de duizelingwekkende geverfde vetkuif die gekleed ging als een banaan waarschijnlijk niet uit hetzelfde subculturele hout was gesneden als de bebrilde vestdrager die rondliep met een exemplaar van het volledige werk van Oscar Wilde.

En dat was alleen nog maar mijn school. Buiten de hekken daarvan berichtten stijlbewuste tijdschriften altijd over nog maffere, geheimzinniger jeugdcultussen: op een bepaald moment tijdens de jaren tachtig stond in The Face een nogal ongelovig stuk over psychedelic scalls, jongeren uit Liverpool met een voorliefde voor hasj en Frank Zappa. Aan het eind van de jaren tachtig en het begin van de jaren negentig werden de muziekbladen er voortdurend van beschuldigd jeugdcultussen te bedenken voor hun eigen snode doeleinden: grebos, romos, fraggles, teen-C.

Metalheads en emo’s

Maar anno 2014 lijken de metalheads en de emo’s de enige echte, voor een buitenstaander herkenbare tienercultussen te zijn die hun voorkeuren tonen in hun manier van kleden. De eerste lijkt de meest onvergankelijke jeugdstroming van allemaal, die nog steeds nieuwe jonge bekeerlingen aantrekt, terwijl mods en skinheads bijna uitsluitend nog middelbare aanhangers kennen. De emo’s lijken elementen van de meeste andere spectaculaire subculturen – goth, metal, punk en indie – onder een gemeenschappelijke noemer te hebben gebracht. Rond 2005 wist deze stroming zelfs iets van duivelse woede te wekken bij ouderwetse lieden, toen de Daily Mail haar bestempelde als ‘de gevaarlijke cultus van tienerzelfmoorden’. Maar daar blijft het wel zo’n beetje bij.

Er is duidelijk iets veranderd, en de afgelopen week heb ik naar heel wat hypotheses geluisterd over het waarom daarvan, de een plausibiler dan de ander. Volgens een socioloog van de Universiteit van Sussex, dr. Kevin White, heeft het iets te maken met het veranderende Britse klassenstelsel. Elders valt de nogal knorrige theorie te beluisteren dat de tieners van tegenwoordig zo verzadigd zijn door de overvloed aan amusement dat ze geen behoefte meer voelen om zich af te zetten door middel van kleding of rituelen – evenals de zwaar deprimerende theorie dat mensen zich in het huidige financiële klimaat te veel zorgen over hun toekomst maken om nog creatief te kunnen zijn.

En ik heb een lang en boeiend gesprek gehad met de historicus David Fowler, auteur van het veelgeroemde boek Youth Culture in Modern Britain, die de intrigerende, zij het controversiële theorie aanhangt dat de hippie- en punksubculturen heel weinig te maken hadden met de tieners die ertoe behoorden – ‘ze waren consumenten, ze waren een soort marionetten’ – maar in plaats daarvan gestuurd werden door een iets oudere, universitair opgeleide generatie. ‘De jeugdcultuur als een soort transformationele, tegenculturele filosofie moet worden vormgegeven door oudere mensen, en dat zijn steevast studenten,’ zegt hij. Het huidige gebrek aan iets wat zich kan meten met de radicale studentenbewegingen van de jaren zestig die tot de hippiebeweging en de punk leidden, betekent dat er geen ideeën meer doorsijpelen naar de popcultuur.

Tieners van tegenwoordig zouden zo verzadigd zijn dat ze geen behoefte meer voelen zich af te zetten

Ondertussen denkt dr. Ruth Adams van King’s College in Londen dat het misschien te maken heeft met de snelheid waarmee ‘de cyclus van productie en consumptie’ zich momenteel voltrekt. ‘Mode en muziek zijn tegenwoordig veel goedkoper en vluchtiger,’ zegt ze. ‘Ik denk dat het veel makkelijker is geworden om promiscue te zijn, subcultureel gesproken. Toen ik een tiener was, moest je langer trouw blijven aan muziek en mode, omdat die een grotere financiële investering vergden. Ik had een paar gothic-achtige stilettolaarzen waar ik jaren mee heb gedaan: daar moest ik bij wijze van spreken trouw aan blijven omdat ik niet snel ander schoeisel zou krijgen, zodat ik goed moest nadenken over wat ik wilde. Nu is het allemaal wat vager geworden, de semiotische tekens zijn niet zo vastomlijnd meer als vroeger.’

Maar de meest onomwonden, prozaïsche theorie is dat de komst van het internet voor een radicale verandering heeft gezorgd, zoals op vrijwel ieder gebied van de populaire cultuur: dat we nu in een wereld leven waar tieners meer geïnteresseerd zijn in het creëren van een online-identiteit dan dat ze hun loyaliteiten en interesses laten blijken door middel van uiterlijk vertoon.

