uniforme waanzin

De Keniaanse overheid heeft een nieuw politie-uniform geïntroduceerd, van een lokaal geproduceerde blauwe stof. Agenten in het oude kaki uniform worden naar huis gestuurd, maar de nieuwe pakken zijn niet op voorraad en de dure stof is haast nergens te krijgen.

Vandaag moet ik het politie-uniform ophalen dat ik me eerder deze week heb laten aanmeten bij een armoedige kleer-makerszaak in de sloppenwijk Huruma in de Eastlands van Nairobi. Ik probeer me alle achterafstraatjes voor de geest te halen, het open riool, de geulen en de plassen waar ik dinsdag overheen ben gesprongen om mijn maten te laten nemen door een louche tailleur. Ik ben moed aan het verzamelen voor een nieuwe rit over Juja Road.

Mijn opdracht vloeit voort uit een interne memo van de lokale politie, gedateerd vrijdag 11 september, waarin politiecommandant Rashid Yakub meldt dat alle dienstdoende agenten alleen nog het nieuwe helblauwe uniform mogen dragen dat in 2018 werd geïntroduceerd. Toen agenten in het oude uniform daadwerkelijk naar huis werden gestuurd, sloeg de paniek toe. De dienders, die al sinds 2018 wachten op het nieuwe tenue, kregen te horen dat er disciplinaire maatregelen zouden volgen als ze niet in het nieuwe uniform zouden aantreden, ook al was dat nooit uitgereikt.

Uit angst hun baan te verliezen wendden de wanhopige agenten op advies van collega’s zich tot verschillende kleermakers in het zakendistrict en in de sloppenwijken Huruma en Kawangware. De outfit zou zo’n 4000 à 6000 shilling [30 à 45 euro] kosten. Voor een agent met een maandsalaris van 32.000 shilling [250 euro] is dat een fikse uitgave.

Keniaanse politieagenten patrouilleren in het nieuwe blauwe uniform.  – © Simon Maina / AFP
Keniaanse politieagenten patrouilleren in het nieuwe blauwe uniform. – © Simon Maina / AFP

De helblauwe look – waar niet alle Kenianen van zijn gecharmeerd; sommigen vinden het oude uniform beter – die president Uhuru Kenyatta op 13 september 2018 onthulde, maakt deel uit van hervormingen bij de nationale politie. De president verordonneerde dat het nieuwe uniform van lokaal geproduceerde stof moest worden vervaardigd, maar de betreffende stof bleek beperkt voorradig, zodat de pakken uit Turkije werden geïmporteerd. De minister van Binnenlandse Zaken, Fred Matiang’i, verkondigde vervolgens dat het land geen politie-uniformen meer zou importeren.

‘Wie a zegt, moet ook b zeggen. Tot voor kort kwamen onze jassen uit China, maar dat is nu afgelopen. De nieuwe jassen zijn lokaal vervaardigd en warm genoeg. Voortaan betrekken we de gehele uitrusting in eigen land, wat goed is voor ons bedrijfsleven en de werkgelegenheid,’ aldus Matiang’i. Afgelopen februari zei de secretaris-generaal van Binnenlandse Zaken, Karanja Kibicho, dat het minstens drie jaar zou duren voor de overheid het hele corps van een nieuw uniform kon voorzien. Maar vervolgens kwam op 11 september de gewraakte interne memo: ‘Alle agenten moeten het nieuwe middenblauwe uniform dragen, met uitzondering van de afdelingen die hun eigen outfit hebben.

De uniformen mogen onderling niet worden gecombineerd en mogen ook niet gedragen worden met kledingstukken of accessoires die niet bij het tenue horen. Wie deze orders niet opvolgt kan rekenen op strenge disciplinaire maatregelen.’ En daarom stonden er bij kleermakers in Nairobi de hele week rijen met politieagenten die naarstig op zoek waren naar het nieuwe helblauwe pak. Ik sloot me bij hen aan en was getuige van gefrustreerde dienders die over de prijs probeerden te onderhandelen, sommigen smekend of ze de rekening aan het eind van de maand mochten betalen.

Ontkend

Ik was benaderd door een vrouwelijke agent die aan het begin van de week naar huis was gestuurd. ‘Help ons alsjeblieft,’ smeekte ze. ‘We kunnen ons het uniform op dit moment niet veroorloven. Mijn vriendinnen en ik zitten al twee dagen thuis.’ Op woensdag kon ze in een geleend uniform van een collega naar haar werk. ‘Elke agent zou op z’n minst één tenue moeten krijgen en een tweede paar eventueel zelf aanschaffen,’ zei een agent van Parklands Police Station. ‘Hoe kun je nu verwachten dat we in zulke korte tijd zonder vergoeding zelf een uniform regelen?’

