welkom in het mysterieuze sovjet spookstadje pyramiden waar overtuigingen belangrijker zijn dan overleven scaled


Nadat zijn vriend naar een ziekenhuis is afgevoerd, gaat de auteur mee op een toeristenexcursie naar de verloren Noordpoolstad Pyramiden. Ondanks dat er maar drie mensen wonen (en des te meer ijsberen), de voorraden beperkt zijn en contact met de buitenwereld nog beperkter, besluit hij te blijven op deze plek waar ‘menselijkheid wordt geëerd, maar mensenlevens niet’. Een met mierikswortelbrandenwijn overgoten reisverhaal.

Hoe verder je van huis weg bent, hoe vreemder alles wordt en waar je ook vandaan komt, niets is verder weg dan de Noordpool. Daar ligt Longyearbyen, op een archipel die Spitsbergen heet, in de Poolzee. Hier wonen meer dan 2000 mensen, onder wie honderden kinderen die zijn gered uit hun eigen huis waar ze mishandeld werden. Voor iedereen hier gelden de Noorse wetten – en enkele bizarre bepalingen, waaronder een die de dood verbiedt. Je kunt niet doodgaan in Longyearbyen, hoe hard de plek ook zijn best doet om je om zeep te helpen. Het permafrost ontdooit in een tempo van zo’n 4 centimeter per jaar en daarmee ook de graven van lijken vol virussen (kennelijk is de dood hier niet altijd verboden geweest). Het klimaat zorgt ervoor dat de lichamen niet vergaan, tot vreugde van de weinige dieren die de poolwinter kunnen overleven, namelijk de vleesetende – en verrassend snelle – ijsberen die er de oorzaak van zijn dat je hier altijd een geweer bij je moet hebben.

Ik kwam hier eind oktober aan, op de laatste etappe van een reis door het Noordpoolgebied met een vriend, aan het begin van van de lange poolnacht. Maandenlang is de hemel gehuld in duisternis, afgezien van de groen-rode gloed van het noorderlicht.

De stad is gebouwd op een immens blok ijs, gelegen tussen twee ijzige toppen. Er zijn nauwelijks winkels of gebouwen, en de paar die er zijn, verkopen van alles. Bij de kledingwinkel kun je een Mauser-geweer huren en bij de supermarkt een brief versturen. Alle producten – van zout tot cognac – moeten van buitenaf aangevoerd worden, dankzij een klimaat waarin zelfs de meest geharde planten het niet redden. Ook bevindt zich hier de Wereldzadenbank, een futuristische, ondergrondse bunker waarin miljoenen zaden van over de hele wereld liggen opgeslagen – en die zelfs een nucleaire catastrofe kan overleven.

Toen ik in de stad was, gebeurde er niet zo’n allesvernietigende ramp, maar niet lang na onze aankomst kreeg mijn vriend hoge koorts. Longyearbyen heeft het noordelijkste gezondheidscentrum ter wereld. Maar aangezien de dood hier geen optie is, brengen ze je, als je echt ziek wordt, vriendelijk maar beslist terug naar het Noorse vasteland, en dat gebeurde dus ook met mijn vriend.

screenshot 2019 07 26 15 22 11

De verloren Noordpoolstad

Na zijn vertrek zwierf ik doelloos door de stad, tot ik ergens verscholen in een gebouw een cognacbar vond. De eigenaar was een Ierse hipster met gevangenistatoeages en een levensverhaal dat in teleurstelling eindigde. Hier had iedereen kennelijk zijn eigen mysterieuze reden om de beschaving de rug toe te keren.

Na een paar borrels liep ik naar de pier, waar een groepje toeristen net aan boord van een boot stapte. Ik vroeg de gids waar ze naartoe gingen. ‘We varen naar Pyramiden,’ antwoordde ze, ‘de verloren Noordpoolstad.’

Ik had zelfs nog nooit van Pyramiden gehoord. Maar aangezien de meeste toeristische bezienswaardigheden in Longyearbyen in de donkere poolmaanden gesloten zijn en dit de laatste dag van mijn reis was, besloot ik mee te gaan met de groep – enkele toeristen en de Filipijnse bemanning.

