In het populaire Omegaverse, een erotisch fantasygenre dat zich kenmerkt door ruwe, wolfachtige seks, vechten bestsellerauteurs juridische geschillen uit tegen concurrenten, die ze beschuldigen van plagiaat. Maar wat betekent auteursrecht in de wereld van fanfictie, waarin de schrijvers gebruik maken van een gecrowdsourcet collectief werkstuk?
Addison Cain woonde in Kyoto, waar ze als vrijwilliger bij een tempel werkte en onderzoek deed naar Japanse religies. Ze had eigenlijk moeten werken aan een wetenschappelijk boek over haar onderzoek, maar ging in plaats daarvan intens erotische Batman-fanfictie schrijven.
Het gebeurde bijna per ongeluk. Het was 2012 en Cain, die onder een andere naam in het Californische Orange County is opgegroeid, was net drie jaar afgestudeerd. Ze zat in haar eentje in het buitenland en had veel tijd stuk te slaan. Haar Japans was niet al te best en de Engelse boeken in de boekwinkels waren schreeuwend duur, dus begon Cain te lezen wat ze gratis online kon vinden. Al snel ontdekte ze fanfic – door amateurs geschreven verhalen met personages en plots van bekende series of films uit de popcultuur. Cain was gek op de fanfic-verhalen die zich afspeelden in de wereld van de _Dark Knight_-trilogie van Christopher Nolan. Ze ging zelf ook zulke verhalen schrijven, met Batmans aartsvijand Bane als sexy antiheld in de hoofdrol en zette die gratis online. Al snel had ze haar eigen fanbase en werd ze min of meer een ster in haar subgenre.
Een paar jaar later, ze woonde inmiddels in Arlington in de Amerikaanse staat Virginia en werkte als barkeeper, vroeg ze zich af of ze van haar hobby geen zakelijke onderneming kon maken. Haar man en haar ouders raadden haar af zoiets onpraktisch te ondernemen. Literair agenten waren al even negatief: ruim een jaar lang werden al Cains pogingen afgewezen of genegeerd. Toen adviseerde een collega-schrijver haar een manuscript te sturen naar Blushing Books, een kleine uitgeverij in Charlottesville. Een redacteur las het in één ruk uit en stuurde haar de volgende dag een contract.
Bestseller
In het voorjaar van 2016 publiceerde Cain Born to Be Bound, een bewerking van haar fanfictie. Het verhaal speelt zich af op een toekomstige aarde, waar het grootste deel van de mensheid is gestorven aan een besmettelijke ziekte en de overlevenden onder een koepel leven, opgedeeld in een wolvenroedel-achtige hiërarchie van dominante alfa’s, neutrale bèta’s en onderdanige omega’s. Een machtige, brute alfa, Shepherd, neemt een omegavrouw, Claire, gevangen en samen hebben ze ruwe, wolfachtige seks.
Cains fans plaatsten bijna honderd positieve recensies op Amazon, genoeg om haar wat zichtbaarheid te geven. Het debuut werd een hit. Snel bracht ze nog wat titels uit en de serie bracht zo’n 370.000 dollar op, volgens haar uitgever.
De twee daaropvolgende jaren bleef Cain met halsbrekende snelheid publiceren: ze gebruikte haar oudere fanfictie om elke paar maanden een nieuwe roman uit te brengen, zodat er voortdurend een boek op de algoritmisch gunstige plek van ‘pas verschenen’ uitgaven bij Amazon stond en zij een herkenbaar merk werd. ‘Steek je teen maar eens in de eroticavijver,’ zei ze in 2016 in een scifi- en fanatasypodcast. ‘Je kunt er alleen maar geld mee verdienen.’
Plagiaat
In 2018 hoorde Cain over een opkomende fantasyschrijver met het pseudoniem Zoey Ellis, die een erotische fantasyserie had gepubliceerd met een inhoud die haar akelig bekend voorkwam. Het verhaal ging over een alfa-en-omegastel en veel wolvenseks. Hoe meer Cain over de serie Myth of Omega en de eerste aflevering daarvan, Crave to Conquer, hoorde, hoe bozer ze werd. In beide boeken worden alfamannen overweldigd door de geur van omegaheldinnen, die ze vervolgens gevangennemen. In beide boeken proberen de vrouwen tevergeefs hun feromonen te onderdrukken maar kunnen ze uiteindelijk de drang om te paren niet weerstaan. In beide boeken wordt er gesnuffeld, gesponnen en gegromd; de personages nestelen in hol-achtige ruimtes, bijten in nekken om ‘eigendomstekens’ achter te laten en doen iets wat knotting heet en waarin de wolvenpenis een bijzondere rol heeft.
