Volgens de premier van Estland is het van groot belang de EU flink gaat investeren in defensie, omdat Europa volgens haar momenteel niet in staat zou zijn burgers te beschermen. ‘Onze defensie-industrie moet op oorlogssterkte gaan draaien.’
Zestien maanden oorlog in Oekraïne hebben strategische kansen en uitdagingen aan het licht gebracht voor de trans-Atlantische veiligheid en de Europese defensie. Met de vergadering van de Europese Raad en de NAVO-top in Vilnius voor de deur is dit het moment om te zorgen dat onze defensie voldoet aan de eisen van de nieuwe veiligheidsrealiteit – want straks is het misschien te laat.
Op aandringen van Estland heeft de EU onlangs besloten Oekraïne tussen nu en maart 2024 een miljoen artilleriegranaten te leveren. Die steun is van groot belang voor Oekraïne, een stap vooruit in het opvoeren van de Europese defensieproductie en een blijk van wat we met daadkracht en eensgezindheid kunnen bereiken. De Russische agressie heeft ons eraan herinnerd dat we samen moeilijke dingen voor elkaar kunnen krijgen. Maar als het gaat om de Europese gevechtsgereedheid, doen we nog niet genoeg.
De voor een oorlog allesbepalende munitievoorraden en de ondersteunende capaciteiten van Europa voldoen niet aan de nieuwe veiligheidsrealiteit van het continent, en onze defensie-industrie heeft zich er niet snel genoeg op aangepast. We zijn maar zeer beperkt in staat tot het ondersteunen, in stand houden en snel opschalen van onze defensie. Het is onze verantwoordelijkheid als Europese leiders om hier snel verandering in te brengen, want zoals het er nu voorstaat kunnen we niet voldoen aan onze belofte om onze bevolking te beschermen en elke centimeter Europees grondgebied te allen tijde te verdedigen.
Maar hoe is het zover gekomen?
Streefcijfers
We kampen momenteel met de gevolgen van decennia van achterblijvende investeringen in de Europese defensie. Op het hoogtepunt in 2005 bedroegen de defensie-uitgaven van alle EU-landen samen 1,6 procent van het bbp, en we zijn nog steeds aan het herstellen van de flinke bezuinigingen in de jaren daarna. De afgesproken streefcijfers voor de defensie-uitgaven zijn voorlopig nog niet meer dan dat: een streven. Ook mondiaal bezien lopen de Europese defensie-uitgaven achter bij de rest van de wereld. Tussen 1999 en 2021 stegen de totale defensie-uitgaven van de EU-landen maar met 19,7 procent, terwijl de defensiebegroting van de VS met 65,7 procent steeg, die van Rusland met 292 procent en van China met 592 procent. Door de verschillen in koopkracht valt deze vergelijking nog verder uit in het voordeel van de laatste twee landen.
Ook de inflatie en structurele kostenstijgingen dragen sterk bij aan onze beperkte nominale groei. Van elke euro die naar defensie gaat, wordt maar zo’n twintig cent besteed aan aanschaf en R&D – dus aan daadwerkelijke verbetering van onze verdedigingskracht. En hoe cruciaal munitie ook is voor onze paraatheid en afschrikking, slechts een fractie van de investeringen gaat daarheen. Serieuze verbetering van de Europese defensie blijft dus nog gevaarlijk ver buiten ons bereik.
Europa moet zich instellen op de veiligheidsrealiteit van nu. De agressie van Rusland, dat voor het eerst in de geschiedenis oorlog voert in een buurland van de NAVO, leidt tot een drastische verhoging van de maatstaven waar onze defensie aan moet voldoen. Onze strategische capaciteit moet flink worden opgevoerd en onze defensie-industrie moet op oorlogssterkte gaan draaien. Wat wij nodig hebben, is een gevechtsklaar Europa dat in zijn eigen defensie voorziet. Alleen zo kunnen we een afschrikkingsmacht opbouwen die geloofwaardig genoeg is om een oorlog te voorkomen en een eind te maken aan de Russische geweldsspiraal.
Al sinds het begin van de invasie zien we Rusland in Oekraïne in één dag hoeveelheden artilleriemunitie afvuren die gelijkstaan aan wat Europa maandelijks produceert. Capaciteit en uithoudingsvermogen zullen de uitkomst van deze oorlog bepalen. Precisieaanvallen, luchtafweergeschut en antitankwapens zijn allemaal van vitaal belang gebleken voor Oekraïne, maar om stand te kunnen houden heeft het land constant schreeuwende behoefte aan meer munitie. Daar moeten wij in onze defensieplannen rekening mee houden. We moeten bij het aanleggen van munitievoorraden niet langer rekenen in hoeveelheden voor dagen maar voor maanden. Tien dagen oorlogscapaciteit te land voor honderd brigades van Europese bondgenoten kost honderd miljard euro. En dat is alleen nog maar voor de pantserinfanterie. Europa moet van alle categorieën munitie die bepalend zijn voor de strijd de voorraden op peil brengen, en dat gaat biljoenen kosten.
Ik weet uit eigen ervaring hoe moeilijk het is om voor hogere defensie-uitgaven te pleiten
Eerste vereiste hiervoor is een sterke technologische en industriële basis. Langdurige afnamecontracten van overheden kunnen Europese defensiebedrijven helpen hun productie en capaciteit op te voeren. Maar spoed is geboden. In 1933 bestond er in Estland niet genoeg politieke steun voor verhoging van de defensiebegroting, en een vertienvoudiging van die begroting in 1939 kwam te laat om ons nog te behoeden voor de daaropvolgende invasie en bezetting. De Europese Raad heeft in Versailles vorig jaar toegezegd meer te gaan investeren in defensie, met name in een aantal strategische tekortkomingen. Die belofte moet nu in daden worden omgezet.
Als de bondgenoten volgende zomer in Washington het 75-jarig bestaan van de NAVO vieren, moeten wij Europeanen laten zien dat we niet alleen in ons denken een strategische omslag hebben gemaakt, maar ook in de praktijk. Ik weet uit ervaring hoe moeilijk het voor een democratisch gekozen leider is om voor hogere defensie-uitgaven te pleiten. In Estland trekken we de defensie-uitgaven op naar 3 procent van het bbp en verhogen we ook de belastingen. Maar Europa heeft vaker blijk gegeven van haar slagkracht. Zomaar twee voorbeelden: NextGenerationEU, het coronaherstelfonds van 806,9 miljard euro, en de 758 miljard waarmee de gevolgen van de energiecrisis worden verzacht. Nu is er weer behoefte aan een gezamenlijke strategische inspanning, ditmaal gericht op de gevechtsklaarheid van de Europese defensie. De EU moet haar belofte nakomen, leiderschap tonen en meer geopolitiek gewicht in de schaal gaan leggen. Waar het met individuele inspanningen niet lukt, moet met vereende krachten een stap vooruit worden gezet.
Lees ook:

