In naam van het vrije verkeer van goederen liet Brussel in Europa een markt voor ‘geneutraliseerde’ wapens opbloeien, waarvan terroristen als Amedy Coulibaly dankbaar gebruikmaakten. Ondanks diverse waarschuwingen is de wet niet veranderd, constateerde de Franse onderzoekswebsite Mediapart.
Even na één uur ’s middags op vrijdag 9 januari 2015 wandelt een man in een warm donsjack met een capuchon met bontkraag over het trottoir voor de Hyper Cacher, de joodse supermarkt in de Parijse wijk Porte de Vincennes. Al lopend hangt hij een GoPro-camera voor zijn buik. De man blijft voor de ingang staan. De deur gaat open, hij verroert zich niet. Uiteindelijk zet hij de sporttas die hij over zijn schouder droeg op het asfalt, zoekt erin en haalt er een eerste kalasjnikov uit om beter bij de tweede te kunnen. Hij houdt het gebogen magazijn tegen zijn dij en de wijsvinger van zijn rechterhand gaat naar de trekker terwijl zijn linker de sporttas weer om zijn schouder hangt. Daarna richt Amédy Coulibaly zich weer op met zijn gezicht naar de Hyper Cacher. Hij mikt met de loop van zijn pistoolmitrailleur op het interieur van de winkel en haalt voor de eerste keer de trekker over.
Yohan Cohen (20), die bezig is winkelwagentjes weer bij de ingang te zetten, grijpt de metalen stang van de parkeerplek voor de wagentjes vast en valt dan brullend van de pijn op de grond. Een kogel heeft zijn wang doorboord. De moordenaar gaat het supermarktje binnen en vuurt zijn kalasjnikov diverse keren af. Een tweede kogel belandt in de buik van de werknemer van de Hyper Cacher, die zijn werkgever smeekt hem te helpen. ‘Patrice, kom gauw, ik heb zo’n pijn…’
Het wapen dat Yohan Cohen heeft gedood, het eerste en jongste van de vier slachtoffers van de Hyper Cacher, is een VZ-58 van het Tsjechische merk Ceska Zbrojovka. Alleen al dit geweer zou symbool kunnen staan voor de Europese wapenwetgeving die al tien jaar ernstig tekortschiet in naam van het vrije verkeer van goederen, zoals blijkt uit een onderzoek van de European Investigative Collaborations (EIC), een groep van negen media, waaronder Mediapart.
Hoe ziet het leven van een dood zaaiend wapen eruit, vanaf het moment dat het de fabriek verliet tot het bloedbad dat het aanrichtte in 2015 in Parijs? Op deze vraag heeft de EIC antwoord willen geven met zijn eerste onderzoek, dat iets meer dan drie maanden geleden is gestart.
Binnen de Europese Unie zijn naar schatting tachtig miljoen wapens met een vergunning in omloop. Maar de wettige levenscyclus van een wapen kan gemakkelijk worden verlengd om er een misdadig werktuig van te maken. De kalasjnikov die Coulibaly in staat heeft gesteld Yohan Cohen te executeren en die dateert van 1964, meer dan een halve eeuw geleden, is daar een van. Onder de verschillende lagen verf hebben de politiemensen de stempels aangetroffen van de firma Kol Arms, die momenteel in Slowakije is gevestigd. Net als de overgrote meerderheid van de wapens – geweren of pistolen – waarmee de terroristen in januari en november 2015 hun bloedbaden hebben aangericht, was de VZ-58 van Coulibaly afkomstig uit de wapenvoorraden van het Oostblok.
De overheden daar zijn er in alle jaren sinds de ineenstorting van de Sovjet-Unie niet in geslaagd deze wapens te vernietigen of onklaar te maken. Een buitenkansje voor de zwarte markt en, uiteindelijk, voor criminelen en terroristen, zoals het grote publiek heeft kunnen zien in de film Lord of War (2005), het waargebeurde verhaal van de wapenhandelaar Viktor Bout. In de EU zouden momenteel minstens vijfhonderdduizend verloren of gestolen wapens circuleren, volgens de Europese autoriteiten.