Cain eiste dat Blushing Books hiertegen actie ondernam. De uitgever stuurde plagiaatclaims naar ruim zes onlineverkopers, met de beschuldiging dat het verhaal van Ellis ‘een kopie’ was met scènes die ‘vrijwel identiek aan het boek van Addison Cain’ waren. Cains lezers sprongen massaal voor haar in de bres.
Het is moeilijk voor te stellen dat twee schrijvers onafhankelijk van elkaar zulke bizar specifieke fantasyscenario’s bedenken. En dat hebben ze dus ook niet gedaan, zo blijkt. Beide schrijvers hebben hun plot opgebouwd met algemeen bekende elementen uit een snel uitdijend, door fans gegenereerd literatuurgenre: ‘Omegaverse’, oftewel het Omega-universum.
De strijd tussen Cain en Ellis is een ingewikkeld voorbeeld van de intriges en oorlogjes die zich in de hele fanfic-industrie afspelen. Hoe commerciëler het genre wordt, des te agressiever auteurs hun broodwinning verdedigen. Daarbij proberen ze vaak op grond van een wet uit 1998, de Digital Millennium Copyright Act, onlineverkopers zover te krijgen dat ze boeken van concurrenten verwijderen. Om een claim te kunnen indienen moet een maker ‘er redelijk zeker van zijn’ dat zijn of haar auteursrecht op het betreffende werk is geschonden.
Maar wat betekent dat, wanneer de bronnen van dat werk terug te voeren zijn op een gecrowdsourcet collectief werkstuk? Die vraag moeten leden van de Omegaverse-community beantwoorden om partij te kunnen kiezen in het conflict tussen Addison Cain en Zoey Ellis, net als de federale rechter in Virginia die zich buigt over de vraag of de beschuldigingen van plagiaat en de gevolgen daarvan een schadevergoeding van ruim 1 miljoen dollar rechtvaardigen.
Om duidelijkheid te krijgen in de Omegaverse-strijd kun je het best kijken naar het parallelle literaire universum waar het genre vandaan komt: de grote, diverse, uitbundige en vaak pornografische wereld van de fanfictie.
Dit verschijnsel ontstond tientallen jaren geleden in de vorm van ‘Star Trek -zines’ en bloeide op toen internet het voor hartstochtelijke popcultuurfans gemakkelijker maakte om verhalen voor elkaar te vinden en te bedenken. Er zijn nu allerlei genres en subgenres, van ‘slash’ (waarin twee mannelijke personages een relatie krijgen, zoals Sherlock Holmes en dr. Watson), tot eigenaardiger kost als ‘mundane AU’ (een alternatief universum waarin magische personages in de echte wereld leven – denk Harry Potter die naar een kostschool gaat en gewone tienerproblemen heeft).
Sommige traditionele auteurs maken fanfictieschrijvers belachelijk en noemen hen creatieve parasieten, maar er valt niet echt iets tegen te doen. Dit soort werken zijn wettelijk toegestaan zolang schrijvers ze gratis posten en niet proberen verhalen te verkopen die zijn gebaseerd op materiaal waarop auteursrecht rust.
Vijftig tinten grijs
Maar het genre kon niet eeuwig het domein van amateurs blijven: daarvoor stond er te veel geld op het spel. De bestsellerserie Vijftig tinten grijs van E.L. James, waarvan meer dan 150 miljoen boeken zijn verkocht, is begonnen als fanfictie op basis van de vampierserie Twilight van Stephenie Meyer. Door personages die onder het auteursrecht vielen te veranderen in zogenaamd originele hoofdpersonen – ‘de serienummers wegvijlen’, zoals dat wordt genoemd – zijn fanfic-schrijvers als James met een grote sprong in de commercie beland.
Het specifieke fanfic-universum waarin Addison Cain en Zoey Ellis met elkaar in botsing kwamen, is zo’n tien jaar geleden ontstaan, toen fans van de serie Supernatural verhalen begonnen te schrijven waarin de twee hoofdrolspelers daarvan een liefdesrelatie hadden. De een was dan de dominante alfaman en de andere man was een vervrouwelijkte omega, vaak met het vermogen om zwanger te worden – een terugkerende trope, of verhaallijn, die ‘MPreg’ wordt genoemd. Er werd ook hondachtige en vervolgens wolfachtige seks in verweven.
