In Nigeria daalt de olieprijs, en groeit de volkswoede. De belangrijkste economie van Afrika maakt een ongekende inzinking door.
Lagos, Nigeria – Jongemannen raakten verstrikt in een werveling van maaiende vuisten. Benzinepompbedienden verjoegen jongens die hun plastic jerrycans wilden vullen. Een moeder met een slapende baby in een minibusje werd terecht beschuldigd van voordringen en op de vlucht gedreven. Een bestuurder die haast had om vooruit te komen botste tegen verscheidene auto’s, maar het geluid van knarsend metaal kwam nauwelijks boven het lawaai uit.
Nigerianen raakten gewend aan zulke taferelen.
Maar toen kwam de ultieme belediging voor alle wachtenden bij het Oando-pompstation: een busje met het opschrift ‘Ministerie van Justitie’ drong voor in een rij van maar liefst negenennegentig auto’s. ‘Service with Integrity’ (Integere Dienstverlening) stond er op de deur geschilderd. Een benzinepomphoudster die zich ‘Madame No Nonsense’ noemt stapte opzij om de inzittenden vóór alle anderen te laten tanken. De menigte brulde over zo veel onrechtvaardigheid.
President Muhammadu Buhari: ‘Ik kan u niet beloven dat het makkelijk wordt’
Dalende olieprijzen hebben de economie van Nigeria, een van de grootste olieproducenten ter wereld, in een vrije val gebracht en de collectieve woede van een ontevreden land vond een uitweg.
‘Schaarste in een land van overvloed,’ zei Tony Usidamen, een pr-consultant die op benzine wachtte.
Al maanden kampen veel Nigerianen met lange rijen voor de benzinepompen en dagenlange stroomuitval, zonder dat er brandstof is voor hulpaggregaten. Energiegebrek betekent geen water voor huishoudens die elektriciteit nodig hebben om het op te pompen. Dagelijkse artikelen ontbreken in de winkels, en wat er wel is kost meer dan gebruikelijk.
In dit land waar de ongelijkheid welig tiert, zijn de armen al lange tijd wanhopig, terwijl de rijken hun problemen kunnen oplossen met geld. Maar de situatie in Nigeria, de grootste economie van Afrika, heeft extra veel gevolgen voor de zich uitbreidende middenklasse, die inmiddels gewend is aan airconditioning, het bezit van een auto en het halen van Domino’s-pizza’s. Nu is zelfs een fles Perrier voor velen te duur.
President Muhammadu Buhari dringt aan op geduld en zegt dat hij bij zijn aantreden vorig jaar een corrupte bende heeft geërfd. ‘We beleven waarschijnlijk de moeilijkste economische tijden in de geschiedenis van ons land,’ hield hij de Nigerianen voor. ‘Ik kan u niet beloven dat het makkelijk wordt.’
Olie
De lage olieprijzen helpen niet mee. Het gebrek aan dollars dat er het gevolg van is betekent minder contanten voor import, waaronder brandstof om het land van energie te voorzien. Hoewel Nigeria miljoenen vaten olie per dag produceert, moet het zijn eigen ruwe olie al sinds lange tijd naar buitenlandse raffinaderijen verschepen om er benzine van te laten maken.
De geïmporteerde brandstof arriveert met tankwagens in het twintig miljoen inwoners tellende Lagos, na een reis van een week. Oude trucks en slechte wegen zorgen voor oponthoud. Soms verdwijnen trucks over de grens, waar dieven de brandstof verkopen en het geld in eigen zak steken, en militanten blazen onophoudelijk olieplatforms en pijpleidingen op.
De rijen bij de pompstations variëren met de dag. Maar de regering zegt dat de aanvoer verbetert. Ze heeft eindelijk de drie krakkemikkige olieraffinaderijen van Nigeria geactiveerd en de wachtrijen in Lagos zijn begin mei drastisch afgenomen. Uiteindelijk, wordt van officiële zijde verzekerd, zal Nigeria al zijn benzine zelf maken.
‘We zullen allemaal een zekere mate van pijn moeten lijden,’ aldus Garba Deen Muhammad, woordvoerder van het staatsoliebedrijf Nigerian National Petroleum Corporation. ‘Iedereen zal offers moeten brengen.’
Bij het pompstation in Lagos probeerden Olafay Segun en Abu Bellow in hun taxibusje de pijn van het missen van een kostbare ochtendomzet weg te slapen. Ze stonden in een enorme rij auto’s langs de snelweg. Beide mannen lagen languit op de oude metalen banken. Door de brandende zon leek het op slapen in een magnetron.
Plotseling gaf de auto voor hen het wachten op en reed weg uit de rij, zodat er een gat ontstond. Bellow ging vliegensvlug op de bestuurdersstoel zitten en draaide het sleuteltje om. Er gebeurde niets. Lange secondes verstreken terwijl de mannen bang waren dat er iemand voor hen zou komen staan. Bellow probeerde het sleuteltje opnieuw. Succes. Het busje schoot een paar meter vooruit. Ze kwamen achter Adeanike Oso te staan, die met haar gedachten bij haar kippen was. De eigenares van Oso Farms, een fokkerij voor vijfendertighonderd kippen buiten Lagos, was bang dat ze niet genoeg voer en water zouden hebben.
Die ochtend had Oso haar kinderen bij school afgezet alvorens door te rijden naar de fokkerij, maar de tank van haar Nissan Pathfinder was bijna leeg, zodat ze aansloot bij de rij. Dat was twee uur geleden.