‘Alarmwapens’
De VZ-58 waarmee Yohan Cohen is vermoord, met het serienummer 63622, werd ongevaarlijk geacht nadat het in 2014 in Slowakije was geneutraliseerd zodat er alleen nog maar losse flodders mee konden worden afgevuurd – wat de specialisten een ‘alarmwapen’ noemen. In Slowakije behoort dit type wapens tot de categorie D, wat betekent dat ze vrijelijk kunnen worden aangeschaft door iedere volwassene. Ze zijn verkrijgbaar in wapenwinkels of, voor een paar honderd euro, bij internetbedrijven die ze vervolgens versturen per post.
In de politiearchieven zijn er legio voorbeelden. Bij het ontmantelen van een illegale wapenhandel in een Parijse voorstad eind 2012 stuitte de politie op berichten (onder pseudoniem) op sites voor jagers en scherpschutters. De handelaren boden bij opbod materiaal aan, compleet met foto’s, en maakten soms zelfs reclame met het hoofd van een klant. ‘Binnenkort krijg ik Glocks 17, 3e generatie’, beloofde een van hen. De zeldzame en veelgevraagde AK 47’s gingen als warme broodjes. ‘Je zal nog even moeten wachten want ze vliegen de deur uit en de AK die ze hadden was al gereserveerd. Je hoort van me zodra ik er een heb’, meldde een handelaar spijtig volgens een familielid van een jihadist die samen met Chérif Kouachi en Amédy Coulibaly gevangenzat voor een ander vergrijp. Een andere handelaar beloofde: ‘De AK’s zullen er vóór de kerst zijn.’
‘Deze handel is in Frankrijk volstrekt illegaal, maar in de praktijk gemakkelijk’, onderstreepte het laboratorium van de technische recherche in Parijs, dat het arsenaal van Coulibaly heeft geanalyseerd, op 20 januari 2015 in een rapport. De remilitarisering van een alarmwapen is voor een kenner kinderspel. Van onschuldig verandert het weer in dodelijk. En hoewel talloze gespecialiseerde diensten de afgelopen jaren bij de Europese autoriteiten aan de bel hebben getrokken, houdt de regelgeving van de EU nog altijd geen rekening met dit gevaar. Niet alleen rept de Europese richtlijn voor de controle op wapens uit 2008 met geen woord van de problematiek van alarmwapens, ook heeft de Europese Commissie in 2010 besloten de reikwijdte van die richtlijn te beperken.
In een rapport van de Commissie van 27 juli 2010 staat ook te lezen dat het illegaal ombouwen van alarmwapens, waarvoor de Europese autoriteiten al waren gewaarschuwd, ‘gerelativeerd dient te worden gezien het tamelijk grote aantal alarmpistolen dat binnen de Unie aanwezig is’. Ruim baan dus voor het vrije verkeer van goederen zonder het veiligheidsrisico op een objectieve manier te wegen: ‘Er zijn derhalve weinig aanwijzingen dat een Europese harmonisatie van nationale wetgeving (…) het functioneren van de interne markt zal verbeteren door het vrije verkeer van goederen aan banden te leggen, of door concurrentievervalsing tegen te gaan.’ Resultaat is het chronisch (en dramatisch) ontbreken van reglementaire harmonisatie tussen de EU-landen onderling.
In 2013 drongen sommige politiediensten er desondanks nog sterker op aan de dreiging onder ogen te zien. De Slowaakse overheid verspreidde in september van dat jaar een in het Engels gestelde poster over de risico’s van het weer ombouwen van alarmwapens tot echte wapens – het document is momenteel toegevoegd aan de bewijslast voor het gerechtelijk onderzoek naar de aanslagen van januari 2015. Het land zag zich geconfronteerd met een toenemende remilitarisering van geneutraliseerde wapens, een fenomeen dat zich volgens de Slowaakse politie ook in toenemende mate bij andere EU-leden voordoet. In 2013 maakten de eerste geneutraliseerde Slowaakse wapens hun opwachting in Frankrijk, met name in de regio Marseille, aldus een rapport van de Franse technische recherche.
Op 21 oktober 2013 publiceerde de Europese Commissie een nieuw rapport dat het probleem ditmaal onder ogen leek te zien: ‘De wetshandhavingsdiensten binnen de Unie maken zich zorgen over het feit dat geneutraliseerde vuurwapens worden gereactiveerd en verkocht voor criminele doeleinden, en dat alarmpistolen en luchtdrukgeweren tot illegale en dodelijke wapens worden omgebouwd.’ Wat had deze waarschuwing voor wettelijke consequenties? Geen enkele.