Dit gegeven was razend populair en de motieven eruit werden al snel door schrijvers in andere fandoms overgenomen. Deze snel uitdijende berg verhalen ging Omegaverse heten: een gezamenlijk geschapen universum met zijn eigen regels, plotelementen en terminologie.
In fanfictie kunnen tropes en plots vrijelijk worden gedeeld
In sommige Omegaverse-verhalen komen weerwolven, vampiers, shapeshifters [wezens die van gedaante veranderen], draken of ruimtepiraten voor, andere gaan over gewone mensen. Maar vrijwel alle Omegaverse-stellen vertonen wolvengedrag. Alfa’s zijn ‘bronstig’ en omega’s maken een vruchtbaarheidscyclus door, waarbij ze feromonen afgeven die de lust van alfa’s wekken. Eén wel heel eigenaardig fysiologisch verschijnsel dat in alle Omegaverse-verhalen voorkomt, heet ‘knotting’ en is afgeleid van een echte eigenschap van de wolvenpenis: die zwelt tijdens de daad op, waardoor het parende stel fysiek aan elkaar vast blijft zitten, wat de kans op bevruchting vergroot.
Sommige auteurs gingen Omegaverse-verhalen schrijven met originele personages en achtergronden, en die commercieel publiceren. Op Amazon zijn honderden romans te koop met titels als Pregnant Rock Star Omega, Wolf Spirit: A Reverse Harem Omegaverse Romance en Some Bunny to Love: An MM MPreg Shifter Romance – een onwaarschijnlijk verhaal over een alfaman die kan veranderen in een konijn.
Dit was de winstgevende commerciële achtergrond voor de beschuldiging van Addison Cain dat Zoey Ellis haar materiaal had gestolen. Ellis vond die bewering absurd en was bereid dat in de rechtszaal toe te lichten.
Seksuele spanning
Op een dag in het voorjaar van 2019 drink ik met Ellis een kop koffie in een hotel bij het Londense Paddington Station. Ze ziet er niet uit als iemand die duistere, hitsige, soms gewelddadige erotische teksten schrijft. Ze is jong, vrolijk en werkt in het onderwijs in Londen, wat een van de redenen is waarom ze niet onder haar echte naam wil publiceren. Ze staat meestal om vier uur ’s ochtends op om te schrijven en gaat daarna naar de school waar ze werkt. Op haar auteurspagina bij Amazon noemt ze zichzelf een ‘cat mama’ die het heerlijk vindt als ‘de seksuele spanning van de pagina spat’.
Ellis vertelt dat ze in 2006 voor het eerst met fanfictie in aanraking kwam. Eerst las ze verhalen die zich in het Harry Potter-universum afspeelden en vervolgens stapte ze over naar andere fandoms, waaronder een voor de BBC-serie Sherlock met Benedict Cumberbatch in de hoofdrol. Daar maakte ze kennis met Omegaverse. Zo’n genre was ze nooit eerder tegengekomen. Ze ging voor de aardigheid eigen verhalen schrijven en begon eind 2017 aan haar Myth of Omega -serie.
Liefdesromanschrijfster Faleena Hopkins liet het woord ‘cocky’ als merk vastleggen
De eerste roman daarvan, Crave to Conquer, speelt zich af in een middeleeuwse fantasywereld en gaat over een alfakeizer die bezeten raakt van een verleidelijke undercover-omegaspion, Cailyn. Zij weerstaat zijn avances en gebruikt toverkracht om de geur van haar feromonen te maskeren, tot de biologische wetten haar te machtig worden. Om andere fans van de duistere romantiek in Omegaverse aan te spreken bouwde Ellis het verhaal op rond standaardelementen uit het genre – de wolfachtige trekken en paarrituelen, en een prikkelende meester-slaafdynamiek.
In fanfic-terminologie zouden sommige seksuele scenario’s ‘dub-con’ oftewel dubious consent [twijfelachtige instemming] worden genoemd. ‘Je moet ervoor zorgen dat je de vaste tropes van Omegaverse gebruikt, wil je door liefhebbers van dit genre erkend worden,’ zegt Ellis. Crave to Conquer en het vervolg daarop, Crave to Capture, werden begin 2018 gepubliceerd door Quill Ink Books, een Londens bedrijf dat ze zelf heeft opgericht. Lezers gaven lovende recensies op Goodreads en Amazon, en noemden de serie ‘sensationeel Omegaverse!’ en ‘de beste Omega ooit’.
