De drie oprichters van het Berlijnse grafisch ontwerp-bureau eBoy worden beschouwd als de grondleggers van de pixelkunst. Hun exuberante, kleurrijke werk is even perfect als herkenbaar. ‘Ze zijn voor 8-bit wat Roy Lichtenstein was voor stippen en strips.’
Wedding mag in het Engels een vrolijke bijklank hebben, het is niet zo’n vrolijke buurt in Berlijn. Het is grauw, vervallen en heeft lange tijd tot de armste wijken van de stad behoord. Tegenwoordig herbergt het een grote immigrantenpopulatie, vooral Turken, zoals je kunt zien aan de vele kebabtentjes en waterpijpcafés.
Maar de veranderingen en de daarmee onvermijdelijk gepaard gaande veryupping sluipen ook Wedding binnen, zoals overal in het Berlijn van na de Koude Oorlog. De kraakpanden en belwinkels zijn er nog steeds, maar worden nu afgewisseld met galeries, gerenoveerde appartementsgebouwen en ateliers.
‘In dat pand huisde vroeger een straatbende,’ vertelt Steffen Sauerteig, terwijl hij wijst naar wat een gerenoveerd theater lijkt te zijn. ‘Een tijdje geleden was er een grote vechtpartij met een andere bende. Nu is het volgens mij een ruimte waar iets met kunst wordt gedaan.’
Sauerteig is gewend aan veranderingen. Deze lange, hoekige man met verzorgd blond haar groeide op in Oost-Berlijn en werd volwassen in de tijd dat de Muur barsten begon te vertonen. Als kind droomde hij van de cultuur en de vrijheid aan de andere kant, en als puber liep hij vooraan in demonstraties die uiteindelijk leidden tot de hereniging van Duitsland. Als volwassene stond hij aan de wieg van eBoy, het succesvolle grafisch ontwerpbureau waarvan de drie oprichters en enige leden – Sauerteig, Kai Vermehr en Svend Smital – als de godfathers van de pixelkunst worden beschouwd.
Het trio kwam halverwege de jaren negentig in Berlijn bij elkaar. De afgelopen twee decennia hebben de drie mannen hun vakmanschap uiterst nauwgezet ontwikkeld, hebben minutieus uitgewerkte stadsgezichten, portretten en designer toys gemaakt, pixel voor pixel. Alles wat ze maken is in dezelfde 8-bitstijl – een ogenschijnlijk beperkt middel dat dateert uit de beginperiode van de videogames – maar wat er binnen die parameters gebeurt, is een mengeling van overdaad, computergekte en jongensachtige fantasie: robots die tegen monsters vechten, topless vrouwen die aan straatlantaarns zwaaien, zombies die een hamburgertent bestormen.

In hun beroep lijken de ‘eBoys’ de heilige graal van het grafisch ontwerpen te hebben gevonden. Hun werk is direct herkenbaar en altijd relevant. Het is bovendien ook winstgevend geweest. De klantenkring van de drie laat zich lezen als een handleiding voor consumentisme in de eenentwintigste eeuw: Coca-Cola, de New York Times, Paul Smith, MTV. Toen ik ze afgelopen herfst voor het eerst ontmoette in Berlijn, waren ze net bezig met een campagne voor Xbox.
In de wereld van het digitaal ontwerpen is hun stempel onuitwisbaar. ‘Met eBoy is het begonnen,’ vertelt Jürgen Siebert, directeur van FontShop, een in Berlijn gevestigd typografisch bedrijf waarmee de oprichters van eBoy in het begin van de jaren negentig samenwerkten. ‘Natuurlijk zijn er nog meer pixelwizards en werd er daarvoor ook al wat aan gedaan, maar eBoy heeft het tot perfectie verheven.’
Voor de meeste mensen blijven de mannen achter de pixels anoniem. In de loop der jaren hebben ze maar weinig interviews gegeven, omdat ze de aandacht liever op hun werk gericht willen hebben dan op hun privéleven. Hun leven was niet altijd eenvoudig en soms tumultueus, maar ze hebben in eBoy een uniek evenwicht gevonden met de creatie van een 8-bituniversum waar geordende lineariteit hand in hand gaat met vreugde en fantasie. Buiten hun studio zijn de dingen grauw en onzeker, maar binnen hun wereld zijn ze bijna volmaakt.