‘Het hoeft niet per se meer op de hoek van de straat te gebeuren, maar het gebeurt in ieder geval online,’ zegt Adams. ‘Het is veel makkelijker om je een onlinepersoonlijkheid aan te meten die je absoluut niets kost, behalve dat je bepaalde vormen van geheimzinnige kennis tentoon moet spreiden – wat Sarah Thornton het subculturele kapitaal noemde. Je hoeft je geld niet meer te stoppen in een teddy boy -pak of een T-shirt van Seditionaries.’

Doelbewuste ironie

Zodra je op op internet subculturen begint te onderzoeken, wordt het allemaal nogal vaag en verwarrend, mede doordat veel onlinesubculturen lijken te zijn gehuld in lagen van doelbewuste ironie. In mijn zoektocht naar hedendaagse subculturen onder jongeren word ik door verschillende mensen verschillende kanten op gestuurd, maar telkens weer weet ik niet of wat ik bekijk serieus is, of bedoeld als grap: in de dagen dat leden van verschillende jeugdcultussen bereid waren met elkaar op de vuist te gaan, was dat nooit een probleem. Er is heel wat mafs, opvallends en creatiefs te vinden, maar er zit telkens een merkwaardig ongemakkelijk en vrijblijvend luchtje aan: dat is misschien het gevolg van het leven in een wereld die wordt beheerst door sociale media, waarbij je constant in de gaten wordt gehouden door je leeftijdgenoten.

Hoe dan ook, ik heb werkelijk geen idee of een videoclip van de rappers Serious Thugs – YouTube meldt: ‘DIT IS DE TOEKOMST! Chavvy meets hipster is happening!’ – een oprechte poging is om het slechte imago van de chavs [Britse jongeren met petjes en trainingspakken] in ere te herstellen, of dat het alleen maar een manier is om vreselijk de draak te steken met de manier waarop jongeren uit lagere klassen zich kleden.


Staat een Tumblr-ster als Molly Soda – een 24-jarige Amerikaanse met geverfd haar en een piercing in haar neustussenschot, wier website een merkwaardige mengeling is van nostalgische beelden uit de begindagen van het internet, glitterende My Little Pony-kitsch, softporno en foto’s waarop ze gekke gezichten trekt en zichzelf af en toe ontbloot, en die haar onlineroem onlangs schijnt te hebben vertaald in een carrière in de beeldende kunst (een acht uur durende video waarin ze haar e-mails leest werd onlangs verkocht door [veilinghuis] Phillips in New York) – aan het hoofd van een subcultuur?

Aan de ene kant is het nogal moeilijk om erachter te komen wat ze doet of waar ze voor staat. Aan de andere kant heeft ze beslist adepten, die zich net zo kleden als zij en haar Tumblr-esthetica imiteren. Bovendien lijkt ze zelfs de mainstreamcultuur te beïnvloeden: de kledingketen Urban Outfitters heeft onlangs een blog gepost waarin klanten wordt verteld hoe ze zich een door Molly Soda geïnspireerde ‘Tumblr girl look’ kunnen aanmeten.


En dan is er nog seapunk, een stroming die als grap begon op Twitter, daarna een Facebookpagina werd en vervolgens zo veel aanhang kreeg dat het een echte cultus werd, met een seapunklook waarbij je je haar turquoise moet verven, seapunkclubavonden en seapunkmuziek. ‘Seapunk is de naam van een stroming uit het Midwesten, opgericht door een groep twintigers met turquoise haar, die ervan houden om old school breakbeats te verdrinken in lage bastonen en waterige Wu Tang Clan-samples,’ aldus een stuk in het blad Dazed And Confused. Voordat u gaat denken dat dit allemaal verzonnen is, is het misschien de moeite waard te vernemen dat seapunk echt invloed lijkt te hebben op de mainstreampop; de seapunklook is op verschillende manieren overgenomen door rapper Azealia Banks, Lady Gaga, Rihanna en Taylor Swift.

Seapunk werd door een van de grondleggers dood verklaard toen popsterren ermee aan de haal gingen.
Seapunk werd door een van de grondleggers dood verklaard toen popsterren ermee aan de haal gingen.

Een van de veronderstelde grondleggers van de seapunk schijnt de stroming inmiddels alweer dood te hebben verklaard toen popsterren ermee aan de haal gingen, wat misschien iets zegt over subculturen anno 2014. Ze spreken tot de verbeelding van mensen, worden geannexeerd door de mainstreamcultuur en sterven af: zo is het altijd geweest, maar nu gaat het in vliegende vaart. Het duurde een paar jaar voordat de punk van de Ramones en Richard Hell in New York tot de voorpagina’s van de Britse tabloids doordrong, jaren waarin de stroming veranderde en zich ontwikkelde en muteerde. De gang van seapunk van een grap op internet naar Rihanna in Saturday Night Live was een kwestie van maanden.