Eind april 2018 kreeg Ellis een mail van een lezer die een van haar boeken had besteld bij Barnes & Noble en toen te horen had gekregen dat die niet meer beschikbaar waren. Al snel ontdekte Ellis dat al haar Omegaverse-boeken bij grote winkels waren verdwenen, vanwege een plagiaatclaim van Addison Cain en haar uitgever. Ellis vond het krankzinnig.
‘Ik snapte niet hoe iets wat ik had geschreven met tropes uit een gedeeld universum, die ik gebruikte om een verhaal te vertellen dat heel anders was dan alles wat er commercieel te vinden was, zo op de korrel kon worden genomen. Sommige momenten en scenario’s lijken vrijwel identiek, maar dan gaat het om een trope die in honderden verhalen te vinden is.’
Een advocaat stuurde bezwaarschriften uit naam van Zoey Ellis en Quill naar websites die haar boeken hadden verwijderd. Bij sommige duurde het weken voordat de titels er weer op stonden, bij andere maanden. De misgelopen verkoopinkomsten konden niet worden gecompenseerd. ‘Als nieuwe auteur bouwde ik net momentum op, en dat momentum was nu weg,’ zegt Ellis. Ze maakte zich ook zorgen dat het schadelijke label ‘plagiaat’ aan haar reputatie zou blijven kleven.
In het najaar van 2018 begon Quill Ink Books bij een federale rechtbank in Oklahoma, waar de digitale distributeur van Ellis is gevestigd, een rechtszaak tegen Blushing Books en Addison Cain. Ze eisten een schadevergoeding van 1,25 miljoen dollar wegens smaad, belemmering van Ellis’ carrière en het indienen van valse aanklachten voor inbreuk op het auteursrecht. Tijdens de zaak betoogden de advocaten van Quill dat ‘niemand eigenaar is van Omegaverse of van de verschillende tropes die typerend zijn voor Omegaverse’.
De advocaten van Ellis dachten dat ze sterk stonden, maar het kostte moeite om jurisprudentie te vinden over de vraag of fanfictie-tropes onder het auteursrecht konden vallen. ‘We bestudeerden verschillende zaken om te zien of de rechtbanken zich ooit eerder hadden uitgesproken over een kwestie die te maken had met de opkomst van dit nieuwe literaire genre,’ zei Gideon Lincecum, de advocaat die Quill en Ellis bijstaat. ‘We ontdekten dat er nog niet eerder zo’n zaak was geweest.’
De rivaliteit blijft niet beperkt tot Omegaverse-schrijvers. Nu er veel meer concurrentie is ontstaan in het online publiceren – er zijn miljoenen e-books beschikbaar op Amazon, waar dat er in 2014 nog zo’n 600.000 waren – doen sommige genreschrijvers agressieve pogingen om in hun literaire niche de sterkste te worden.
Een auteur in het populaire romantische subgenre ‘Reverse Harem High School Bully Romance’ – een trope waarin een vrouwelijk tienerpersonage verschillende agressieve mannelijke aanbidders heeft – beweerde vorig jaar dat een andere auteur haar boeken had overgeschreven en eiste dat zij die verwijderde. De beschuldigde auteur haalde haar boeken even van Amazon, maar plaatste ze na advies van een jurist toch weer op de webwinkel.
Cockygate
Andere auteurs hebben getracht gebruik te maken van handelsmerken om hun rivalen weg te werken. Schrijvers probeerden claims te leggen op veelvoorkomende uitdrukkingen of termen, zoals dragon slayer (drakendoder) en zelfs op het woord dark. In 2018 veroorzaakte de in eigen beheer publicerende liefdesromanschrijfster Faleena Hopkins een schandaal toen ze het woord cocky [hanig] als merk had laten vastleggen en andere schrijvers van liefdesromans die dat woord in hun titels gebruikten aanklaagde wegens schending van haar auteursrecht. Amazon verwijderde tijdelijk een paar boeken, waaronder Her Cocky Firefighters en Her Cocky Doctors. Nadat ze verscheidene mensen zonder succes voor de rechter had gesleept, koos Hopkins eieren voor haar geld.
