ANP 484775830 2


Op 7 november nam de Duitse Bondsdag een resolutie aan met als doel het ‘Joodse leven in Duitsland’ beter te beschermen. Tegenstanders vrezen dat deze resolutie zal worden gebruikt om critici van Israël de mond te snoeren. Een overzicht van reacties in de Duitse pers.

Sinds 7 oktober 2023 is het aantal antisemitische aanvallen in Duitsland sterk gestegen. De Nie wieder ist jetzt-resolutie (‘Nooit meer is nu’) eist onder meer dat er geen overheidsgeld gaat naar organisaties die antisemitisme verspreiden. 

De regeringscommissaris voor Joods leven in Duitsland en antisemitismebestrijding, Felix Klein, noemde de resolutie een ‘zeer belangrijk signaal’, bericht Frankfurter Allgemeine Zeitung. De duidelijke uitspraken zullen ertoe leiden dat het debat objectiever wordt, aldus Klein. De ­Beierse commissaris voor antisemitisme, Ludwig Spaenle, beschouwt de resolutie ook als een sterk politiek signaal, ‘omdat ze een stevige basis heeft in de definitie van antisemitisme van de International Holocaust Remembrance Alliance (IHRA) en duidelijke aanbevelingen doet voor actie’.

Redacteur Mark Siemons reageert in diezelfde krant: ‘De resolutie over antisemitisme die nu door de Bondsdag is aangenomen, is een daad van goede wil om niet op te geven in de strijd tegen antisemitisme. Maar ze ontwijkt een cruciale vraag: onder welke voorwaarden is protest tegen het beleid van Israël precies legitiem? En wanneer is het antisemitisch?’

Geen afgebakende definitie

Volgens Siemons geeft de resolutie geen afgebakende definitie van antisemitisme, en bevatten de woorden ‘een bepaalde perceptie van Joden (…) die zich kan uiten als haat jegens Joden’ en bieden ze ruimte aan instanties om elke kritiek op Israël als antisemitisme te bestempelen. Siemons vreest dat hierdoor de vrijheid van meningsuiting en het recht op demonstratie in gevaar komen. ‘Net zoals de strijd tegen racisme nooit misbruikt mag worden om antisemitisme te rechtvaardigen, mag de strijd tegen antisemitisme niet gebruikt worden om grondrechten in te perken.’

Ook politiek redacteur Heike Schmoll toont zich in FAZ kritisch over het nieuwe besluit, dat na lang gesteggel tussen politieke partijen tot stand kwam: ‘Het is meer dan teleurstellend dat, na ruim een jaar van getouwtrek over een resolutie tegen antisemitisme, het resultaat een tekst is die grotendeels ­zonder verplichtingen blijft. Critici nemen terecht aanstoot aan het feit dat de staat bepaalt wat er onder antisemitisme wordt verstaan, vooral omdat dit zelf een onderwerp van onderzoek is.’

Toch beroept de Duitse Bondsdag zich wel op een bepaalde definitie van antisemitisme die al langer bestaat, namelijk die van de IHRA. Ronen Steinke van Süddeutsche Zeitung houdt deze antisemitisme­definitie tegen het licht. ‘Het is geen precieze, korte formulering, maar een die een heel A4’tje vult. Strikt genomen is deze werkdefinitie meer een reeks van talloze voorbeelden. De IHRA somt een aantal uitspraken op die antisemitisch “kunnen” zijn, maar dat niet per se hoeven te zijn. Een voorbeeld? “Het ontkennen van het zelfbeschikkingsrecht van het ­Joodse volk, bijvoorbeeld door te beweren dat het bestaan van de staat Israël een racistisch streven is.” Of ook: “Vergelijkingen van het huidige Israëlische beleid met het beleid van de nationaalsocialisten.” Omdat veel van deze voorbeelden te maken hebben met een mogelijke demonisering van Israël, is dit de definitie die de Israëlische regering vandaag voorstaat.’ 