Je krijgt al snel het gevoel dat wat je het twintigste-eeuwse idee van een jongerensubcultuur zou kunnen noemen gewoon uit de tijd is, op emo’s en metalheads na. Het internet brengt geen massastromingen voort die worden verbonden door een gemeenschappelijke smaak op het gebied van muziek en mode en het bezit van een subcultureel kapitaal: het brengt kortstondige microkosmische stromingen voort. Ik ben eigenlijk niets tegengekomen wat zo dicht in de buurt komt van het oude model van een subcultuur als Helina en de haul girls. Hun filmpjes gaan over geldsmijterij: een openbaar vertoon van hun goede smaak, zorgvuldig gemonteerd met veel aandacht voor detail. Als je het zo stelt – op het gevaar af dat er een fatwa over je wordt uitgesproken door middelbare Paul Weller-fans – lijken ze opmerkelijk veel op mods.

Auteur: Alex Petridis
Vertaler: Peter Bergsma

The Guardian
Verenigd Koninkrijk, dagblad, oplage 332.000
Onafhankelijke kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten.

500 euro boete voor een slok bier

The Economist – Londen

De jeugd van tegenwoordig wordt over het algemeen afgeschilderd als een stel vervreemde, gewelddadige mislukkelingen. Maar de tegenwoordige jeugd van tegenwoordig lijkt nader bekeken eerder bezeten van een carrière, en in- en inbraaf. Wat wel nog altijd opgaat: ook onze nieuwste jongeren zijn zelden tevreden.

Görlitzer Park, een lap gras en beton, maakt een verwaarloosde indruk. De hoge muren zijn bedekt met graffiti. Bij de ingangen staan jonge Afrikaanse mannen die omstanders lastigvallen met de vraag of ze wat te kiffen willen kopen. Maar in veel opzichten maakt het ‘drugspark’, zoals bewoners van de trendy wijk Kreuzberg het vaak noemen, zijn slechte reputatie niet waar.

Op een zaterdagmiddag zitten er voornamelijk groepjes twintigers op het gras die koffie en bier drinken. Jonge ouders lopen voorbij met wandelwagentjes. Studenten op picknickdekens turen in hun studieboeken. In de loop van een uur lijkt niet een van de drugsdealers die je hier ziet een deal te maken. Voor de meeste buurtbewoners zijn ze alleen maar lastig – niet nuttig.

In maar weinig Europese steden tieren de cultuur en het hedonisme van de jeugd zo welig als in Berlijn. Jonge mensen van over de hele wereld drommen hier samen – of komen zomaar aanwaaien, als ze echt cool zijn. Het nachtleven gaat door tot het licht wordt, technobeats overspoelen de straten.

Maar net als Görlitzer Park ziet het er wilder uit dan het is. De oudere kunstenaars en muzikanten van de stad klagen dat de hippe jongeren het nachtleven ondermijnen door er munt uit te slaan. Hun ondernemingszin jaagt de huurprijzen op. ‘De stad van heroïneverslaafden, David Bowie en Iggy Pop is verdwenen,’ zegt een Berlijner die nog niet was geboren toen de Thin White Duke er kwam wonen. Nu is het een stad waar mensen naartoe komen om te studeren, te werken en hun creatieve carrière een zetje te geven, niet om alleen maar feest te vieren.

Festival in Berlijn.
Festival in Berlijn.

Berlijn mag nog steeds een ongewone stad zijn, de jeugd is een stuk gematigder geworden. In 2002 had maar 13 procent van de Duitse tieners nog nooit alcohol gedronken; in 2012 was dat aantal gestegen tot 30 procent. Het percentage 18- tot 25-jarigen dat minstens eenmaal per week drinkt is sinds het begin van de jaren negentig met eenderde gedaald. Ook het cannabisgebruik is afgenomen, en het aantal doden als gevolg van illegale drugs is sinds 2000 met de helft gedaald. In de rest van de westerse wereld is dezelfde trend te bespeuren.

Zogenaamd verwilderd

Neem Engeland. In 2008 beschreef het blad Time de Engelse jeugd als ‘ongelukkig, onbemind en onbeheerst’; een natie in de greep van een ‘epidemie van geweld, misdaad en dronkenschap’ was bang voor haar verwilderde jeugd. Een peiling wees uit dat 54 procent van de mensen vond dat de kinderen ‘zich als beesten begonnen te gedragen’ – misschien omdat in tv-series als Skins en films als Kidulthood tieners met hoodies zich voornamelijk onledig hielden met cocaïne, wilde seks en steekpartijen.

David Cameron – nu premier, destijds leider van de oppositie – sprak afkeurend van een ‘gebroken samenleving’ en betoogde dat ‘we een decennialange erosie van verantwoordelijkheid, van sociale deugdzaamheid, van zelfdiscipline en respect voor anderen hebben gezien, waarin behoeften onmiddellijk bevredigd moeten worden’.

