waarom is ijsland zo corrupt scaled


Van de 300.000 IJslanders staan er 600 op de lijst van de Panama Papers. Van de 9,5 miljoen Zweden slechts 200. De IJslandse schrijver Hallgrimur Helgason zoekt de verklaring in het koloniale verleden.

Het schandaal van de Panama Papers heeft ons land als een tsunami getroffen. IJsland, een land met 330.000 inwoners, staat met 600 namen op die lijst! Zweden, met zijn 9,5 miljoen inwoners, met slechts 200 namen. Weer zijn wij de kampioenen van de corruptie en de oplichterij, de amorele idioten van 
de Atlantische landen.

Volgens de laatste ethische peiling zweeft ons eiland nu ergens tussen Rusland en Oekraïne. En als kers op 
de taart: onze premier, de beruchte Sigmundur Davið Gunnlaugsson, was de enige westerse leider die op de lijst stond, de enige minister-president die een offshorerekening heeft in het belastingparadijs Tortola, een van de Britse Maagdeneilanden. In de wereldpers zagen we hem afgebeeld naast Poetin, Assad, Porosjenko en (nog erger) Sepp Blatter. Ook al had dit onverwachte wereldteam Lionel Messi in de ploeg, toch stond het al vanaf de eerste minuut van de wedstrijd op verliezen. Want onze man, Gunnlaugsson, was de keeper. En na het eerste schot liep hij gewoon van het veld af, het stadion uit.

Het was een grote klap voor een land dat nog maar acht jaar daarvoor zwaar te lijden had gehad van de financiële crash

Als u het interview niet hebt gezien waaruit hij wegliep, moet u dat eigenlijk nog even opzoeken op internet. 
Of niet. De premier van IJsland zat gezellig tegenover een groepje internationale journalisten. De eerste vragen waren vrij algemeen, over de economische bedreiging die belastingparadijzen voor onze samenleving vormen, en toen kwamen de lastige vragen: Hebt u zelf zo’n rekening?

Voor ons waren dat onverdraaglijke televisieminuten. Lang voordat onze premier op het scherm instortte, wisten we al wat eraan kwam, en toen hij begon 
te liegen en zijn Oxford-Engels begon 
te haperen, waren de meesten van 
ons al naar de keuken gevlucht, om 
wat verkoeling te zoeken door wat verse rode pepers uit de koelkast te eten. Toen we weer terug waren in 
de huiskamer, had Gunnlaugsson de plaats delict al verlaten.

Het interview was al opgenomen op 
11 maart, maar werd op 3 april uitgezonden. Hij wist dat het zijn politieke dood betekende, maar deed net alsof dat niet zo was, vertelde niemand er iets over, zelfs zijn naaste medewerkers niet, gedroeg zich met de dag meer als een zombie, zonder dat iemand begreep waarom. Deze homerische (Simpson)karaktertrek heeft Gunnlaugsson al eerder vertoond: als er een probleem 
is, doet hij zijn ogen dicht en hoopt 
dat het overwaait.

Een bekend verhaal dat in IJsland over hem de ronde doet, 
is dat tijdens een ruzie met zijn minister van Financiën deze hem opbelde om een bijeenkomst af te spreken. Met enige tegenzin stemde Gunnlaugsson 
in met een gesprek op zijn werkkamer, maar toen de minister van Financiën daar aankwam, zat de premier al in Londen. Hij had zijn belofte gedaan in zijn dienstwagen onderweg naar het vliegveld. En deze zelfde man ging gewoon door alsof er niets aan de hand was, nadat hij was ontmaskerd als een belastingontwijkende offshoremiljonair en een internationale leugenaar, en nam pas ontslag toen de hel losbarstte, een vernedering die hij ons IJslanders had kunnen besparen.

Een heetwaterbron vlak bij de IJslandse hoofdstad Reykjavik. – © Matt Cardy / Getty
Een heetwaterbron vlak bij de IJslandse hoofdstad Reykjavik. – © Matt Cardy / Getty

Het was een grote klap voor een land dat nog maar acht jaar daarvoor zwaar te lijden had gehad van de financiële crash die was veroorzaakt door het handelen van roekeloze en hebzuchtige bankiers en zakenlieden en onbekwame politici. Sindsdien zijn ‘belastingparadijzen’, ‘geheime offshorerekeningen’, ‘Tortola’, de Britse Maagdeneilanden’ woorden waar niemand mee in verband gebracht wil worden. Nog steeds deden geruchten de ronde over oude zakenvikingen en enkele leden van de financiële elite 
die het was gelukt om het zinkende schip, de ‘IJsland 2008’, te verlaten in reddingsboten vol geld en die in de Cariben ‘offshore’ veilig aan land te brengen, maar niemand had gedacht dat het om 600 mensen zou gaan, laat staan dat er tussen die namen drie leden van de regering zouden staan. Twee van hen hadden hun rekening enkele jaren geleden al opgeheven, maar de premier niet, hoewel die rekening nu op naam van zijn vrouw stond.

