De succesvolle Aziatische metropolen Hongkong en Singapore worden vaak in één adem genoemd. Toch hebben de twee steden tegengestelde kapitalistische modellen: de een is ultraliberaal, de ander ultradirigistisch. Le Monde legde de rivalen langs de meetlat.
De rivaliserende steden Hongkong en Singapore vergelijken zich onophoudelijk met elkaar. Er gaat geen week voorbij of er is een enquête of peiling waarin ze met elkaar wedijveren, of het nu over de beheersing van het Engels gaat (voorsprong Singapore), over het aantal beursintroducties (voorsprong Hongkong) of zelfs over het gemiddelde IQ (gelijkspel: de twee steden zouden tot de wereldtop behoren). De kleinste nieuwtjes van de een worden angstvallig in de gaten gehouden door de ander.
Zo lanceerde de Michelingids in 2016 een editie voor Singapore – zeven jaar na Hongkong, het werd tijd! Eind februari maakte de pers in Hongkong melding van een sterke stijging van de watertarieven in Singapore, en vroeg zich meteen af of zo’n maatregel er ook in zat voor Hongkong.
De rivaliteit strekt zich uit tot alle sectoren, met name die van de ‘FinTech’ (nieuwe financiële technologieën). Hongkong hield van 7 tot 11 november 2016 zijn FinTech Week. Singapore ging daar drie dagen later overheen met zijn FinTech Festival. Hongkong groter, Singapore schoner; Hongkong Chinezer, Singapore kosmopolitischer; Hongkong dynamischer, Singapore ordelijker – aan het spelletje ‘zoek de verschillen’ tussen de Aziatische schijntweeling komt nooit een eind.
Tegenovergestelde modellen
Beide steden wekten in de eerste helft van de negentiende eeuw de hebzucht van de Britse kroon. De twee ‘parels van de Oriënt’, gescheiden door 2600 kilometer zee, waren strategisch gelegen langs de maritieme zijderoute: Singapore met de Straat van Malakka, Hongkong met de Parelrivierdelta. Hun identiteit is daarom sterk getekend door de internationale vrijhandel, en beide hebben hun essentiële rol daarin weten te behouden. In 2005 onttroonde Singapore Hongkong als grootste containerhaven ter wereld, om in 2010 zelf naar de tweede plaats te worden verwezen door Shanghai. Hongkong nam revanche door de grootste luchthaven voor vrachtverkeer te wereld te worden.
Ten tijde van de kolonisatie was hun geringe omvang een voordeel. ‘De twee gebieden waren gemakkelijk te besturen voor het Verenigd Koninkrijk, dat dan ook flink investeerde in infrastructuur (opslagplaatsen, wegen, waterleiding) en openbare instellingen (rechtbanken, scholen, ziekenhuizen). Daarna zijn er andere initiatieven genomen, zoals een enorm programma voor sociale huisvesting,’ aldus Donald Low van de Lee Kuan Yew-school voor Openbaar Bestuur van de Nationale Universiteit van Singapore. Ook het rechtssysteem is een erfenis van de Britse kolonisator. ‘De rechtsstaat die beide steden kennen onderscheidt ze van alle andere landen in de regio,’ voegt Low eraan toe. ‘Alleen op die manier konden ze uitgroeien tot geloofwaardige financiële centra.’ Zowel Singapore als Hongkong richtte een agentschap op om corruptie te bestrijden. Dit weerhoudt beide er overigens niet van om te flirten met de status van belastingparadijs.
Beide voormalige parels aan de Britse kroon hebben hun bijzondere ontwikkeling natuurlijk mede te danken aan hun geografische ligging, aan het uiterste noorden en zuiden van de Zuid-Chinese Zee. Hongkong, dat zich in 1997 bij de Volksrepubliek China aansloot (volgens het principe ‘een staat, twee systemen’), is altijd sterk op China georiënteerd geweest. Het is inmiddels een belangrijk financieel centrum voor grote Chinese bedrijven. Singapore is de onontkoombare metropool van Zuidoost-Azië en het Zuid-Pacifische gebied geworden.
