De zeven nominaties voor de European Press Prize in de categorie Innovatie betreffen journalistieke producties die de vernieuwing voor het merendeel zoeken in het gebruik van meerdere media: geschreven en gesproken tekst, foto, film, video, interactieve cartografie et cetera.
Ook de informatiedragers hebben zo nu en dan een mengvorm: papier en digitaal vullen elkaar soms aan. Hoewel alle producties aan één auteur worden toegeschreven, is het duidelijk dat de meeste in groter of kleiner teamverband zijn vervaardigd, soms ook in internationale samenwerking.
De genomineerden komen uit Hongarije, Georgië, Spanje (twee nominaties), Nederland, België en Noorwegen.
Coda Story
Coda Story van Natalia Antelava uit Georgië is niet alleen een voorbeeld van een zogeheten ‘crossmediale aanpak’ bij het volgen van crisissituaties in de wereld, maar ook van een internationale journalistieke samenwerking daarbij. Als motto heeft dit single-issueplatform ‘Stay on the story’, uitgaande van de even simpele als onduldbare werkelijkheid dat ‘crises niet eindigen als de journalisten weer uit het crisisgebied zijn vertrokken’. ‘Wij volgen één bepaalde crisis per keer, zetten er een team van internationale en lokale journalisten op dat de ontwikkelingen desnoods een jaar lang blijft volgen vanuit diverse gezichtspunten.’
Het begrip ‘crisis’ wordt ruim genomen. Het eerste onderwerp dat Coda Story aanpakte, het ‘pilot project’, was de positie van seksuele minderheden, de LHBT, in de landen van de voormalige Sovjet-Unie. Inmiddels volgt het platform nog twee recente ontwikkelingen: de Disinformation Crisis in dit tijdperk van fake news en alternative facts, waarbij de Georgische hoofdstad Tbilisi als uitvalsbasis werd gekozen, en de wereldwijde vluchtelingencrisis, waarvoor een team vanuit Berlijn opereert. Coda Story werkt onder meer samen met het Center for Investigative Reporting van de universiteit van Berkeley, de Britse krant The Guardian, het fotopersbureau Magnum en de World Policy Journal van de Amerikaanse Duke University. ‘In dit tijdperk waarin het internet is verzadigd van opinie, richten wij ons op nauwgezette verslaggeving ter plekke. Ons doel is ingewikkelde gebeurtenissen uit te leggen, de conventionele verhalen te weerleggen, gedegen journalistiek te bevorderen en de persvrijheid te verdedigen.’
Monitoring EU Funded Projects in Hungary
Monitoring EU Funded Projects in Hungary (van de Hongaar Tamás Bodoky) is het werk van een vijftienkoppig team van de nieuwswebsite atlatszo.hu, dat naging wat er is gebeurd met de miljardensubsidies die Hongarije de laatste jaren vanuit Brussel heeft ontvangen voor allerlei projecten. De productie opent met een interactieve kaart van het land, waarop in kleur is aangegeven waar in het land het meeste geld uit de Europese ontwikkelings- en steunfondsen uiteindelijk terecht is gekomen, en of in die gebieden toevalligerwijs ook de meeste parlementsleden van de regerende partijen hun woonstee hebben.
Dat bleek opmerkelijk genoeg ook het geval. Maar soms ging het nog iets verder dan dat. Zo werd aan het Balatonmeer met Europees geld een hotel gebouwd, terwijl gelijktijdig, pal daarnaast, door dezelfde aannemer en met dezelfde materialen ook de nieuwe woning voor een plaatselijke partijfunctionaris werd neergezet. In Boedapest werd een vierde metrolijn aangelegd – met aanzienlijke Europese financiële steun –, die iets duurder uitviel dan begroot. De kosten liepen gaandeweg op van 581 miljoen tot anderhalf miljard euro – en de geruchten over corruptie en verduistering zijn zeer hardnekkig. Tegen een dergelijke kostenoverschrijding kan zelfs Amsterdam met de Noord/Zuidlijn niet op.
In één geval heeft Brussel in Hongarije het Europese bureau voor fraudebestrijding OLAF (Office de Lutte Anti-Fraude) ingeschakeld.