Het opmerkelijkst is misschien wel dat de notoir stuurse Britse jeugd beleefder wordt

Camerons bewering, toen al overdreven, is sindsdien lachwekkend geworden. In 2007 werden in Engeland en Wales 111.000 kinderen tussen de tien en zeventien veroordeeld of officieel gewaarschuwd wegens een eerste vergrijp. Vorig jaar is dat aantal gedaald tot slechts 28.000. Het aantal tienermoorden is geleidelijk afgenomen en de Londense epidemie van steekpartijen in de zomer van 2008 bleek eenmalig, net als de rellen van 2011. En ook elders gaat het drugsgebruik door jongeren omlaag.

Het opmerkelijkst is misschien wel dat de notoir stuurse Britse jeugd beleefder wordt: volgens een onderzoek van de Britse overheid zijn degenen die in het begin van de jaren negentig geboren zijn minder ongemanierd en luidruchtig op openbare plaatsen dan eerdere cohorten op diezelfde leeftijd. ‘De mensen zijn nog steeds jong, maar ze erkennen dat er grenzen zijn,’ zegt een jeugdwerker in Hackney, een district in Groot-Londen dat lange tijd bekendstond om zijn hoge misdaadcijfers.

In Amerika is het percentage high school-studenten dat bekendstaat als zware drinkers – meer dan vijf glazen in één sessie – sinds het eind van de jaren negentig met eenderde gedaald. Het roken van sigaretten is zo ongebruikelijk geworden onder jongeren dat er meer tieners – zo’n
23 procent van de zeventien- tot achttienjarigen – cannabis roken dan tabak. Het roken van cannabis is de afgelopen tien jaar wel iets toegenomen onder deze oudere tieners; maar hoewel het nu in sommige Amerikaanse staten zelfs legaal is, is het gebruik nog steeds veel lager dan in de jaren zeventig, toen Barack Obama en zijn klasgenoten heel wat jointjes wegpaften.

Ook het gebruik van andere recreatieve drugs is sterk afgenomen. Dr. Wilson Compton, onderdirecteur van het Amerikaanse Instituut voor Drugsmisbruik, zegt dat de meest verontrustende trend bij jonge Amerikanen misschien wel het toenemende gebruik van concentratieverhogende pillen als Ritalin is door studenten die hun prestaties willen verbeteren.

Toenemende gematigdheid

Ook andere soorten teenage kicks lijken een dalende lijn te vertonen. Volgens een rapport van het Guttmacher Institute, een denktank, ‘wachten tieners langer met seks dan vroeger’. Het aantal Amerikaanse tienerzwangerschappen is de helft van wat het twee decennia geleden was. In Engeland is die daling minder sterk. De meeste landen op het Europese vasteland hebben nooit het hoge percentage tienerzwangerschappen gekend dat Amerika en Engeland in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw meemaakten, al zijn ook daar minder jongeren in verwachting dan vroeger.

Tieners lijken niet alleen langer te wachten met seks, ze zijn over het algemeen ook voorzichtiger met wat ze kunnen oplopen als ze er eenmaal mee zijn begonnen. Onderzoek wijst uit dat zij de enige leeftijdsgroep zijn in de hele EU waarbij de afgelopen jaren minder soa’s worden vastgesteld.

Deze plotselinge zelfbeheersing is fnuikend voor bedrijven die het moeten hebben van jeugdige uitspattingen. ‘Jongeren willen tegenwoordig alleen nog maar in hun eigen kleine klotewereldje leven, naar Netflix kijken en dik worden,’ foetert een barman in de Noord-Engelse stad Leeds. In Frankrijk en Spanje zijn cafés in groten getale dichtgegaan, vooral in provinciestadjes. In Faliraki, aan de oostkust van Rhodos, waar de plaatselijke bevolking ooit zo wanhopig werd van jonge dronken Noord-Europeanen die alles onderkotsten dat ze kroegentochten verboden, snakken sommigen nu naar de terugkeer van de toeristen.

Ook de media hebben moeite met de toenemende gematigdheid van de jeugd. Televisiestations die zich op jongeren richten hebben programma’s geschrapt waarin opstandigheid en excessen worden verheerlijkt, zegt Christian Kurz van Viacom, een mediabedrijf dat eigenaar is van MTV. Steeds meer tieners zoeken hun vertier op YouTube. Jonge Duitsers kijken bijvoorbeeld naar door andere tieners gemaakte komische programma’s vol flauwe en schuine grappen en – tot ontzetting van veel linkse ouders die zich zorgen maken over commercialisering – sluikreclame. Duitse kinderen lijken volwassen te willen worden om geld te verdienen, suggereert een vader met een enigszins gepijnigde blik.

Wat is de achterliggende reden voor deze generatie hardwerkende, in- en inbrave jongeren? Een eenduidige verklaring valt moeilijk te geven. Er zijn veel met elkaar samenhangende factoren die bijdragen aan sociale trends, en de veranderingen komen evenmin overeen in verschillende landen. In de meeste landen zijn er gebieden waar de jeugdcriminaliteit hoog is. In enkele landen is er geen algehele hang naar gematigdheid: in Frankrijk lijken het drugsgebruik en het geweld onder jongeren de afgelopen jaren juist te zijn toegenomen.