Oost-Berlijn
Het is half oktober en we wandelen in de buurt van de centraal gelegen wijk Mitte, langs de geel geverfde lijn die loopt waar eens de Berlijnse Muur heeft gestaan. Sauerteigs bewegingen bezitten onmiskenbaar een zekere elegantie. Hij zet zijn zinnen kracht bij met langzame polsdraaiingen en heeft de neiging om telkens wanneer hij even nadenkt zijn haar naar achteren te strijken. Smital, kleiner, met een vriendelijke stem en droevige ogen, loopt naast ons in een spijkerhemd en met een blauwe muts en vertelt af en toe een anekdote.
Beide mannen zijn opgegroeid in dezelfde wijk in Oost-Berlijn, een paar straten van elkaar vandaan. Ze raakten als puber bevriend toen ze elkaar op een feestje tegenkwamen. Nadat de Muur in 1989 was gevallen hielden ze nauw contact en schreven zich samen in op een kunstacademie aan de westkant van de stad.
Tegenwoordig brengen ze het grootste deel van de tijd dat ze wakker zijn tegenover elkaar door in hun studio in Wedding, en hebben ze aan een half woord genoeg om elkaar te begrijpen.
Tot hun klanten behoren Coca-Cola, de New York Times, Paul Smith en MTV
In hun jeugd maakten ze voor het eerst kennis met de westerse cultuur via de radioprogramma’s van John Peel, en als tiener gingen ze naar punkconcerten in donkere kerkgebouwen. Ze wisten niets van videogames en hadden nog nooit een computer aangeraakt. Ze hadden wel een vaag idee van de andere kant van de Muur, maar wisten dat die altijd onbereikbaar zou zijn.
‘Wanneer je opgroeit in een verdeelde stad zoals Berlijn toen was, word je voortdurend geconfronteerd met het feit dat je een beperkt leven leidt,’ zegt Smital. ‘Het was toen normaal voor mij, omdat het nooit anders was. Maar wanneer ik er nu aan denk, vind ik het behoorlijk beangstigend.’
Als zoon van een generaal in het Oost-Duitse leger werd Sauerteig politiek actief in zijn tienerjaren, toen hij in Leipzig meeliep in demonstraties tegen verkiezingsfraude – demonstraties die de inleiding vormden voor de val van de Muur. Na de middelbare school werkte hij als elektricien voor de Oost-Duitse televisie, maar hij nam na een jaar ontslag omdat hij genoeg kreeg van die eeuwige staatspropaganda. Een tijdje verdiende hij samen met zijn vrouw de kost met het verkopen van zelfgebreide rugtassen op de markt.
Smital was niet zo politiek actief, hoewel hij Sauerteigs verlangen deelde om naar het Westen te verhuizen. Hij wilde studeren, maar dan moest hij eerst drie jaar in militaire dienst, en dat wilde hij niet. Dus had hij eerst allerlei baantjes, onder meer als assistent van een fotograaf en als kaartverkoper bij de paardenrennen. Toen in 1989 de Muur viel, werd alles opeens anders. ‘De eerste keer dat ik naar West-Berlijn ging, was het daar zo vol kleur,’ vertelt Smital. ‘Het klinkt als een cliché, maar zo was het echt. In het Oosten hadden we al die reclames niet. Die lijken nu misschien wel irritant, maar toen was het allemaal heel nieuw en leuk.’

Sauerteig was 21 toen Duitsland zich herenigde, en zijn eerste kind was net geboren. Hij herinnert zich nog goed dat hij in West-Berlijn heen en weer liep in de gangpaden van een supermarkt en zich vergaapte aan de etiketten en verpakkingen van de producten.
Smital en Sauerteig schreven zich uiteindelijk samen in bij het Berlijnse Institute of Design; Sauerteig deed videokunst en Smital had een voorkeur voor typografie en de lay-out van tijdschriften. Samen verslonden ze tijdschriften als i-D, Ray Gun en The Safe, aangetrokken door de abstracte lay-out en de experimentele typografie, en ze raakten steeds meer geïnteresseerd in ‘brand design’. Voor hen vormde de val van de Muur de opening naar een nieuwe wereld met een nieuwe esthetica. Ook kwamen ze zo in contact met Kai Vermehr.
Guatemala
Officieel is Vermehr Duits, maar Duitsland is niet echt zijn thuis. De eerste jaren van zijn leven bracht hij door in Venezuela, waar zijn vader voor een farmaceutisch bedrijf werkte. Het gezin vestigde zich uiteindelijk in Guatemala, waar Kai het grootste deel van zijn puberteit doorbracht; tegenwoordig woont hij met vrouw en kinderen in Vancouver, waar hij via Google Hangouts samenwerkt met zijn collega’s.
