ANP 352584843 2 e1651222468843


Democratieën boeken meer vooruitgang in de strijd tegen klimaatverandering dan autocratieën. Maar desinvesteringscampagnes kunnen ook de meest recalcitrante politiek leiders onder druk zetten.

Op het eerste gezicht leek de klimmaattop van afgelopen herfst in Glasgow veel op zijn vijfentwintig voorgangers. Er waren:

  • een conferentiezaal ter grootte van een vliegdekschip waar breed werd uitgepakt door dubieuze partijen (zoals een gigantisch paviljoen van de Saoedi’s waar een ‘agenda voor een circulaire koolstofeconomie’ werd gepromoot);
  • eskaders van afgevaardigden die zich continu naar geheimzinnige sessies spoedden waar gepronkt werd met de resultaten van allerhande internationale milieubeschermingsprogramma’s, terwijl de echte onderhandelingen in een paar achterkamertjes plaatsvonden; 
  • oprechte betogers met uitstekende protestborden (‘De verkeerde Amazon brandt af’).

Maar terwijl ik door de zalen en de omliggende straten dwaalde, viel me opnieuw op hoeveel er was veranderd sinds de laatste grote milieuconferentie in Parijs in 2015, en niet alleen omdat de CO2-niveaus en de temperaturen almaar hoger waren geworden.

De grootste verandering betrof het politieke klimaat. In die paar jaar leek de wereld een sterke ommezwaai te hebben gemaakt van democratie naar autocratie, wat onze mogelijkheden om de klimaatcrisis te lijf te gaan dramatisch heeft beperkt. Allerlei oligarchen hadden de macht gegrepen en gebruikten die om de status quo te handhaven; de hele bijeenkomst had iets Potemkinachtigs, alsof iedereen zinnen uit een scenario opzei dat de feitelijke politieke situatie van de planeet niet langer weerspiegelde.

Nu we hebben gezien hoe Rusland een oliegestookte invasie in Oekraïne heeft ondernomen worden we eens te meer met onze neus op deze trend gedrukt, maar Poetin is lang niet het enige geval. Hier volgen nog wat voorbeelden.

‘Alleen God…’

In 2015 in Parijs stond de Braziliaanse delegatie onder leiding van Dilma Roussef van de Arbeiderspartij, die een grote rol had gespeeld bij de beperking van de ontbossing van het Amazonegebied. In sommige opzichten kon Brazilië claimen dat het meer had gedaan om de klimaatschade te beperken dan enig ander land, simpelweg door de houtkap af te remmen. Maar in 2021 had Jair Bolsonaro de leiding, het hoofd van een regering die opkwam voor elke grote veeboer en mahoniestroper in het land. Als mensen zo begaan waren met het klimaat, zei hij, dan konden ze minder eten en ‘om de dag poepen’. En als ze zo begaan waren met de democratie, dan konden ze… de gevangenis in. ‘Alleen God kan me het presidentschap ontnemen,’ verkondigt hij in aanloop naar de verkiezingen dit jaar.

Of neem India, dat gezien de verwachte toename van zijn energieverbruik misschien wel het land is waar het allemaal om draait en dat de Indiase Greta Thunberg zelfs een visum had geweigerd om de conferentie bij te wonen. (In elk geval zat Disha Ravi niet langer in de gevangenis.)

Of Rusland (waarover straks meer) of China; tien jaar geleden konden we, zij het enigszins voorzichtig en niet geheel risicoloos, nog klimaatbetogingen in Beijing houden. Dat laat je nu wel uit je hoofd.

Of, natuurlijk, de VS, waarvan de ernstige democratische gebreken lange tijd de klimaatonderhandelingen hebben gehinderd. Dat we het moeten doen met een systeem van vrijwillige toezeggingen in plaats van een bindende wereldwijde overeenkomst komt doordat de wereld uiteindelijk doorkreeg dat er nooit 66 stemmen in de Amerikaanse Senaat te vinden zouden zijn voor een echt verdrag.

