In Nederland zijn steeds meer gemeentes begonnen met ‘tegelwippen’, waarbij trottoirs of parkeerplaatsen worden opengebroken en beplant. De nieuwe bloemenperkjes staan leuk, maken een buurt hechter en verduurzamen bovenal de stad.
Onopvallende huizen en grijze stoeptegels tekenen de buurt rond de Katendrechtse Lagedijk, een straat in het Rotterdamse stadsdeel Charlois. Hier en daar staan er voor de variatie wat bomen, maar hun voortbestaan is niet zeker. In de zomer warmt de straat snel op en bij zware regenval stroomt hij vaak over. ‘Vanavond zal het er hier heel anders uitzien,’ zegt Boris Stein. Het is zaterdagochtend, hij is net uit bed en draagt een bordeauxrode joggingbroek. In zijn ene hand heeft hij een kop koffie en een sjekkie, met de andere begroet hij Raymond Landegent, die net zijn werkbroek heeft aangetrokken. Op de stoep staan kruiwagens met scheppen, een aanhangwagen vol planten en grote zakken tuinaarde. Stein en Landegent gaan deze stoep met wat hulp van de buren volledig omtoveren. Het plan is om honderd meter aan tegels eruit te halen en te vervangen door bloemperkjes.
Regenwater
Nederlanders planten de laatste jaren wel vaker bloemen in een opgebroken stoepje om oververhitting en overstroming tegen te gaan. De overheid gedoogt dit zogeheten ’tegelwippen’ niet alleen, het steunt het zelfs. Tegelwippen gaat niet alleen om een mooier straatbeeld. De klimaatcrisis brengt steeds meer warmte, droogte en zware regenbuien met zich mee, en daar is een betonnen stadsomgeving niet op gebouwd. Gebouwen en verharde oppervlakken warmen op, waardoor de warmte alleen maar verder toeneemt. Tegelijkertijd wordt er steeds meer grond bedekt en komt er dus minder regenwater in de bodem. Er komen steeds meer huizen bij en daarmee meer parkeerplaatsen, wegen, winkelcentra, vliegvelden en bedrijfspanden. Volgens het Europees Milieuagentschap is in de EU van 2000 tot 2018 ongeveer 1,6 miljoen hectare aan grond met tegels of beton bedekt; dat staat gelijk aan ruim twee keer grootstedelijk Londen. Hoewel de jaarlijkse toename enigszins afneemt, komt er per jaar nog steeds zo’n 70 duizend hectare aan bedekte grond bij. In Azië stijgt het nog harder en in Noord-Amerika is de hoeveelheid grond die door waterdicht materiaal wordt bedekt tussen 1985 en 2020 bijna verdubbeld. Hoe meer een stad geplaveid wordt, des te groter de behoefte aan verkoeling en plekken die regenwater doorlaten. Dus nemen Nederlanders het heft in eigen hand. Nederland is de afgelopen vijf jaar in de ban geraakt van het tegelwippen. Het doel is om zo veel mogelijk plekken open te breken: voor- en achtertuinen, schoolpleinen, parkeerplaatsen en stoepen zoals aan de Katendrechtse Lagedijk.
Landegent pakt een beitel om de eerste tegel eruit te wippen. ‘Geef me die schep eens, daarmee gaat het beter,’ zegt hij tegen Stein. Dan komt de tegel los. Met wat gesteun tilt hij hem op en hij legt hem naast zich neer. ‘De eerste stoeptegel is altijd een speciaal moment,’ glimlacht hij. Er komen langzaamaan steeds meer mensen opdagen. Buren komen met het hele gezin het huis uit om een handje te helpen, onder wie twee jonge mannen die onlangs in de straat zijn komen wonen. Met handen zwart van de tuinaarde doen ze een graai in de zak stroopwafels – niemand die het deert. Buren die op weg zijn naar de supermarkt maken een praatje of nemen een foto. Een vriend komt aanrijden op een bakfiets met ingebouwde speaker; door de luide reggaemuziek begint het steeds meer op een feestje te lijken. De groep begint steeds kleurrijker te worden. Charlois is een immigrantenwijk, getuige de Poolse supermarkten, kebabzaken en Turkse bruidswinkels. ‘We zijn van deur tot deur gegaan om te vragen of mensen mee wilden doen, en we kregen heel veel positieve reacties,’ vertelt projectmanager Bjefke Bonnema, terwijl ze het zweet van haar voorhoofd veegt. Ze draagt een vintage trainingsjack en laarzen met luipaardprint. ‘Het is fijn om de handen eens uit de mouwen te steken, om een verschil te maken.’