De handel gaat door. En bloeit, dankzij het gebrek aan harmonisatie tussen de verschillende Europese wetgevingsinstanties. In 2013 vertelde een handelaar die gespecialiseerd was in remilitarisering tegen Mediapart dat hij niets moest hebben van wapens die volgens de strikte Franse richtlijnen waren geneutraliseerd: ‘Ik heb ze gehad, er is van alles aan veranderd wat voor het blote oog niet zichtbaar is, het is praktisch onmogelijk om ze weer operationeel te krijgen.’ Maar onklaar gemaakte wapens uit Spanje, Oostenrijk en Duitsland waren een zegen voor illegale wapenhandelaren. Daar was alleen de loop van dichtgelast. ‘Sommigen gaan hun wapens in Spanje kopen of in de vroegere Oostbloklanden, want die zijn makkelijker te remilitariseren’, bevestigt een Franse politiefunctionaris.
In de zomer van 2014 werden in de Parijse regio wapens van Slowaakse origine – zoals dat van Coulibaly – ontdekt tijdens een onderzoek dat niet specifiek op terrorisme was gericht. In deze zelfde periode is op de site van het Slowaakse bedrijf AFG (dat ons niet te woord wil staan) de VZ-58 van Coulibaly aangeschaft door een extreemrechtse ex-militair uit de regio Lille, Claude Hermant.
Hoe verbazingwekkend dat ook lijkt, er valt op Europese schaal geen enkele belangrijke wetsherziening te bespeuren na de aanslagen op Charlie Hebdo en de Hyper Cacher
Hermant, die verdacht werd van handel in gedemilitariseerde wapens, was ook een betaalde politie-informant. Hij bevestigde tegenover de rechters dat hij de kalasjnikov had aangeschaft en doorverkocht die na de dood van Coulibaly in diens arsenaal werd aangetroffen. Maar nadat de VZ-58 was verkocht aan een tussenpersoon in de zware misdaad, een zekere Samir L., ging het spoor algauw verloren, zodat men nog altijd niet zeker weet bij wie Coulibaly het heeft aangeschaft.
De waarschuwingen van de Europese instituties werden intussen steeds dringender. In juni 2014, zes maanden voor de golf aanslagen van januari, waarschuwde een door de Commissie geïnitieerde studie naar een mogelijke verbetering van de wapenwetgeving: ‘De tijdens deze studie verzamelde gegevens wijzen erop dat de veiligheid van Europese burgers op diverse manieren wordt bedreigd, en dat er bepaalde juridische en administratieve obstakels zijn om Europese wetgeving in werking te stellen. Wij bevelen een aantal maatregelen aan om de regels voor bepaalde types wapens aan te scherpen, zoals alarmwapens.’
Een maand eerder, in mei 2014, moest het directoraat-generaal voor Handel en Industrie van de Europese Commissie tijdens een vergadering met een groep experts op het gebied van wapenhandel ronduit toegeven dat de wapenrichtlijn ‘op een principe van minimale harmonisatie was gebaseerd’.
Maar hoe verbazingwekkend dat ook lijkt, er valt op Europese schaal geen enkele belangrijke wetsherziening te bespeuren na de aanslagen op Charlie Hebdo en de Hyper Cacher. Alleen in Slowakije is op 1 juli 2015 een wet van kracht geworden die bepaalt ‘dat gedeactiveerde wapens niet meer op internet mogen worden gekocht’, aldus Petar Lazarov, woordvoerder van het Slowaakse ministerie van Binnenlandse Zaken. ‘Na iedere aanschaf van een gedeactiveerd wapen dient men voortaan over een aankoopbewijs te beschikken, en er zijn nieuwe standaardtechnieken geïntroduceerd om de mogelijkheid te beperken dat ze weer functioneel worden gemaakt’, voegt hij eraan toe.