Die andere Joe

Joe Biden had verwacht bij de gesprekken te arriveren met het Build Back Better-investeringsplan in zijn achterzak, dat op tafel te gooien en tegen de Chinezen op te bieden, maar die andere Joe, Joe Manchin uit West Virginia, de grootste individuele ontvanger van fossielebrandstofgelden in Washington DC, stak daar een stokje voor. In plaats daarvan verscheen Biden met lege handen en liepen de gesprekken uit op een zeperd.

De bevolking snakt naar actie tegen klimaatverandering

En dus stonden we oog in oog met een wereld waarvan de bevolking snakte naar actie tegen klimaatverandering, maar waarvan de systemen daarin niet voorzagen. In 2021 hield het VN-Ontwikkelingsprogramma (UNDP) een opmerkelijke wereldwijde opiniepeiling, waarbij de vragen via videogamenetwerken werden gesteld om ook mensen te bereiken die niet zo snel reageren op traditionele enquêtes. Zelfs tijdens de covidpandemie noemde 64 procent van de respondenten de klimaatverandering een ‘wereldwijde noodtoestand’ en drongen ze aan op een ‘veelomvattend klimaatbeleid dat verder gaat dan het huidige gefröbel’. Volgens UNDP-directeur Achim Steiner ‘laten de uitslagen van de enquête duidelijk zien dat acute klimaatactie overal te wereld brede steun geniet, ongeacht nationaliteit, leeftijd, geslacht of opleidingsniveau’.

Het ironische is dat sommige milieubeschermers zo nu en dan naar minder democratie hebben verlangd, niet naar meer. Natuurlijk, als er overal alleen maar sterke mannen aan de macht waren, dan konden die gewoon de moeilijke beslissingen nemen en ons op het rechte pad brengen, zonder dat we last hadden van de voortdurende grillen van verkiezingen, lobbyisten en plaatselijke overheden.

Verkeerd

Maar dit is om minstens één morele reden verkeerd: sterke mannen die in staat zijn onmiddellijk tegen de klimaatcrisis in actie te komen zijn ook in staat op veel andere gebieden onmiddellijk in actie te komen, waarvan de bevolking van Xinjiang en die van Tibet zouden kunnen meepraten als ze hun mond mochten opendoen. Het is ook verkeerd om een aantal praktische redenen.

Die praktische redenen beginnen met het feit dat autocraten rekening moeten houden met gevestigde belangen. Modi maakte tijdens zijn campagne om premier van de grootste democratie ter wereld te worden gebruik van de zakenjet van Adani, het grootste steenkolenbedrijf van het subcontinent. En reken maar dat er een fossiele lobby in China is; die vertelt Xi op ditzelfde moment dat economische groei afhankelijk is van meer steenkool.

Autocraten zijn vaak een rechtstreeks uitvloeisel van fossiele brandstoffen

Daar komt bij dat autocraten vaak een rechtstreeks uitvloeisel van fossiele brandstoffen zijn. Olie en gas zijn geconcentreerd op een paar plekken op de wereld, en daarom krijgen de mensen die erbovenop wonen of die plekken op een andere manier in hun greep hebben enorme hoeveelheden onterechte en ongebreidelde macht.

Boris Johnson was kortgeleden in Saoedi-Arabië om wat koolwaterstoffen te ritselen, de dag nadat de koning 81 mensen die hem niet aanstonden had laten onthoofden. Zou iemand ook maar enige aandacht aan de Saoedische koninklijke familie besteden als ze geen olie bezaten? Nee. Net zomin als dat de gebroeders Koch de Amerikaanse politiek zouden hebben kunnen domineren op grond van hun ideeën; toen David Koch in 1980 een libertaire gooi naar het Witte Huis deed kreeg hij bijna geen stemmen. Dus besloten hij en zijn broer Charles van hun inkomsten als Amerika’s grootste olie- en gasbaronnen de Republikeinse Partij op te kopen, en de rest is (disfunctionele) politieke geschiedenis.

