Catalanen mogen binnenkort hun stem uitbrengen voor of tegen een eigen republiek. Professor Javier Cercas vindt het illegale referendum van regiopresident Carles Puigdemont een staaltje van arrogantie en grootheidswaanzin.
Filosoof Isaiah Berlin karakteriseerde nationalisme als een reactie op vernedering, als een met veel kracht omgebogen tak die venijnig terugzwiept wanneer je hem weer loslaat. Eigenaardig dat er voor zover ik weet nog niemand is geweest die Isaiah Berlin van stal heeft gehaald om te proberen te begrijpen wat er de laatste tijd in Catalonië aan de hand is, want de Russisch-Britse denker legde lucide de mechanismen van het nationalisme bloot; in grote lijnen gaat zijn visie ook op voor ons, Catalanen. Berlin zegt dat het nationalisme in de eerste plaats een reactie is op het misprijzen van de traditionele waarden van een samenleving. Het komt voort uit gekrenkte trots en een gevoel van vernedering, een combinatie die kan omslaan in woede en assertiviteit.
Deze collectieve wond is niet genoeg voor het nationalisme om de kop op te steken. Er moeten in zo’n samenleving ook mensen zijn die een projectiescherm zoeken voor hun loyaliteit en hun identiteit, of die een fundament zoeken voor hun machtshonger. Voor de meest gevoelige leden van zo’n samenleving geldt bovendien dat ze zichzelf beschouwen als een natie die zijn rechtvaardiging vindt in een bindende factor (een taal of een gedeelde geschiedenis, of die nu waar is of fictief). Deze collectieve wond is dus niet genoeg maar wel noodzakelijk; tenminste, dat was zo in het verleden. Meermalen noemt Berlin als voorbeeld het Duitse nationalisme, dat in de zeventiende eeuw is ontstaan toen men de Duitse cultuur wilde beschermen tegen de Franse overheersing, en dat tijdens en na de invasie van Napoleon eindigde in een explosie van agressief chauvinisme. De vele verschillen daargelaten is er in Catalonië de laatste jaren nagenoeg hetzelfde gebeurd. Het Catalaans nationalisme mag dan zelden gewelddadig zijn geweest, nu is in Catalonië de tijd van woede aangebroken.
In de jaren vijftig kwamen enkele gekrenkte Catalanen met een antifranquistisch discours over de Catalaanse trots, over de waardigheid van Catalonië, over de Catalaanse taal, cultuur en instituties
Dat het franquisme een wond heeft geslagen in Catalonië is evident. Dat nogal wat Catalanen franquisten waren, of dat niet alleen de Catalanen werden getroffen, doet daar niets aan af. Het franquisme heeft half Spanje verwond (of gedood). Hoe het ook zij, de Catalaanse wond was een feit: het Catalaans werd verboden, de Catalaanse cultuur werd vernederd en geknecht, de Catalaanse instituties werden afgeschaft. Kortom: het franquisme, een monsterlijke wildgroei van Spaans nationalisme, wilde korte metten maken met het Catalaans nationalisme. Maar in de jaren vijftig kwamen enkele gekrenkte Catalanen met een antifranquistisch discours over de Catalaanse trots, over de waardigheid van Catalonië, over de Catalaanse taal, cultuur en instituties. En toen de Francotijd eenmaal voorbij was, lukte het om dat discours gemeengoed te laten worden en het te implanteren in het centrum van de macht, de Generalitat, het instituut dat sinds 1980 de verregaande, door de democratie ingestelde Catalaanse autonomie bestuurt en dat, naast een heleboel andere dingen, de Catalaanse taal en cultuur hun waardigheid teruggaf.
Het werd een harde, nobele en legitieme strijd, die het grootste deel van de tijd werd aangevoerd door de man die alom werd verguisd in Catalonië toen hij in 2014 bekende – waarschijnlijk om zijn kinderen uit handen van justitie te houden – al jarenlang een enorm kapitaal op een buitenlandse bankrekening te hebben staan. Ik bedoel natuurlijk Jordi Pujol, die van 1980 tot 2003 president van de Generalitat was, en zonder enige twijfel de spraakmakendste Catalaanse politicus van de twintigste eeuw.