Het was met name zo absurd omdat diezelfde Gunnlaugsson zich in de 
nasleep van de crash tot koning der kruisvaarders had gekroond in de strijd tegen de omgevallen banken en hun leningen, een kruistocht die uitmondde in twee referenda. In de postcrash jaren werd Gunnlaugsson de jonge en veelbelovende ‘held van de T-shirts’ (laagopgeleide en ietwat domme mannen en vrouwen die alleen gratis T-shirts dragen).

Maar toen nam zijn innerlijke Homer Simpson het over.

IJslands dieet

Al na twee weken als premier beweerde hij dat hij door zijn critici werd ‘gebombardeerd’, en kwam hij prompt met zijn ‘IJslandse dieet’, waarbij je alleen voedsel mocht eten dat in IJsland werd gemaakt. Buitenlandse etenswaren zouden namelijk een bepaalde bacterie, toxoplasma, bevatten die al het nationale karakter van vele Europese landen had aangetast, vooral dat van Frankrijk en België. (Beste lezers, vergeef me dat ik de pagina’s van uw gewaardeerde krant vervuil met zulke onzin.)

Ook beëindigde hij de onderhandelingen over onze toetreding tot de EU, werd hij steeds nationalistischer, prees ons ‘sterke karakter’ en onze ‘sterke munt’ (die in honderd jaar duizendvoudig in waarde is gedaald) die alle IJslanders met trots zouden moeten gebruiken. ‘De beste munteenheid ter wereld!’ Al die tijd was hij bezig zijn familiefortuin in vreemde valuta weg te sluizen naar een geheim, ver weg gelegen eiland vol met toxoplasmische, volslagen gek geworden vleeseters. Bovendien bracht zijn ongemakkelijke belangstelling voor de architectuur (daar zou iedere regeringsleider zich verre van moeten houden) hem ertoe te besluiten tot de bouw van nieuwe parlementsgebouwen op basis van een honderd jaar oud ontwerp van een reeds lang overleden architect.

Maar goed, zijn strijd tegen de omgevallen banken ging voort en afgelopen herfst sloot zijn regering een overeenkomst met hun schuldeisers, mensen die geld waren kwijtgeraakt toen de banken sprongen en die aanspraak maakten op hun failliete boedel. Die overeenkomst werd door enkele deskundigen bekritiseerd omdat de regering te toegeeflijk zou zijn geweest voor de (voornamelijk buitenlandse) schuldeisers. Toen werd onthuld dat het offshorebedrijf Gunnlaugssons echtgenote een van die buitenlandse schuldeisers was en dat hij tijdens de onderhandelingen twee petten op had gehad, moest hij vertrekken.

Duizenden demonstranten staan iedere dag vanaf vijf uur ’s middags voor het parlementsgebouw te schreeuwen terwijl de rest van het land zich thuis afvraagt hoe ze in godsnaam in 2013 op zo’n stelletje belastingontwijkende schoften heeft kunnen stemmen

Dus zien we een herhaling van 2008 en begin 2009: duizenden demonstranten staan iedere dag vanaf vijf uur ’s middags voor het parlementsgebouw te schreeuwen: ‘Bananenrepubliek! en ‘Waardeloze regering!’ terwijl de rest van het land thuis blijft en zich afvraagt waarom ze in godsnaam in 2013 op zo’n stelletje belastingontwijkende schoften heeft kunnen stemmen, nog geen vijf jaar na de grote crash, waarna iedere IJslander (dachten we) had gezworen opnieuw te beginnen, zich te herpakken en zich niet langer als de wolf van Wall Street te gedragen.

De mensen zijn boos.

