Vanaf september vertonen de Nederlandse bioscopen The Trip to Italy, het vervolg op de culinaire roadmovie The Trip (2011). Hierin spelen de Britse topkomieken Steve Coogan en Rob Brydon wederom op briljante wijze zichzelf. Een mooie aanleiding voor regisseur Alfonso Cuarón om met zijn vriend Coogan van gedachten te wisselen over acteren, ouder worden en je eigen weg kiezen.
Steve Coogan bedenkt en speelt typetjes die zo geestig zijn dat je als kijker op listige wijze wordt geconfronteerd met de subtiele, indringende en soms pijnlijke waarheden die hij erin heeft verpakt. En hoe kolderieker die typetjes zijn, des te harder de boodschap vaak aankomt. Een voorbeeldje: de innemende hork Alan Partridge – die al twintig jaar triomfen viert op de radio, de tv en het witte doek – is een radiopresentator zonder een greintje zelfinzicht, en een enorme etterbak. Maar Coogan maakt hem zo aandoenlijk dat je bijna jezelf in herkent in zijn strapatsen, of anders wel iemand die zo dicht bij je staat dat je vanzelf in de lach schiet. Partridge confronteert je met je eigen ijdelheid, ambitie en eigendunk, en intussen vermaak je je kostelijk.
Ook als hij alleen acteert – in een waaier aan films, van Sofia Coppola’s Marie-Antoinette (2006) tot het kluchtige Hamlet 2 (2008) en van het big-budgetspektakel Night at the Museum (2006) tot de politieke lach-of-ik-schietfilm In the Loop – speelt Coogan met aanstekelijk plezier idioten wier waanwereld om hen heen instort. Zo krijgt hij zijn trekken thuis als de zelfingenomen regisseur in Tropic Thunder (2008), de Vietnamfilmparodie van Ben Stiller, die zo paniekerig loopt te tieren dat je het hem van harte gunt wanneer hij op een landmijn stapt en in rook opgaat.
Maar niemand heeft de Humpty Dumpty-types van de 48-jarige Coogan zo briljant in elkaar weten te zetten als Michael Winterbottom, de regisseur met wie hij veelvuldig samenwerkt. Als de narcistische verteller (en als de narcistische acteur ‘Steve Coogan’ die hem speelt) in Tristram Shandy: A Cock and Bull Story (2006) – een postmoderne bewerking van de klassieke roman van Laurence Sterne – en als de platenbaas in de Britpopsatire 24 Hour Party People (2002) is Coogan ronduit fenomenaal: hilarisch en tegelijkertijd hartverscheurend. Samen met Alan Partridge en Tommy Saxondale, de aan lager wal geraakte voormalige roadie, vormden deze personages het hoogtepunt in het repertoire van hopeloze hufters en neurotische stumpers waarin Coogan zo excelleert. Dat wil zeggen: totdat Coogan, wederom op instigatie van Winterbottom, een zo mogelijk nog subliemer personage creëerde: zichzelf.
Als de niet bijster succesvolle, ouder wordende acteur ‘Steve Coogan’, die in de culinaire roadmovie The Trip (2011) een duo vormt met zijn vriend en rivaal ‘Rob Brydon’ (gespeeld door Rob Brydon), is Coogan een bladerdeeggebakje gevuld met zelfspot en ironie. Deze rol is hem echt op het lijf geschreven, en godzijdank heeft hij hem geprolongeerd in The Trip to Italy, die in september in de bioscoop komt, met dezelfde cast als in deel 1.
In 2013 waagde Coogan zich aan iets geheel nieuws: hij deed behalve als acteur ook als co-scenarist en als co-producent mee aan Philomena, een serieuze film over een oudere vrouw die op zoek gaat naar haar verloren zoon. Het leverde hem twee Oscarnominaties op (voor beste film en beste scenariobewerking). Philomena’s aartsrivaal tijdens de Oscarcampagne was het sciencefictionepos Gravity, maar op de rode lopers en aan de dinertafels ontlook er een mooie vriendschap tussen Coogan en de regisseur van die film, Alfonso Cuarón. En dus pakte de regisseur de telefoon voor een goed gesprek met de acteur – over de Amalfikust, de geneugten van het ouder worden en het kiezen van je eigen weg.
Alfonso Cuarón
De vorige keer dat we elkaar spraken, heb ik je overladen met complimenten. Misschien was ik wel wat al te enthousiast, want volgens mij vond je het best gênant.
Steve Coogan
Nogal, ja. Ik stond ervan te kijken dat je zo goed wist wat ik allemaal gedaan had.
Cuarón
Nou ja, ik ben blij dat je het contactverbod hebt opgeheven en weer met me wilt praten. (Coogan lacht.) Ik ben eigenlijk wel nieuwsgierig naar Philomena – hoe kwam je er zo bij om een serieuze film te maken nadat je al die jaren comedy had gedaan?
Coogan
Daar waren verschillende redenen voor. Om te beginnen was ik het zat dat ik in Engeland vanwege Alan Partridge steeds in hetzelfde hokje werd gestopt. Toen dacht ik: ik ga gewoon mijn eigen project doen. En verder had ik een beetje genoeg van humor om de humor. Ik vind comedy heerlijk hoor, maar ik doe het al twintig jaar en ik begon toch iets te missen. Je wilt ook weleens iets maken dat wat meer om het lijf heeft. Het was nooit mijn bedoeling dat ik Philomena zelf zou schrijven; ik wilde alleen de productie doen, en iemand inhuren voor het scenario. Maar ik zei de hele tijd tegen Christine Langan van de BBC hoe ík het verhaal aan zou pakken, en toen zei ze: ‘Waarom schrijf je het niet zelf?’ Zij heeft toen geregeld dat (scenarioschrijver) Jeff Pope ook meedeed, en toen dacht ik: oké, ik probeer het gewoon.
Cuarón
Je wilde iets schrijven waar je zelf in kon spelen?
Coogan
Ook dat. Maar daar kwam bij dat ik ervan baalde dat ik zelf nooit de touwtjes in handen had. En ik wilde een verhaal vertellen. Een verhaal dat ik in de krant had gelezen. En ik dacht: misschien kan ik er zelf in spelen en de productie doen. Of de regie doen en iemand anders die rol laten spelen. Ik wilde gewoon een keer iets heel anders doen.
Cuarón
Je hebt nooit overwogen om Philomena te spelen, toch?
Coogan
Nee, dat heb ik nooit overwogen. Al heeft iemand dat wel een keer gesuggereerd. En bij de Golden Globes of zoiets zei iemand dat hij van plan was om een scenario te schrijven voor een oudere acteur, en daar dan zelf ook in te spelen. En toen zei Meryl Streep: ‘Aha, jullie gaan een Coogan doen.’ Dat is best een cynische manier om ertegenaan te kijken – je strikt een steractrice voor de hoofdrol en je gaat aan haar rokken hangen in de hoop dat ze jouw carrière een zwieper geeft.
Cuarón
En nu moet je in die richting verder?
Coogan
Nou, de reden dat ik deze weg ben ingeslagen was dat ik een beetje was uitgekeken op de ironie van de postmoderne film. Het leek alleen nog maar om de stijl te gaan, en daar begon ik genoeg van te krijgen. Ik wilde iets doen met oprechte gevoelens – zonder sentimenteel te worden. Het mooiste aan Philomena vond ik dat er mensen naar me toe kwamen die zeiden: ‘Ik ben er met mijn oma, mijn moeder en mijn dochter naartoe geweest.’ Verschillende generaties die hem allemaal prachtig vonden. Ik wilde laten zien dat je best een integere film kunt maken zonder gewichtig of schijnheilig te worden. Ik wil serieuze dingen aankaarten, maar wel met humor. Wie weet is het ook wel wat voor jou, Alfonso, als je het slim aanpakt. Waar zit je nu?
Cuarón
Italië.
Coogan
O, daar was ik vorige week ook, aan de Amalfikust, in die tuin waar John Huston Beat the Devil (1954) heeft opgenomen. Dat is echt een prachtige plek. Maar goed, ik probeer films te maken over echte mensen, en het allerhoogst haalbare is toch een film die ergens over gaat, die mensen aan het denken zet en die nog leuk is ook.’