Toen deze krant schreef over de uitdagingen waar politieagenten zich voor gesteld zien, liet het hoofdbureau een verklaring uitgaan waarin het tekort aan nieuwe uniformen werd ontkend en waarin agenten die hun uniform nog niet hadden opgehaald werden opgeroepen dat onmiddellijk te doen. Woordvoerder Charles Owino verkondigde dat er zesduizend politie-uniformen voor mannen en tweeduizend voor vrouwen beschikbaar waren. Ondertussen hadden we via politiebronnen de nummers gekregen van vier ‘gecontracteerde’ kleermakers waar de agenten het uniform op eigen kosten konden afnemen. Omwille van hun veiligheid zullen we niet hun volledige naam prijsgeven. Ik belde de eerste op het lijstje, een kleermaker in Kawangware: ‘Hallo, heeft u de nieuwe politie-uniformen?’ Hij zei dat hij die had. Daarna belde ik de kleermaker in Huruma en de andere twee op Luthuli Avenue in het zakendistrict. Ze antwoordden alle drie bevestigend en gaven me instructies hoe ik ze kon vinden.

Ik besloot te beginnen met Mike in Kawangware, maar hij had het te druk met de levering van de politiepakken. Hij was net terug uit de buitenwijk Karen en moest nog naar Kiambu, ten noorden van Nairobi, legde hij uit. De zaken gingen goed en de prijzen van een broek en een jas waren gestegen van 3000 naar 4000 shilling. Insignes kostten 300 shilling per stuk, waar die eerst nog 100 shilling kostten. Voor een uniform zijn twee insignes nodig. ‘De politie leveren ze ons voor 500 shilling per paar. Ik ben maar een gewone kleermaker, ik kan er verder ook weinig aan doen.’ Ik beloofde Mike dat ik later langs zou komen om mijn maten te laten opnemen.

Gekkenhuis

Ik reed vervolgens naar Huruma, waar ik bij een transformator vlak bij een stel houten werkplaatsen werd opgewacht door Jacob, een praatgrage man die meteen zijn sympathie betuigde. ‘Het is een gekkenhuis,’ zei hij. ‘Er heeft hier het hele weekend een rij gestaan. Goed voor mijn business, maar ik vind wel dat jullie baas jullie wel wat meer tijd had mogen geven. Hoe kun je al je agenten nu opdracht geven om op maandag in een nieuw uniform te verschijnen?’

Hij vertelde me over zijn drukke weekend terwijl hij me langs de Redeemed Gospel Church leidde, over een markt met dicht opeengepakte, klamme werkplaatsen. We sprongen over een regenplas en betraden de eerste werkplaats van 10 bij 10 meter, waar driftig bergen blauwe broeken en shirts werden genaaid. Het was een komen en gaan van klanten die hun bestellingen kwamen oppikken. Jacob hing continu aan de telefoon om vragen van paniekerige politieagenten te beantwoorden.

De kleermakers zeggen dat ze de stof betrekken van specifieke stoffenzaakjes in Eastleigh die ‘niet makkelijk te vinden’ zijn. ‘De meeste agenten komen niet langs maar geven hun maten via Whatsapp door. We leveren ook aan huis,’ vertelde hij. ‘Ik heb al het andere werk stilgelegd om me volledig op de politiepakken te richten.’ Hij nam secuur mijn maten op, zodat hij later geen tijd kwijt was aan eventuele aanpassingen. Wilde ik een hoge of een lage tailleband? Een rits van voren of aan de zijkant? Een losse of een strakke pasvorm? Aan de telefoon had ik gevraagd of ik een aanbetaling van 500 shilling mocht doen.

Daar ging hij zonder morren mee akkoord. Het uniform zou binnen drie dagen klaar zijn. Vandaag ga ik het ophalen. Net als veel andere kleermakers concentreert hij zich op de basics – broek en shirt – en begint hij later, wanneer het rustiger is en iedereen minstens één tenue heeft, pas aan de jassen. ‘Het is nood aan de man.

“Agenten werden naar huis gestuurd omdat ze nog het oude uniform aanhadden”

Sommige verkeersagenten die hier in Huruma op de rotondes staan, werden naar huis gestuurd omdat ze nog het oude uniform aanhadden. Een van hen kwam linea recta naar mijn werkplaats en was al blij met een uniform dat enigszins paste. Ik hoefde het niet eens in te nemen. Hij hield het meteen aan en zei dat we later verder zouden praten,’ vertelt Jacob. Hij vraagt me bij welk politiebureau ik werk en ik vertel hem dat ik het uniform voor iemand anders kom ophalen. Er gaan geen alarmbellen af. Als ik bedenk hoe makkelijk criminelen een uniform kunnen bemachtigen waarin ze mensen kunnen gaan afpersen, vraag ik hem wat hij doet om te voorkomen dat criminelen hier hun voordeel mee kunnen doen. Hij zegt luchtig dat ze dat niet zouden durven.