Na twee eeuwen parallelle ontwikkeling behoren de twee steden tot de wereldtop op het gebied van moderniteit en technologie. Toch hebben ze ook de nodige crises en epidemieën gekend. Bovendien zijn ze tussen 1941 en 1945 door de Japanners bezet. Hun wegen scheidden zich met het uitroepen van de Republiek Singapore in 1965, nadat de stad zich in 1963 had afgescheiden van de Federatie van Maleisische Staten en onafhankelijk was geworden. Hoewel de microstaat zich aan de Britse betutteling heeft ontworsteld, zijn de Britse instituties en het architecturale erfgoed er behouden gebleven, evenals het Engels als lingua franca, waarvan de gesproken variant met zijn speciale intonatie zich tot het singlish (Singapore English) heeft ontwikkeld. Het Engels dat er gesproken wordt is nog altijd van een hoger niveau dan dat in Hongkong, dat weliswaar tot 1997 Engels is gebleven maar waar slechts 6 procent van de bevolking de taal voldoende beheerst en slechts 1,5 procent deze vloeiend spreekt, volgens een studie van de Universiteit van Hongkong uit 2015.
Tegenwoordig onderscheiden de steden zich vooral door hun diametraal tegenovergestelde maatschappijmodellen. Het ‘dirigistische’ model van Singapore, waarvan de resultaten overal ter wereld bewondering afdwingen, behoort tot de meest geavanceerde en vreemdste van de planeet. Alles wordt er berekend, geanalyseerd, voorzien en gemonitord. ‘Planning’ is het sleutelwoord. De stad belichaamt orde, properheid, veiligheid, excellentie en perfectie. Singapore is tegenwoordig de ‘smartste’ van de ‘smart cities’: up-to-date, doelmatig, duurzaam en toonaangevend op onderzoeksgebied.
De openbare orde lijkt er tot het uiterste doorgedreven, zoals blijkt uit het beroemde verbod op kauwgum. Ook het milieu is een prioriteit. In Hongkong zijn het de burgers die, geconfronteerd met de apathie van de overheid, het initiatief nemen om de stranden schoon te maken. Wie in Singapore afval niet in een vuilnisbak deponeert, riskeert de eerste keer een boete van 1350 euro, de tweede keer het dubbele en de keer daarna vijf keer zoveel. Hardnekkige overtreders worden gedwongen te werk gesteld bij de gemeentereiniging.
Sinds de onafhankelijkheid heeft Singapore nauwelijks sociale conflicten gekend, afgezien van twee stakingen (in 1986 en 2012) die beide nog geen twee dagen duurden. De Hongkongers gaan meerdere keren per jaar massaal de straat op. In de herfst van 2014 transformeerde de jeugd verschillende wijken in de stad tot surrealistische kampen om te protesteren tegen het plan van Beijing om de invloed van stemmingen te beperken. Dit zogeheten ‘parapluprotest’ duurde 79 dagen, wat in de tuinstad ondenkbaar zou zijn. ‘Singapore is het eerste land ter wereld dat het communisme in de marxistische zin van het woord heeft gerealiseerd,’ chargeert Jake van der Kamp, commentator van de ultraliberale South China Morning Post. ‘Zo’n 85 procent van de woningen wordt gesubsidieerd door de staat, de regering houdt naast andere belastingen 37 procent van alle salarissen in voor een collectief verzekeringsfonds en de hele zakenwereld staat onder overheidstoezicht.’
De buitenlanders mogen maar twee soorten werk doen: werk waarvoor de Singaporezen hun neus optrekken of werk waarvoor kwalificaties zijn vereist die ter plekke niet voorhanden zijn
De Singaporese regering bestuurt haar volk met dezelfde chirurgische precisie. Het geboortebeperkingsbeleid van de jaren zeventig, dat niet gespeend was van eugenetische trekjes, was zo doeltreffend dat de tegenovergestelde opdracht, aan het eind van de jaren tachtig, niet aansloeg. Om in de behoeften van de plaatselijke economie te voorzien moet de stad sindsdien mensen van buiten laten komen. Inmiddels is 40 procent van de bevolking van buitenlandse afkomst, wat het toch al multiculturele, Chinees-Indonesisch-Maleise Singapore een veel kosmopolitischer gemeenschap maakt dan Hongkong, dat voor 95 procent door Chinezen wordt bevolkt. De buitenlanders mogen maar twee soorten werk doen: werk waarvoor de Singaporezen hun neus optrekken of werk waarvoor kwalificaties zijn vereist die ter plekke niet voorhanden zijn. Nieuwe ondernemingen die zich er komen vestigen worden actief ondersteund.