Het behoeft nauwelijks betoog dat het opvallendste voorbeeld van dit fenomeen Vladimir Poetin is, een man wiens macht vrijwel geheel berust op de productie van spul dat je kunt verbranden. Als ik door mijn huis loop, vind ik volop elektronica uit China, textiel uit India, allerlei spullen uit de EU, maar niets waar ‘made in Russia’ op staat. Zestig procent van de export waarmee hij zijn leger bekostigt is afkomstig van olie en gas, en al het politieke machtsvertoon waardoor het Westen zich laat koeioneren vloeit voort uit het feit dat hij de gaskraan in handen heeft. Hij en zijn afschuwelijke oorlog zijn het product van fossiele brandstoffen, en zijn belangen in fossiele brandstoffen hebben de rest van de wereld in belangrijke mate gecorrumpeerd. 

Despotisme

Laten we niet vergeten dat Donald Trumps eerste minister van Buitenlandse Zaken, Rex Tillerson, drager is van de Orde van Vriendschap, persoonlijk op zijn revers gespeld door Poetin als dank voor de enorme investeringen die Tillersons bedrijf (lees: Exxon) in het noordpoolgebied heeft gedaan, een regio die inmiddels rijp is voor exploitatie omdat hij, eh, is gesmolten. En die jongens laten elkaar niet barsten: het is volkomen logisch dat toen Coca-Cola, Pepsi, Starbucks en Amazon Rusland vorige maand verlieten, Koch Industries bekendmaakte dat ze bleven waar ze waren. Het familiebedrijf is tenslotte begonnen met het bouwen van raffinaderijen voor Stalin.

Je kunt ook zeggen dat koolwaterstoffen van nature goed samengaan met despotisme omdat ze over een grote energiedichtheid beschikken en daarom erg waardevol zijn; geografisch en geologisch gezien is de doorvoer ervan relatief gemakkelijk. Eén pijpleiding, één olieterminal volstaan.

Zon en wind zijn veel democratischer: die zijn overal beschikbaar en diffuus

Terwijl zon en wind in dit opzicht veel democratischer zijn: die zijn overal beschikbaar en diffuus in plaats van geconcentreerd. Ik kan geen olieput in mijn achtertuin hebben omdat daar, zoals in bijna alle achtertuinen, geen olie zit. En zelfs als er een olieput was, zou ik wat ik oppompte aan een raffinadeur moeten verkopen, en aangezien ik Amerikaan ben, zou dat vermoedelijk een bedrijf van Koch zijn. Maar wel kan ik een zonnepaneel op mijn dak hebben (en dat heb ik ook); mijn vrouw en ik runnen onze eigen minuscule oligarchie, geïsoleerd van de marktkrachten die de Poetins en de Kochs ontketenen en exploiteren. De kosten van zonne-energie zijn dit jaar niet gestegen, en zullen dat volgend jaar ook niet doen.

Vuistregel

Een vuistregel is dat gebieden met de gezondste democratieën die het minst worden gegijzeld door gevestigde belangen het succesvolst zijn in de strijd tegen klimaatverandering. Kijk wereldwijd maar naar IJsland of Costa Rica, in Europa naar Finland en Spanje, in de VS naar Californië en New York. Dus milieuactivisten moeten zorgen dat ze voor functionerende democratische staten werken, waar een werkzame toekomst belangrijker is dan gevestigde belangen, ideologie en persoonlijk leengoed.

Maar gezien de fysische tijdsbeperkingen – de alom aanwezige noodzaak om snel actie te ondernemen – kan dat niet de hele strategie zijn. De activisten zijn misschien wel een beetje te veel gefocust geweest op de politiek als bron van verandering en hebben onvoldoende oog gehad voor dat andere machtscentrum in onze beschaving: geld.

Als we de financiële reuzen van deze wereld er op een of andere manier toe zouden kunnen overhalen of dwingen om te veranderen, zou dat ook tot snelle vooruitgang leiden. Misschien nog wel snellere, omdat een hoog tempo eerder het kenmerk van de beursvloer is dan van een parlement.