Onderweg naar Pyramiden werd de boot even stilgelegd voor de lunch: dwergvinvissteak en wat miljoenen jaren oude ijsblokjes om de achttien jaar oude Macallan-whisky in mijn glas te koelen. ‘Dat is het zuiverste water op aarde, maar er zitten totaal geen voedingsstoffen in – zelfs geen vitaminen,’ vertelde een Filipijns bemanningslid me. ‘Dus als je hier woont en je leeft op dit ijswater, dan moet je pillen slikken.’
Het was zes uur varen, maar al snel waren we buiten bereik van elk communicatiemiddel en het enige vermaak aan boord waren de walvissen en walrussen die door de ijsblauwe wateren met ons mee zwommen.

Toen we de haven van Pyramiden naderden, kregen we een streng praatje van onze Scandinavische gids, die ons twee uur gaf om op verkenning uit te gaan. ‘Ga alstublieft niet te ver weg,’ zei ze. ‘U moet zich houden aan de instructies van de plaatselijke vertegenwoordiger en het is verboden om ergens naar binnen te gaan, zelf iets te gaan bekijken of iets aan te raken, behalve wat hij u laat zien. Ik blijf op de boot, dus houd u alstublieft zorgvuldig aan deze regels, want u komt nu op Sovjetterritorium.’

‘Bedoelt u niet Russisch?’ vroeg ik.

‘Nee,’ antwoordde ze met een geforceerd lachje. ‘Sovjet.’

Het enige vermaak aan boord waren de walvissen en walrussen die door de ijsblauwe wateren met ons mee zwommen

Er wonen maar drie mensen op Pyramiden en een daarvan was onze gids voor die middag. Iwan, een twee meter lange, kale Oekraïner met een blonde Vikingbaard en doordringende blauwe ogen, zag er even woest en mysterieus uit als de plek waar hij woonde. Hij droeg thermische soldatenkleding, had een geweer en een pistool bij zich en een gordel met 8 mm patronen over zijn borst.

We maakten kennis met Iwan bij de ingang van het stadje, aan de voet van een hoog, rood, driehoekig monument waarop in het Russisch en in het Engels de naam van het stadje stond. Daarachter begon een smal dal in de beschutting van besneeuwde bergtoppen die een vreemde schaduw wierpen over de tientallen gebouwen van de nederzetting.

Iwan leidde ons rond over het centrale plein. Zijn manier van doen en houding waren heel Russisch: hij deed geen moeite vriendelijk of behulpzaam te zijn. Deze rondleiding zag hij duidelijk als zijn patriottische plicht en hij vervulde die met oprechte toewijding. Zijn Russisch ging niet goed samen met de Macallan, dus ik verstond nauwelijks een woord van wat hij zei. Toch klonk hij overtuigend.

Wat ik ervan meekreeg was dat de Zweden in 1910 Pyramiden hadden gebouwd voor de kolenwinning. Ze noemden de nieuwe mijnwerkerspost naar de omringende gletsjers, die doen denken aan het piramidecomplex van Gizeh in Egypte. Niet lang na de stichting van Pyramiden hadden de Zweden het weer verlaten en zeventien jaar later verkochten ze het aan de Sovjets.

In de jaren veertig van de vorige eeuw besloten de Sovjets om van Pyramiden een nederzetting te maken, en ze stuurden er duizend mannen, vrouwen en kinderen naartoe om deze poolwildernis te temmen. Ze ontwierpen gebouwen, plaveiden wegen, dolven kolen en brachten er vanuit Siberië zand en gras naartoe. Waarom de Sovjets dit deden is nog steeds een raadsel. Het had iets te maken met de grootsheid van het imperialisme; als de USSR het Noordpoolgebied kon veroveren, dan kon het alles veroveren. Omdat de nederzetting dicht bij Amerika lag was het volgens sommigen een strategisch bruggenhoofd voor het verzamelen van inlichtingen of misschien zelfs voor een verrassingsaanval. Anderen hebben zich afgevraagd of de plek diende om spionnen te trainen of als geheime proeflocatie voor onconventionele wapens.

