Oeganda ving de afgelopen jaren ruim een miljoen vluchtelingen op, vooral uit buurland Zuid-Soedan. Ook het gastland profiteert van die genereuze welkomstpolitiek.
Op een provisorisch bestaan lijkt het allerminst: een kleine meubelmakerswerkplaats, goed uitgerust met schaafbank, zagen en hamers; wat meters verderop de even solide getimmerde hut voor het gezin. In de tuin groeien tomaten en okraplanten, op een afgeschoten stukje grond drentelen cavia’s rond. Hij fokt ze en verkoopt ze in de buurt; een kleine bijverdienste bij wat hij ontvangt voor de deuren en ledikanten uit zijn werkplaats.
Samuel Manyuon (45) is vluchteling; twee jaar geleden vluchtte hij vanwege de burgeroorlog in Zuid-Soedan. Nu heeft hij hier, in Oeganda, een thuis gevonden dat maar heel weinig weg heeft van de overvolle tentsteden die je aantreft in Kenia of oostelijk Congo. Alleen hier en daar wat witte tentzeilen met het logo van de VN doen vermoeden dat dit geen gewoon Oegandees dorp is. Dit is een vluchtelingenkamp waar elk pas gearriveerd gezin een kwart hectare land toegewezen krijgt, plus hout en golfplaten om een onderkomen te timmeren en zaaigoed om groente te verbouwen. Wie wil, mag meteen werken. ‘We mogen niet klagen,’ zegt Manyuon, ‘de Oegandese regering is erg vriendelijk voor ons.’
Er zijn veel van dit soort dorpen in het noorden van Oeganda, en meestal grenzen ze direct aan inheemse dorpen. Neem Pagirinya. De oorspronkelijke nederzetting bestaat uit slechts enkele tientallen hutten, maar rond het dorp hebben zich inmiddels 46.000 vluchtelingen gevestigd. Burgemeester Dunato Amoko, een tengere man in een T-shirt met gaten, vertelt hoe hij ruim twee jaar geleden hoorde van de grote groepen mensen die vanuit Zuid-Soedan het land binnenstroomden, op zoek naar een veilige omgeving. Zijn gemeente besloot daarop een deel van haar land ter beschikking te stellen aan de vluchtelingen: ‘Ik was zelf ooit, in de jaren zeventig en tachtig, vluchteling in Zuid-Soedan. Dat ben ik niet vergeten.’
In het begin, toen de eerste Zuid-Soedanezen in Pagirinya arriveerden, waren er problemen, zegt Amoko: ‘Vooral met jonge mannen. Sommigen schoolden ’s avonds samen, dronken alcohol en vielen onze mensen lastig. Mij ook.’ Maar doordat de oudsten van beide zijden bij elkaar gingen zitten, werden ze de spanningen de baas. ‘Onze broeders zijn welkom hier,’ zegt de burgemeester. ‘We moesten hun alleen duidelijk maken welke regels bij ons gelden.’
‘Het gaat de Europeanen heel goed. De meeste mensen daar kunnen het zich kennelijk niet voorstellen dat zij zelf ooit vluchteling zouden kunnen worden’
Mensen als George Baliraine, teamleider van het Oegandese Rode Kruis in de regio Adjumani, moeten dit regeringsbeleid omzetten in praktijk. ‘Natuurlijk zijn er problemen,’ zegt Baliraine. ‘Alleen al op cultureel vlak. Veel mannen uit Zuid-Soedan zijn gewend om conflicten eerder met geweld dan met woorden op te lossen.’ Bovendien heeft de grotere vraag in veel regio’s de prijzen opgedreven: zo kost een liter melk in de stad Adjumani tegenwoordig 2500 Oegandese schilling (ongeveer 65 eurocent), een jaar geleden was dat nog 1500 schilling.
En soms moet deze geduldige hulpverlener even diep zuchten als een paar Zuid-Soedanezen hun beklag doen over het feit dat het Wereldvoedselprogramma alleen voorziet in rode gierst en niet in witte, die ze van huis uit gewend zijn. Of dat ze hier geen koeien kunnen houden zoals in hun eigen land, maar moeizaam de grond moeten omspitten om iets te kunnen planten. ‘Maar zolang onze regering aan deze politieke lijn vasthoudt,’ zegt Baliraine, ‘gaan we die uitdagingen niet uit de weg.’