En hier is de situatie een klein beetje rooskleuriger. Neem mijn eigen land. De politieke macht heeft zich in de meest Republikeinse, meest corrupte delen van Amerika gevestigd. De senatoren die relatief gesproken een handjevol mensen in dunbevolkte staten in het westen vertegenwoordigen zijn in staat ons politieke leven lam te leggen, en die senatoren staan bijna allemaal op de loonlijst van grote oliemaatschappijen. Maar het geld dat is vergaard in de Democratische delen waar op Biden wordt gestemd, is goed voor zeventig procent van de economie.

Dat is één reden waarom sommigen van ons zo hard hebben gewerkt aan campagnes voor bijvoorbeeld desinvestering in fossiele brandstoffen; we hebben grote overwinningen geboekt bij pensioenfondsen in New York en het onmetelijke universiteitssysteem van Californië, zodat we de grote oliemaatschappijen flink onder druk hebben kunnen zetten. Nu doen we hetzelfde met de grote banken die de financiële levensader van de olie-industrie vormen. We beseffen heel goed dat we Montana of Mississippi misschien nooit aan onze kant zullen krijgen, dus kunnen we beter een paar oplossingen bedenken die daar niet van afhankelijk zijn.

Wereldwijd

Hetzelfde geldt wereldwijd. We zullen misschien niet in staat zijn onze zaak in Beijing of Moskou te bepleiten, en ook in Delhi lukt dat steeds minder. Alleen al om die reden is het nuttig dat de geldpotten in Manhattan, in Londen, in Frankfurt en in Tokio blijven. Daar kunnen we tenminste nog wat lawaai maken.

En het zijn plekken waar een reële kans bestaat dat dat lawaai wordt gehoord. Regeringen zijn geneigd mensen te bevoordelen die hun fortuin al hebben gemaakt, industrieën die al bloeien: zij hebben werknemers die en bloc naar de stembus gaan, en zij kunnen zich het smeergeld veroorloven. Maar investeerders gaat het om bedrijven die hierna geld zullen verdienen. Daarom is Tesla op de beurs veel meer waard dan General Motors, zij het niet in de zalen van het Amerikaanse Congres.

Als we de wereld van het geld kunnen overhalen om in actie te komen, kan het heel snel gaan

Bovendien, als we de wereld van het geld kunnen overhalen om in actie te komen, kan het heel snel gaan. Als bijvoorbeeld Chase Bank, momenteel de grootste geldschieter ter wereld van de fossiele-brandstofindustrie, dit jaar zou aankondigen dat die steun in hoog tempo zal worden afgebouwd, dan zou dat nieuws zich binnen enkele uren naar alle aandelenbeurzen verspreiden. Daarom vonden sommigen van ons het de moeite waard om steeds grotere campagnes tegen deze financiële instellingen te lanceren, en zich vanuit hun lobby’s naar de gevangenis te laten afvoeren.

De wereld van het geld is minstens even onevenwichtig en oneerlijk als de wereld van de politieke macht, maar op zo’n manier dat milieuactivisten er iets gemakkelijker vooruitgang kunnen boeken.

Groteske oorlog

Poetins groteske oorlog is misschien de plek waar sommige van deze losse draden bij elkaar komen. Het is een illustratie van de manier waarop fossiele brandstof autocratie in de hand werkt, en van de macht die autocraten ontlenen aan de controle over schaarse middelen. Het heeft ons ook laten zien dat de macht van financiële systemen de meest recalcitrante politieke leiders onder druk kan zetten: Rusland wordt op een systematische en effectieve manier afgestraft door banken en bedrijven, al zouden die nog veel meer kunnen doen, zoals mijn Oekraïense collega Svitlana Romanco en ik kortgeleden hebben betoogd. Ook kan de schok van de oorlog de vastbeslotenheid en eensgezindheid van de resterende democratieën op de wereld versterken en, zo mogen we hopen, de aantrekkingskracht van aspirant-despoten als Donald Trump verminderen.

Maar we hebben jaren, geen decennia, om de klimaatcrisis tot op zekere hoogte een halt toe te roepen. Momenten als dit zullen we niet meer krijgen. De dappere bevolking van Oekraïne vecht misschien wel voor meer dan ze zelf beseft.

Lees ook:


Deel dit artikel


Recent verschenen