In Amerika is heroïne in sommige plattelandsgebieden terug van weggeweest, vooral als bijproduct van voorgeschreven medicijnen. ESPAD, de Europese organisatie die het gebruik van alcohol en drugs onder jongeren monitort, constateert dat overmatig drankgebruik door jongeren in de meeste Europese landen is gedaald, maar dat het in Griekenland en op Cyprus sterk is toegenomen. Maar in de meeste rijke landen zijn er gemeenschappelijke factoren, waardoor je een beter verband kunt leggen tussen het gedrag van tieners in Auckland en dat van tieners in Amsterdam.

Hedonisme en wangedrag

In veel landen heeft de schrik over eerdere vormen van hedonisme en wangedrag van de jeugd geleid tot dramatische pogingen om het in te dammen. In Engeland werden in het begin van deze eeuw op grote schaal processen-verbaal wegens asociaal gedrag opgemaakt – een gerechtelijke sanctie op storend gedrag dat grenst aan criminaliteit – tegen lawaaischoppers en erger. In Spanje en Italië is de afgelopen jaren genadeloos opgetreden tegen drinken op de openbare weg – in het centrum van Madrid kan een slok bier in de open lucht je een boete van 500 euro opleveren. In Duitsland hebben veel deelstaten loktieners ingezet om te controleren of winkels en bars alcohol verkopen aan jongeren onder de minimumleeftijd. Australië heft zware belastingen op alcoholhoudende mixdrankjes.

Maar zulk beleid is nauwelijks het hele verhaal; er zijn veel omvangrijker trends. De generaties die bekendstonden om hun opstandigheid en het overtreden van regels waren groot in vergelijking met de bevolking van die tijd, dankzij de naoorlogse babyboom en de echo daarvan in de jaren zeventig en tachtig. Ze groeiden op in jonge samenlevingen. De jeugd van tegenwoordig daarentegen is geringer in aantal en groeit op in een steeds oudere samenleving. In Duitsland bijvoorbeeld is de gemiddelde leeftijd momenteel 46, en deze stijgt jaarlijks met drie maanden.

Toenemende gelijkheid tussen jonge mannen en vrouwen speelt misschien ook een rol. Deze leek enige tijd aan te zetten tot slecht gedrag: in de jaren negentig en het begin van deze eeuw waren er in zowel Europa als Amerika meer jonge vrouwen dan mannen die zich te buiten gingen aan overmatig drank- en drugsgebruik. Toch is de stijging van het aantal ladettes – een uit de jaren negentig daterende Britse term voor jonge vrouwen die graag stomdronken werden en zich even erg misdroegen als mannen – afgezwakt. Gegevens van ESPAD tonen dat in de meeste Europese landen zowel jongens als meisjes de afgelopen jaren minder zijn gaan drinken en minder drugs gebruiken. Gegevens over Britse volwassenen tonen een overeenkomstige trend. Een generatie die een grotere gendergelijkheid kent dan ooit tevoren hecht als gevolg daarvan misschien minder waarde aan asociaal machogedrag onder tieners.

Jonge mensen die liever studeren dan betaald werk doen hebben minder geld voor hedonisme

De meeste westerse samenlevingen steunen niet alleen jonge vrouwen meer dan voorheen, ze zijn ook minder blank dan vroeger. Hoewel vooroordelen en politiecontroles misschien anders doen vermoeden, toont onderzoek aan dat de minderheden in de meeste westerse landen minder geneigd zijn zwaar te drinken of harddrugs te gebruiken: 17 procent van de blanke Amerikanen geeft toe weleens cocaïne te hebben geprobeerd, tegen 10 procent van de zwarten en 11 procent van de hispanics.

In 2020 zal meer dan de helft van de Amerikanen onder de achttien zwart, hispanic of Aziatisch zijn; naarmate het land minder blank wordt, lijkt het meer verantwoordelijkheidszin te tonen. In Europa draagt het feit dat een steeds groter deel van de jongeren moslim is duidelijk bij aan datzelfde effect.

Aan deze maatschappelijke trends kunnen economische worden toegevoegd. Het verplaatsen van ongeschoolde arbeid naar ontwikkelingslanden en van ondergeschikte baantjes naar minderheden heeft een goede opleiding aantrekkelijker gemaakt: de huidige jeugd in de rijke landen is veel beter geschoold dan eerdere generaties. Volgens de OECD, een club van de 34 rijkste landen, is in die landen tussen 1995 en 2011 de deelname van vijftien- tot negentienjarigen aan het middelbaar onderwijs gestegen van 11 procent naar 83 procent. Onder volwassenen van in de twintig is de deelname aan het hoger onderwijs gestegen met eenderde. Jonge mensen die liever studeren dan betaald werk doen hebben minder geld voor hedonisme.