Net als ‘Cockygate’ laat ook de Omegaverse-zaak zien hoe gemakkelijk de wetgeving op intellectueel eigendom als wapen kan worden gebruikt door auteurs die hun rivalen willen dwarsbomen.
Volgens de Digital Millennium Copyright Act (DMCA) kunnen particulieren of bedrijven claims wegens de schending van het auteursrecht neerleggen bij retailers, zolang ze goede gronden hebben om aan te nemen dat er inbreuk is gemaakt op hun werk. Retailers kunnen voorkomen dat ze in een rechtszaak betrokken raken door het materiaal te verwijderen, en veel websites geven gehoor aan de DMCA-claims zonder daar zelfs maar onderzoek naar te doen. Volgens juridische experts kan het systeem gemakkelijk worden misbruikt.
Op 21 mei van dit jaar bracht het Amerikaanse Copyright Office een rapport uit waarin stond beschreven hoe de 22 jaar oude DMCA het anarchistische digitale ecosysteem niet meer kan bijbenen, aangezien onlineplatforms worden overspoeld met een verpletterende hoeveelheid claims. Tussen 1998 en 2010 ontving Google nog krap drie miljoen van dit soort claims; in 2017 waren dat er meer dan 880 miljoen – een stijging van ruim 29.000 procent, volgens het rapport. Veel claims zijn terecht, maar het rapport merkt op dat er ook motieven spelen als ‘het tegenwerken van de concurrentie, intimidatie van een platform of consument, of pogingen een publicatie die de rechthebbende niet bevalt weg te werken’.
De aanklacht die Addison Cain in de Omegaverse-zaak indiende tegen Zoey Ellis, wegens inbreuk op haar auteursrecht, is volgens sommigen wel bijzonder zwak. ‘Ze zijn allebei niet bepaald origineel,’ meent Kristina Busse, de schrijver van het boek Framing Fan Fiction, die wetenschappelijke artikelen over de Omegaverse heeft gepubliceerd en als getuige-deskundige optrad voor Ellis. ‘Ze hebben allebei van fanfictie of bestaande tropes gestolen.’
Volgens deskundigen op het gebied van intellectueel eigendom geldt de bescherming van auteursrecht voor het overbrengen van ideeën via een bepaalde manier van formuleren, maar niet voor literaire tropes en standaard plotelementen. Zo kan de schrijver van een misdaadroman bijvoorbeeld geen copyright eisen voor het gegeven dat er in het begin een lijk wordt ontdekt en dat de moordenaar aan het eind wordt gepakt. Maar de Omegaverse-zaak is waarschijnlijk de eerste keer dat deze juridische argumenten worden gebruikt in een conflict over werk dat is ontstaan uit een door duizenden schrijvers informeel gegenereerd geheel aan fanfictie.
‘In fanfictie kunnen tropes en plots vrijelijk worden gedeeld,’ zegt Anne Jamison, fanfic-expert en hoogleraar Engelse taal aan de Universiteit van Utah, die sceptisch staat tegenover het idee dat er auteursrecht kan rusten op Omegaverse-tropes. ‘Er is een vage grens tussen wat van specifiek jou is en wat van iemand anders.’
Ellis was overigens niet de eerste Omegaverse-schrijver die door Cain van plagiaat werd beschuldigd. In maart 2016 had Cain op Facebook een auteur met het pseudoniem ‘Dragon’s Maiden’ ervan beschuldigd dat die minstens vijftien plotelementen had gekopieerd uit haar roman Born to Be Bred. In een antwoord, dat Cain vervolgens op Facebook zette, ontkende Dragon’s Maiden dat ze iets had gestolen, en zei ze dat ‘er wel overeenkomsten zijn’, maar dat ze er oprecht van overtuigd was ‘dat die niet verder gaan dan algemene weerwolfverhaalkenmerken of echt wolvengedrag’. Maar nadat ze in onlinecommentaren van plagiaat was beschuldigd, haalde Dragon’s Maiden haar verhaal van internet. ‘Haar fans bedreigden me, ook al leken onze verhalen helemaal niet op elkaar, behalve dat ze allebei Omegaverse waren,’ zei ze in een interview.