Tegeltaxi
De stapels stoeptegels langs de straat worden steeds hoger. De gemeente komt ze gratis ophalen met de zogeheten Tegeltaxi. Tuineigenaren, maar ook organisaties en buurtgroepen kunnen deze taxi bestellen. ‘Je hoeft alleen maar te bellen of een mailtje te sturen,’ zegt Landegent. Hij is de stadsvertegenwoordiger van het tegelwipproject en helpt vrijwilligers campagnes op te starten en op kosten van de gemeente tuingereedschap, pootaarde en planten aan te vragen. Bewoners kunnen hem om hulp vragen bij het tegelwippen, maar dat is niet verplicht. In Nederland mag een bewoner de tegels tot vijftig centimeter van zijn huis zelf uit de stoep halen, zonder dat daarvoor een vergunning nodig is. ‘We willen dat zo veel mogelijk mensen hun verantwoordelijkheid nemen om onze steden groener te maken, en beter bestand tegen de klimaatcrisis,’ zegt Landegent, terwijl hij een glasvezelkabel oprolt die onder de tegels lag. Hij zegt dat ze de kabel later weer zullen terugleggen. Moet de provider hier niet toestemming voor geven, of een installateur sturen om toezicht te houden? Moet de huiseigenaar niet op zijn minst worden ingelicht? Landegent schudt lachend zijn hoofd. Landegents werkgever, de gemeente Rotterdam, is een van de ruim tweehonderd Nederlandse gemeentes die het tegelwippen hebben ingevoerd.
Het idee komt oorspronkelijk van creatief conceptbureau Frank Lee uit Amsterdam. ‘Wij hebben het ooit tijdens een brainstormsessie bedacht,’ vertelt medeoprichter Eva Braaksma. ‘Het gebeurde allemaal tijdens de coronapandemie. Mensen waren opeens veel meer thuis, en dus ook vaker in de tuin.’ Ook waren er geen voetbalwedstrijden meer. Waarom zouden steden het dan niet tegen elkaar opnemen in een NK tegelwippen? Frank Lee organiseert deze wedstrijd nu met steun van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat; op lokaal niveau is er vaak hulp van de deelnemende gemeentes. Volgens Frank Lee zijn er sinds 2020 al bijna dertien miljoen tegels gewipt; dat is ongeveer 1.175.825 vierkante meter, oftewel 235 voetbalvelden. Alleen al vorig jaar werden er ruim vijf miljoen tegels verwijderd, ongeveer honderd voetbalvelden. Verwijderd asfalt of beton telt ook mee; het tevoorschijn gekomen oppervlak wordt dan omgerekend in tegels.
‘Ze noemen het een probleemwijk,’ zegt ze, ‘maar kijk eens hoe iedereen hier samenwerkt’
In Rotterdam werden er vorig jaar 250 duizend tegels verwijderd, iets wat nooit mogelijk was geweest zonder mensen zoals Cato de Beer en haar buren. Met haar roodblonde haar weggestopt onder een vaal petje kijkt ze in de Moerkerkestraat tevreden toe hoe haar buren in de weer zijn. Vanaf de jaren twintig van de vorige eeuw woonden hier voornamelijk havenarbeiders. Vandaag de dag wonen er, net als aan de Katendrechtse Lagedijk, vijf minuten lopen hiervandaan, mensen van allerlei afkomsten. Ook hier heerst een feeststemming. ‘Dit is de tweede keer dat we dit doen dit jaar, de eerste keer was tijdens de zomer,’ zegt cultureel manager De Beer. Het tegelwippen heeft een heleboel teweeggebracht in de buurt. ‘Ik heb mijn buren veel beter leren kennen,’ zegt De Beer, die hier een half jaar geleden is komen wonen. Miriam Watson, een vrouw met dreadlocks en een lichtgroene trui, knikt instemmend terwijl ze de planten water geeft. Ze woont hier nu al een tijdje. ‘Ze noemen het een probleemwijk,’ zegt ze, ‘maar kijk eens hoe iedereen hier samenwerkt.’
Geen wonder dus, dat dit fenomeen nu ook door buurlanden wordt overgenomen. Onlangs is het de grens overgestoken naar Duitsland. ‘Wij wilden ook tegelwippen,’ zegt Susanne Dickel tijdens een rondleiding langs de pleinen van Düsseldorf. Met haar initiatief Platzgrün! heeft ze in samenwerking met de gemeente een aantal pleinen opgebroken, herontworpen en beplant. Waar ooit verwaarloosde stukken grond, parkeerplaatsen en hondenveldjes waren, vind je nu gras- en bloemperkjes, bankjes en zelfs jeu-de-boulesbanen. De stad zorgde voor tuingereedschap, potaarde en planten, en Platzgrün! regelde vrijwilligers voor de uitvoering. Tegelwippen staat nu in zes wijken van de stad op de agenda, en ook Hamburg is geïnteresseerd. ‘Ik hoop dat het in Duitsland een soort anarchistische, democratische massabeweging wordt, net als in Nederland,’ zegt Dickel.