Dat heeft in het verleden niet altijd tot gevolg gehad dat universiteiten uitzonderlijk clean en nuchter waren. Maar voor de studenten van vandaag de dag staat er meer op het spel dan voor hun voorgangers. De Amerikaanse collegegelden zijn sinds de jaren zeventig jaarlijks met zo’n
7 procent gestegen en bedragen nu gemiddeld 30.000 dollar voor een particuliere universiteit. Dat is veel geld als je alleen uit bent op seks en drugs.

In veel landen woont een toenemend aantal van deze studenten – en van de jongeren in het algemeen – nog bij hun ouders, die hun bestedings- en leefpatroon nauwlettend in het oog houden. Volgens Eurofound, een stichting van de EU, woont bijna de helft van de jongvolwassenen momenteel nog bij hun ouders. In Amerika is het aantal mensen dat hun huis deelt met hun volwassen kinderen het hoogst sinds de jaren veertig. Fiona Measham van de Universiteit van Durban, die de alcohol- en drugsgerelateerde gewoonten van bezoekers van Britse nachtclubs bestudeert, zegt dat ze heeft geconstateerd dat clubbezoek voor Britse tieners tegenwoordig meer een luxe is dan een manier van leven. En het helpt ongetwijfeld dat er heel wat andere dingen te doen zijn: op je eigen slaapkamer gamen en je sociale netwerken bijhouden is veel leuker dan goedkope cider drinken en sigaretten roken bij bushaltes.

Maar de beste verklaring voor deze jeugdige zelfbeheersing is misschien niet de rol die de ouders tegenwoordig spelen in het leven van jongvolwassenen; het is de manier waarop ze deze jongvolwassenen hebben opgevoed. Een combinatie van overheidsinitiatieven, technologie, sociale druk en een reactie op de dwaasheden van het verleden heeft de ouderrol oneindig verbeterd.

Werkende moeders houden zich bijna evenveel met hun kinderen bezig als thuisblijvende moeders een generatie geleden

De hoeveelheid tijd die ouders aan hun kinderen besteden is aanzienlijk toegenomen. Werkende moeders houden zich tegenwoordig bijna evenveel met hun kinderen bezig als thuisblijvende moeders een generatie geleden. Gegevens van de Multinational Time Use Study – een verzameling onderzoeken uit twintig landen – tonen dat in 1974 moeders zonder baan 77 minuten per dag aan hun jonge kinderen besteedden, en moeders met een baan ongeveer 25. In 2000 was dat opgelopen tot respectievelijk 161 en 74 minuten.

Volgens William Strauss en Neil Howe, auteurs van verscheidene studies over de ‘millenniumgeneratie’, zijn kinderen die in de jaren zeventig en tachtig zijn geboren voornamelijk opgevoed door babyboomouders die jong waren getrouwd, snel kinderen kregen en vaak moeite hadden met de consequenties daarvan. De buitenwijken waarnaar ze verhuisden – en de binnensteden die ze aan hun lot overlieten – werden kweekvijvers voor isolatie en liefdeloosheid.

Aan het eind van de jaren tachtig maakte die generatie plaats voor een groep ouders die langer wachtte met kinderen krijgen en vervolgens meer aandacht besteedde aan het ouderschap. In de jaren zeventig kreeg de gemiddelde Amerikaanse moeder haar eerste kind al op de leeftijd van 22 jaar. Dat is sindsdien opgelopen tot rond de 26. De jongvolwassenen van tegenwoordig zijn dus opgevoed door een generatie van ouders die later in hun leven minder kinderen kregen, en het ouderschap serieuzer opvatten.

‘De sociale druk om een goede ouder te zijn is enorm toegenomen,’ zegt Frances Gardner, die zich aan de Universiteit van Oxford bezighoudt met de bestudering van ouderschap. Als bewijs van de veranderde houding tegenover kinderen wijst ze op Supernanny, een televisieprogramma over ouderschap, en op het verschijnsel ‘helikopterouder’.

1 453157586

Gedurende een groot deel van de twintigste eeuw werden kinderen voornamelijk genegeerd en mochten ze vrijelijk rondzwerven. Als ze lastig waren, werden ze hardhandig gestraft. Maar nu wordt van ouders verwacht dat ze nauw betrokken zijn bij het leven van hun kinderen, aldus Gardner. Ze houden toezicht op het huiswerk, gaan naar ouderavonden, bezoeken zwangerschaps- en ouderschapscursussen en lezen bestsellers over de psychologie van het kind. Deze verbeteringen beperken zich niet tot ouders die werken als een team: bij alleenstaande ouders is de verbetering zelfs nog groter. Een Brits onderzoek toont aan dat in 1994 bijna
70 procent van de alleenstaande ouders niet wist waar hun kinderen na negen uur ’s avonds uithingen – grofweg tweemaal zoveel als bij kerngezinnen. In 2005 kwamen die percentages nagenoeg overeen.

