openingsverhaal


Empathie en samenwerking aan de macht
Volgens veel internationale nieuwsmedia zijn er drie regeringsleiders die de gezondheidscrisis buitengewoon goed hebben aangepakt: Angela Merkel van Duitsland, Tsai Ing-wen van Taiwan en Jacinda Ardern van Nieuw-Zeeland.

The Conversation is lovend over de drie vrouwen. ‘Ze hebben blijk gegeven van toewijding, empathie en de bereidheid om samen te werken. Deze eigenschappen, die volgens het clichébeeld typisch vrouwelijk zijn, hebben hen in staat gesteld naar deskundige wetenschappers te luisteren, samen te werken met plaatselijke overheden en doeltreffend met de bevolking te communiceren. Ze hebben in deze periode van grote verwarring getoond op een transparante en betrouwbare manier te kunnen handelen,’ aldus de site.

Zouden vrouwen betere leiders in tijden van pandemie? Niet per se, schrijft The Independent. ‘Wat telt, is niet het geslacht van de leider, maar het vermogen van het land om de beste kandidaat te kiezen. Deze drie vrouwen zijn resolute politieke persoonlijkheden, die de ambitie en de wil hadden om de top te bereiken. En in hun respectievelijke landen heeft hun geslacht hun dat uiteindelijk niet belet.’

Angela Merkel (65)
Na felle kritiek van rechts vanwege de vluchtelingencrisis was de positie van de bondskanselier wankel geworden. Sommigen vroegen zich zelfs af of ze zich wel zou weten te handhaven tot de verkiezingen van september 2021. Maar de pandemie, ‘een uitdaging die voor haar op maat was gesneden’, heeft haar in staat gesteld ‘zich weer te verzoenen’ met de Duitsers, schrijft de Frankfurter Allgemeine Zeitung. ‘De natuurkundige Angela Merkel heeft gedaan wat ze het liefste doet: ze heeft met wetenschappers over het coronavirus gesproken en de bevolking geïnformeerd. Ze heeft zich tot het volk gewend en om begrip en discipline gevraagd, en om medewerking omdat ze de crisis niet alleen de baas kon. Ze heeft veel vertwijfelde Duitsers hoop gegeven.’

Tsai Ing-wen (63)
Nadat ze afgelopen januari voor vier jaar was herkozen, legde deze juriste, die in Beijing de gebeten hond is omdat ze een westerse democratie voorstaat, op 20 mei haar ambtseed af. ‘Haar populariteit bereikte een recordhoogte toen Taiwan succesvol bleef bij het bestrijden van de covid-19-pandemie,’ meldt The Diplomat. Toen er vanuit Wuhan, de Chinese bakermat van de pandemie, geruchten kwamen over het virus, heeft de Taiwanese regering op 31 december 2019 grensbewaking ingesteld. De daarna gevolgde strategie heeft het ergste voorkomen op het eiland, dat grote risico’s liep omdat het zo dicht bij China ligt. Eind juni stond te teller op slechts 447 gevallen, van wie er 7 zijn overleden.

Jacinda Ardern (39)
Begin mei, toen de epidemie op haar hevigst was, stond volgens een peiling van de The New Zealand Herald 65 procent van de bevolking achter het boegbeeld van de Nieuw-Zeelandse Labour-partij. Een mooi succes voor de vrouw die in 2017 de jongste premier ter wereld was geworden. Met een bewonderenswaardige mengeling van vastbeslotenheid en empathie heeft ze op de archipel een zeer strenge lockdown weten door te voeren, zodat het virus begin juni vrijwel was uitgeroeid. Niets lijkt haar herverkiezing op 19 september nog in de weg te staan. ‘Politici zouden geen fans mogen hebben. Als onze leiders op een voetstuk worden geplaatst, ontstaat er een ongezonde en polariserende dynamiek,’ schreef evenwel de Sunday Star-Times, de meest gelezen krant van het land. ‘De geringste vraagtekens – van de kant van haar tegenstanders, belangengroepen of media – worden [door haar aanhangers] inmiddels als een persoonlijke aanval gezien.’