Wat de reden ook was, om hier te overleven had je creativiteit nodig, en uithoudingsvermogen. Gevangen in de natuur maar vrij van de politiek heeft deze Sovjetijskolonie het meer dan vier decennia uitgehouden en zelfs een bloeitijd gekend. In 1998, jaren na de ineenstorting van de USSR, zijn de bewoners van Pyramiden vertrokken. De kolenmijn was blijkbaar niet winstgevend. Maar die was ook nooit winstgevend geweest. Ik vroeg me af wat de echte reden was geweest voor hun vertrek. Wat had deze plek in een spookstad veranderd, een tijdcapsule van zijn communistische verleden?

Tegengif

Terwijl we verder gingen met onze rondleiding, zag ik de overblijfselen van die bewoning om ons heen: houten hutten langs de hoofdstraat waarin de vrijgezellen van de nederzetting gehuisvest waren, en ook een statig gebouw in Sovjetstijl, dat ‘Het Gekkenhuis’ werd genoemd en waar gezinnen hadden gewoond. (De bijnaam was naar het schijnt geïnspireerd op het gelach en geschreeuw van de kinderen.) Hier en daar langs de hoofdstraat stonden art-nouveaugebouwen – allemaal prachtig onderhouden – zoals een chique eetzaal en een ‘cultuurpaleis’, dat kon bogen op een vleugel die Iwan ‘Red October’ noemde. Er waren ook een school, een ijshockeybaan en een overdekt zwembad. Vlakbij liep een kolenspoorlijn vanaf de nederzetting beneden naar de top van de noordwestelijke gletsjer. In het centrum van het stadje stond een standbeeld van Vladimir Lenin, die met loensende ogen streng uitkeek over deze Noordpool-rivièra. Achter Lenin stond een enorm gebouw, een vroeger overheidsgebouw, dat naar ik aannam werd gebruikt voor inlichtingenzaken.

Iwan ging verder met zijn verhaal en of het nou kwam doordat de Macallan een beetje zakte, ik begon langzaam te begrijpen wat hij zei. ‘Pyramiden was bedoeld als de utopische Sovjetgemeenschap,’ zei hij, een plek ‘waar elke buitenlander zonder visum kon binnenkomen, die diende om de Sovjet-Unie op zijn best te laten zien en bewees dat het communisme niet alleen kan werken, maar zelfs een ware hemel op aarde kan zijn’.

De groep nam selfies met Lenin, maar ik kon een grinnik niet onderdrukken.

‘Waarom lacht u?’ vroeg Iwan bestraffend. ‘Dit is onze grote cultuur.’

‘O nee, kameraad,’ verzekerde ik hem. ‘Ik had gehoord dat ik, als ik maar ver genoeg naar het noorden reisde, de Kerstman en zijn rendieren zou tegenkomen. Maar blijkbaar is het omgekeerde waar. Als de Kerstman een symbool van buitensporige kapitalistische consumptie is, dan is een beeld van Lenin zeker het tegengif!’

‘We zijn niet alleen. Er zijn duizenden boze ijsberen overal om ons heen.’ – © HH
‘We zijn niet alleen. Er zijn duizenden boze ijsberen overal om ons heen.’ – © HH

Iwan kon er niet om lachen en joeg ons voort voor de rest van de rondleiding. Waren de gebouwen aan de buitenkant net een eigenaardig communistisch museum, van binnen leken ze wel de set van een Sovjethorrorfilm: er was een kinderslaapzaal met rijen bedden, onder elk bed een po en een paar keurig recht geplaatste kinderschoentjes. De tafeltjes in het klaslokaal lagen vol boeken en pennen, Sovjetstrips en half afgemaakte sommen, alsof er halverwege de les een brandalarm was afgegaan en iedereen op de vlucht was geslagen.

‘Waarom zou je in dit ijskoude, eenzame niemandsland willen wonen?’ vroeg ik aan Iwan.

‘We zijn niet alleen,’ antwoordde hij. ‘Er zijn duizenden boze ijsberen overal om ons heen.’