Zelden tevreden

Dit heeft geleid tot een generatie die nauwlettender in de gaten wordt gehouden en minder kans krijgt om er een potje van te maken. Dus misschien is het niet zo verwonderlijk dat beter gedrag zich vooralsnog niet in meer levensgeluk laat vertalen. Ondanks hun verwerping van drank, drugs en criminaliteit blijken jonge mensen nog steeds vatbaarder voor depressies en angsten. Ze zijn vaak geobsedeerd door hun carrière – en maar zelden tevreden. Jonge mensen verklaren herhaaldelijk minder voldoening uit hun werk te halen dan hun ouders of grootouders.

Verscheidene studies tonen aan dat mensen die vaker op internet zitten dikwijls minder gelukkig zijn, al blijft het bij het constateren van dat verband. Socialemediasites als Facebook helpen mensen contact te houden met hun leeftijdgenoten, maar stellen hen ook in staat zichzelf te vergelijken met mensen van wie ze het gevoel hebben dat ze het beter doen dan zijzelf (of althans die indruk wekken, in hun zorgvuldig vormgegeven profielen).

Evenmin vertrouwen de jongeren de instituties of mensen met wie ze dagelijks te maken hebben. Onderzoek van de denktank Pew Research Centre wijst uit dat maar 19 procent van de jongeren van de ‘millenniumgeneratie’ in Amerika denkt dat ‘de meeste mensen over het algemeen te vertrouwen zijn’. Voor de babyboomgeneratie is dat percentage 40 procent. Zo’n 15 procent van de Franse 15- tot 24-jarigen zegt te geloven dat maatschappelijke problemen alleen door revolutionaire actie kunnen worden opgelost, tegen slechts 7 procent van diezelfde groep in 1990.

In veel landen nemen jonge mensen steeds minder vaak de moeite te gaan stemmen. In plaats daarvan, zegt Costas Papavitsas, politicoloog aan de Universiteit van Londen, zijn het oudere mensen die aan het hoofd staan van populistische politieke bewegingen als het Front National in Frankrijk of de Tea Party in Amerika. Jonge mensen, vreest hij, lijken te zijn gevallen voor wat hij ‘neoliberalisme’ noemt. Bij de confrontatie met de economische crisis houden ze zich liever gedeisd en zetten hun tanden op elkaar dan dat ze collectieve oplossingen proberen te vinden.

Mensen die in de jaren tachtig en negentig geboren zijn, hebben veel minder vooroordelen

Misschien is dat vooruitgang. Dit is geen generatie die zozeer is ingedut dat ze nooit zal protesteren. Ondanks haar problemen wordt ze steeds progressiever. Mensen die in de jaren tachtig en negentig geboren zijn, hebben vergeleken met hun ouders veel minder vooroordelen jegens mensen van een ander ras of een andere seksuele geaardheid. Hun politieke desinteresse is ten dele een teken van ontgoocheling, maar ook een duidelijke reactie op een tijd waarin de politiek gewoon minder belangrijk lijkt. En een gebrek aan politieke actiebereidheid hoeft geen gevolgen te hebben voor de politiek zelf. Jonge mensen zijn geneigd hun gewoonten te behouden naarmate ze ouder worden, zodat met het opgroeien van deze generatie problemen die in het verleden onoplosbaar leken – criminaliteit, verslaving, het uiteenvallen van gezinnen – misschien wel verder zullen afnemen.

Als de verandering blijvend is, zal iets van de verve van de jeugdcultuur van de afgelopen vijftig jaar misschien verloren gaan. Maar dat maakt de jongeren nog niet saai. Als we ons concentreren op de dingen die ze niet doen, sluiten we onze ogen voor de hoeveelheid werk die ze in andere dingen steken, van het onderhouden van hun sociale netwerken tot de diverse vaardigheden waarmee ze hun vrije tijd vullen. De toenemende innovatie op diverse gebieden, van het schrijven van apps tot het mixen van muziek, van het vermengen van media tot het beginnen van pop-uprestaurants, bewijst dat ze nog altijd even creatief zijn. Ook al maken jonge Berlijners grappen over veryupping, ze erkennen dat het geromantiseerde verleden van de stad een illusie is. Ze willen dat verleden niet terug. Ze willen iets beters opbouwen.

Auteur: onbekend
Vertaler: Peter Bergsma

The Economist
Verenigd Koninkrijk, weekblad, oplage 1.337.180
Instituut van de Britse journalistiek. Opgericht in 1843 door een Schotse hoedenfabrikant, tegen ‘de onnozelheid’ die de vooruitgang in de weg stond. Sinds jaar en dag het lijfblad voor iedereen die zich interesseert voor internationaal nieuws. Liberaal, niet te verwarren met conservatief. Voor
85 procent buiten het koninkrijk verkocht en voor de helft eigendom van de Financial Times.