Jaroslav Nad, defensie-expert bij de Slowaakse veiligheidspolitie, bevestigt dat deze maatregelen zijn bedoeld ‘om het risico te beperken dat deze wapens voor criminele of terroristische doeleinden worden gebruikt’. Maar twee belangrijke knelpunten zijn niet weggenomen: aan de ene kant heb je geen enkele vergunning nodig om een gedeactiveerd wapen te kopen – een aankoopbewijs volstaat –, en aan de andere kant blijft wapenhandel via internet legaal ‘voor houders van een wapenvergunning of mensen die bevoegd zijn om in wapens en ammunitie te handelen’.
Wetsherziening
Het heeft tot de 130 doden van de Parijse aanslagen in november 2015 moeten duren, in de Bataclan, op de terrassen en in Saint-Denis, voordat de Europese Commissie, de enige instantie die een gemeenschappelijk en doeltreffend kader kan bieden om dit fenomeen te beteugelen, serieus werk maakte van een herziening van de wet.
In een voorstel voor een nieuwe richtlijn voor de controle op wapens dat vijf dagen na de aanslagen van 13 november werd gepresenteerd, wordt onomwonden erkend dat de problematiek van alarmwapens ‘onvoldoende helder omschreven is in de regelgeving van de Unie’. De bekentenis in de tekst doet de haren ten berge rijzen: ‘De huidige richtlijn is niet van toepassing op alarmwapens.’ Verderop: ‘Informatie (…) duidt erop dat transformeerbare alarmwapens uit derde landen onbelemmerd toegang kunnen krijgen tot het grondgebied van de Unie, bij gebrek aan uniforme of gemeenschappelijke regels.’ De Commissie bevestigt – eindelijk – dat het ‘van wezenlijk belang is om het probleem op te lossen’, gezien ‘het grote risico dat alarmwapens tot echte vuurwapens kunnen worden getransformeerd, alsook het bewijs dat getransformeerde wapens tijdens enkele terroristische acties zijn gebruikt’.
‘Wij zullen niet langer tolereren dat de georganiseerde misdaad toegang heeft tot wapens voor militair gebruik en daarmee handel drijft in Europa,’ beloofde Jean-Claude Juncker, voorzitter van de Europese Commissie. Maar voorlopig heeft nog geen enkele wetsherziening het licht gezien, en een woordvoerder van de Europese Unie kan niet zeggen wanneer daarover gestemd zal worden.
Ondertussen lijkt niet iedereen zich bewust van het probleem. ‘Er zijn lobbyisten die druk uitoefenen op Europarlementariërs om de reikwijdte van de toekomstige wapenrichtlijn te beperken en zeggen dat de controle op wapenaankopen alleen maar eerlijke mensen zal treffen, terwijl de terroristen hun gang kunnen blijven gaan. Maar de mazen in de wet zijn al lange tijd bekend’, foetert een anonieme Franse politiefunctionaris die gespecialiseerd is in wapenhandel.
De terroristen zelf zeggen tegen wie het maar horen wil dat ze geen enkele moeite hebben om aan wapens te komen. Dat verklaarde bijvoorbeeld een zekere Reda Hame, een uit Syrië teruggekeerde jihadist, afgelopen augustus tegenover functionarissen van het Franse directoraat-generaal voor de Binnenlandse Veiligheid (DGSI). ‘“Abou Omar” zei dat het geen enkel probleem zou zijn om aan wapens en ander materieel te komen. Ik hoefde maar te vragen wat ik nodig had, in Frankrijk of in Europa. Volgens mij hebben ze hele arsenalen.’ ‘Abou Omar’ is het strijderspseudoniem van Abdelhamid Abaaoud, de coördinator van de aanslagen van 13 november.
Auteurs: Fabrice Arfi, Karl Laske en Matthieu Suc
Vertaler: Peter Bergsma
Fabrice Arfi, Karl Laske en Matthieu Suc behoren tot het European Investigative Collaborations Network, waarin een aantal vooraanstaande Europese kranten en tijdschriften samenwerken: onder meer L’Espresso, El Mundo, Mediapart, Der Spiegel, Le Soir en Politiken.
Mediapart
Frankrijk | mediapart.fr
Mediapart is een onlinemagazine dat door journalisten wereldwijd met argusogen wordt gevolgd, omdat het op eigen kracht (zonder advertenties) rendabel is geworden. Opgericht door Edwy Plenel, toen hij geen hoofdredacteur van Le Monde kon worden.