De kanalen van het wantrouwen

Het is geen nieuws, maar er kan niet genoeg aan worden herinnerd. De sociale netwerken zijn een vruchtbare voedingsbodems voor nepnieuws en complottheorieën.

‘In veel landen hebben televisie- en radiozenders een zendvergunning nodig en moeten ze de betreffende instanties ervan overtuigen dat ze hun best zullen doen om de actualiteit op een betrouwbare manier te belichten. Op het internet gaat dat anders,’ schrijft The Economist. Als bewijs noemt het weekblad een recent voorbeeld. In april beboette de Britse toezichthouder Ofcom de kleine plaatselijke televisiezender London Live, omdat die delen van een interview had uitgezonden waarin David Icke, een eminent complotdenker, verklaarde dat de covid-19-pandemie een puur verzinsel was. De beelden waren door tachtigduizend mensen bekeken. ‘Maar na de sanctie van Ofcom hebben nog eens zes miljoen mensen het integrale interview bekeken op YouTube, dat buiten de jurisdictie van Ofcom valt.’

De grenzen van bodycams

‘Van bodycams werd verwacht dat ze het vertrouwen in de politie zouden vergroten. Voorlopig is dat niet het geval,’ constateert Popular Science.

Na de dood van Michael Brown, een zwarte puber die in 2014 in Missouri onder zeer twijfelachtige omstandigheden door een witte politieman in
elkaar werd geslagen, is het aantal bodycams bij de Amerikaanse ordetroepen sterk toegenomen. Maar nu na de recente dood van George Floyd de werkwijze en het racisme van de Amerikaanse politie opnieuw ter discussie staan, heeft het New Yorkse maandblad de balans opgemaakt van het wisselende succes van het gebruik van bodycams. Uit studies in Washington en Hallandale Beach in Florida is bijvoorbeeld niet gebleken dat het dragen van deze camera’s tot verminderd geweld door politiemensen heeft geleid. Er wordt waarschijnlijk te veel van verwacht, zegt Andrea M. Headley, wetenschappelijk hoofdmedewerker Publieke Zaken bij de Ohio State University, die zich in het onderwerp heeft verdiept: ‘Bodycams zijn alleen maar een middel om te bereiken dat de politie op een transparantere manier werkt en verantwoording aflegt. Ze zijn niet bedoeld om diepgewortelde problemen als etnisch profileren of rassenongelijkheid in het algemeen op te lossen.’ De eveneens door het blad geïnterviewde Rod K. Brunson, hoogleraar Criminologie aan de Northeastern University, zegt het anders: ‘Mensen van kleur hebben geen camera nodig om te bevestigd te zien wat ze al aan den lijve of via ervaringen van hun familie of andere leden van hun gemeenschap hebben ondervonden.’

- © Unsplash
– © Unsplash

‘Zero trust’

Thuiswerken heeft ervoor gezorgd dat werkgevers hun werknemers steeds minder vertrouwen bij het gebruik van gevoelige digitale informatie.

‘De opkomst van het thuiswerken en de daardoor toegenomen behoefte aan computerbeveiliging hebben ertoe geleid dat werkgevers voor een “zero trust”-benadering kiezen als het gaat om het verschaffen van toegang tot delen van het informatienetwerk van hun bedrijf,’ leert ons het Indiase dagblad Mint. Tot voor kort was het heersende systeem dat van een vesting met slotgrachten: het bedrijf bakende een beschermd terrein af, onder andere met behulp van een firewall, en alles binnen dat terrein gold als een vertrouwenszone. Iedereen die daartoe toegang had kon vrijuit verbinding zoeken met de applicaties, servers of sites binnen de vertrouwenszone. Maar het opslaan van data op afstand (cloud computing) en de toegenomen mobiliteit van werknemers hebben tot een herziening van dit systeem geleid. Alle gebruikers, met inbegrip van de
werknemers, worden inmiddels als verdachten beschouwd en moeten bij de geringste handeling die ze willen uitvoeren een wachtwoord opgeven. Hierdoor worden de procedures ernstig bemoeilijkt. ‘Dit model is niet nieuw. Maar omdat als gevolg van covid-19 veel meer werknemers zijn gaan thuiswerken, is de aanpassingsfase versneld,’ aldus Mint.


Deel dit artikel


Recent verschenen