Anders dan zijn collega’s groeide Vermehr op in een huis vol technologie en westerse cultuur – Apple II-computers, Frank Zappa – maar omdat hij in Guatemala opgroeide, was hij onzeker over zijn culturele identiteit. Hij ging naar een Duitse school, maar de kinderen in zijn buurt waren Guatemalteeks en hij kon moeilijk vrienden vinden die zijn intense belangstelling voor kunst deelden. Hij zat niet opgesloten achter een muur, maar had dezelfde behoefte om te ontsnappen. ‘In Guatemala voelde ik me een buitenstaander,’ legt hij uit. ‘Voor mij was Guatemala te benauwd, te gesloten. Er was niet veel kunst, en ik wilde dolgraag naar Europa. Ik snakte naar een andere omgeving.’
Als volwassene werd hij zowel in zijn persoonlijk leven als in zijn werk gedreven door een intense ongedurigheid, die hem kriskras over de wereldbol voerde. ‘Ik wil altijd vooruit,’ legt hij uit. ‘Ik ben niet iemand die graag teruggaat. Ik ben al vijftien jaar niet meer in Guatemala geweest.’
Na de middelbare school verhuisde Vermehr naar Berlijn, waar hij tekenles kreeg en stiekem colleges op de kunstacademie volgde. Uiteindelijk schreef hij zich in bij de grafische school in Keulen, en na een reis door de VS in een VW-busje keerde hij terug naar de Duitse hoofdstad om bij MetaDesign, een grafisch ontwerpbureau, te gaan werken.
Daar leerde hij in 1994 Sauerteig kennen, een stagiair die nog bezig was zich de geheimen van een pc eigen te maken. Ze ontmoetten elkaar voor het eerst toen ze aan een tentoonstelling in Berlijn moesten werken en het klikte meteen, vanwege hun gemeenschappelijke belangstelling voor muziek en sciencefiction. Sauerteig was ook zeer geïnteresseerd in Vermehrs visie op digitaal grafisch ontwerpen en raakte al snel verslingerd aan het nauwgezet bouwen met digitale blokjes, dat de basis vormt van de pixelkunst. Nadat Sauerteig in 1996 was afgestudeerd aan de kunstacademie, begonnen ze op hun website pixelontwerpen te publiceren, waarna Smital zich bij hen aansloot. Enkele maanden later was eBoy geboren.
Sauerteig, 46, zit met zijn benen over elkaar in een leunstoel in het nieuwe eBoy-kantoor in Wedding, naast de plafondhoge ramen die zich over de hele lengte van het kantoor uitstrekken. De uit één ruimte bestaande studio op de benedenverdieping is voornamelijk leeg, op een klein zitgedeelte en een bureau met twee reusachtige iMac-beeldschermen na. In de ruimte staan verder geen spullen, heel toepasselijk voor een bedrijf dat zich richt op de non-fysieke media.
‘Destijds gingen de gesprekken van ontwerpers onderling altijd van ‘Hoe kun je dat drukken? Hoe krijg je dat gedrukt?’ had Vermehr me in een eerder gesprek verteld. Misschien waren wij wel de eersten die zeiden: ‘Je hoeft het niet te drukken, je krijgt het gewoon op je computer.’
Pixelkunst betekent een terugkeer naar simpeler tijden
Het was Vermehr – officieus de spil van eBoy – die halverwege de jaren negentig begon te experimenteren met pixelkunst. De slanke, wat slungelige man met diepliggende ogen spreekt vurig over zijn passies – kunst, muziek, familie – en struikelt met aanstekelijk enthousiasme van de ene zin naar de volgende. Wat hem in de pixels zo aantrok, was de mogelijkheid van perfectie.
‘Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in reproductie, het concept reproductie,’ legt Vermehr uit. ‘Toen ik met digitaal werken begon, sloot dat daar precies bij aan, omdat ik kon werken met een medium dat dingen creëerde die exact in die kwaliteit gereproduceerd konden worden die ik graag wilde… Daarvoor kon je misschien reproducties maken van een schilderij, maar die zagen er altijd vreselijk uit. Maar dat was niet het geval bij digitale kunst. Daarbij kreeg je altijd een perfecte kopie van het origineel, en dat was schitterend. Op een bepaalde manier obsedeerde me dat.’
Hij was niet de enige die hierdoor werd aangetrokken. Terwijl door de vooruitgang in de technologie de consoles van Atari en Nintendo in onbruik raakten, stortten kunstenaars zich weer op pixels en maakten illustraties, video’s en muziek met behulp van de graphics en de hardware van videogames.
