wat griekenland van afrika kan leren


Op fora in Afrika wordt vaak de vraag gesteld wat het continent van Griekenland kan leren. Ecoloog en Afrikaspecialist Ian Scoones betoogt dat Griekenland, net als alle andere landen met schulden, veel kan leren door naar Afrika te kijken.

Niet alleen in Griekenland, in de hele wereld nemen de schulden toe. Door teruglopende prijzen van grondstoffen en de sterker wordende Amerikaanse dollar zijn de schulden in veel economieën onhoudbaar geworden. Hierdoor gaat een stijgend deel van de overheidsinkomsten naar de aflossing van schulden, en gaan schulden een steeds groter deel uitmaken van het totale bbp. Zo extreem als in Griekenland – waar de schuld ongeveer 178 procent van het bbp bedraagt, en inmiddels waarschijnlijk nog meer door het instorten van de economie – komt zelden voor, maar rooskleurig is het ook elders niet. Zimbabwe heeft een enorme buitenlandse schuld, die tot zo’n 40 procent van het bbp is opgelopen, terwijl andere landen in de regio, Mozambique en Tanzania bijvoorbeeld, hun schulden laten stijgen om groei aan te jagen. Maar zoals wordt gesteld in het precies op het goede moment verschenen nieuwe rapport van Jubilee Debt Campaign [JDC is onderdeel van een wereldwijde beweging die zich verzet tegen de slavernij van de schuldenlast en pleit voor alternatieve geldsystemen], verhult een dergelijke groei de toenemende ongelijkheid, evenals het feit dat overheidsuitgaven door het aflossen van de schulden jarenlang onder zware druk komen te staan. Gaan we terug naar de jaren tachtig en negentig, toen veel landen in Afrika – net als Griekenland vandaag de dag – opgezadeld zaten met een onhoudbare schuldenlast? Destijds hadden de Afrikaanse landen de bittere pil van de bezuinigingsmaatregelen van de internationale financiële instellingen gewoon maar te slikken. Griekenland en andere landen die kwetsbaar zijn voor schulden, kunnen de nodige lessen trekken uit die tijd en de nasleep ervan. De nieuwe Griekse minister van Financiën, Euclid Tsakalotos, weet waar het over gaat. In 1994 publiceerde hij in het Journal of Development Studies een artikel over de reikwijdte en de grenzen van financiële liberalisering in ontwikkelingslanden. In het Cambridge Journal of Economics bepleitte hij dat we ook in 
de economie oog moeten hebben voor waarden waar we in de samenleving belang aan hechten.

Schade

In de jaren tachtig en negentig werden in Afrika de bezuinigingsmaatregelen van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank niet ter goedkeuring aan de bevolking voorgelegd – net als in Griekenland zouden ze anders zonder meer zijn verworpen. In plaats daarvan werden regeringen van verschillende politieke pluimage gedwongen zich te onderwerpen aan vergaande structurele aanpassingen. Zimbabwe is een goed voorbeeld. De strategie die gericht was op weloverwogen groei en rechtvaardigheid, werd in 1991 verlaten ten gunste van het Economic Structural Adjustment Programme (ESAP), in Zimbabwe beter bekend als Economic Suffering for African People. We kennen de gevolgen van deze rampzalige periode, zowel op economisch als op politiek gebied [inmiddels is Zimbabwe vanwege een hyperinflatie van miljarden procenten officieel overgestapt op de Amerikaanse dollar. De werkeloosheid is nog steeds torenhoog, de landbouw functioneert niet goed en het land is in veel opzichten een dictatuur]. Wat zou er in Afrika gebeurd zijn als de structurele aanpassingen (c.q. bezuinigingen) waren vervangen door een uitgebalanceerde schuldsanering die investering en hervorming zou stimuleren en tegelijkertijd de basisvoorzieningen en kwetsbaren zou beschermen? Het antwoord kennen we niet. Zeker is wel dat de bezuinigingen langdurige schade hebben aangericht – niet alleen aan de economieën, die al decennia lang zwakke groeicijfers vertonen, maar direct aan de bevolking zelf. Velen kregen geen onderwijs. En door een sterk verminderde gezondheidszorg waren de gevolgen van de hiv/aids-epidemie die zich in dezelfde tijd over het continent verspreidde, bijvoorbeeld veel en veel erger. Er zijn lessen uit getrokken en in sommige kringen is de Washington Consensus afgedankt. [De Consensus 
is een in 1989 ontwikkeld standaardhervormingspakket door in Washington gevestigde instituten als het IMF en de Wereldbank voor landen die in een crisis verkeren.] Aan het begin 
van deze eeuw werd in ontwikkelingslanden met veel armoede en hoge schulden bij het aflossingsprogramma meer rekening gehouden met armoedebestrijding. Daar hadden sommige Afrikaanse landen baat bij, al was het maar tijdelijk.