Cuarón
Had je zoiets niet al veel eerder gewild, toen je al met die typetjes bezig was?
Coogan
Ik deed toen wat ik deed, en dat deed ik goed ook. Na Alan Partridge speelde ik Saxondale (in de BBC-serie Saxondale), en die is wat subtieler dan Partridge. Sneuer ook, en wat genuanceerder.
Cuarón
Klopt. Saxondale vind ik geweldig, dat heb ik je geloof ik al eens verteld. Ontzettend geestig.
Coogan
In Engeland vonden ze hem minder leuk dan Partridge, maar in de VS is het een soort culthit geworden. Omdat het over een rebel ging, denk ik, een outsider. Eigenlijk ging het vooral over de babyboomgeneratie die stuurloos is geworden. De hele tegencultuur van de jaren zestig – die lui beginnen nu op leeftijd te raken, en de machthebbers van nu zijn nu jonger dan zij. Dat vind ik altijd grappig: als de premier of de president een elektrische gitaar heeft of van rockmuziek houdt, wat is het establishment dan eigenlijk nog? Tegen wie moet je je dan afzetten? Ik heb me altijd afgevraagd hoe die oudere generatie zich voelt. Is het de strijd waard geweest? Ik houd van trieste figuren, beschadigde mensen. Zo iemand is Saxondale.
Cuarón
Saxondale en Partridge vinden zichzelf veel bijzonderder dan ze eigenlijk zijn.
Coogan
Dat is waar. Dat heeft misschien ook wel iets te maken met hoe ik zelf in elkaar zit. Ik denk altijd: mensen kunnen zich nog zo fout gedragen, maar als je diep van binnen een sympathiek trekje aan ze kunt ontdekken, dan deugen ze toch ergens wel – dan zouden ze eigenlijk een goed mens willen zijn.
Cuarón
Nu speel je jezelf, maar het is duidelijk een rol van iemand die Steve Coogan heet.
Coogan
Wat ik per se niet wilde, was mezelf alleen maar op de hak nemen. Zo van: kijk mij eens om mezelf lachen – hoe cool is dát? Dat hebben anderen al gedaan, en goed ook: Curb Your Enthusiasm, en in zekere zin The Larry Sanders Show. Die films van Robert Altman met mensen die gewoon zichzelf zijn vind ik ook geweldig. Ik wilde er geen gimmick van maken. Ik heb tegen Michael (Winterbottom) gezegd dat ik er geen zin in had. Mensen kunnen zich toch niet met je identificeren als je jezelf voor gek zet? Maar hij zei: ‘Het slaat aan bij mensen die op zoek zijn naar zin van het leven.’ En toen zei ik: ‘Oké, als jij het zegt.’ Maar het leuke is, toen we eenmaal bezig waren, ging het als een tierelier. Je gebruikt dingen van jezelf, op basis daarvan sla je aan het improviseren. Ik ga niet altijd voor de lach als ik mezelf speel: ik boor juist graag een kant van mezelf aan die níét grappig is en misschien zelfs een tikje onsympathiek, want dat werkt heel louterend, en het lijkt me interessant om te zoeken naar iets wat we allemaal hebben maar dat we in de hand proberen te houden. Het zijn juist onze tekortkomingen waardoor we kwetsbaar zijn, en interessant. Hoe kan ik een botte lul zijn en toch heel menselijk?
Cuarón
Dat heb ik je voor het eerst in Coffee and Cigarettes (2004) zien doen. Of had je het toen al vaker gedaan?
Coogan
Nee, dat was voor het eerst. Jim (Jarmusch, de scenarioschrijver en regisseur) had het bedacht, en toen hebben Alfred Molina, Jim en ik telefonisch over het idee overlegd. Jim wilde dat we neven speelden, en Alfred moest een beetje creepy zijn. Toen hebben we met zijn drieën verzonnen dat het leuk zou zijn als gaandeweg het machtsevenwicht zou verschuiven. Dat is altijd grappig, als je iemand door de mand ziet vallen. Ik maak weleens mee dat mensen me amper zien staan, tot ze zich realiseren dat ze mijn films leuk vinden, en dan ineens omslaan. Dat vind ik dan ontzettend geestig, heel menselijk ook. Terwijl het eigenlijk heel lelijk is.