Onze excursie eindigde bij het Pyramiden Hotel, een stijlvol gebouw met een in Stalin-rood geschilderde lobby. Daar is een kleine, rijkelijk gevulde bar die Iwan en anderen onlangs hebben hersteld, nadat er een ijsbeer was binnengedrongen en de biervoorraad had opgemaakt. Zei hij tenminste.

Achter de bar stond een negentienjarige Rus met zwart vlinderdasje en vest, die door Iwan vriendschappelijk ‘Tom Cruise’ werd genoemd. Hij had in de verte inderdaad iets weg van de acteur en zijn outfit leek op een vreemde manier logisch, gezien de omstandigheden. Die draagt hij maar eens per maand een half uur, maar hij stelde duidelijk eer in zijn werk en in zijn voorkomen. Tom Cruise sprak geen woord Engels – net zo min als de derde ‘Sovjet’ op deze gletsjer, een kokkin van in de vijftig die Irena heette – maar toen ik op een vreemde fles gedistilleerd met een verdacht uitziende wortel erin wees, zei hij Chrain, een woord dat ik kende van mijn Pools-Israëlische oma. Chrain is een plaatselijk gestookte mierikswortelbrandewijn en de volmaakte remedie tegen ijzig weer en heimwee.

Na een paar glazen spoorde Iwan de groep aan zich klaar te maken om het hotel te verlaten voor onze lange reis terug naar Longyearbyn. Iedereen wilde zo te zien graag weg, maar ik was nog steeds geïntrigeerd door Pyramiden, door de geschiedenis en de doelen van de nederzetting. Wilde Rusland zijn soevereiniteit over Pyramiden houden, zo had Iwan me verteld, dan moesten er altijd minstens twee burgers wonen. Maar waarom zou Moskou iets geven om dit bevroren Sovjetkerkhof? Was er hier olie? Goud? Een of ander verborgen geheim dat ze moesten beschermen?

Daar wilde ik achter komen.

Mierikswortelbrandewijn

Deze vragen wervelden door mijn hoofd, en vermengden zich met de mierikswortelbrandewijn, terwijl Iwan de anderen uitgeleide deed naar de bus die hen naar de boot terug zou brengen. Ik bleef achter. Hij trof me aan op de divan en zei dat ik meteen moest vertrekken. Daarbij hield hij zijn handen stevig om zijn geweer geklemd. De volgende boot, legde hij uit, zou pas over een aantal dagen komen.

‘Nee, bedankt,’ zei ik. ‘Ik blijf.’

‘Wat?’ riep hij uit. ‘U kunt niet blijven. Er is hier niemand behalve wij, de drie Sovjets; de voorraden zijn beperkt en er is geen contact met de buitenwereld. Ik spreek een beetje Engels, maar mijn kameraden verstaan er geen woord van. Er is hier niets voor u.’

Dat kon me niet schelen en de bus vertrok zonder mij. Iwan mompelde iets in het Russisch en keek me minachtend aan. Het enige woord dat ik verstond was ‘Jid’ – een oud Russisch antisemitisch scheldwoord.

Ik zat vast in een afgelegen buitenpost in het Noordpoolgebied, volkomen afhankelijk van woeste, gewapende mensen die mij op zijn best als een ongewenste lastpak beschouwden, en dus deed ik het enige verstandige dat ik kon bedenken: ik bestelde verscheidene rondjes mierikswortelborrels tot de fles leeg was en Iwan voor het eerst een grijns liet zien.

‘In de noordelijkste delen van de wereld bestaat een gebruik,’ zei hij, ‘dat je een borrel moet drinken waarvan het alcoholpercentage even hoog is als je breedtegraad. Hoe hoger en kouder je zit, hoe sterker de borrel – en hoger dan hier kun je niet komen. Dus ik heb tegen Tom gezegd dat hij je een “poolborrel” moet inschenken, ook wel bekend als een “tot-morgencocktail”.’

Tom Cruise deed wat hem gezegd was en mixte wat blauwe, groene en rode drankjes door elkaar. Van de uren daarna herinner ik me weinig.