Bijeenkomst van de VN in Addis Ababa, Ethiopië, 31 augustus 2015. – © Mohammed Abdu Abdulbaqi / Getty
Bijeenkomst van de VN in Addis Ababa, Ethiopië, 31 augustus 2015. – © Mohammed Abdu Abdulbaqi / Getty
Afrika heeft tegenwoordig nieuwe perspectieven, niet enkel het uitgebluste, falende medicijn van het IMF

Een lesje

Het is beslist mogelijk om een ondermijnende schuldenlast te voorkomen en bovendien groei en sociale rechtvaardigheid te stimuleren. Dat was ook wat na het eind van de Tweede Wereldoorlog in Europa werd vastgelegd. Griekenland was een van de partijen die het akkoord voor kwijtschelding van de schuld van Duitsland ondertekende, waarmee het voor het door de oorlog geruïneerde land weer mogelijk werd volop te groeien. De internationale conferentie in Londen in 1953 [met de Londense Schuldenovereenkomst tot gevolg] was een doorbraak voor Europa, waaraan in Brussel jammer genoeg geen voorbeeld werd genomen. Net als een paar decennia geleden in Afrika blijven de schuldeisers van Griekenland een duurzame oplossing afwijzen. Ze lijken erop uit een koppig land een lesje te leren, te vernederen zelfs. De retoriek van de betrokkenen is ronduit schokkend. Christine Lagarde, directeur van het IMF, riep op tot een overleg met adults in the room [een overleg onder volwassenen]. Afrikaanse onderhandelaars zullen zich herinneren hoe ook zij werden vernederd 
en gekleineerd door de internationale organisaties die hun pleidooi voor een evenwichtiger aanpak destijds afwezen. Zij zullen ongetwijfeld meeleven met de Grieken.

Nieuwe perspectieven

Afrika heeft de periode van structurele aanpassingen achter zich gelaten. De Washington Consensus is afgezwakt en er zijn nieuwe spelers – en nieuwe ideeën – op het veld. Anders dan Griekenland zijn Afrikaanse landen niet zo afhankelijk van een overheersende macht als Duitsland, 
en zijn ze minder gebonden aan een specifiek regionaal politiek project. Dat is een goede zaak. Afrika heeft tegenwoordig nieuwe perspectieven, niet enkel het uitgebluste, falende medicijn van het IMF en andere organisaties. Nieuwe ideeën – en financiën – komen vooral uit landen als China, Brazilië, India, Maleisië en Zuid-Korea. Op dit moment is het nieuwe door de overheid geleide developmentalism de trend. In Rwanda en Ethiopië wordt een nieuwe omschrijving van een zogeheten developmental state geformuleerd. [In een developmental state stuurt de overheid de economische ontwikkeling actief en probeert ze het midden te vinden tussen economische groei en sociale ontwikkeling.] Andere landen zijn daarin geïnteresseerd, misschien Zimbabwe ook. Ze maken allemaal gebruik van de kennis en ervaring van de opkomende landen, met name van China. Voorafgaand aan de vaststelling van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen [SDG’s] van de VN in september, kwamen in 
de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba regeringsvertegenwoordigers uit de hele wereld bij elkaar om de financiering van een verdere ontwikkeling in deze landen te bespreken.

Productiviteit en sociale zekerheid, dat zijn nu de sleutelwoorden

Het discussiestuk voor de conferentie stond bol van de mooie woorden, maar was echt anders geformuleerd dan in de laatste twee decennia van de vorige eeuw. Duurzame financiering, kapitaal en investeringen voor de lange termijn, het in evenwicht brengen van productiviteit en sociale zekerheid, dat zijn nu de sleutelwoorden. Het document is veel meer geïnspireerd op Keynes [die onder meer meende dat een overheid moet investeren in de economie om hiermee herstel te stimuleren] dan op Friedman [grondlegger van het monetarisme en de vrijemarkteconomie], en focust op duurzame ontwikkeling voor de lange termijn, niet op korte, krachtige crisisinterventies die samengaan met ideologische disciplinering en onderdrukking. De discussies van de VN in Addis Abeba raakten echter maar een klein deel van het grotere geheel. Financiering door de BRICS-landen (Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika) komt in de stukken nauwelijks aan de orde, terwijl de bank van de BRICS-landen en de nationale Aziatische, Chinese en Braziliaanse investeringsbanken steeds belangrijkere spelers worden. Dat geldt ook voor de enorme private geldstromen: de mondiale kapitaalmarkten reorganiseren zich en houden Afrika daarbij goed in het oog. Het in balans brengen van deze investeringen, het afdekken van risico’s en het vermijden van onhoudbare schulden zal de komende jaren, bij een afnemende groei van de grondstoffenmarkt, voor alle Afrikaanse landen een knap lastige evenwichtsoefening zijn. Net als veel landen in Afrika heeft Griekenland geleden onder de langetermijngevolgen van een combinatie van structurele onderontwikkeling, slecht economisch bestuur en een corrupte elite die de rijkdom door vererving binnen de familie houdt. Het wordt een moeilijke opgave om zonder bijkomend leed een oplossing te vinden voor de dilemma’s die spelen. Zonder nieuwe ideeën en nieuwe bondgenoten lukt dat niet.

Ian Scoones

De auteur is verbonden aan het Institute 
of Development Studies, Universiteit van Sussex.

Dit artikel is oorspronkelijk gepubliceerd 
op www.zimbabweland.net/blog.


Deel dit artikel


Recent verschenen