Cuarón
Je hebt Steve Coogan gespeeld in Cock and Bull, en nu twee keer in The Trip. Is dat steeds dezelfde Steve Coogan?
Coogan
Dat denk ik wel, ja. Hij heeft alles wat ik niet leuk vind aan mezelf. In The Trip to Italy ben ik iets minder hufterig – ik heb het nog steeds erg met mezelf getroffen, maar ik probeer een beetje aardiger te zijn.
Cuarón
Je bent ook wat ouder.
Coogan
Het mooie van ouder worden is dat je ineens iets hebt van: godver. Je wilt dat je werk ergens over gáát. Je wilt wel succes hebben, met alle mooie dingen die daarbij horen, maar je wilt óók dat het betekenis heeft. De helft van je leven ligt achter je, en je denkt: ‘Op een dag ga ik dood. Ik wil het over het leven hebben, over het mens-zijn.’ De Steve Coogan in de film is wat minder nobel. Maar in het echt ben ik ook erg met mezelf bezig, hoor. En in mijn filmversie probeer ik juist weer wat aardiger te zijn. Er zijn veel raakvlakken. Ik speel mezelf min of meer naar waarheid, alleen is alles uitvergroot. Iedereen loopt zichzelf toch in te houden? Als je een beetje zelfinzicht hebt, dan houd je jezelf in – dan weet je hoe je je hoort te gedragen.
Cuarón
En Rob Brydon speelt Rob Brydon – hij zit natuurlijk in hetzelfde proces. Maar jullie kennen elkaar al jaren.
Coogan
Ik heb hem ooit ontdekt. Dat klinkt enorm pedant, maar het is echt waar. Hij heeft me ooit een videoband van zichzelf opgestuurd. Ik vond hem heel goed. Toen heeft hij een paar sketches voor me geschreven, en die hebben we voor de BBC gedaan, en daarna heeft hij een televisieserie voor me geschreven. En toen had hij ineens die nieuwe carrière. En toen hij eenmaal was doorgebroken, keerde hij zich tegen de man die hem had gemaakt, net als Frankenstein.
Cuarón
Nu hoor ik de film-Steve Coogan praten, toch?
Coogan
Inderdaad. Ik vind Rob een fijne gozer, maar in The Trip zijn we de hele tijd zo tegen elkaar bezig. Wat hij op dit moment doet, is erg mainstream; hij maakt graag populaire tv-series. Wat hij doet, zou ik niet willen. Maar er is altijd een bepaalde spanning tussen ons, en daar spelen we mee. We weten precies hoe we elkaar op de kast moeten krijgen. We zijn gewoon onszelf, maar dan lekker vet aangezet. Dan ben ik de verwaande lul – en daar zit een kern van waarheid in – en hij is degene die te pas en te onpas rare stemmetjes opzet.
Cuarón
En het scenario is van Michael Winterbottom?
Coogan
Michael bedenkt het raamwerk, en daarbinnen slaan wij aan het improviseren.
Cuarón
Rob en jij gunnen elkaar een hoop. Niet alleen in jullie rollen, want jullie personages zijn duidelijk erg op elkaar gesteld, maar ook als acteur.
Coogan
We hebben wel iets van The Odd Couple – we zitten elkaar de hele tijd in de haren. En ik moet erg om hem lachen. Als we op de klassieke Neil Simon-toer zouden gaan, zou het meer van een schermwedstrijd weg hebben: treffen, pareren, treffen, pareren. Maar ik schiet vaak in de lach als hij iets zegt, zelfs als ik hem eigenlijk onuitstaanbaar vind. Dat is in het echt trouwens ook zo. Want buiten de set zijn we ook bevriend, alleen iets minder dik dan in de film.
Cuarón
Oké, interessant.
Coogan
Als we tijdens de opnamen van The Trip filmden dat we aan het eten waren, zaten we elkaar expres een beetje te stangen, om een bepaalde spanning te creëren. En dan komen de grappen vanzelf. Maar als we dan ’s avonds écht zitten te eten, hebben we het gewoon gezellig en doen we normaal tegen elkaar.
Cuarón
Hoe gaat dat improviseren eigenlijk?