Een digitaliseringsbuddy

The Wall Street Journal – New York

Het is een nieuwe trend in het bedrijfsleven: koppel een jonge werknemer aan een oudere, om deze bekend te maken met sociale media. Dit overkwam ook Ron Garrow van MasterCard. Na vijf maanden was hij online bijna net zo invloedrijk als Obama.

Er loopt een steeds grotere scheidslijn door werkplekken – tussen twintigers met kennis van sociale media enerzijds en digibete oudere managers anderzijds. Om het probleem aan te pakken proberen steeds meer bedrijven het mentorschap om te draaien, door jonge werknemers aan oudere collega’s te koppelen en zo de technische vaardigheden van die laatsten te verbeteren.

Die koppeling gaat niet altijd goed. Het is vaak intimiderend voor jonge mentoren en pijnlijk voor oudere collega’s, die misschien liever niet willen laten merken hoe weinig ze weten. Duidelijke doelstellingen, een goede chemie, voldoende tijdsinvestering en een open houding bij oudere leidinggevenden helpen de kans op succes te vergroten.

Intimiderend

Rebecca Kaufman, een 24-jarige community manager met twee jaar ervaring in digitale communicatie bij MasterCard, zegt dat ze ‘beslist geïntimideerd’ was toen een netwerk voor jonge professionals van het bedrijf haar als mentor aan de 50-jarige leidinggevende Ron Garrow koppelde. Kaufman maakte al bijna tien jaar gebruik van sociale media, maar het vooruitzicht om een vooraanstaande leidinggevende te moeten helpen zich in de sociale media te bekwamen joeg haar schrik aan.

Het tweetal ontmoette elkaar tweemaal in december en januari in het chique glazen kantoor van Garrow, een verdieping hoger dan het bureau van Kaufman op de begane grond van het New Yorkse hoofdkantoor van de afdeling Inkoop. Nu hebben ze nog verscheidene keren per week contact, per e-mail, telefonisch of tijdens een persoonlijk gesprek.

Garrow was meteen in voor Kaufmans eerste suggestie – om zijn bezoeken aan LinkedIn op te voeren van eenmaal per week naar eenmaal per dag, en om artikelen te delen met zijn contacten. Maar het idee om Twitter te gebruiken schrok hem af. Garrow was zich terdege bewust van de risico’s van openbare uitspraken, nadat hij, voor hij in 2010 in dienst trad bij MasterCard, 26 jaar lang bij twee grote banken had gewerkt. Leidinggevenden moesten daar ‘talloze goedkeuringsprocedures doorlopen’ voordat ze een openbare uitspraak mochten doen, zegt hij. ‘Psychologisch gezien vind ik die 140 tekens erg intimiderend.’

‘Mijn dochter van veertien vindt me saai op Twitter’

Omdat ze besefte dat ‘Rons reputatie hier op het spel stond’, zegt Kaufman, zocht ze wat rond naar deskundigen en schrijvers op het gebied van personeelsbeleid die invloedrijk zijn in de sociale media. Garrow opende een Twitteraccount, maakte een profiel aan en oefende zich in het gebruik van de site.

Na vijf maanden samenwerking heeft Garrow 2352 contacten op LinkedIn, checkt hij acht tot tien keer per dag zijn Twitteraccount, volgt hij 109 mensen en tweet hij zo’n vijftig keer per maand. Kaufman heeft hem onlangs gefeliciteerd toen hij de vierhonderd volgers op Twitter passeerde en prees zijn bovengemiddelde score van 45 op Klout, een graadmeter voor invloed in de sociale media. ‘Ze zei dat het bijna de helft van die van Obama was,’ zegt hij.

iPhone

Kaufman moedigt hem nog steeds aan om ook persoonlijke dingen te tweeten. Zijn dochter van veertien, geeft hij toe, ‘vindt me saai op Twitter’. Maar het online delen van persoonlijke informatie ‘geeft me een ongemakkelijk gevoel’.

Voor Garrow was Kaufmans gedrag ‘enigszins pijnlijk’. Zelf zou hij op haar leeftijd zijn uiterste best hebben gedaan om een goede indruk te maken op een leidinggevende. ‘Ik dacht: dit voelt niet anders dan wanneer mijn veertienjarige dochter in de auto stapt en niet met me wil praten omdat ze sms’t met haar vrienden, op Instagram kijkt of Facebook checkt,’ zegt hij. Hij heeft zich inmiddels neergelegd bij de veranderde manier van werken en contact onderhouden met hogergeplaatsten. ‘Nu denk ik gewoon: nou, dan pak ik ook mijn iPhone maar.’

Auteur: onbekend
Vertaler: Peter Bergsma

The Wall Street Journal
Verenigde Staten, dagblad, oplage 2.000.000
De bijbel voor zakenmensen. Maar bij het lezen is enig beleid nodig: naast reportages van hoge kwaliteit drukt de krant hoofdredactionele commentaren af die zó patriottisch zijn, dat ze hun geloofwaardigheid verliezen.


Deel dit artikel


Recent verschenen