Gedurende de twee decennia van Pujols onbetwiste leiderschap herwonnen de Catalanen hun trots. Het probleem is dat die trots bij zijn kinderen (de echte en de aangetrouwde) omsloeg in hoogmoed, om niet te zeggen grootheidswaan. De meest flagrante uiting van die hoogmoed is wat ze het ‘recht om te bepalen’ noemen, een taalkundige dwaling (het werkwoord ‘bepalen’ is transitief, het kan niet op zichzelf staan, er moet altijd ‘iets’ te bepalen zijn) en daarmee een politieke en morele dwaling. Het ‘recht om te bepalen’ is een niet-bestaand recht dat door de Catalaanse onafhankelijkheidsstrevers als een mantra wordt herhaald en zo veel betekent als: tijdens het franquisme mochten wij Catalanen helemaal niets bepalen en nu gaan we werkelijk alles bepalen, zelfs als heel Spanje daarmee is gemoeid.
Want met het illegale referendum dat de Generalitat botweg heeft aangekondigd voor 1 oktober, wordt niet alleen de toekomst van Catalonië bepaald – iets wat wij Catalanen in Spanje gelukkig al sinds de komst van de democratie doen via gemeenteverkiezingen, regionale verkiezingen, landelijke verkiezingen en Europese verkiezingen – maar de toekomst van heel Spanje, iets waar wij met zijn allen over gaan, niet alleen de Catalanen.
Voorwaar een staaltje van arrogantie of grootheidswaan, als wij Catalanen voor alle Spanjaarden gaan beslissen; en als we dat niet kunnen doen, dan gaan we de regels die we met zijn allen hebben bedacht overtreden, of in elk geval gaan we dat proberen. Voorwaar een staaltje van arrogantie of grootheidswaan: pretenderen dat je met de Spaanse regering een oplossing zoekt op basis van de slogan die door Carles Puigdemont, de president van de Generalitat, werd bedacht: ‘Een referendum of een referendum’. Oftewel: ‘Wat ík wil of wat ík wil’.
Voorwaar een staaltje van onversneden grootheidswaan als je, zoals president Puigdemont deed tijdens een bijeenkomst van burgemeesters die pro-onafhankelijkheid zijn (ik weet niet of hij zich daarbij richtte tot de Catalanen die tegen onafhankelijkheid zijn, tot de Spaanse regering of tot de rest van Spanje): ‘Jullie zijn bang voor ons en wij zullen jullie nog banger maken.’
Ziehier de tak van Berlin die fel terugzwiept nadat hij is omgebogen. Natuurlijk treft ook de Spaanse regering blaam. Toen in de zomer van 2012 het tot dan toe beperkte Catalaanse onafhankelijkheidsstreven in het kielzog van de rampzalige gevolgen van de crisis explosief groeide, en daarmee het populisme voor het eerst wortel schoot in Spanje, had zij veel meer kunnen doen om het ongenoegen van de Catalanen te kanaliseren (en dat ongenoegen was fiks: tijdens de laatste regionale verkiezingen kregen de partijen die voor onafhankelijkheid waren maar liefst 47 procent van de stemmen, genoeg om te mogen regeren maar niet genoeg om zich in het onzekere avontuur van een afscheiding van Spanje te storten).
Het probleem zit hem erin dat de Generalitat nu keihard botst tegen een muur van democratische wetgeving – te beginnen bij die van Catalonië. Linksom of rechtsom heeft de tak van Berlin ons allemaal al geraakt. Ik ben erg bang dat we ons in dit stadium alleen nog maar kunnen afvragen hoe we de schade kunnen beperken. Wat een ramp!
Auteur: Javier Cercas
El País
Spanje | dagblad | oplage 397.000
Zes maanden na de dood van Franco opgericht. Prachtige tabloidkrant met exquise journalisten en bijdragen van grote Spaanse schrijvers.