Ik werd wakker in het donker, in een vreemde kamer, met een bonkende hoofdpijn. Er was geen telefoon in mijn kamer en voor de ramen zaten luiken. De lucht was koud en ik had het gevoel dat ik gevangen zat in een vreemde, heldere droom waaruit ik niet kon ontwaken. Ik ging de kamer uit en begon in een bordeauxrode gang op deuren te kloppen om te proberen mijn Sovjetgastheren te vinden. Verwarring ging over in paniek, terwijl ik van de ene verdieping naar de andere liep; ik moet op wel honderd deuren hebben geklopt. De hele zaak was verlaten (mijn nieuwe kameraden sliepen blijkbaar ergens anders).

Uiteindelijk kwam ik beneden in de lobby en ging naar de bar, in de hoop dat het ook bij ijsberen geliefde bier me van mijn kater kon genezen. Daar zag ik een geweer en een bos sleutels, die me verleidden om vrijelijk op zoek te gaan naar de geheimen van Pyramiden, zonder beperkingen, censuur, bescherming of gezond verstand. Het was zowel gevaarlijk als strafbaar om in mijn eentje de stad te gaan verkennen – en het leek me even afschrikwekkend om de rest van mijn leven in een Russische gevangenis door te brengen als om het te beëindigen als ijsbeer-borsjt. Ik pakte de sleutels en het geweer, ritste het sneeuwpak dicht en stapte naar buiten, de bevroren toendra op.

Onmiddellijk was het of de stikdonkere Noordpoolkou me met huid en haar verzwolg. Ik liep de weg af naar het Gekkenhuis, waar aan de muren van de gangen posters hingen van Russische namaak-Disneyfiguren en in de kamers familiefoto’s stonden van kinderen die rondjes draaiden in een draaimolen, volwassenen die zaten te kaarten, paren die dansten of een ijshockeywedstrijd speelden. Ik vond zelfs wat nummers van Playboy verstopt in zelfgetimmerde houten kasten. Alles herinnerde aan het leven dat door deze nu verlaten ruimtes had gebruist.

Het meest geïntrigeerd was ik door het gebouw waarvan ik vermoedde dat het een plaatselijk KGB-hoofdkwartier was geweest, dus stak ik de hoofdstraat over naar het standbeeld van Lenin. Opeens werd de duisternis doorboord door een straal en het noorderlicht verscheen, tientallen vallende sterren vlogen horizontaal naar elkaar toe, tot er een groen web opgloeide in de duisternis. Pyramiden twinkelde van verrukking en zelfs Lenin oogde tevreden. Ik voelde me geweldig uniek, alsof het heelal mij een privévoorstelling had gegund.

Maar, zoals ik al snel ontdekte: ik was niet alleen.

IJsberen kunnen een sprint trekken met een snelheid van wel 40 kilometer per uur en je kunt hun aanval alleen overleven door ze dood te schieten of heel snel dekking te zoeken

Terwijl de groene lichten vervaagden, werd de stilte verbroken door de eerste brul. Hij klonk angstwekkend dichtbij, maar ik wist niet precies waarvandaan. Ik zat vast aan het eind van de wereld, angstig in elkaar gedoken achter Lenin, in de hoop dat het grote standbeeld als vogelverschrikker zou werken. Al snel herinnerde ik me dat dit geen enkele zin had; ijsberen kunnen een mens met dodelijke precisie ruiken. Ze kunnen een sprint trekken met een snelheid van wel 40 kilometer per uur en je kunt hun aanval alleen overleven door ze dood te schieten of heel snel dekking te zoeken.

Ik probeerde me mijn militaire training voor de geest te halen. Ik stopte patronen in de kamer van mijn wapen en richtte het de duisternis in. Maar zelfs het Israëlische leger is niet zo paranoïde dat het zijn soldaten traint om zich een leger bloeddorstige ijsberen van het lijf te houden. Ik wachtte, duizelig en verdoofd van angst, wel een uur lang, zo leek het. Een vreemde, verstikkende vermoeidheid bekroop mijn lichaam. Ik overwoog te bidden, maar het was onmogelijk om dat te doen zoals het hoorde. Joden hebben verschillende gebeden voor elk deel van de dag. Ook moeten we ons gezicht naar Jeruzalem wenden. Maar hier, in dit godverlaten voorgeborchte, waar de zon niet opkomt of ondergaat, waar tijdzones bij elkaar komen, welke richting je ook kiest, was dat onmogelijk uit te voeren.