The business model of eldiario.es
Een wat vreemde eend in de bijt is het genomineerde artikel The business model of eldiario.es, dat op naam staat van de Spanjaard Juan Luis Sánchez. Het betreft de financieringsmethode van een Spaanse nieuwswebsite, voortgekomen uit het mislukken van de papieren krant Público, die tussen 2007 en 2012 verscheen. De oprichter en hoofdredacteur van die krant, Ignacio Escolar, begon na de teloorgang van de krant de website eldiario.es met financiële steun van 20.000 ‘socios’ of ‘leden’. (Público zelf ging overigens ook door als website).
’Achter eldiario.es staat geen grote investeerders noch ondernemingen. Dat is het kenmerk van ons businessmodel: een mogelijkheid tot lidmaatschap, waardoor lezers worden uitgenodigd om deel te gaan uitmaken van een gemeenschap van burgers die dezelfde waarden delen, zoals gelijkheid, democratisering, sociale rechtvaardigheid en, de belangrijkste, de noodzaak van vrije, onafhankelijke journalistiek zonder belemmeringen’, schrijft Sánchez.
Tot in het verre verleden zagen op grond van bovenstaand principe ontelbare andere publicaties het licht. Die noemden we toen kranten (of weekbladen, of tijdschriften). Die kranten hadden ook ‘leden’ die ‘abonnees’ werden genoemd. Verander dus ‘socios’ in ‘suscriptores’ en we zijn weer bij het oude verdienmodel van de krant.
Sánchez noemt de betalende bezoekers van de site liever ‘onze partners in crime’ – ‘omdat we samen onafhankelijke journalistiek mogelijk maken’.
EU referendum tracker
EU referendum tracker van Kate Day is de Belgische inzending, maar heeft buitengewoon weinig met de zuiderburen te maken. Kate Day is een Amerikaanse die jarenlang werkte voor de Britse Telegraph Media Group in Londen, waar ze de eerste redacteur sociale media was van het dagblad The Daily Telegraph, eer ze overstapte naar het Brusselse kantoor van de Amerikaanse politieke nieuwsorganisatie Politico. Daar werd ze aangesteld als (meer commercieel dan redactioneel) verantwoordelijke voor de digitale activiteiten en de groei van de organisatie in Europa.
Day groeide op in Californië en haar eerste baantje in de journalistiek was als verslaggever van de Los Altos Town Crier, de dorpsomroeper van Silicon Valley. Vandaar haar grote belangstelling voor digitale technologie. Dat nam niet weg dat ze haar journalistieke aandacht vervolgens verlegde naar kranten in India en Bangladesh, alvorens ze naar Europa kwam.
Politico vestigde nog geen twee jaar geleden een Europees kantoor in de Brusselse Wetstraat. Day nam daar, haar achtergrond in Silicon Valley, Londen en Brussel combinerend, het initiatief om vanuit Politico voor Apple Wallet een toepassing te (laten) ontwikkelen waarmee gebruikers het laatste nieuws en vooral ook de uitslagen van het Britse referendum over een Brexit op de voet konden volgen. En dus slaakten korte tijd later meer dan tienduizend gebruikers van deze toepassing in honderd landen diepe zuchten of opgewonden kreetjes toen de uitslag van dit volksgericht bekend werd en had Politico Europe zich weer wat beter in de nieuwe markt gepositioneerd.
Maldita Hemeroteca
Maldita Hemeroteca (Verdomd archief) van (onder anderen) de Spaanse Clara Jiménez Cruz begon in 2014 als een journalistiek project op Twitter, maar is inmiddels uitgewaaierd naar het populaire programma El Objetivo van de publieke televisiezender La Sexta en de nieuwswebsite eldiario.es. De journalistiek herneemt in dit programma zijn functie van luis in de pels van de (Spaanse) politiek. Politici worden geconfronteerd met hun uitspraken en standpunten uit het verleden en hun daadwerkelijke functioneren in de alledaagse politieke praktijk.
Een voorbeeld: de Spaanse regering verhoogde kortgeleden de belastingen. Het programma dook in het ‘verdomde archief’ en vond er uitspraken van de regeringspartijen waarin deze de kiezers beloofden nooit en te nimmer de belastingen te verhogen, integendeel, zelfs tot belastingverlaging over te zullen gaan.