Coogan
De eerste Trip is begonnen als een tv-serie, en toen was het nog een beetje aftasten. Rob en ik zaten samen in een Range Rover, en ik zei tegen hem: ‘Ik zou weleens in een kostuumdrama willen spelen met Michael Fassbender of Dominic West. Dat ik dan met een zwaard over muren heen spring en dingen zeg als: ‘Bedtijd, heren, want we moeten bij dageraad opstaan.’ Daar zaten we dan een tijd grappen over te maken, terwijl we het eigenlijk écht best zouden willen. De tweede Trip verliep wat gedisciplineerder, omdat we niet nog een keer naar dezelfde plekken konden gaan. We kletsten een eind weg over Christian Bale en Tom Hardy als Batman; daar lachten we dan wel om, terwijl we ze ondertussen best benijdden.
Cuarón
Wordt dit een soort Before Midnight -reeks, maar dan met Steve en Rob – een stuk of vijftien films met jullie tweeën, tot de dood jullie scheidt?
Coogan
Wie weet. Ik heb altijd de neiging om tegen mijn intuïtie in te gaan, dus mijn antwoord is: nee, dat is een heel slecht plan. Maar vervolgens denk ik dan: omdat het zo’n slecht plan is, is het juist een góéd plan. Dus we moeten een vervolg maken. In The Trip to Italy hebben we het op een gegeven moment over ouder worden, en dat vrouwen niet meer terugkijken als je naar ze kijkt. Ik geloof dat Mike Nichols ooit heeft gezegd dat hij altijd naar vrouwen had gekeken, maar dat hij op een dag wakker werd en ze dwars door hem heen keken, alsof hij lucht was. Het cliché dat lachen het beste medicijn is, dat is helemaal waar. We hebben maar een beperkte tijd van leven, we gaan allemaal dood. En daar kun je maar het beste om lachen. Lachen om het ouder worden, jezelf relativeren, dat werkt echt bevrijdend.
Cuarón
Ben je op dit moment aan het schrijven?
Coogan
Ik ben weer met Jeff aan een script bezig, iets heel anders, half-autobiografisch. Best ambitieus, over de kindertijd. Ik heb de indruk dat Europeanen – en daar versta ik iedereen onder behalve de Britten en de Amerikanen (lacht) – dat de rest van de Europeanen er geen moeite mee heeft om films over de kindertijd te maken. Wij doen dat niet zo makkelijk.
Cuarón
Ik vond Submarine (geschreven en geregisseerd door Richard Ayoade, 2011) erg goed.
Coogan
O, zeker, Submarine vond ik ook geweldig. Erg geestig, terwijl hij je ook aan het denken zette. Heel interessant. Dat wil ik ook graag: films maken over echte mensen. Het probleem met comedy is: als het grappig bedoeld is maar niemand lacht, dan werkt het niet. Dat is het ellendige. Maar tegelijk ook het leuke. Als er dan ook nog een boodschap in zit, is dat mooi meegenomen, maar dat is van ondergeschikt belang. En laten zien waar het in het leven om draait, is al helemaal niet belangrijk. Terwijl het daar bij een film als Philomena juist om gaat. Ik houd van comedy, maar dan vooral als onderdeel van een drama. Ik vind het interessanter om humor te gebruiken als middel om mensen over serieuze dingen te laten nadenken. Als je mensen echt wil raken in een drama, moet je ze eerst afleiden met een grap, en daarna kom je met een emotionele voltreffer.
Cuarón
Dus je blijft het allebei doen?
Coogan
Ik ga door met drama, maar ik wil ook verder met Alan. En Saxondale zou ik ook wel weer eens willen doen.
Cuarón
Droom je weleens als een van je typetjes?
Coogan
Nee, ik droom nooit.
Cuarón
Echt niet?