‘Pixelkunst betekent een terugkeer naar simpeler tijden, toen alle elementen van een plaatje en een stijl afzonderlijk herkenbaar waren,’ legt Jesper Juul in een e-mail uit. Hij is wetenschapper op het gebied van videogames, verbonden aan de Royal Danish Academy of Fine Arts. Het is een visuele kunstvorm die zijn oorsprong vindt in dezelfde nostalgie waar het internet tegenwoordig zo van doortrokken is – een voorliefde voor de uit het Reagan-tijdperk daterende eenvoud van Duck Hunt en Super Mario, een voortdurend eerbetoon aan het doe-het-zelfcomputeren en Apple II’s. Het is op internet overal aanwezig. Op Tumblr barst het van de kunstenaars, zowel amateurs als professionals, die 8-bit GIF’s en graphics plaatsen, en veel daarvan lijkt op elkaar. Maar eBoy is er op de een of andere manier in geslaagd om zich te onderscheiden; het bedrijf is een commercieel succes en krijgt bovendien veel lof van de critici.
‘Ironie is de belangrijkste factor,’ zegt Steven Heller, een designcriticus en journalist die in het bestuur zit van de masteropleiding Ontwerpen aan de School of Visual Arts in New York. ‘Zij zijn voor 8-bit wat Roy Lichtenstein was voor Ben-Day-stippen en strips. Hun variaties met dat beperkte medium zijn indrukwekkend.’

Een paar jaar geleden stuitte Heller op het werk van eBoy toen hij in een studio een blow-up zag van een van hun Pixorama’s – een serie grappig dystopische, ‘Waar is Waldo’-achtige stadsgezichten die hun handelsmerk zijn geworden. Hoewel hun stijl gebaseerd is op pixels en vol videogame-achtige beelden zit, is het naar eigen zeggen nooit hun bedoeling geweest om expliciete retrokunst te maken.
‘Er heerst een wijd verbreid misverstand over eBoy,’ vertelt Vermehr, ‘namelijk dat we een retro-geïnspireerd bureau zouden zijn. Misschien gebruiken we bepaalde elementen waardoor ons werk enigszins op die oude games lijkt, maar dat is niet onze bedoeling. We putten eigenlijk meer uit de technologie die we nu gebruiken en destijds net begonnen te gebruiken. We hebben niet voor pixelkunst gekozen omdat het er zo mooi uitziet, maar omdat het technisch de logische vorm was voor het werk dat we wilden maken. En het bevalt ons prima.’
Sauerteig zegt het wat directer. Als ik hem vraag hoe hij het vindt om een van de ‘godfathers van de pixel’ genoemd te worden, glimlacht hij en gaat hij rechtop zitten. ‘Ik weet niet precies waar dat vandaan komt, volgens mij komt het uit een of ander interview en is het een eigen leven gaan leiden,’ zegt hij. ‘De meeste pixelkunst is oersaai. Ik heb het behoorlijk gehad met die term.’
Met iedere klik komt er weer een vorm tot leven
‘Alles lijkt gewoon groter,’ zegt Vermehr, terwijl hij vanuit zijn studio naar buiten kijkt. Het is eind maart en de herfstsomberte in de zijstraten van Wedding maakt plaats voor de eerste lentebodes. Voor het eerst in vijf jaar is Vermehr weer in Duitsland, en Berlijn lijkt heel anders dan de stad zoals hij die kent uit de begintijd van eBoy. ‘Het was een reusachtig speelterrein voor de dingen die je graag wilde doen,’ zegt hij over het oude Berlijn. ‘Er was niet zo veel controle.’
Er zijn nog wel overblijfselen uit de vrijgevochten periode – een levendige kunstwereld, reusachtige onoverdekte markten, nimmer eindigende baslijnen – maar er zijn ook meer chique appartementsgebouwen, meer bedrijfslogo’s en minder dynamiek. ‘Dat maakte Berlijn heel bijzonder,’ zegt hij. ‘Dat gaf het iets heel naturels.’ Hun vroege werk was op een vergelijkbare manier ongedwongen.
‘De dingen die we toen op onze website postten, hadden niets te maken met de klusjes die we deden om de kost te verdienen, maar meer met wat we echt mooi vonden,’ zegt Vermehr. Overdag werkten ze in een magazijnruimte boven een biergarten, en ’s avonds speelden ze schietspelletjes bij Vermehr thuis. Uiteindelijk ging Vermehr weg bij MetaDesign – ‘Hij was te gestoord voor ze,’ vertelt Sauerteig lachend – en al gauw staken de drie mannen al hun tijd in eBoy.
De doorbraak kwam in 1998, toen ze de opdracht kregen om een online-videogame te maken voor de website van MTV’s Spring Break. Het resultaat was een pacman-achtige game met in de hoofdrol een gepixeleerde Carson Daly; het was lang niet zo goed als het werk dat ze nu maken, maar goed genoeg om een voet tussen de deur te krijgen.