Over haar politieke lijn laat de regering geen twijfel bestaan. ‘Deze mensen zijn broeders en zusters van ons,’ aldus Bantariza Shaban, woordvoerder van de Oegandese regering. ‘Zij zijn naar ons gekomen om zich in veiligheid te brengen, velen van hen hebben thuis al hun bezit verloren.’ Het land heeft alleen al een morele verplichting om vluchtelingen op te nemen en goed te behandelen: tenslotte zijn in de jaren zeventig en tachtig veel mensen vanuit Oeganda zelf voor dictatuur en burgeroorlog gevlucht naar de buurlanden. ‘Inmiddels hebben we ons land gestabiliseerd, en nu helpen we de anderen. We doen wat we kunnen om hen zich hier thuis te laten voelen,’ zegt Shaban.
Natuurlijk volgt de woordvoerder vanuit Oeganda hoe de conflicten rond de vluchtelingspolitiek de EU momenteel bijna op de rand van de afgrond brengen. ‘Maar Merkel heeft wel gelijk,’ zegt hij. ‘Je kunt mensen die voor de oorlog in Syrië vluchten niet simpelweg terugsturen.’ Voor de eis om de grenzen volledig te sluiten, heeft hij wel een verklaring: ‘Het gaat de Europeanen heel goed,’ zegt hij. ‘De meeste mensen daar kunnen het zich kennelijk niet voorstellen dat zij zelf ooit vluchteling zouden kunnen worden.’
Wel vindt Shaban dat er duidelijk onderscheid gemaakt moet worden tussen oorlogsvluchtelingen en economische vluchtelingen – ‘die kunnen beter thuis hard werken en helpen hun eigen land op te bouwen’. En ook ‘echte’ vluchtelingen worden alleen in Oeganda opgevangen zolang er in hun thuisland nog geen vrede is: ‘Daarna moeten ze natuurlijk weer terug.’
Stemvee
Maar dat wordt door sommige critici van de Oegandese regering in twijfel getrokken. Oppositiepoliticus John Ken-Lukyawuzi meent bijvoorbeeld dat de toestroom van vluchtelingen het land kan destabiliseren. Oeganda kent nu al een extreem hoge bevolkingsgroei, de gebieden die zich voor landbouw lenen worden steeds schaarser en de werkloosheid onder jonge mannen is al gevaarlijk hoog. Veel vluchtelingen zullen op den duur blijven – ‘en als ze dan mogen stemmen, kiezen ze natuurlijk president Yoweri Museveni, de man die hen zo vriendelijk heeft opgenomen. De president weet dat hij op hen kan rekenen.’ Vluchtelingen als toekomstig stemvee om de eigen macht te consolideren?
Regeringswoordvoerder Shaban spreekt zulke verwijten tegen: de regering trekt economisch noch politiek profijt van haar welkomstpolitiek tegenover vluchtelingen; het gaat enkel om morele motieven. ‘We maken immers allemaal deel uit van een en dezelfde mensheid.’
Natuurlijk kent ook het Oegandese welkomstbeleid zijn grenzen, en die worden ook in Pagirinya inmiddels merkbaar. Burgemeester Dunato Amoko is onlangs op bezoek geweest bij de lokale vertegenwoordiger van de regering, om hem te zeggen dat het langzamerhand krap wordt; met de beste wil van de wereld kan hij niet nog meer mensen rond zijn dorp opnemen. Maar in datzelfde gesprek kwam hij ook meteen met een oplossing: ‘Onze gemeente heeft een paar kilometer verderop nog een stuk land – daar is nog plaats.’
Auteur: Tobias Zick
Vertaler: Marten de Vries
Süddeutsche Zeitung
Duitsland | dagblad | oplage 445.000
Opgericht in 1945. De intellectuele, liberale krant van links Duitsland. De SZ staat bekend om de drie-eenheid: tolerantie, onafhankelijkheid en waakzaamheid.

