Een foto uit een privécollectie zette de directeur van het Picassomuseum in Barcelona op het spoor van een verloren gewaand surrealistisch kunstwerk: de zichzelf strelende grammofoon van Óscar Domínguez. Het bleek in de opslagplaats te staan van niemand minder dan Picasso zelf.
Pablo Picasso in 1947 in zijn atelier met Jamais, de grammofoon van Óscar Domínguez. Deze foto van Nick de Morgoli zette Emmanuel Guigon op het spoor van het verloren gewaande kunstwerk.
– © Nick de Morgoli / Óscar Domínguez, VEGAP / Successió Pablo Picasso, VEGAP
In tijden als deze, waarin het revisionisme de toon aangeeft in de geschiedschrijving van de moderne kunst, zorgt een verrassende vondst voor wat leven in de brouwerij. Emmanuel Guigon, directeur van het Picassomuseum in Barcelona, wist een van de meest mysterieuze surrealistische kunstobjecten uit de geschiedenis terug te vinden: de grammofoonvrouw die Óscar Domínguez presenteerde op de Exposition Internationale du
Surréalisme in 1938. Het ontregelende ‘object van erotische zelfbevrediging’ – zoals Guigon het kunstwerk omschrijft – verdween nog datzelfde jaar, nadat het in Amsterdam was tentoongesteld op een afgeslankte versie van de toonaangevende tentoonstelling in Parijs. Er werd nooit meer iets van vernomen.
Tot nu. ‘Het was het meest tot de verbeelding sprekende object van de belangrijkste en de meest tot de verbeelding sprekende tentoonstelling van het surrealisme. Ik wist zeker dat Domínguez het aan Pablo Picasso had geschonken, al beweerde iedereen dat zoiets onmogelijk was,’ zegt Guigon, een van de grote Picassokenners, met de voldoening van iemand die uiteindelijk gelijk heeft gekregen.
Surrealisme
‘We lopen over van enthousiasme over de opzet, zo’n bijzondere tentoonstelling heeft men nog nooit gezien,’ schreef Paul Éluard op 6 januari 1938 aan zijn vriend Roland Penrose, die later de biograaf van Picasso zou worden. De dichter Éluard had het over de spraakmakende Exposition Internationale du Surréalisme, die hij samen met André Breton, Marcel Duchamp, Salvador Dalí, Max Ernst en Man Ray organiseerde. Tien dagen na die brief werd de tentoonstelling geopend in de Galerie des Beaux-Arts, in de Rue du Faubourg Saint-Honoré in Parijs.
‘Het was buitencategorie. Het publiek dwaalde rond, voorzien van zaklantarens waarmee ze de wonderlijke kunstobjecten beschenen die opdoemden in de duisternis. En tussen al die tientallen objecten – inclusief de Taxi lluvioso [Regentaxi] van Dalí en Duchamps twaalfhonderd lege steenkoolzakken hangend aan een plafond – trok Jamais [Nooit], de grammofoon van Domínguez, de meeste aandacht van het publiek en de critici,’ vertelt Guigon. Het betrof een witgeverfde Pathé-grammofoon met een hoorn waaruit een paar hooggehakte vrouwenbenen staken. Het leek alsof het apparaat de vrouw had opgeslokt en zich gedeeltelijk in haar had getransformeerd: de draaitafel had de vorm van een stel borsten – of billen, het is maar hoe je het bekijkt – die rondjes draaide onder een hand die als naald fungeerde.
Het spectaculairste van de openingsperformance van de tentoonstelling was de zichzelf strelende grammofoon tijdens het optreden van Hélène Vanel, een surrealistische balletdanseres die halfnaakt de zaal in danste en een wilde, hysterische dans opvoerde. Haar performance was geïnspireerd op de studie van de arts Jean-Martin Charcot naar hysterie.
‘Onze expositie van vorig jaar, Picasso, la mirada del fotógrafo [Picasso, de blik van de fotograaf], is tevens een eerbetoon aan Vanel, lesbienne en feministe,’ aldus Guigon, die bevriend is met de vrouw van Domínguez, Maud Bonneaud-Westerdahl. Al een tijdlang vermoedde hij dat Picasso Jamais in 1945 cadeau had gekregen vanwege de diepe genegenheid die de schilder koesterde voor de kunstenaar uit Tenerife, en hij wist zeker dat Picasso het had bewaard, nadat Domínguez in 1957 zelfmoord had gepleegd.
Zijn vermoeden werd bij toeval bevestigd toen hij tijdens de voorbereiding van de expositie Picasso, la mirada del fotógrafo in een privécollectie twee ongepubliceerde foto’s uit 1947 van Nick de Morgoli vond. Op een daarvan staat Jamais in het Parijse atelier van Picasso en op de andere zie je Picasso die belangstellend het kunstwerk staat te bekijken, zegt Guigon. Na deze ontdekking is hij samen met familie van de schilder, met wie hij een goede band heeft, verder gaan zoeken.
Uiteindelijk was het Catherine Hutin, dochter van Jacqueline Picasso [de tweede echtgenote van Pablo Picasso], die zich herinnerde dat een paar werklieden het hadden gehad over een kartonnen doos met een grammofoonhoorn waaruit een paar benen staken, die in de familie-opslagplaats in een buitenwijk van Parijs zou staan. ‘Daar eindigde de zoektocht en begon de voorbereiding op deze tentoonstelling,’ zegt Guigon. ‘Er zijn veel foto’s uit die tijd te zien, plus een aantal tekeningen van Domínguez en een nooit uitgebrachte film over de tentoonstelling in 1938 waarop Domínguez’ auto-erotische kunstwerk te zien is.’
Guigon prijst de door Reyes Jiménez en Humberto Durán aangestuurde restauratiedienst van het museum, die erin is geslaagd het mechaniek en
het motortje te repareren, zodat te zien is hoe de grammofoon werkt. De tentoonstelling Jamais.
Óscar Domínguez & Pablo Picasso loopt tot 8 november. Het is nog niet bekend of Jamais onderdeel wordt van de collectie van het Picassomuseum.
Guigons volgende zoektocht
Picasso’s bijdrage aan de Exposition du Surréalisme bestond uit twee schilderijen van een vrouw, die hij in 1930 en 1931 had gemaakt. Vanzelfsprekend woonde hij de opening bij, waar tout Paris acte de présence gaf. Het was een unieke gebeurtenis. ‘Elke krant schreef erover, er werden honderden foto’s gemaakt, en je kunt het je niet indenken, maar er is van die mythische tentoonstelling geen enkele foto bekend waar Picasso of Duchamp op staat. Maar ik weet zeker dat ze bestaan, en ik zal ze vinden,’ zegt Guigon.
Na de vondst van Jamais, bijna een eeuw na de verdwijning van het werk, gaat hij op zoek naar die foto’s. ‘In een museum is plek voor alles: het onderzoek beperkt zich niet tot de populairste stukken.’
Roberta Bosco
El País
Spanje | dagblad | oplage 185.000
Prachtige tabloidkrant met exquise journalisten en bijdragen van grote Spaanse schrijvers. Opgericht na de dood van Franco en politiek links georiënteerd, maar kritisch ten opzichte van de Spaanse socialisten.