Twee jaar later dienden Cain en haar uitgever op grond van de DMCA-wet een verzoek in tot het van de markt halen van de eerste twee Myth of Omega -boeken van Zoey Ellis. Cain vroeg haar uitgever ook een inbreukclaim in te dienen tegen een roman van Ellis die nog niet eens was verschenen. ‘Boek drie moet ook weg. Ik wil niet dat zij nog één cent kan verdienen aan deze serie,’ schreef Cain in april aan Blushing Books, zo blijkt uit rechtbankdocumenten.
Ze wilde ook voorkomen dat Ellis een nieuwe spin-offserie van Omegaverse-boeken zou publiceren en vroeg haar uitgever in een e-mail wat die daaraan kon doen. Bethany Burke, de uitgever van Blushing Books, zag er weinig in: ‘Het probleem is, zoals je zegt, dat jij niet de eigenaar bent van Omegaverse,’ schreef ze. ‘Ik weet niet welke methode we kunnen gebruiken om haar volledig het werken als auteur onmogelijk
te maken, tenzij jíj Omegaverse als handelsmerk wilt claimen. (Wat ons misschien zou lukken.)’
Rechtszaken
Toch zet Cain de rechtszaak door. ‘De diefstal van mijn werk was zo’n klap,’ schreef ze afgelopen voorjaar in een Facebookbericht aan haar volgers. ‘Helaas word ik nu gestraft voor wat ik volgens de wet mag doen: proberen ongeautoriseerd gebruik van mijn werk te voorkomen.’ Ruim zeventig fans lieten bemoedigende reacties achter, onderstreept met hartjes en boze katjes.
Cain, die nu met haar man en haar tweejarige dochter in Virginia woont, zegt per e-mail via haar advocaat dat ze het niet eens is met de aanklachten, maar niet op specifieke beschuldigingen wil ingaan, zolang de zaak nog onder de rechter is.
De grootste ontwikkeling in de zaak tot nu toe is dat Blushing Books de hele kwestie verder aan Cain zelf overlaat. Vorig jaar heeft de uitgever toegegeven dat er geen sprake was geweest van plagiaat of inbreuk op het auteursrecht, en de rechter veroordeelde het bedrijf, dat inmiddels een onbekend bedrag aan schadevergoeding heeft betaald aan Quill Ink Books en Ellis. (Cain geeft haar werk nu in eigen beheer uit.)
Ellis en haar uitgeverij zijn een nieuwe rechtszaak begonnen tegen Cain, met de beschuldiging dat zij met kwaadaardige bedoelingen haar uitgever opdracht heeft gegeven valse auteursrechtclaims naar retailers te sturen. Cains advocaten hebben die beschuldigingen ontkend en hebben auteurs, bloggers en lezers ingeschakeld als getuigen.
Als de rechter, of een jury, Cain in het ongelijk stelt, zou deze zaak een boodschap zijn aan overijverige genreschrijvers dat de Digital Millennium Copyright Act niet dient te worden misbruikt. De andere kant van de medaille is dat auteurs van daadwerkelijk originele verhalen dan misschien ook een juridisch middel minder hebben om hun werk te beschermen. En een overwinning voor Cain zou ertoe kunnen leiden dat voortaan alles geoorloofd is; het zou auteurs ertoe aanzetten concurrenten van zich af te slaan en zich delen van het fanfictie-universum en algemene tropes in de genrefictie toe te eigenen.
Ondertussen blijft de Omegaverse bloeien. Dit jaar zijn er al meer dan tweehonderd nieuwe boeken in dit genre op Amazon gepubliceerd. In deze nieuwste lichting vind je vrijwel elk denkbaar genre en alle mogelijke tropes: liefdesromans met paranormale gedaanteverwisseling, paranormale MPreg-romans, ‘reverse harem’-romans, scifi-alienkrijgersromans. Er zijn alfa-omegafantasyverhalen met heksen, eenhoorns, draken, vampiers, mensen die in wolven veranderen, mensen die in beren veranderen en mensen die in wolven veranderen tegenover mensen die in beren veranderen. Er zijn relatief alledaagse Omegaverse-verhalen over beroemde koks, tandartsen, corpsballen, bakkers, lijfwachten en miljardairs. In een multiversum dat zindert van de verhalen is de voorraad mogelijke nieuwe tropes onuitputtelijk.
Alexandra Alter
The New York Times
Verenigde Staten | dagblad | oplage 571.500 (print) 2.900.000 (digitaal)
De krant der kranten, met als motto ‘All the news that’s fit to print’. Won meer journalistieke prijzen dan enig ander medium.