Waar de dynamische Singaporese overheid altijd tuk is op verbeteringen, is het gebrek aan visie bij de overheid in Hongkong een vast thema onder lokale zakenlui. Hongkong zou zijn critici kunnen antwoorden dat het zijn dynamiek en aantrekkelijkheid dankt aan zijn bewoners en zijn markteconomie, en niet aan de overheid. In tegenstelling tot Singapore hangt Hongkong het ultraliberalisme aan. De economie zou er zelfs de liberaalste ter wereld zijn, volgens de zeer conservatieve Amerikaanse denktank Heritage Foundation. De werkloosheid van maar 3 procent (tegen 2 procent in Singapore) lijkt aan te tonen dat dit recept ook werkt.
Behalve vanwege de vrijheid en faciliteiten voor ondernemers is Hongkong ook aantrekkelijk vanwege zijn belastingstelsel. Door de geringe douanebarrières is het bijna een vrijhaven. Een beroemd voorbeeld blijft de afschaffing van de accijns op geïmporteerde wijn in 2008, die de ontwikkeling van een hele economische sector mogelijk maakte. Een ander voorbeeld is de markt voor moderne kunst die bloeiender is dan in Singapore, waar toch forse subsidies bestaan. Binnen enkele jaren hebben zich internationaal gerenommeerde galeries en grote veilinghuizen in Hongkong gevestigd, evenals een beurs voor moderne kunst, Art HK, die al snel werd opgekocht door wereldleider Art Basel. ‘De dynamiek van Hongkong is onvergelijkbaar. Dat is voor een groot deel te danken aan buurman China,’ bevestigt een ondernemer die beide steden goed kent. De energie die wordt geleverd door de nabijheid van China is onmiskenbaar. Singapore, daarentegen, is een beetje provinciaals. ‘De Hongkongers komen naar Singapore om op adem te komen; de Singaporezen gaan naar Hongkong om zichzelf weer te motiveren,’ zo vat een Singaporese taxichauffeur de situatie samen op grond van zijn dagelijkse observaties.
De Hongkongers koesteren hun vrijheden en aarzelen niet om daarvan te profiteren, tot leedwezen van Beijing. ‘De ironie wil dat de burgers in Hongkong het recht hebben om te betogen en hun ongenoegen te uiten maar dat ze niet hun eigen leiders kunnen kiezen, terwijl in Singapore, waar kritiek amper wordt getolereerd, de burgers het recht hebben om naar de stembus te gaan,’ constateert Cherian George, hoogleraar Journalistiek.
Paradoxaal genoeg hebben deze zeer verschillende systemen tot soortgelijke resultaten geleid, en tot soortgelijke gebreken. Geen enkele ontwikkelde economie ter wereld kent momenteel zulke grote verschillen tussen rijk en arm als deze twee steden. Op de grote avenues van Hongkong duwen dubbelgevouwen oude vrouwtjes karretjes met kartonnen dozen voor recycling voort tussen glimmende Ferrari’s en Tesla’s. Huisvesting is zo duur voor wie geen toegang heeft tot sociale woningbouw, dat een Chinese ondernemer op het idee is gekomen om ‘capsuleappartementen’ te introduceren, een moderne versie – met wifi – van de oude ‘kooiwoningen’, stapelbedden met tralies ervoor die dienst deden als onderkomen.
De twee steden blinken ook uit in crony capitalism, nepotistisch kapitalisme. Op een ranglijst van de grootste plutocratieën ter wereld die in 2014 werd opgesteld door het Britse weekblad The Economist, prijkte Singapore op de vijfde en Hongkong zelfs op de eerste plaats. Onder het mom van grote economische vrijheid is Hongkong in vijftig jaar tijd uitgegroeid tot een oligarchie waar maar enkele families de dienst uitmaken in de belangrijkste economische sectoren.
Als we de balans opmaken van het voortdurende duel tussen de twee steden, lijken economische argumenten zwaarder te wegen dan elke andere politiek-filosofische overweging. De vrees voor een braindrain van Hongkong naar Singapore is een steeds terugkerend thema in de pers van Hongkong. Met als reden de exorbitant hoge huren, de luchtvervuiling en de toenemende bemoeienis van China. Of, doodeenvoudig, het charmeoffensief van de Singaporese regering. Singapore lijkt zich plotseling te bevrijden van zijn lichte minderwaardigheidscomplex. De periode van beroering die de wereld momenteel doormaakt, heeft de kritiek op het sociale en politieke model doen verstommen. Dat doet weliswaar verstikkend aan, maar als puntje bij paaltje komt is het behaaglijk en geruststellend.