Coogan
In elk geval niet als mijn typetjes. Die zie ik echt als andere mensen. Ik praat altijd over Alan in de derde persoon. Als ik naar mezelf kijk in de rol van Alan Partridge, moet ik altijd lachen, want dan zie ik echt iemand anders, niet mezelf. Al zal dat wel raar klinken. Ik heb Partridge twintig jaar geleden bedacht, samen met Armando Iannucci en Patrick Marber, die tegenwoordig scenarioschrijver is. Die Alan van twintig jaar geleden is nogal grof, maar als het publiek zo’n typetje beter leert kennen, kun je er meer kanten aan geven, dieper in zijn hoofd kruipen, en dan gaat het publiek daarin mee. Als ik alleen Alan zou spelen, was ik vast in een existentiële crisis geraakt. Maar doordat ik al die andere dingen ernaast kan doen, is de kans groter dat ik ook weer een keer comedy ga doen. Omdat er geen dwang achter zit, en ik het gewoon doe omdat ik er zin in heb.
Cuarón
Stel dat Alan Saxondale zou interviewen, zou het dan klikken?
Coogan
Nee, ik denk dat Saxondale Alan een flapdrol zou vinden, een hielenlikker van het establishment. Saxondale ziet zichzelf graag als een rebel, een dwarsligger, een einzelgänger. En hij zou vinden dat Partridge te veel poeha heeft. Alan Partridge zou wel een lintje willen hebben, met Nieuwjaar geridderd willen worden door de koningin.
Cuarón
En jij? Wil jij een lintje?
Coogan
Nee, ik geloof niet in die onzin. O, dat had ik misschien niet moeten zeggen. Want het ik zou het wel leuk vinden om er een aangeboden te krijgen. Als je kijkt naar de lijst van wie er voor de eer hebben bedankt, dat is altijd wel gaaf.
Cuarón
Dat zijn inderdaad niet de eersten de besten. En die film over de kindertijd waar je nu aan werkt, zou je daar zelf in kunnen spelen?
Coogan
Als je iets gaat schrijven waar je zelf als acteur in kan schitteren, moet je oppassen dat het geen egotrip wordt.
Cuarón
Zou je naast het scenario de regie willen doen?
Coogan
Misschien. Maar dan zou ik er niet in willen spelen. Ik werk graag met mensen tegen wie ik kan zeggen wat ik vind. Ik kan wel goed met acteurs omgaan, denk ik. Ik vind het leuk om ze te regisseren. Maar ik heb er ook lol in om gewoon te komen opdraven en mijn rol te spelen. Als ik word ingehuurd, hoef ik nergens iets van te vinden. Ik ben nooit deze weg ingeslagen omdat ik zo nodig alles zelf wilde bepalen; ik ben gaan schrijven en produceren omdat er geen interessante rollen mijn kant op kwamen. Daar ben ik eigenlijk ook wel blij om, want daardoor heb ik mijn vleugels uitgeslagen. Het grappige is, Alfonso, toen ik vroeger naar LA ging voor een klus hier of een rol daar, ging het eigenlijk nooit zoals ik wilde. En toen ik terugkwam in Engeland en gewoon ging doen wat ik zelf leuk vond in plaats van om rollen te vragen, toen begon het allemaal ineens te lopen.
Cuarón
Je had nooit dat Catwoman-pak aan moeten trekken.
Coogan
(lacht) Weet je, toen ik Pauline Calf speelde (Pauline is de zus van Paul Calf, een ander typetje van Coogan), heb ik borstprotheses laten maken. Die kostten meer dan een echte boob job. Ik kreeg allemaal mails van de man die ze zou maken, die ook al die protheses heeft gemaakt voor Saving Private Ryan (1998). Die mails zijn echt hilarisch: ‘Wat voor borsten wil je? Voller, hoger? Wil je dat ze een beetje hangen? Dat ze een tikkeltje heen en weer bewegen? Of moeten ze stevig zijn? Wat voor tepels wil je?’ Ik heb twee paar laten maken. Die heb ik nog steeds ergens liggen.
Auteur: Alfonso Cuarón
Vertaler: Cecilia Tabak
Interview Magazine
Verenigde Staten, maandblad, oplage 230.000
‘The Crystal Ball of Pop’ werd opgericht in 1969 door Andy Warhol. In het blad staan diepte-interviews met ’s werelds grootste beroemdheden, artiesten, musici en creatieve denkers.
Alfonso Cuarón is regisseur van films als Y tu mamá también, Children of Men en Gravity. Voor de laatste film won hij twee Oscars.