‘Er is geen licht, geen water, er is niks. Het is één grote puinhoop’
Voor in de rij stond Toyin Adeniyi, die op weg was naar haar werk als administrateur op een school. Drie uur na aankomst op het pompstation stond ze nog steeds te wachten. Halverwege de ochtend verzamelde zich een stel jongemannen met plastic jerrycans. ‘Er is geen licht, geen water, er is niks,’ zei een van hen, Michael Tungi. ‘Het is één grote puinhoop.’
Het station mocht geen benzine verkopen aan Tungi, om te voorkomen dat die op de zwarte markt terechtkwam. Sommige mensen hadden jerrycans gevuld en de benzine voor hoge prijzen doorverkocht aan bestuurders die de lange rijen bij pompstations wilden vermijden. Tungi en de anderen waren optimistisch en hoopten een paar liter mee te kunnen krijgen.
Maar daarvoor moesten ze eerst langs de vijftigjarige Nike Olorunfemi zien te komen, die de leiding had over het pompstation. Getooid met een strohoed en een felgeel vest brulde ze, soms door een megafoon, dat ze tevergeefs wachtten. ‘Daarom noemen ze me Madame No Nonsense,’ zei Olorunfemi. ‘Ik pik geen nonsens.’
Stilstand
De dag was ordelijk en kalm begonnen. Bestuurders kropen stapvoets vooruit. Treuzelaars, leperds en onschuldigen – de rij slokte hen allemaal op en had met niemand medelijden.
‘Ik ben al laat,’ gromde Peter Ademola, onderhoudsmonteur van zwembaden. Op weg naar een reparatieklus was hij in een minibusje gesprongen, maar dat was door zijn benzine heen. Nu stond hij vast in de rij en veegde zijn voorhoofd af. Piepkleine zweetdruppeltjes vormden zich boven de paarsrode lipstick van de passagier naast hem.
‘Wat kan ik doen?’ zei Ademola.
Een andere bestuurder, winkelier Ify Ezeobi, berekende dat elk uur wachten hem honderd dollar aan winkelomzet kostte. ‘Ik ben er doodziek van,’ zei hij.
Tegen het middaguur kwam de rij geheel tot stilstand. Het station had geen benzine meer. Auto’s reden met piepende banden weg om elders op zoek te gaan naar brandstof. Wanneer de volgende tankauto zou arriveren wist niemand.
Sommige bestuurders brachten het wachten op nieuwe brandstof nuttig door. Een politieman las een stapel getuigenverklaringen. Een bestuurder repareerde een kapotte zijspiegel. Een donutverkoopster liep op en neer langs de auto’s. Oude vrienden troffen elkaar in de rij en maakten zo het beste van een verder naargeestige dag.
Het warmste deel van de dag brak aan, en daarmee de spanning. Een moeder maakte de berekeningen van elke drukbezette ouder – zou ze, als ze bleef wachten, op tijd zijn om haar kinderen van school te halen? Drie energieke jongens stuiterden op en neer op de achterbank van een andere auto, hingen uit de raampjes en haalden naar elkaar uit. Het was de eerste vakantiedag en hun vader had benzine nodig om het huis van hun grootouders buiten de stad te bereiken.
Een affiche met een man die zijn hoofd vasthield tergde de gestrande automobilisten. ‘Zoekt u een pijnstiller?’
Valsspelen
Nike Olorunfemi, Madame No Nonsense, probeerde nog steeds de mensen met jerrycans te verjagen. Ze griste er een uit de handen van een man en gooide hem op de snelweg.
‘Als er iemand voordringt roep je mij maar, dan stuur ik ze weg,’ zei ze. ‘Ik haat valsspelen.’
Maar tegen de middag werd er volop valsgespeeld. Sommige bestuurders hanteerden de gebradenkipstrategie: ze reden het parkeerterrein van het pompstation op onder het voorwendsel dat ze naar de naburige Kentucky Fried Chicken gingen.
Om twee uur kwam er een tankauto aanrijden, onder veel gejuich. Maar het zou uren kosten om zijn 33.000 liter te lossen.
Twee mannen die met een zwaar aggregaat zeulden zetten het neer op de oprit. Drie jongetjes in de basisschoolleeftijd arriveerden, gestuurd door hun moeder, met plastic jerrycans om hun geluk te beproeven.
Tegen vijven waren de pompen eindelijk weer gevuld. Bestuurders startten hun motor. Wielen slipten door in de modder. Pompbediendes blokkeerden de auto’s bij de KFC en benamen valsspelers de hoop. Het personeel verzamelde zich rond Madame No Nonsens voor wat peptalk.
‘Verkoop aan niemand met een jerrycan,’ zei ze. ‘Wees aardig tegen al je klanten.’
Claxons begonnen te loeien. Een bewaker in T-shirt en spijkerbroek, met een AK-47 voor zijn borst, ging voor de auto’s staan. De hekken van het station knarsten open.
‘Oké,’ zei Madame No Nonsene. ‘Daar gaat-ie dan.’
Auteur: Dionne Searce
Vertaler: Peter Bergsma
The New York Times
Verenigde Staten | dagblad | oplage 1.120.402
De krant der kranten, met als motto ‘All the news that’s fit to print’. Won meer journalistieke prijzen dan enig ander medium.