Andere opdrachten stroomden binnen – de lay-out van tijdschriften, reclamecampagnes, en T-shirts – en hun portfolio werd al snel dikker. Ze begonnen aan een serie jerk portraits, gepixeleerde gezichten van beroemdheden en publieke figuren (zoals de 9/11-terroristen) en waagden zich aan 3D-werk voor een speelgoedserie voor Kidrobot. Alles archiveerden ze en zo stelden ze een reusachtige, maar zeer toegankelijke database samen die de ruggengraat van hun bedrijf vormt.
‘Dit is dus onze bibliotheek,’ zegt Sauerteig. We zitten in de studio voor zijn iMac en hij laat me al het werk van eBoy zien. Vijftien jaar werk – meer dan vijfduizend auto’s, personages, gezichten en logo’s, alles wat ze hebben ontworpen zit in deze ene map. ‘Eigenlijk is het alsof we een enorme speelkamer hebben met planken vol met speelgoed, en al dat speelgoed hebben we zelf gemaakt,’ zegt Vermehr over deze bibliotheek, waar ze voortdurend uit putten en die ze ook steeds weer uitbreiden. ‘We maken speelgoed voor onszelf, en daarna gaan we ermee spelen en maken we er nieuwe dingen mee.’
Hij sleept een auto naar een lege Photoshoppagina en zoomt dan in tot op pixelniveau. Hij klikt de tekenstift aan, buigt naar voren en begint uit die pixels een persoon te creëren. Het wordt heel stil.
Vier jaar geleden verhuisden Vermehr en Sauerteig met hun gezin naar Vancouver, maar Sauerteig keerde een jaar later terug naar Berlijn. (‘Ik voelde me daar niet thuis.’) Die verhuizing heeft een afstand van negen uur geschapen tussen Vermehr en zijn vrienden, maar nu is op elk uur van de dag altijd wel één van hen aan het werk; die gaat dan verder met de pixels die die nacht zijn achtergelaten, zoals Sauerteig nu doet.
Trance
Het is een soort hypnosetherapie als je toekijkt hoe hij op het beeldscherm bezig is een nieuw personage te creëren. Met iedere klik komt er weer een vorm tot leven, voegt elke pixel een ministukje persoonlijkheid toe. Er zit duidelijk een bedoeling achter, maar Sauerteig lijkt voortdurend in een soort trance. ‘Je denkt er niet echt over na, je doet het gewoon,’ legt Sauerteig uit. ‘Het is meer mediteren dan werken.’
Het is een nauwgezet, systematisch proces, dat een sterk contrast vormt met de veranderingen die nu buiten hun kantoor gaande zijn en met de omwenteling die ze enkele tientallen jaren geleden meemaakten. Er loopt een smalle grens tussen meditatie en verveling, en ze geven toe dat die soms moeilijk aan te wijzen is. Maar voor eBoy heeft de geordende lineariteit meer een palliatief effect – een fundament dat hun stabiliteit biedt zonder hen daarbij te beperken.
‘Dat is altijd de eerste vraag die mensen stellen: Verveelt het je niet?’ vertelt Sauerteig. ‘Eigenlijk nooit. Je vraagt een fotograaf toch ook nooit of fotograferen hem verveelt? Pixels zijn net zo’n instrument als een camera. De techniek maakt niet echt uit.’
In zijn diepste wezen gaat eBoy over mateloosheid – mateloos in grilligheid, nieuwsgierigheid en een fantasie die even onverzadigbaar als hyperactief is. Hoewel ze volwassen zijn geworden en in de afgelopen tien jaar hun wilde haren zijn kwijtgeraakt, is hun werk volgens hun vrienden nog altijd even energiek als in het begin.
‘Kijk maar naar die naam,’ zegt Peter Stemmler, een in Duitsland geboren kunstenaar die werkt onder de naam QuickHoney en al heel lang bevriend is met de ontwerpers. ‘Jongens blijven jongens.’
Auteur: Amar Toop
Vertaler: Paul Bruijn
The Verge
Verenigde Staten, theverge.com
The Verge is een toonaangevende technologiewebsite die zich naar eigen zeggen ‘op het snijpunt tussen technologie, wetenschap, kunst en cultuur’ beweegt. Je vindt er naast nieuwsberichten en diepgravende reportages ook recensies van de nieuwste hightechproducten (tablets, smartphones en software), podcasts en veel videomateriaal. The Verge werd opgericht in 2011 en is in handen van de Amerikaanse mediagroep Vox Media.