Een tweede scheiding is altijd moeilijker dan de eerste (dat weet ik uit eigen ervaring.) En nu zijn we voor de tweede keer bedrogen. Bedrogen door achterbaksheid, hebzucht en leugens. En de namen van de 597 andere belastingontwijkers moeten nog worden onthuld. Het kan alleen maar erger worden. De regering wankelt voort, met twee vroegere belastingontwijkers in haar midden, en een nieuwe premier die vorige week nog de risee van het land was toen hij in een poging zijn vriend Gunnlaugsson te verdedigen zich liet ontvallen: ‘Het is altijd heel ingewikkeld om rijk te zijn in IJsland’ en ‘Ach, het geld moest toch ergens heen’ (moest worden weggesluisd?), zinnetjes die meteen klassiekers werden. En nu is hij de leider van het land, die Russisch uitziende boer en veearts die zich heeft opgewerkt tot slome politicus (hij schijnt een hartslag van drie per minuut te hebben), die is geboren in 1962, maar die al vanaf zijn geboorte 62 lijkt te zijn.

Ja, zelfs in 2016 zitten de IJslanders nog opgescheept met een premier die niet weet hoe je aardappels moet koken!

Deense kolonie

Dat zijn de mannen die aan het roer staan, de mannen die de volgende tsunami Panama-onthullingen die de komende weken op onze kust komt aanrollen, moeten weerstaan. Als al hun zakenpartners, vrienden, boezemvrienden, broers en neven uit hun kleren gespoeld worden en naakt te drogen worden gehangen. Natuurlijk overleeft de nieuwe regering dat niet. We geven ze hooguit twee weken.

Maar de vraagt blijft: waarom is IJsland zo corrupt? Waarom hebben wij 600 oplichters terwijl Zweden er maar 200 heeft? De verklaring moet in het verleden worden gezocht. In veel opzichten lijken we op de Afrikaanse republieken die nog maar vijftig jaar geleden hun onafhankelijkheid verkregen. Wij waren tot 1944 een Deense kolonie. Het kost tijd voordat landen volwassen worden en een degelijk politiek systeem ontwikkelen.

Net als die Afrikaanse landen wordt IJsland sinds 1944 gedomineerd door een paar stammen. De minister van Financiën van 2016 is de naamgenoot en kleinzoon van de premier van 1966. Beiden behoren tot de chique bourgeoisiestam, die zijn macht heeft opgebouwd met een magische mix van zakendoen en politiek bedrijven. 
Gunnlaugsson komt uit de wat ruwere T-shirt-stam, zijn vader bouwde een familiefortuin op door met behulp van zijn politieke positie een zeer waardevol bedrijf in zijn bezit te krijgen. Die twee stammen hebben sinds 1944 in iedere regering een zetel gehad, vaak tegelijk, zoals nu, behalve de eerste vier jaar na de crash toen links werd opgeroepen om puin te ruimen. (En niet toevallig was de premier natuurlijk een vrouw, Jóhanna Sigurðardóttir, onze enige premier die zelf aardappels heeft gekookt.)

IJsland zit als staat nog steeds in de postkoloniale fase, net als Mozambique, Oeganda, Nigeria en zelfs India. We hebben nog een paar revoluties te gaan voor we een normale Europese republiek zijn.

600 leeuwen

Vorige week onthulde een IJslandse archeologe de resultaten van haar onderzoek. Jarenlang had ze zitten piekeren over het mysterie van al onze verdwenen kerkvonten, kelken en andere zilveren voorwerpen uit de middeleeuwen, tot ze in Kopenhagen op enkele documenten stuitte waarop werd beschreven hoe die tussen 1550 en 1570, toen we ons hadden ontdaan van het katholicisme en luthers waren geworden, in vele schepen vol naar Denemarken waren getransporteerd. Al het IJslandse zilver werd naar het koninklijk paleis in Kopenhagen gebracht waar het in een grote ketel werd gesmolten. Uit die zilveren soep werden toen drie grote, zilveren leeuwen gemaakt die nog steeds te bekijken zijn in het Rosenborg Slot, en ze zien er nog steeds even ongelukkig en oerstom uit, want gestolen goed gedijt nu eenmaal niet.

Destijds werd IJsland leeggeroofd door de Denen, tegenwoordig door onze eigen Denen, de ware vampieren van IJsland. En ergens op de belastingparadijselijke eilanden op het zuidelijk halfrond liggen 600 zilveren leeuwen te zweten in het oerwoud.

Auteur: Hallgrimur Helgason
Vertaler: Paul Bruijn

Van Hallgrimur Helgason verscheen in 
het Nederlands de roman Een vrouw 
op 1000 graden (Arbeiderspers).

Die Welt
Duitsland | dagblad | oplage 202.000

Profileert zich als conservatief. Op economisch gebied zeer uitgebreid, tevens aandacht voor toerisme en de huizenmarkt. In 1946 door de Britten in Hamburg opgericht.


Deel dit artikel


Recent verschenen