‘Deze resolutie zou Joden identificeren met het Israël waartegen honderdduizenden de straat op gaan in Tel Aviv en Jeruzalem’

De Duits-Israëlische Vereniging en de regering-Netanyahu hebben dan ook jubelend gereageerd, aldus Stephan Detjen van Deutschlandfunk, omdat de resolutie de Duitse regering ‘verplicht tot onvoorwaardelijke solidariteit met Israël’ en ‘vooral dient om kritiek op de Israëlische oorlogsvoering en bezetting, die in strijd is met het internationaal recht, te delegitimeren’. Maar, schrijft Detjen, ‘met deze resolutie zou de Bondsdag niet solidair zijn met Israël, maar alleen met het deel van het land dat wordt vertegenwoordigd door Netanyahu en Ben Gvir. Erger nog, deze resolutie, die beweert de diversiteit van het Joodse leven in Duitsland te beschermen, zou Joden identificeren met het Israël waartegen honderdduizenden de straat op gaan in Tel Aviv en Jeruzalem.’

Detjen vervolgt: ‘De vele Israëliërs en Joden die vorig jaar in Duitsland werden getroffen door laster en door afgezegde optredens en uitnodigingen, kunnen alleen maar spottend lachen om deze belofte van bescherming door Duitse politici. Velen van hen – evenals voormalige rechters van het Federale Constitutionele Hof, antisemitismeonderzoekers, internationaal gerenommeerde academici en bekende intellectuelen – hebben brieven en verklaringen ondertekend met als doel de Bondsdag ervan te overtuigen af te zien van de verdeeldheid zaaiende retoriek van deze resolutie.’ 

Hoewel zij zowel de terreurdaden van Hamas als het geweld in Gaza veroordelen, wijzen die ondertekenaars erop dat deze maatregelen de vrijheid van meningsuiting inperken en de rechten van Palestijnse en Arabische gemeenschappen in Duitsland schenden. Zij roepen op tot respect voor democratische vrijheden en benadrukken dat kritiek op Israël niet gelijkstaat aan antisemitisme. Filosoof Susan Neiman spreekt over ‘verplicht filosemitisme’, aldus Berliner Zeitung, dat een negatieve tegenreactie kan uitlokken. 

Ook verschillende (Israël-kritische) Joodse organisaties wereldwijd hebben hun kritiek. In een gezamenlijke verklaring schrijven zij: ‘De resolutie bewijst lippendienst aan “alle facetten” van het Joodse leven, maar beperkt dat leven tot één element: de staat Israël.’ De ondertekenaars verwerpen de verwarring van hun Joodse identiteit met de ‘koloniale ideologie van het ­zionisme en de genocidale daden van Israël’, een verwarring die ze als antisemitisch beschouwen, en tonen zich solidair met de Palestijnen.

Migratie

Mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch publiceerde ook een verklaring waarin ze de aanname van de resolutie bekritiseert: ‘Er is in het geheim over onderhandeld, zonder brede deelname van het maatschap­pelijk middenveld.’ Bovendien erkent de resolutie weliswaar extreemrechts antisemi­tisme, maar wordt de toe­name van antisemitisme toegeschre­ven ‘aan de toegenomen migratie uit Noord-Afrika en het Midden-Oosten’.

Martin Bernstein van Süddeutsche Zeitung reageert op dat vermeende verband en op uitspraken van rechtse politici dat het huidige antisemitisme in Duitsland vooral ‘geïmporteerde Jodenhaat’ betreft: ‘Antisemitisme in Duitsland heeft geen immigratie uit moslim­landen nodig. Het is net andersom: mensen die gesocialiseerd zijn om Joden te haten, stuiten in dit land op een rechts milieu waarin antisemi­tisme nog altijd een bepalend element is. Een giftig mengsel.’ 


Deel dit artikel


Recent verschenen