‘Ons doel is tweeledig,’ aldus de makers van Maldita Hemeroteca. ‘Enerzijds willen we politici dwingen ongerijmdheden in hun dagelijkse politieke handelen uit te leggen en hen zo noodzaken consistent te zijn, en anderzijds willen we het publiek wijzen op die politieke ongerijmdheden, zodat zij die consistentie van hun volksvertegenwoordigers zelf gaan eisen.’
Het programma heeft nu rond 130.000 volgers op Twitter, een wekelijks blog op eldiario.es en is een vast onderdeel geworden van het tv-programma El Objetivo, dat op zondagavonden primetime wordt uitgezonden en gemiddeld twee miljoen kijkers trekt.
The Baby in the Plastic Bag
Ook de genomineerde inzending uit Noorwegen, ‘De baby in de plastic tas’, getuigt minder van innovatie dan van journalistiek graaf- en spitwerk, vasthoudendheid en commercieel inzicht. De tabloid Dagbladet formeerde een team onder eindredactie van Bernt Jakob Oksnes, dat zich baseerde op een fait divers uit oktober 1991, toen op een kerkhof in Oslo een pasgeboren baby in een plastic zak werd gevonden. Een kwart eeuw later reconstrueerde de krant de gebeurtenissen sindsdien: wie had het kind daar achtergelaten, wie was de moeder, wat was er van het jongetje geworden? Volgens Dagbladet vergde die reconstructie twee jaar en leidde tot een reeks ‘verhalen’ in de krant en op de website. ‘De serie was een record brekend succes in Noorwegen, met meer dat een miljoen unieke bezoekers online, omgerekend een vijfde van de Noorse bevolking. (…) Het project bewijst dat kwaliteitsjournalistiek ook geld kan opbrengen: halverwege de serie kregen mensen die ervoor betaalden het volgende hoofdstuk al te lezen voordat het gratis toegankelijk werd op de site. Die strategie stuwde de verkoop van digitale abonnementen meer op dan enig ander artikel uit het bestaan van de krant.’
En dat is natuurlijk aangenaam, aangezien de oplage van de papieren Dagbladet sinds 1994 is gedaald van ruwweg 230.000 in 1994 naar 72.000 momenteel.
The Turkish Coup through the Eyes of its Plotters
The Turkish Coup through the Eyes of its Plotters coup-through-the-eyes-of-its-plotters werd gemaakt door de Nederlander Christiaan Triebert vanuit Kuala Lumpur, waar hij voor het schrijven van zijn masterscriptie journalistiek aan het King’s College was neergestreken omdat het leven in Londen hem als student te duur werd. Triebert is lid van de Britse onderzoeksgroep Bellingcat (opgericht in 2014 door Eliot Higgins, naam ontleend aan het gezegde ‘To bell the cat’), die vooreerst bekendheid kreeg door onthullingen over manipulaties met de radarbeelden van vlucht MA-17.
Op de vrijdagavond en -nacht van de poging tot staatsgreep in Turkije in juli vorig jaar stuitte Triebert op de communicatie binnen een whatsappgroep van de opstandige militairen. Hij legde die gesprekken vast en toetste, met de bentgenoten van Bellingcat, de inmiddels vertaalde gesprekken in de volgende dagen en weken nauwgezet aan andere bronnen die op internet te vinden waren, inclusief foto’s en videomateriaal, vaak, zo niet doorgaans, afkomstig van amateurs.
Zo ontstond een geverifieerd journalistiek verhaal over de mislukte coup zoals die werd beleefd door de militairen die er de aanstichters van waren, gelardeerd met feiten en omstandigheden uit andere, eveneens verifieerbare bronnen. Het verhaal vond vervolgens zijn weg over de wereld. ‘Wellicht nog belangrijker’, schrijft de jury, ‘is dat dit verhaal een licht werpt op de vernieuwende manier van verslaggeving, waarbij nieuwe open bronnen worden gebruikt om feiten te controleren en gebeurtenissen te onderzoeken.’