Mijn beste kans was te proberen het hotel te bereiken. Ik had nog maar nauwelijks een stap kunnen verzetten, of er klonk opnieuw gebrul, nu tien keer zo hard en uit de richting van het Gekkenhuis. Ik hield het geweer in de richting van het geluid en toen hoorde ik een derde brul, nog dreigender dan de twee daarvoor. Voor het eerst zag ik een schaduw in het duister die over de straat rende. Het hotel was te ver weg, besefte ik. De enige plek waar ik veilig heen kon komen was het ‘overheidsgebouw’. Ik rende erheen en frunnikte met de sleutels. Mijn vingers voelden bevroren aan. Het gebrul werd luider en geen van de sleutels leek te passen. In doodsangst ramde ik het geweer tegen het raam van het gebouw en sloeg het glas stuk.

Ik stapte naar binnen en rende snel de trap op, langs de Sovjetpropagandaposters op de eerste verdieping. Ik deed een zware houten deur open en ging een kamer binnen waar een schilderij me vanuit een hoek aanstaarde – menselijke schedel geschilderd op een zwart zijden doek. Aan de binnenkant van de deur hing een driehoekige tekening waarop de gebouwen van de nederzetting aan elkaar waren verbonden. Het gebouw waarin ik mijn toevlucht had gezocht vormde de top van de driehoek. Boven de piramidevorm was een oogvormig figuur getekend rond het hoogste bouwwerk in Pyramiden – de top van de kolenmijn. Eindelijk, dacht ik, een paar aanwijzingen. Maar wat betekenden ze?

In de volgende kamers lagen stapels documenten en boeken en op de muren stonden predicatenlogica-vergelijkingen gekrabbeld. Daartussen stond ook een citaat in het Engels van Friedrich Nietzsche, dat me nog steeds achtervolgt:

‘What did we do when we unchained the Earth from its sun? Whither is it moving now? Whither are we moving now? Away from all suns? Are we not perpetually falling? Backward, sideward, forward, in all directions? Is there any up or down left? Are we not straying as through an infinite nothing? Do we not feel the breath of empty space? Has it not become colder? Is it not more and more night coming on all the time? Must we not ourselves become gods simply to be worthy of it? There has never been a greater deed; and whosoever shall be born after us—for the sake of this deed he shall be part of a higher history than all history hitherto.’

(Wat hebben we gedaan, toen we de Aarde losmaakten van haar Zon? Waarheen gaat zij nu? Waarheen gaan wij nu? Weg van alle zonnen? Blijven we nu voor eeuwig vallen? Achteruit, opzij, vooruit, in alle richtingen? Is er nog een boven of beneden? Dwalen we niet als door een oneindig niets? Voelen we niet de ademtocht van lege ruimte? Is het niet kouder geworden? Is het niet voorgoed nacht geworden? Moeten we niet zelf goden worden, alleen omdat onze daad dat waard is? Er is nooit een grotere daad geweest; en wie na ons geboren wordt – hij zal vanwege deze daad deel uitmaken van een hogere geschiedenis dan alle geschiedenis tot nu toe.)

Uren later sloop ik door het donker terug naar het hotel. Ik was moe. Ik had het ijskoud. Maar ik was niet levend opgegeten.

‘Zavtrak, Zavtrak,’ zei de stem achter mijn deur. Het was Tom Cruise, die me naar beneden riep om iets te eten dat Irina had klaargemaakt – boterige havermout, koude plakken vlees, een Russische salade en frambozensap.