Ik wil graag uitzoeken of het klopt dat er niet-opgehaalde uniformen in het centrale magazijn in het industriegebied liggen. We treffen een rij hoofdagenten van verschillende politiebureaus in Nairobi en ver daarbuiten aan die uniformen voor hun ondergeschikten komen ophalen. Daarna bezoeken we de kleermakers op Luthuli Avenue, die zich een slag in de rondte werken. Vijf kleermakers zijn met verhitte hoofden bezig maten te nemen, patronen te knippen, te naaien en zomen te leggen. De hele ruimte is één grote zee van blauw. Samuel, onze contactpersoon, stapt op ons af om ons te verwelkomen. ‘Na die reportage in de krant probeerden jullie collega’s op de prijs af te dingen. Dus nu rekenen we door de hele stad een vast bedrag van 3500 shilling. Onze winstmarge is nu nog maar 300 shilling omdat de leveranciers van de insignes hun prijs hebben verhoogd naar 600 shilling per paar,’ moppert hij. ‘Pure afzetterij.’

Samuel neemt mijn maten op terwijl hij ondertussen vertelt over de financiële strop van de oude voorraad kaki uni-formen, waarvan er een aantal aan de muur hangt. Hij is de tweede kleermaker die vertelt dat de samenwerking met de politie al van ver voor het nieuwe uniform stamt. ‘Volgens de dienders zien de pakken van kleine kleermakers er altijd beter uit én ze zitten beter, zeiden ze. Ze betaalden voor het oude uniform 2000 shilling.’ Samuel vraagt van welk politiebureau ik ben en ik antwoord: ‘Kabete.’ Zijn gezicht licht op. ‘Daar was ik laatst nog,’ zegt hij. ‘Ik maak zelfs de uniformen voor jullie bazen, ook voor die ene die is vertrokken.’

Hij wil mijn rang weten en ik reageer met een tegenvraag: of hij dat moet weten om mijn uniform te kunnen maken. ‘Het maakt wel uit, ja. Als je korporaal of sergeant bent, moet je je strepen meenemen zodat ik ze erop kan naaien,’ luidt zijn antwoord. Ik zeg dat ik aspirant ben. Ik neem afscheid met de belofte dat ik het voorschot zal overmaken, zodat hij meteen aan de slag kan en ik beloof ook dat ik terugkom voor een jas, die nog eens 3500 shilling extra gaat kosten ‘omdat hij gevoerd is’.

Fusie

In 2018 kondigde president Kenyatta de fusie aan van de Keniase politie en de administratieve politie. ‘Om verspilling door dubbel werk en overlap tegen te gaan zullen we 39.680 politiemedewerkers en 24.572 administratieve medewerkers samenvoegen tot één strak geleid korps van 64.252 medewerkers. Deze algemene politiedienst, met aan het hoofd de plaatsvervangend inspecteur-generaal van de Keniase politie, zal de Kenianen meer veiligheid bezorgen,’ verklaarde Kenyatta. Deze getallen geven een indruk van de enorme hoeveelheid uniformen die nodig zijn om alle agenten in het nieuw te steken.

In maart 2019 zei minister van Buitenlandse Zaken Matiang’i tijdens een inspectiebezoek aan de textielfabriek op het hoofdkwartier van de National Youth Service in Ruaraka dat het uniform gereed was en dat de fabriek dagelijks duizend exemplaren produceerde. Maar secretaris-generaal Kibicho liet in april dit jaar weten dat de NYS, die oorspronkelijk het exclusieve recht bezat om de stof in te kopen en de politie-uniformen in Ruaraka te maken, hulp zou krijgen van de private sector om het productieproces te versnellen. ‘Deze week zijn de contracten getekend, zodat alle uniformen op 30 juni 2020 klaar zullen zijn,’ zei hij terwijl hij een donatie van junglegroene politiejassen in ontvangst nam van Sachen Gudka, voorzitter van de Keniase Vereniging van Fabrikanten en Pankaj Debi, voorzitter van United Aryan Limited.

Begin december 2018, een week vóór de vastgestelde deadline waarop het hele corps in het nieuwe uniform had moeten verschijnen, waren politiechefs nog bij verschillende lokale textielbedrijven op zoek geweest naar de helblauwe stof. Kibicho en oud-inspecteur-generaal van de politie Joseph Boinnet hadden met hetzelfde doel voor ogen de Rivatexfabriek in Eldoret en haar outlet in Nakuru bezocht. Verschillende fabrieken in Thika en eentje in Nairobi stonden ook nog op hun lijst.

Op 12 december, tijdens de viering van Jamhuri Day, zo was de visie van de president, zouden alle agenten het nieuwe helblauwe uniform dragen, maar dat bleek geen haalbare kaart omdat slechts een handjevol hoofdinspecteurs er een in hun bezit hadden. De gewone diender moest wachten op het bevel om – op eigen kosten – uit te wijken naar een lokale kleermaker.

Auteur: Anita Chepkoech

Daily Nation
Kenia | dagblad | oplage 220.00

Deze meest gelezen krant van Kenia schroomt niet om zich kritisch uit te laten over de autoriteiten in Nairobi. Daily Nation is onderdeel van Nation Media Group, het grootste onafhankelijke mediaconcern van Centraal- en Oost-Afrika.


Deel dit artikel


Recent verschenen