Indonesische radicale moslims protesteren tegen de burgemeester van Jakarta, die hun religie zou hebben beledigd. Velen behoren niet tot een religieuze partij, maar halen hun kennis van internet.
In het politieke leven van Jakarta staat momenteel de islam centraal. Begin november en begin december verlieten honderdduizenden moslims hun familie, hun dorpen en wijken en hun werk om te komen protesteren. Zij wilden laten blijken dat de Chinees-Indonesische gouverneur van de hoofdstad hun religie in hun ogen niet met respect had bejegend.
Meestal is demonstreren een politieke, moderne en areligieuze uiting van onvrede, maar de betogers van de vierde november maakten er een heilig ritueel van. Zij kwamen allen in het wit gekleed, als bij een Koranstudiebijeenkomst of een pelgrimstocht naar het heilige land. Ze zeiden gebeden en loofden Allah, alsof ze in Mekka of Medina waren en niet in Jakarta.
Koppeling van staat en religie
Deze gebeurtenissen maken meerdere dingen duidelijk. Ten eerste: door van een demonstratie een ritueel te maken, wordt religie gebruikt om politieke doelen te bereiken. Dat gaat uit van het idee dat religie en staat een en hetzelfde zijn; spreek je uit naam van de religie, dan spreek je uit naam van de staat, en andersom. Als de staat zich tegen religieuze invloeden verzet, is het je plicht om te gaan demonstreren.
Ten tweede: deze koppeling van staat en religie roept de vraag op wie nu wát vertegenwoordigt. In een democratisch systeem vertegenwoordigen volksvertegenwoordigers kiezers en niet een bepaalde religie, ras, etnische groep of andere culturele categorie. Binnen een democratie is het op zich heel goed mogelijk dat politieke partijen religieuze belangen dienen. Voorbeelden zijn de PKB, waarvan de kiezers aanhangers zijn van het soefistisch-islamitische Nahdlatul Ulama; de PAN, gesteund door aanhangers van de modernistisch-islamitische stroming Muhammadiyah; en de PKS, gesteund door leden van de salafistische Tarbiyah. Het probleem is echter dat in – veelal stedelijke – moslimgemeenschappen het idee leeft dat deze politieke partijen niet mee zijn gegaan met de sociaal-culturele transformaties van de laatste jaren. Veel van deze groepen zinnen daarom op andere manieren om religie en politiek met elkaar te verbinden, bijvoorbeeld door middel van demonstraties.
Dit roept de vraag op hoe Jakarta met de islam moet omgaan.
In de komende jaren zal het gezicht van de hoofdstad ingrijpend veranderen, al is het maar omdat de islamitische middenklasse zo snel groeit. Toch bestaan er binnen deze groep flinke tegenstellingen: de moslims van Jakarta bestuderen hun religie op diverse manieren.
Leden van Nahdlatul Ulama en Muhammadiyah bezoeken madrassa’s, pesantren [twee soorten islamitische kostscholen] en Koranstudiegroepen. De leden van deze gemeenschappen scharen zich om een religieus leider. Hun leerstellingen zijn niet verbonden met de staat: mensen die dezelfde leer aanhangen, kunnen er heel goed verschillende politieke opvattingen op na houden. Heel anders is dit bij de salafistische groepen Tarbiyah en Hizbut Tahrir, die in gesloten cellen zijn georganiseerd en eigen moskeeën hebben waar zij de islam bestuderen. Bij hen vormen religieuze leer en staatsvorm een hechte eenheid. Gevolg is dat hun religieuze praktijken niet los te zien zijn van hun politieke opvattingen.
De derde groep moslims bestaat uit gelovigen die hun religie zonder oelama [gids] bestuderen en geen duidelijke leer of institutie aanhangen. Zij halen hun informatie van internet of uit boeken, consumeren alles wat zij online over de islam kunnen vinden. Voor sommigen van hen vormen staat en religie een eenheid, voor anderen niet. Hun visie wordt bepaald door de boeken en websites die ze raadplegen, en natuurlijk door hun eigen persoonlijkheid. Zij komen niet op vaste plekken bijeen, hun opvattingen veranderen mee met actuele gebeurtenissen en met hun religieuze inspiratie van het moment. Het is een manier van religie beleven die goed past bij het jachtige, moderne leven. Wie vertrouwd is met de sociale en economische omstandigheden in Jakarta [de snelgroeiende hoofdstad van een zich snel ontwikkelend land], zal niet verbaasd zijn als dit type geloofsbeoefenaars in de toekomst in aantal toeneemt.
De belangen van Muhammadiyah en Nahdlatul Ulama worden van oudsher door politieke partijen vertegenwoordigd. Hun religieuze leiders gaan geregeld in dialoog over politieke kwesties. Bij de laatste groep is dit lastiger, omdat zij geen religieuze leiders, instituties of politieke partijen achter zich hebben en nauwelijks een gemeenschap vormen. Toch blijft deze groep maar groeien. De traditionele structuren om een dialoog tussen staat en religie te voeren voldoen daardoor niet meer. Jakarta moet dringend een nieuwe culturele strategie bedenken, als antwoord op de nieuwe, globale situatie waarin informatietechnologie dominant is en religieuze leiders lang niet iedereen meer bereiken. Anders zal de hoofdstad een geestelijke verlamming en verstikking tegemoet gaan.
Druk van de staat
Zowel op 4 november als op 2 december gingen in Jakarta islamitische demonstranten de straat op; ze eisten de veroordeling van de burgemeester van Jakarta wegens blasfemie. Deze Basuki Tjahaja Purnama, een christen van Chinese komaf, is zeer populair onder de bevolking. Toch wisten de 200.000 betogers bij de eerste demonstratie te bereiken dat de regering een gerechtelijk onderzoek naar hem gelastte. Tegelijkertijd doet een antiterroristische eenheid onderzoek naar mogelijke infiltratie van de demonstranten door twee radicale groeperingen: Jamaar Ansharut Daulah (JAD) en Khafilah Syuhada Al-Hawariyun, die mogelijk terreur willen zaaien.
Auteur: Faisal Kamandobat
Tempo
Indonesië | weekblad | oplage 100.000
Generaal Soeharto verbood deze titel in 1994, vanwege de grondige analyses van zijn beleid die erin verschenen. Een maand na de val van Soeharto in ’98 herrees Tempo uit de dood, en inmiddels bestaat er ook een Engelstalige online-editie. Pluriformiteit en vrije nieuwsgaring staan nog altijd hoog in het vaandel.