Auteur: Florence de Changy
Openingsbeeld: © HH
Le Monde
Frankrijk | dagblad | oplage 345.000
In 1944 opgericht op initiatief van De Gaulle. Iconische krant, gehecht aan zijn onafhankelijkheid (maar sinds 2010 wel eigendom van drie private investeerders).
CONTEXT: Washington of Beijing? Een dilemma voor Singapore
De stadstaat ging een keus tussen de supermachten altijd slim uit de weg, maar dreigt nu voor het blok te worden gezet.
Washington of Beijing: voor Singapore, dat 14.000 keer kleiner is dan China en een militaire bondgenoot van de VS, is het lastig kiezen. Beijing sluit overal in Zuidoost-Azië bondgenootschappen, terwijl Washington met twee monden blijft spreken over de duur van zijn betrokkenheid bij de regio. Lee Kuan Yew, de stichter van de in 1965 uitgeroepen Republiek Singapore, onderhield uitstekende betrekkingen met zowel Henry Kissinger, als met Deng Xiaoping, van 1956 tot 1967 secretaris- generaal van de Communistische Partij van China. Lee Kuan Yew bracht zelfs zijn ‘vakantie’ door in Taiwan; dat ging allemaal probleemloos. Maar de tijden zijn veranderd.
‘Binnen drie tot vijf jaar dreigt Singapore moeilijke keuzes te moeten maken,’ voorspelt Donald Low van de Nationale Universiteit van Singapore. Tot overmaat van ramp hebben de Verenigde Staten op 23 januari jl. het Trans-Atlantisch Partnerschap (TPP) geannuleerd, een verkiezingsbelofte van Donald Trump. ‘Dat heeft de Singaporese regering ernstig in verlegenheid gebracht,’ bevestigt een diplomaat. ‘Hier is de vrijhandel meer dan een religie, het is het hart van het systeem. Als de internationale handel tot stilstand komt, gaat Singapore dicht.’ In werkelijkheid beschikt Singapore nog altijd over een twintigtal bilaterale vrijhandelsverdragen, met onder andere de VS, Japan en China. Dat neemt niet weg dat de houding van Washington weinig goeds belooft voor het regionale evenwicht en dat Singapore beseft hoe kwetsbaar zijn positie is.
Singapore wordt inmiddels ook het hof gemaakt door China. De economische betrekkingen tussen de twee nemen een hoge vlucht. En Beijing duldt geen kritiek meer van deze stadstaat die het als Chinees beschouwt
In augustus 2016 verzekerde president Barack Obama: ‘Singapore is de ankerplaats van onze aanwezigheid in de regio.’ Dit bondgenootschap berust op een memorandum van overeenstemming. ‘De marinebasis van Changi ontvangt Amerikaanse vliegdekschepen, het commando van de Amerikaanse strijdkrachten in de Grote Oceaan heeft zijn logistieke basis in Sembawang (aan de noordkant van Singapore) en de VS beschikken over een eskader op de luchtmachtbasis Paya-Lebar,’ aldus Eric Frecon, onderzoeker aan het marine-instituut en coördinator van het Observato- rium voor Zuidoost-Azië.
Singapore wordt inmiddels ook het hof gemaakt door China. De economische betrekkingen tussen de twee nemen een hoge vlucht. En Beijing duldt geen kritiek meer van deze stadstaat die het als Chinees beschouwt. In november 2016 liet China zijn ongeduld blijken door negen Singaporese pantservoertuigen die terugkwamen uit Taiwan, waar Singapore al meer dan veertig jaar zijn troepen laat oefenen, tijdens een tussenstop in Hongkong in beslag te nemen. De voertuigen werden teruggegeven ter gelegenheid van het Chinees Nieuwjaar. Er was minstens één geheime missie naar Beijing nodig om dat voor elkaar te krijgen.
Een andere bron van Chinese ergernis is het feit dat Singapore in juli 2016 het Hof van Arbitrage heeft ingeschakeld in het conflict over de Zuid-Chinese Zee. Als reactie daarop voerde de Global Times, de propagandatabloid van de Communistische Partij van China, een felle lastercampagne tegen Singapore. Sommigen mompelen dat de boodschap is doorgekomen: de oefeningen in Taiwan zijn opgeschort, in elk geval ‘voorlopig’. Hoe dan ook lijkt de ergste kou tussen de landen uit de lucht. De vergadering van de bilaterale samenwerkingsraad, die in 2016 wegens spanningen was geannuleerd, is op maandag 27 februari jl. alsnog gehouden in Beijing.