‘Goedemorgen,’ zei Iwan met een glimlach. ‘Hoe heb je geslapen?’ Ik wilde heel erg graag dat hij een paar van de teksten die ik de nacht tevoren had gevonden voor me vertaalde. Ik wilde ook dat hij met me naar de kolenmijn zou gaan. Ik wist dat hij daar waarschijnlijk bezwaar tegen zou maken, dus besloot ik om hem dronken te voeren. Nog eens. Op een tafeltje zag ik een spel kaarten liggen.

‘Durak?’ zei ik.

Tom Cruise sprong op van zijn stoel en keek me vol ongeloof aan. Iwan was zo te zien ook opgetogen. ‘Kun je Durak? Nou, waarom heb je dat niet eerder gezegd? Je hoeft geen Russisch te spreken om met Russen te kunnen opschieten – je hoeft alleen maar goed te drinken en Durak te spelen.’

‘Laten we een ochtendcocktail inschenken en de kaarten schudden,’ zei ik. ‘De winnaar mag alles aan de verliezer vragen wat hij maar wil.’

Drinken en elkaar beledigen

Durak is Russisch voor ‘idioot’ en zoals bij alles wat Russisch is, kent het geen winnaars. Drinken en elkaar beledigen zijn een belangrijk onderdeel van het spel. Dus dat deden we, van harte.

‘Je speelt als een jood,’ gromde Iwan.

‘Nou, dat deed Jezus ook.’

‘We zijn niet zo gek op Jezus in de oude Sovjet-Unie.’

‘Best, laat mij maar kaarten als een jood, dan speel jij racistisch als een echte Oekraïner.’

‘Jij hebt wel grote ballen voor iemand die besneden is.’

‘Daar drink ik op.’

‘Dan drink ik op je moeder.’

We dronken en lachten terwijl Tom Cruise om vertaling smeekte.

Al snel hadden we nog een fles Noordpoolstooksel soldaat gemaakt en ik vroeg Iwan of hij me de kolenmijn wilde laten zien, waar ik eindelijk het doel van Pyramiden hoopte te ontdekken, of het echt een buitenpost van de geheime dienst was of gewoon een oud Sovjetmijnwerkersstadje aan het eind van de wereld – een plek waar bijzondere mensen door hun heersers naartoe waren gestuurd om te gaan leven, liefhebben en sterven en ondertussen de natuur uit te dagen door boven hun menselijk kunnen te reiken.

Maar Iwan weigerde met een vals lachje.

‘Het spijt me, kameraad,’ zei hij. ‘De top van de mijn is gevaarlijk. Hij kan instorten. Het is onmogelijk om je daar te krijgen.’

‘Pyramiden is een plek waar waar menselijkheid wordt geëerd, maar mensenlevens niet’

‘Dus hoe zou je deze reis beschrijven?’ vroeg Iwan me.

Het was ochtend, een paar dagen nadat ik in Pyramiden was aangekomen en we gingen aan boord van de boot terug naar Longyearbyen. We waren allebei moe, nadat we de afgelopen dagen door het stadje hadden gelopen en Sovjetspullen hadden doorzocht, op mijn verzoek, waarbij we verhalen en aantekeningen over het dagelijks leven in Pyramiden ontdekten en vertaalden en ondertussen goede vrienden waren geworden.

‘Het lijkt erop,’ zei ik, ‘dat Pyramiden een symbool is van waarden die vrijheid te boven gaan, waar menselijkheid wordt geëerd, maar mensenlevens niet. In tegenstelling tot het hedendaagse verlangen naar instantroem, weet bijna niemand dat deze mensen hebben bestaan. Hun overtuigingen waren voor hen belangrijker dan overleven, laat staan comfort – alsof er in angst en ontberingen een eigen verdienste zit.’

‘Ja hoor, daar spreekt de mierikswortelbrandewijn weer,’ spotte Iwan.

Auteur: Nimrod Nir
Vertaler: Annemie de Vries

Openingsbeeld: © HH

Newsweek
Verenigde Staten | weekblad | oplage 1.972.000

Gefuseerd met The Daily Beast. Initiatiefnemer Tina Brown blaast het legendarische weekblad nieuw leven in.


Deel dit artikel


Recent verschenen